Belchite: een ruïne met alleen maar verliezers

In het Noordoosten van Spanje vormt het ruïnestadje Belchite een grimmig aandenken aan de Spaanse burgeroorlog. Het bloedige verleden vormt in het land nog altijd een open wond. Belchite staat symbool voor de waanzin van oorlog.

Het is voorjaar 1936. In het stadje Belchite, in het zuiden van de streek Aragon, hangt -net als overal in Spanje- een gespannen sfeer. In februari heeft de linkse coalitie Frente Popular de landelijke verkiezingen gewonnen. In Belchite is de socialistische PSOE, onderdeel van het Frente, de grootste partij geworden. Maar in het agrarische gebied rondom het 7.500 inwoners tellende stadje, heeft de nationalistische tegenpartij gewonnen: de conservatieve katholieken, monarchisten, rechts-radicalen en grootgrondbezitters.

De Martinuskerk in Belchite, eigen foto

In juli 1936 probeert een aantal Spaanse generaals, waaronder Francisco Franco, de macht te grijpen en het resultaat van de verkiezingen ongedaan te maken. De militaire putsch lukt maar ten dele. Het Spaanse opstandelingenleger slaagt er niet in om de republikeinse regering af te zetten en het land volledig te veroveren. In sommige delen van Spanje blijft het leger loyaal aan de republiek. Grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia blijven in handen van de regering. Linkse organisaties vormen gewapende milities om de democratische verworvenheden van de republiek te verdedigen.

De Spaanse burgeroorlog, die uiteindelijk drie jaar zal duren en meer dan een half miljoen doden kosten, is begonnen.

Negentig jaar later rij ik plankgas, op een met subsidie van de Europese Unie vers geasfalteerde kaarsrechte weg, door de eindeloze Steppe van Belchite. Alleen met een door een gids geleide wandeling, is het mogelijk de ruïnes te bezoeken, en ik wil onze afspraak niet missen.

In dit unieke landschap, ten zuiden van de rivier de Ebro, zijn nauwelijks huizen en mensen te bekennen. Het is hier een krimpregio en het lege land oog deels dor en geel, maar er zijn ook vruchtbare, groene stukken, als gevolg van grootscheepse irrigatie. Zo nu en dan moet ik afremmen voor reuzentractoren of brede landbouwmachines die de weg versperren.

Dictator Franco besloot dat Belchite, waar hevig gevochten werd tijdens de Spaanse burgeroorlog, niet heropgebouwd mocht worden. Het in puin geschoten stadje zou als monument fungeren voor ‘de barbarij van de rode terreur’ en als waarschuwing om niet in verzet te komen tegen Franco’s gezag. Negentig jaar later staat Belchite symbool voor de waanzin van oorlog in het algemeen en is het een moment voor de vrede.

Lopend door Belchite waan je je in Gaza of in de buurten langs de Groene Lijn in Beiroet, tijdens de Libanese burgeroorlog. Ook moet ik denken aan foto’s van Marioepol en andere kapotgeschoten steden in Ukraine.

Hoewel er andere in puin geschoten bouwwerken in West-Europa zijn die verwijzen naar twintigste-eeuwse oorlogsvoering, bijvoorbeeld de Frauenkirche in Dresden of de Kaiser Wilhelms Kirche in Berlijn, is Belchite verreweg het grootste in zijn soort. In Frankrijk is het dorp Oradour-sur-Glane nooit herbouwd, nadat de Waffen SS er in juni 1944 een vergeldingsactie uitvoerde en 643 mensen afslachtte. Maar Belchite is een volledige stad, met twee grote kerken, drie kloosters, een school, gemeentehuis en politiebureau, cafés, restaurants, winkelstraten en woonblokken. In puin weliswaar, maar herkenbaar, bevroren in de tijd.

Het groepje van zo’n vijftien bezoekers verzamelt zich aan de rand van de ‘oude stad’ zoals de ruïnes enigszins eufemistisch worden genoemd. Onze gids probeert zo feitelijk mogelijk te vertellen wat er precies gebeurd is, negentig jaar geleden. Er moet eerst iets opgehelderd worden over de terminologie. Ze heeft het over de sublevados, de opstandelingen geleid door Franco en co, om er meteen glimlachend aan toe te voegen dat deze lieden ook nacionales mogen worden genoemd; de nationalisten van rebellerende militairen en uiterst-rechts. Het verhaal van de burgeroorlog is nog steeds niet eenduidig en ligt ook nu nog uiterst gevoelig in Spanje.

In andere delen van de wereld is bij oorlogsmonumenten het onderscheid tussen goed en kwaad meestal zonneklaar.  Haast alle bezoekers van Oradour-sur-Glane of het kamp Westerbork zullen sympathie hebben voor de slachtoffers, niet voor de nazi’s. In Spanje ligt dat waziger. Waren de uiteindelijke verliezers van de burgeroorlog de ‘goeden’? Waren er onder de overwinnaars geen slachtoffers?

De in 2007 aangenomen wet van de Memoria Histórica verleent weliswaar rechtsherstel aan de (pro-) republikeinse slachtoffers en hun nakomelingen. Omgekomen republikeinse militairen of vermoorde linkse activisten, die in anonieme graven gedumpt waren, worden opgegraven en geïdentificeerd. Ook symbolen van de Franco-dictatuur in de openbare ruimte zijn inmiddels verboden. Maar een echt proces van verzoening en nationale waarheidsvinding laat in Spanje nog steeds op zich wachten. De conservatieve Partido Popular en het uiterst-rechtse Vox moeten weinig of niets van de Memoria Histórica hebben. In de autonome regio’s waar deze partijen aan de macht zijn, werden de subsidies voor herinneringsprogramma’s verminderd of ingetrokken.

Aan het begin van de rondleiding luisteren de bezoekers, haast allemaal wat oudere Spanjaarden, zwijgend naar de gids. Ze vertelt dat na de poging tot staatsgreep in juli 1937 de Guardia Civil (Nationale Gendarmerie) en uiterst-rechtse milities van de Falange-partij de jacht openden op iedereen in Belchite die ze als ‘rood’ beschouwden: socialisten, communisten, anarchisten, vakbondsactivisten en vrijmetselaars. Er vonden massaal arrestaties en executies plaats. Zo’n 300 stadsgenoten werden vermoord. Velen van hen werden doodgeschoten tegen de muur van de plaatselijke begraafplaats, zodat de lijken direct in een grafkuil konden worden gegooid.

In september 1937 wordt Belchite aangevallen door de republikeinen in een offensief richting de regionale hoofdstad Zaragoza. Belchite is een waar militair bastion, waar zo’n 2.000 aanhangers van de nationalisten zich hebben verschanst. Er vinden een week lang bloedige straatgevechten plaats, vaak van man tot man. Aan beide kanten worden enorme verliezen geleden. 

Bij de republikeinen vechten ook leden van de Internationale Brigades mee: buitenlanders die naar Spanje zijn getrokken om het opkomende fascisme een halt toe te roepen. De Amerikaanse internationale brigadist Bill Bailey beschrijft in zijn autobiografie hoe de gevechten verliepen. ‘We sloegen met een pikhouweel een gat in een muur. Dan gooiden we er een paar handgranaten in om het gat groter te maken en klommen daar doorheen. Daarna veegden we met geweervuur het huis schoon, van de zolder tot de kelder.’

Wandelend door de verlaten ruïnestad is amper voor te stellen hoe gewelddadig de felle gevechten verliepen. De ontelbare kogelgaten in afgebrokkelde muren getuigen van onophoudelijk mitrailleurvuur. Er werden ook handwapens gebruikt, bajonetten en messen. Boven Belchite waren Polikarpov 1-15s gevechtsvliegtuigen actief, door de Sovjet-Unie aan de Spaanse republiek geleverd. Uiteindelijk dolven in de slag om Belchite de nationales het onderspit. Niemand weet precies hoeveel doden er vielen maar de schattingen lopen uiteen van vijf- tot zesduizend.

Bailey schrijft dat er ook veel burgerdoden waren; vrouwen en kinderen die Belchite niet tijdig hadden kunnen ontvluchten. ‘De lijken werden langs de kant van de weg opgestapeld en in brand gestoken. Ze bleven de menselijke overblijfselen besproeien met benzine, totdat er niets van over was dan een smeulend hoopje. Daarna kwamen ze met vrachtwagens om de as erin te scheppen. De hele stad stonk naar brandend vlees.’

Tijdens de rondleiding zijn we inmiddels aangekomen in de indrukwekkende restanten van de Sint Martinus van Tours kerk. Als je in het gotische schip van de kerk staat kijk je recht naar de bewolkte hemel. Het dak van de kerk is in de oorlog verdwenen. Er drijven vandaag dreigende, donkere luchten boven ons. Ik voel van tijd tot tijd een spatje regen.

De gids haalt haar mobiele telefoon tevoorschijn om een opname te laten horen van een overlevende van de slag om Belchite. Het is een inwoonster die een jaar eerder op hoge leeftijd was overleden. Met krakende stem vertelt ze dat ze tijdens de gevechten gewond was geraakt. Ondanks dat ze goed katholiek was en uit een nationalistische familie stamde werd ze liefdevol verpleegd in een republikeinse ziekenboeg. Ze heeft er goede herinneringen aan. Het bleek, tot haar verrassing, dat de ‘roden’ niet allemaal duivels met hoorntjes waren.

Negentig jaar later hoor ik de getuigenis met gemengde gevoelens aan. De primitieve vooroordelen over de tegenstanders van destijds zijn wellicht verdwenen, maar de polarisatie, angst en wederzijdse haat die ook latere burgeroorlogen aanwakkerde -zoals in Libanon en Bosnië- blijven schrikbarend herkenbaar.

Na de republikeinse inname van Belchite in september 1937 werden zo’n honderd pro-Franco officieren en falangisten geëxecuteerd door linkse milities. Dat was nog niet het einde van het bloedbad. In maart 1938 voerde Franco een grootscheeps offensief uit in Aragon. Belchite werd zwaar gebombardeerd door zo’n 200 vliegtuigen van het door Hitler naar Spanje gestuurde Condor Legioen. De stad viel binnen anderhalve dag. Een groot aantal republikeinse strijders, onder wie buitenlandse vrijwilligers van de Internationale Brigades, werden gedood als ze er niet in slaagden om te vluchten. Veel van de vernielingen die we vandaag zien zijn veroorzaakt door die Duitse luchtbombardementen.

De Spaanse burgeroorlog fungeerde als generale repetitie en proeftuin voor de Tweede Wereldoorlog. Veel wapens en oorlogstactieken werden er voor het eerst uitgeprobeerd. Eigenlijk is de term burgeroorlog misleidend. Geen enkele burgeroorlog wordt enkel door de burgers van een land gewonnen of verloren. Geen enkele burgeroorlog speelt zich af in een internationaal vacuüm. De Sovjet-Unie van Stalin, het Italië van Mussolini en Hitlers Duitsland waren actief betrokken bij de oorlog. Andere landen, zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, speelden een beslissende rol door zich juist politiek passief op te stellen.

Onze rondgang door het kapotgeschoten Belchite loopt ten einde. We maken nog snel een paar foto’s van een loopgraaf en de monumentale, eeuwenoude Torre del Reloj (Torenklok) in islamitische mudejar stijl gebouwd. Ze zijn de prachtige toren gelukkig aan het restaureren. De regendruppels komen nu met bakken uit de hemel. Harde donderslagen en bliksemschichten maken de crime scene die Belchite toch al is, nog onheilspellender. Ik moet aan A hard rain is gonna fall denken, het profetische protestlied van Bob Dylan tegen oorlogsleed en racisme.

De bezoekersgroep holt naar de uitgang van de ruïnestad waar we kunnen schuilen voor de striemende regen en het onweer. Er komt nu voorzichtig een gesprek op gang tussen de Spaanse bezoekers die, gedwongen door de regen, een klein uurtje bij elkaar moeten zitten om te schuilen. Ze praten over grootouders die nooit iets over de oorlog wilden zeggen en over verloren familieleden. Voorzichtig komt een pijnlijk gesprek op gang over een oorlog van negentig jaar geleden, met uiteindelijk alleen maar verliezers.

Dit artikel werd gepubliceerd in VredesMagazine, september 2026 https://www.vredesmagazine.nl/index.php

monument voor de gevallen aanhangers van Francisco Franco (eigen foto)

Leave a comment