Gevangen in de hel van Gaza

Begin 2024 startte ik een inzamelingsactie om een bevriende familie in staat te stellen Gaza te verlaten. Voor Palestijnen met familieleden in Egypte was het destijds mogelijk, na betaling van een fors bedrag dat in de duizenden dollars liep, Gaza uit te komen.  Het Egyptische leger faciliteerde de uitreisregeling, waar een aantal cynische politici en officieren in Cairo ongetwijfeld erg rijk mee zijn geworden.

Het was een onappetijtelijke regeling maar mijn vriend Mohammed Abu Afash was desperaat om zijn vrouw Manal en dochtertjes Aliaa (2014), Elia (2016) en Layan (2020) in veiligheid te brengen. Enkele dagen voor hun geplande reis naar Egypte bezetten en sloten Israëlische militairen de grenspost Rafah. Het gezin werd gedwongen in Gaza te blijven.

Daar zijn ze nu nog steeds, net als meer dan twee miljoen andere Palestijnen, waarvan meer dan de helft minderjarig is. Opgesloten in een piepklein gebied, vol puinhopen, bergen opgehoopt vuil, ruïnes van wat ooit woonhuizen, scholen en moskeeën waren en slordige tentenkampen. Mijn familie heeft het geluk dat ze, na veel omzwervingen door de Gazastrook en maanden in een tent, terug konden keren naar hun flatgebouw in Gaza-Stad. Het gebouw was weliswaar zwaar beschadigd, maar Mohammed slaagde er in een paar kamers provisorisch bewoonbaar te maken.

De gebouwen die nog overeind staan in Gaza zijn vaak instabiel. Onlangs stortte een flatgebouw in. Het was beschadigd door de oorlog en onveilig geworden, maar er hadden wel tientallen mensen een heenkomen in gezocht. Minstens 2q1 Palestijnen, onder wie 12 kinderen, kwamen om het leven.

Door de grootschalige vernietiging van Gaza is er een schreeuwend tekort aan woonruimte. Er zijn meer tenten nodig en meer bouwmateriaal voor reparaties, maar Israël laat het niet toe. De door Trump beloofde herbouw van Gaza laat nog op zich wachten. Mensen nemen grote risico’s om iets van een dak boven hun hoofd te hebben en slapen dan desnoods maar in een wankel gebouw of kapotte tent.

Ik maak me zorgen om Mohammed en zijn familie, die in een soortgelijk instabiel gebouw bivakkeren. Ik maak me zorgen als ik weer eens een videootje krijg toegestuurd van een explosie vlak bij zijn huis. Israël zegt een Hamas-militant te hebben “geëlimineerd”, maar er vielen ook burgerslachtoffers. Kinderen. Toevallige passanten. De keren dat Mohammed en zijn familie aan de dood ontsnapten zijn niet meer te tellen. Sinds in oktober 2025 het staakt-het-vuren inging zijn in Gaza haast 1.400 mensen door Israël gedood, waaronder meer dan 300 kinderen.

Voor de oorlog werkte Mohammed als docent informatietechnologie bij een privéschool. Later begon hij een winkel in kantoorartikelen, speelgoed en fotografie om zijn inkomen aan te vullen. De winkel werd in de oorlog verwoest, de school sloot en Mohammed verloor zijn bronnen van inkomsten. Net als zo’n 90% van de beroepsbevolking van Gaza raakte hij werkeloos.

Onlangs stuurde Mohammed me een brief met het verzoek deze te delen met mijn vrienden in Nederland.

“Mijn vrouw, mijn drie dochters en ik leven al meer dan drie jaar in een aanhoudende nachtmerrie van terreur, dood en ontheemding. Drie jaar lang volledig verstoken van de meest elementaire levensbehoeften: geen schoon water, geen medicijnen, geen onderwijs en geen veilige plek voor onze kinderen om te schuilen wanneer de dood op ons neerdaalt.”

“Ik schrijf u als een vader die uitgeput is. Ik voel me machteloos als ik de angst zie in de ogen van mijn dochters. Kinderen die niets van deze oorlog begrijpen en er niets aan kunnen doen geboren te zijn in Gaza.”

Ik verwonder me elke keer weer om de veerkracht van mijn vrienden in.Gaza, die ondanks alles de hoop nog niet hebben opgegeven op een beter leven. Ze weigeren te gekloven dat ze voor de rest van hun leven veroordeeld zijn tot deze nachtmerrie.

Terwijl ik op mijn telefoon door de vaak dramatische berichten van Mohammed scrol, hoor ik op het journaal de Amerikaanse president Trump opscheppen over alle oorlogen die hij heeft beëindigd, inclusief de oorlog in Gaza. Hoezo vrede in Gaza? Wat een schaamteloze leugen.

Het uit 20 punten bestaande vredesplan voor Gaza, dat in oktober 2025 met veel fanfare werd aangekondigd in Sharm El-Sheikh (herinnert u zich de lachende FIFA-baas Gianni Infantino nog die ook was opgetrommeld) is tot dusver dode letter gebleven. Een Board of Peace zou toezicht houden op een gefaseerde Israëlische terugtrekking uit Gaza, Hamas zou worden ontwapend, er zou een ‘technocratisch’ Palestijns burgerbestuur komen en de heropbouw zou beginnen.

Niets van dat alles geschiedde.

Israël veroverde meer grondgebied en concentreerde de burgerbevolking in een gebied dat amper 30% bedraagt van de oppervlakte van Gaza. Waarnemers en journalisten worden nog steeds geweerd en er blijft een gebrek aan genoeg voedsel en medicijnen. De aanvallen gaan door en Israël doodde sinds de poppenkast in Sharm El-Sheikh haast 1.400 mensen, in meerderheid burgers.

Ouders in Gaza, zoals Mohammed en Manal, die zich elke dag zorgen maken over de veiligheid van hun kinderen, om het nog maar niet te hebben over hun toekomst, vragen zich af waarom de wereld niets doet. Waarom kan Israël straffeloos z’n gang gaan?

In de meeste media is ‘Gaza’ inmiddels naar de achtergrond geschoven. Het geweld daar is ‘normaal’ geworden. Zelfs racistische uitlatingen zoals van de Israëlische minister van Defensie Israël Katz, die maar één oplossing voor Gaza zei te zien, namelijk ‘massale emigratie van de bevolking’, krijgen weinig aandacht. Na drie jaar geweld in Gaza haalt men z’n schouders op. Ach ja, etnische schoonmaak, waarom ook niet…

Vorige week merkte Mohammed dat z’n jongste kind Layan (6) ’s avonds niet kon slapen. ‘Wat is er lieverd?’ vroeg hij. ‘Baba, ik ben bang,’ antwoordde ze. ‘ik ben bang voor het harde zoemen van de drones en de sirenes van de ambulances’. ‘Probeer je vingers in je oren te steken en denk maar aan mooie dingen,’ had Mohammed geantwoord. Maar ‘mooie dingen’ zijn schaars in Gaza… Nachtmerries daarentegen in overvloed.

Dit artikel werd geschreven voor Nieuwsbrief 61 (oktober 2026) van de Stichting Groningen-Jabalya

Zie: https://groningen-jabalya.nl/

Een verkorte versie van dit artikel verscheen in het Dagblad van het Noorden van 28 september 2026

Giften voor de familie in Gaza: https://gofund.me/46fa5f9a5

Belchite: een ruïne met alleen maar verliezers

In het Noordoosten van Spanje vormt het ruïnestadje Belchite een grimmig aandenken aan de Spaanse burgeroorlog. Het bloedige verleden vormt in het land nog altijd een open wond. Belchite staat symbool voor de waanzin van oorlog.

Het is voorjaar 1936. In het stadje Belchite, in het zuiden van de streek Aragon, hangt -net als overal in Spanje- een gespannen sfeer. In februari heeft de linkse coalitie Frente Popular de landelijke verkiezingen gewonnen. In Belchite is de socialistische PSOE, onderdeel van het Frente, de grootste partij geworden. Maar in het agrarische gebied rondom het 7.500 inwoners tellende stadje, heeft de nationalistische tegenpartij gewonnen: de conservatieve katholieken, monarchisten, rechts-radicalen en grootgrondbezitters.

De Martinuskerk in Belchite, eigen foto

In juli 1936 probeert een aantal Spaanse generaals, waaronder Francisco Franco, de macht te grijpen en het resultaat van de verkiezingen ongedaan te maken. De militaire putsch lukt maar ten dele. Het Spaanse opstandelingenleger slaagt er niet in om de republikeinse regering af te zetten en het land volledig te veroveren. In sommige delen van Spanje blijft het leger loyaal aan de republiek. Grote steden als Madrid, Barcelona en Valencia blijven in handen van de regering. Linkse organisaties vormen gewapende milities om de democratische verworvenheden van de republiek te verdedigen.

De Spaanse burgeroorlog, die uiteindelijk drie jaar zal duren en meer dan een half miljoen doden kosten, is begonnen.

Negentig jaar later rij ik plankgas, op een met subsidie van de Europese Unie vers geasfalteerde kaarsrechte weg, door de eindeloze Steppe van Belchite. Alleen met een door een gids geleide wandeling, is het mogelijk de ruïnes te bezoeken, en ik wil onze afspraak niet missen.

In dit unieke landschap, ten zuiden van de rivier de Ebro, zijn nauwelijks huizen en mensen te bekennen. Het is hier een krimpregio en het lege land oog deels dor en geel, maar er zijn ook vruchtbare, groene stukken, als gevolg van grootscheepse irrigatie. Zo nu en dan moet ik afremmen voor reuzentractoren of brede landbouwmachines die de weg versperren.

Dictator Franco besloot dat Belchite, waar hevig gevochten werd tijdens de Spaanse burgeroorlog, niet heropgebouwd mocht worden. Het in puin geschoten stadje zou als monument fungeren voor ‘de barbarij van de rode terreur’ en als waarschuwing om niet in verzet te komen tegen Franco’s gezag. Negentig jaar later staat Belchite symbool voor de waanzin van oorlog in het algemeen en is het een moment voor de vrede.

Lopend door Belchite waan je je in Gaza of in de buurten langs de Groene Lijn in Beiroet, tijdens de Libanese burgeroorlog. Ook moet ik denken aan foto’s van Marioepol en andere kapotgeschoten steden in Ukraine.

Hoewel er andere in puin geschoten bouwwerken in West-Europa zijn die verwijzen naar twintigste-eeuwse oorlogsvoering, bijvoorbeeld de Frauenkirche in Dresden of de Kaiser Wilhelms Kirche in Berlijn, is Belchite verreweg het grootste in zijn soort. In Frankrijk is het dorp Oradour-sur-Glane nooit herbouwd, nadat de Waffen SS er in juni 1944 een vergeldingsactie uitvoerde en 643 mensen afslachtte. Maar Belchite is een volledige stad, met twee grote kerken, drie kloosters, een school, gemeentehuis en politiebureau, cafés, restaurants, winkelstraten en woonblokken. In puin weliswaar, maar herkenbaar, bevroren in de tijd.

Het groepje van zo’n vijftien bezoekers verzamelt zich aan de rand van de ‘oude stad’ zoals de ruïnes enigszins eufemistisch worden genoemd. Onze gids probeert zo feitelijk mogelijk te vertellen wat er precies gebeurd is, negentig jaar geleden. Er moet eerst iets opgehelderd worden over de terminologie. Ze heeft het over de sublevados, de opstandelingen geleid door Franco en co, om er meteen glimlachend aan toe te voegen dat deze lieden ook nacionales mogen worden genoemd; de nationalisten van rebellerende militairen en uiterst-rechts. Het verhaal van de burgeroorlog is nog steeds niet eenduidig en ligt ook nu nog uiterst gevoelig in Spanje.

In andere delen van de wereld is bij oorlogsmonumenten het onderscheid tussen goed en kwaad meestal zonneklaar.  Haast alle bezoekers van Oradour-sur-Glane of het kamp Westerbork zullen sympathie hebben voor de slachtoffers, niet voor de nazi’s. In Spanje ligt dat waziger. Waren de uiteindelijke verliezers van de burgeroorlog de ‘goeden’? Waren er onder de overwinnaars geen slachtoffers?

De in 2007 aangenomen wet van de Memoria Histórica verleent weliswaar rechtsherstel aan de (pro-) republikeinse slachtoffers en hun nakomelingen. Omgekomen republikeinse militairen of vermoorde linkse activisten, die in anonieme graven gedumpt waren, worden opgegraven en geïdentificeerd. Ook symbolen van de Franco-dictatuur in de openbare ruimte zijn inmiddels verboden. Maar een echt proces van verzoening en nationale waarheidsvinding laat in Spanje nog steeds op zich wachten. De conservatieve Partido Popular en het uiterst-rechtse Vox moeten weinig of niets van de Memoria Histórica hebben. In de autonome regio’s waar deze partijen aan de macht zijn, werden de subsidies voor herinneringsprogramma’s verminderd of ingetrokken.

Aan het begin van de rondleiding luisteren de bezoekers, haast allemaal wat oudere Spanjaarden, zwijgend naar de gids. Ze vertelt dat na de poging tot staatsgreep in juli 1937 de Guardia Civil (Nationale Gendarmerie) en uiterst-rechtse milities van de Falange-partij de jacht openden op iedereen in Belchite die ze als ‘rood’ beschouwden: socialisten, communisten, anarchisten, vakbondsactivisten en vrijmetselaars. Er vonden massaal arrestaties en executies plaats. Zo’n 300 stadsgenoten werden vermoord. Velen van hen werden doodgeschoten tegen de muur van de plaatselijke begraafplaats, zodat de lijken direct in een grafkuil konden worden gegooid.

In september 1937 wordt Belchite aangevallen door de republikeinen in een offensief richting de regionale hoofdstad Zaragoza. Belchite is een waar militair bastion, waar zo’n 2.000 aanhangers van de nationalisten zich hebben verschanst. Er vinden een week lang bloedige straatgevechten plaats, vaak van man tot man. Aan beide kanten worden enorme verliezen geleden. 

Bij de republikeinen vechten ook leden van de Internationale Brigades mee: buitenlanders die naar Spanje zijn getrokken om het opkomende fascisme een halt toe te roepen. De Amerikaanse internationale brigadist Bill Bailey beschrijft in zijn autobiografie hoe de gevechten verliepen. ‘We sloegen met een pikhouweel een gat in een muur. Dan gooiden we er een paar handgranaten in om het gat groter te maken en klommen daar doorheen. Daarna veegden we met geweervuur het huis schoon, van de zolder tot de kelder.’

Wandelend door de verlaten ruïnestad is amper voor te stellen hoe gewelddadig de felle gevechten verliepen. De ontelbare kogelgaten in afgebrokkelde muren getuigen van onophoudelijk mitrailleurvuur. Er werden ook handwapens gebruikt, bajonetten en messen. Boven Belchite waren Polikarpov 1-15s gevechtsvliegtuigen actief, door de Sovjet-Unie aan de Spaanse republiek geleverd. Uiteindelijk dolven in de slag om Belchite de nationales het onderspit. Niemand weet precies hoeveel doden er vielen maar de schattingen lopen uiteen van vijf- tot zesduizend.

Bailey schrijft dat er ook veel burgerdoden waren; vrouwen en kinderen die Belchite niet tijdig hadden kunnen ontvluchten. ‘De lijken werden langs de kant van de weg opgestapeld en in brand gestoken. Ze bleven de menselijke overblijfselen besproeien met benzine, totdat er niets van over was dan een smeulend hoopje. Daarna kwamen ze met vrachtwagens om de as erin te scheppen. De hele stad stonk naar brandend vlees.’

Tijdens de rondleiding zijn we inmiddels aangekomen in de indrukwekkende restanten van de Sint Martinus van Tours kerk. Als je in het gotische schip van de kerk staat kijk je recht naar de bewolkte hemel. Het dak van de kerk is in de oorlog verdwenen. Er drijven vandaag dreigende, donkere luchten boven ons. Ik voel van tijd tot tijd een spatje regen.

De gids haalt haar mobiele telefoon tevoorschijn om een opname te laten horen van een overlevende van de slag om Belchite. Het is een inwoonster die een jaar eerder op hoge leeftijd was overleden. Met krakende stem vertelt ze dat ze tijdens de gevechten gewond was geraakt. Ondanks dat ze goed katholiek was en uit een nationalistische familie stamde werd ze liefdevol verpleegd in een republikeinse ziekenboeg. Ze heeft er goede herinneringen aan. Het bleek, tot haar verrassing, dat de ‘roden’ niet allemaal duivels met hoorntjes waren.

Negentig jaar later hoor ik de getuigenis met gemengde gevoelens aan. De primitieve vooroordelen over de tegenstanders van destijds zijn wellicht verdwenen, maar de polarisatie, angst en wederzijdse haat die ook latere burgeroorlogen aanwakkerde -zoals in Libanon en Bosnië- blijven schrikbarend herkenbaar.

Na de republikeinse inname van Belchite in september 1937 werden zo’n honderd pro-Franco officieren en falangisten geëxecuteerd door linkse milities. Dat was nog niet het einde van het bloedbad. In maart 1938 voerde Franco een grootscheeps offensief uit in Aragon. Belchite werd zwaar gebombardeerd door zo’n 200 vliegtuigen van het door Hitler naar Spanje gestuurde Condor Legioen. De stad viel binnen anderhalve dag. Een groot aantal republikeinse strijders, onder wie buitenlandse vrijwilligers van de Internationale Brigades, werden gedood als ze er niet in slaagden om te vluchten. Veel van de vernielingen die we vandaag zien zijn veroorzaakt door die Duitse luchtbombardementen.

De Spaanse burgeroorlog fungeerde als generale repetitie en proeftuin voor de Tweede Wereldoorlog. Veel wapens en oorlogstactieken werden er voor het eerst uitgeprobeerd. Eigenlijk is de term burgeroorlog misleidend. Geen enkele burgeroorlog wordt enkel door de burgers van een land gewonnen of verloren. Geen enkele burgeroorlog speelt zich af in een internationaal vacuüm. De Sovjet-Unie van Stalin, het Italië van Mussolini en Hitlers Duitsland waren actief betrokken bij de oorlog. Andere landen, zoals de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, speelden een beslissende rol door zich juist politiek passief op te stellen.

Onze rondgang door het kapotgeschoten Belchite loopt ten einde. We maken nog snel een paar foto’s van een loopgraaf en de monumentale, eeuwenoude Torre del Reloj (Torenklok) in islamitische mudejar stijl gebouwd. Ze zijn de prachtige toren gelukkig aan het restaureren. De regendruppels komen nu met bakken uit de hemel. Harde donderslagen en bliksemschichten maken de crime scene die Belchite toch al is, nog onheilspellender. Ik moet aan A hard rain is gonna fall denken, het profetische protestlied van Bob Dylan tegen oorlogsleed en racisme.

De bezoekersgroep holt naar de uitgang van de ruïnestad waar we kunnen schuilen voor de striemende regen en het onweer. Er komt nu voorzichtig een gesprek op gang tussen de Spaanse bezoekers die, gedwongen door de regen, een klein uurtje bij elkaar moeten zitten om te schuilen. Ze praten over grootouders die nooit iets over de oorlog wilden zeggen en over verloren familieleden. Voorzichtig komt een pijnlijk gesprek op gang over een oorlog van negentig jaar geleden, met uiteindelijk alleen maar verliezers.

Dit artikel werd gepubliceerd in VredesMagazine, september 2026 https://www.vredesmagazine.nl/index.php

monument voor de gevallen aanhangers van Francisco Franco (eigen foto)

Ongemakkelijke berichten uit Gaza

‘Beste Jan, doe alsjeblieft iets. Het spijt me dat ik je ermee lastig val. Help in ieder geval mijn drie dochters en mijn vrouw om Gaza te verlaten, zodat ze in veiligheid zijn. Het gaat niet om mijzelf, het gaat om mijn gezin. Zou ik geen urgent beroep kunnen doen op de Palestijnse gemeenschap in Nederland of een beroep op alle vrije mensen in de wereld?’

Onze haast dagelijkse app-correspondentie wordt soms ongemakkelijk. Mohammed weet dat ik weinig meer kan doen dan bekendheid geven aan de ellendige situatie in Gaza en geld inzamelen voor hem, zijn familie en naasten. Zelfs zieken en gewonden komen maar zeer mondjesmaat Gaza uit. Het overgrote deel van de bevolking zit opgesloten in de Gazastrook, in een steeds kleiner gebied en overlevend in constant gevaar.

Om de familie in Gaza te steunen: https://gofund.me/6119d22e1

Israël trekt zich niets aan van het staakt-het-vuren. Dagelijks zijn er bombardementen, beschietingen en droneaanvallen, waarbij ook veel burgers om het leven komen of gewond raken. Dat was ook gisteren 1 september het geval. Minstens drie kinderen werden gedood. Een Israëlische commandoactie, waarbij een Hamasmilitant werd gedood, speelde zich vlakbij Mohammeds’ huis af. Hij stuurt me, zoals wel vaker, angstaanjagende video’s en een geluidsopname van de drones die onophoudelijk boven Gaza zoemen en elk moment in actie kunnen komen.

Een paar dagen geleden stelde ik Mohammed de vraag hoe en of hij het volhoudt. Het is een ingewikkeld onderwerp, want ik ben me natuurlijk bewust dat de bewoners van Gaza geen keuze hebben: om te overleven moeten ze volhouden. ‘Er bestaat hier geen rustig moment. Er is geen vrede en veiligheid. Gaza is een hel. Is er een plek op aarde waar het nog slechter is dan Gaza? Het ergste is dat Gaza vergeten wordt.’

‘Wij zijn een kleine familie. Waar hebben mijn vrouw en kinderen dit aan verdiend? Geen werk, geen veiligheid, geen vrede, geen enkele stabiliteit en geen toekomst. Zijn we soms beesten? Mogen burgers in oorlogssituaties hun toevlucht niet zoeken in een plaats met meer veiligheid en stabiliteit? Er bestaat toch zoiets als het humanitair recht en oorlogsrecht? We leven nu drie jaar in onbeschrijflijke omstandigheden van verwoesting en dood. Jan, je kent ons hele verhaal en je hebt ons vanaf het begin gesteund. Wat is de ratio van wat ze ons aandoen?’

Mohammed is boos op de wereld die Gaza lijkt te zijn vergeten. ‘Waar zijn de offers van mijn volk goed voor geweest? Al die doden en gewonden?’ Tegelijkertijd is hij woedend op ‘de kapitalisten, handelaars en ondernemers die garen hebben gesponnen bij de oorlog, die misbruik hebben gemaakt van onze ellende. Terwijl wij met honger in onze maag rondliepen op zoek naar een stuk brood, hebben zij zich verrijkt. Ging het hen er alleen maar om meer geld te verdienen.’ Voor de goede verstaander: zowel Israëlische als Palestijnse handelaren hebben gebruik gemaakt van de blokkade van Gaza om er zelf beter van te worden.

Het verdriet en de woede die Mohammed voelt gelden ook zijn drie dochtertjes. ‘Ik rouw soms om hen. Ze verdienen een gewone, gelukkige jeugd, maar die is onder de omstandigheden onmogelijk.’ Soms is er, op een mooie dag, troost als Mohammed zijn kinderen meeneemt naar het strand om te spelen en te zwemmen. ‘Ondanks dat er Israëlische oorlogsschepen voor de kust liggen en het niet helemaal ongevaarlijk is. Maar niets maakt me blijer dan het lachen en ontspannen spelen van mijn kinderen.’