Palestine

NECROLOGIE: VREDESIMAGO SHIMON PERES STERK OVERTROKKEN

Column Jan Keulen, 28 september 2016

“Shimon vertegenwoordigde de essentie van Israël”, zei president Obama nadat het nieuws van Peres’ overlijden woensdag bekend was geworden. “De moed van Israëls’ strijd voor onafhankelijkheid, het optimisme dat hij deelde met zijn vrouw Sonya als ze hielpen om de woestijn te laten bloeien en de volharding die hem ertoe bracht zijn land in praktisch elke regeringspositie te dienen vanaf het ontstaan van de staat Israël”.

De loftuitingen op Peres waren woensdag niet van de lucht. Het voetstuk waar hij op werd geplaatst kon niet hoog genoeg zijn. Hij werd een groot staatsman genoemd. Een havik die vredesduif geworden was. Een visionair. Niet alleen Westerse leiders, waaronder onze eigen premier Rutte, maar ook de Russische president Putin loofden Peres voor zijn staatsmanschap, wijsheid en zijn streven het Midden-Oosten conflict vreedzaam op te lossen.

Bill Clinton noemde hem “een genie met een groot hart”. Volgens Clinton streefde Peres naar een betere wereld en stelde hij zich een toekomst voor “van verzoening, geen conflict; van economische en sociale vooruitgang, geen haat en frustratie”.

Haaretz-journalist Chemi Shalev merkte scherpzinnig op dat bij de wijze waarop Peres wordt neergezet de wens de vader van de gedachte is. De elegieën lijken vooral ingegeven door een perceptie van Israël zoals iedereen het graag wil zien. “Peres belichaamde een innovatief, toekomstgericht, vredelievende, kosmopolitisch Israël. Een Israël dat een goede reputatie heeft in de internationale gemeenschap; een lichtbaken is voor de volkeren in plaats van een recalcitrante bezetter die Palestijnen onderdrukt”, aldus Shalev.

Het probleem is echter dat Israël anno 2016 allesbehalve vredelievend, kosmopolitisch en tolerant is. Er is sprake van polarisatie, discriminatie, verrechtsing en verharding. Israël onderwerpt de Palestijnen aan een permanente bezetting. Het is een staat die 1,8-miljoen Palestijnen opsluit in Gaza, die doorgaat met het bouwen en uitbreiden van illegale nederzettingen en die zich niets aantrekt van internationale kritiek. Als je de beschouwingen over Peres leest, lijkt hij uit een ander land te stammen. Niet uit Israël.

Toch is Peres wel degelijk een van de architecten van het Israël van nu, een van de founding fathers. In 1948, het jaar van de Nakba en de stichting van de staat Israël, voorzag Peres de Haganah-militie en daarna het Israëlische leger van wapens. Hij had een actief aandeel in de Nakba – de etnische zuivering van Palestina, die leidde tot de vlucht en verdrijving van 750.000 Palestijnen naar de buurlanden.

In 1956 plande hij, als directeur-generaal van het ministerie van Defensie, de Israëlische invasie in Egypte. Hij was een drijvende kracht achter Israëls geheime nucleaire programma en de ontwikkeling en verwerving van atoomwapens in de jaren vijftig en zestig. Peres wordt gezien als de vader van het Israëlische atoomprogramma.

Als Shimon “de essentie van Israël vertegenwoordigt”, zoals Obama zei, dan is het niet verwonderlijk dat hij voor de Palestijnen een symbool is van het hen aangedane onrecht. In schril contrast met alle loftuitingen in het Westen, reageerden veel commentatoren in de Arabische wereld uiterst kritisch en sommigen noemden hem een oorlogsmisdadiger. Peres mag de laatste 25 jaar van zijn leven veel over vrede hebben gepraat en geschreven, vrienden onder de Palestijnen en andere Arabische volkeren heeft hij niet echt gemaakt.

Peres speelde een sleutelrol in de jaren zeventig bij het bouwen van de eerste illegale nederzettingen in de bezette gebieden, die Israël in 1967 had veroverd. Zelfs na de sluiting van de Oslo-akkoorden in 1993 en onder zijn politiek leiderschap als premier, ging de grootschalige bouw van nederzettingen en de daarbij horende infrastructuur onverminderd door.

Hij was premier in 1996 toen Israël een grootscheepse militaire operatie in Libanon uitvoerde. Honderdduizenden Libanezen moesten huis en haard verlaten. Op 18 april 1996 beschoot het Israëlische leger een VN-basis in het Libanese dorp Qana. 102 Libanese burgers, die er hun toevlucht hadden gezocht, kwamen om het leven. In opdracht van de VN onderzocht de Nederlandse generaal Van Kappen of de aanval per ongeluk of opzettelijk was. Hij concludeerde dat er zeer waarschijnlijk Israëlische opzet in het spel was. Inderdaad: een oorlogsmisdaad.

De lange politieke carrière van Peres weerspiegelt Israël in z’n verschillende fases: de verdrijving van de Palestijnen in 1948, het nucleaire programma, de oorlogen met de buurlanden, de bezetting van de Westoever en Gaza, de annexatie van Jeruzalem, de nederzettingen, de akkoorden met de PLO, de Nobelprijs, de eerste en tweede Intifada, de illegale scheidingsmuur, de diplomatieke impasse, de verrechtsing van Israël.

En wie was hij nu echt? De havik, de politicus die vrede zocht, de opportunist? Of was hij de utopist, die droomde over een nieuw Midden-Oosten naar het model van de Europese Unie? Terwijl tegelijkertijd het bezette gebied, waar een levensvatbare Palestijnse staat zou moeten verrijzen, volgebouwd werd met nederzettingen? Waarschijnlijk was hij minder de visionair dan de vele loftuitingen doen vermoeden.

Rode draad: Peres is altijd voorstander geweest van een (militair) oppermachtig Israël met een joodse meerderheid. De Palestijnen hadden volgens hem weliswaar recht op een “entiteit”, maar voor gelijkwaardige verhoudingen met de Palestijnen en een levensvatbare Palestijnse staat was in zijn politieke visie geen plaats.

Peres een vredesduif? Niet echt. Want in zijn visie op vrede, mocht de kolonisering doorgaan en zouden de Palestijnen nooit hun rechten krijgen.

HAN TEN BROEKE EN DE TRUKENDOOS VAN LIKUD

Column Jan Keulen, 8 september 2016

VVD-buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke vond het pleidooi van oud-premier Van Agt om Netanyahu zonder egards te ontvangen en hem door te sturen naar het Internationaal Strafhof “onzinnig of zelfs daar overheen”.

Op Radio 1 vond Ten Broeke het eigenlijk ook een waste of time om over de uitspraak van Van Agt te discussiëren, wat hem er niet van weerhield gretig aan het radiodebat deel te nemen. Ten Broeke ging inhoudelijk niet in op Van Agts’ suggestie en hield het bij insinuaties en tendentieuze beweringen.

Zo begon Ten Broeke over het vooronderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) naar oorlogsmisdaden in de Gaza-oorlog van 2014 waar, volgens hem, het ICC  “niets mee kan”. Wellicht is hier de wens de vader van de gedachte, want Ten Broeke herinnerde aan de “rakettenregen” die Israël in die periode “dagelijks bereikte”. Geen woord over de onrechtmatige afsluiting van Gaza en de voortgaande Israëlische belegering en verstikking van het gebied, dat twee keer zo groot is als Texel.

Prettig dat we nu Ten Broeke’s mening kennen over het vooronderzoek momenteel uitgevoerd door het ICC. Maar Dries van Agt had het helemaal niet over dit vooronderzoek, of over de Gaza-oorlog van 2014. Van Agt sprak over het nederzettingenbeleid dat, onder het Statuut van Rome, als oorlogsmisdrijf kan worden aangemerkt.

Het Statuut van Rome is het verdrag waarop het Internationaal Strafhof gebaseerd is. In artikel 8 (lid 2, b-viii) staat onder het kopje “War Crimes” vermeld, als een van de misdrijven:

“The transfer, directly or indirectly, by the Occupying Power of parts of its own civilian population into the territory it occupies, or the deportation or transfer of all or parts of the population of the occupied territory within or outside this territory.”

Hieruit vloeit dus voort dat Israëls nederzettingenbeleid, waarvoor premier Netanyahu hoofdverantwoordelijke is, als oorlogsmisdaad kan worden aangemerkt. Ten Broeke zei echter geen woord hierover. Vreemd genoeg haalde hij er wel de kwesties van de Drie van Breda (1972) en de beëindiging van de Molukse treinkaping bij Wijster ( 1975) bij.

De VVD-parlementariër deed dit ongetwijfeld om de geloofwaardigheid van Van Agt te beschadigen. Het is een oude discussietruc: als je inhoudelijk niets te zeggen hebt, ga je de integriteit van de politieke tegenstander in twijfel trekken. Het sloeg natuurlijk nergens op.

In deed 1972 stelde Van Agt, die toen minister van Justitie was, voor om de laatste drie gedetineerde oorlogsmisdadigers vrij te laten. Van Agt stond bekend als een progressief jurist, lid van de toenmalige Coornhert Liga die hervormingen van het strafrecht voorstond. Hij was een tegenstander van levenslange gevangenisstraffen die geen enkel doel meer dienen. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer was het met Van Agt eens.

Van Agt, “de premier uit mijn kindtijd”, zoals Ten Broeke hem in de radio-uitzending noemde, deed dit voorstel namens het kabinet Biesheuvel, waarvan ook de VVD deel uitmaakte. De meerderheid van de VVD-Kamerfractie steunde Van Agt’s voorstel in eerste instantie ook. Pas later, toen het voorstel heftige emoties bij veel mensen teweegbracht, veranderden Kamerleden van de VVD (en andere partijen) van mening en stemden voor een motie om de vrijlating niet ten uitvoer te brengen.

Het is een raadsel wat de kwestie van de Drie van Breda, die Nederland 44 jaar geleden emotioneerde en verdeelde, met het nederzettingenbeleid te maken heeft waarvoor Netanyahu politiek verantwoordelijk is. Behalve natuurlijk als geïnsinueerd wordt dat Van Agt onfrisse sympathieën en sentimenten zou hebben. Zulke insinuaties zijn echter vals, historisch onjuist, onbewezen en een liberale parlementariër als Ten Broeke onwaardig.

Zijn opmerking “dat sommige mensen in Nederland vinden dat Van Agt vervolgd moet worden vanwege het ingrijpen van Nederlandse militairen op de trein bij Wijster” is eveneens een onbetamelijke retorische draai, die we eerder van een Likud-activist zouden verwachten dan van een buitenlandwoordvoerder van een Nederlandse regeringspartij.

Ten eerste laat Ten Broeke’s historisch besef hem in de steek, want het ingrijpen bij de trein in Wijster is alom geroemd als de beheerste “Dutch approach” om een terroristische actie te beëindigen. Ten Broeke doelde waarschijnlijk op het beëindigen van de Molukse actie bij het Drentse De Punt in 1977. 54 mensen werden toen in een trein gegijzeld en tegelijkertijd werden meer dan honderd leerlingen en 5 leraren gegijzeld in een school in Bovensmilde.

Na drie weken besloot de regering, waarin Van Agt minister van Justitie was, tot een bevrijdingsactie bij De Punt. Hierbij kwamen zes Molukse kapers en twee gijzelaars om het leven. Deze militaire bevrijdingsactie is inderdaad, haast 40 jaar later, nog steeds omstreden in bepaalde kringen, vooral in de Molukse gemeenschap.

Maar het besluit om militair in te grijpen om de grootste terroristische actie in de Nederlandse geschiedenis te beëindigen werd aanvaard door de meerderheid van het Nederlandse parlement en heeft niets maar ook helemaal niets met de Israëlische nederzettingenpolitiek te maken. Behalve natuurlijk als je optreden tegen terroristen en het roven en bezetten van andermans land op één lijn stelt.

Ten Broeke’s radio optreden geeft een ontluisterend beeld van de Likud-achtige standpunten van de VVD-parlementariër. Zo noemt hij het Franse initiatief om een vredesconferentie te organiseren misprijzend een “foto opportunity”, die de Fransen maar niet voor elkaar krijgen. Precies het denigrerende en negatieve standpunt van de regering-Netanyahu.

En onderhandelingen tussen Netanyahu en Abbas moeten plaats vinden volgens Ten Broeke “zonder voorwaarden vooraf”, eveneens een echo van de Israëlische regeringspositie. Hierbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat Israël met zijn voortschrijdende kolonisatie in feite de uitkomst van die onderhandelingen bij voorbaat bepaalt en aan de asymmetrische machtsverhoudingen tussen beide partijen. Zonder voorwaarden betekent dat Israël tijdens de onderhandelingen mag doorgaan met koloniseren, terwijl het grondgebied waarover die onderhandelingen gaan steeds meer wordt ingepikt.

Ja, het was misschien even schrikken: een Nederlandse oud-premier die een moedig pleidooi houdt tegen een Israëlische regeringsleider die het internationaal recht aan zijn laars lapt. De reactie van Han ten Broeke, met zijn insinuaties, historische onjuistheden en verdraaiingen die rechtstreeks uit de trukendoos van de Likud lijken te komen, is beneden de maat.

 

De Naqba gebeurt nog elke dag

Het moet in 1980 geweest zijn dat ik voor het eerst een Palestijns vluchtelingenkamp bezocht. We liepen in het overvolle Shatilakamp in Beiroet, het regende lichtjes. Het beeld wat ik mij herinner is dat van modderige, smalle steegjes en onafgebouwde, beschadigde huizenblokken. Arabische graffiti en onhandige schilderingen van Arafat op de muren; gillende kinderen, claxons in de verte, de oproep tot gebed, veel lawaai van alle kanten.

beirut-9-666x1000

Hier werd geleefd, hutje mutje. Er was veel ellende, dat was duidelijk en Shatila zou twee jaar later het symbool van dood en verderf worden toen Libanese falangisten, onder het wakend oog van Israëlisch militairen, honderden Palestijnse vluchtelingen afslachtte.

Bij alle bezoeken aan Palestijnse kampen, en er zouden nog ontelbare volgen tot de dag van vandaag, zag ik ook de heroïek van het overleven, de wil toch een leven op te bouwen ondanks alles, het doorleven met hoop. Van het eerste bezoek aan Shatila staat nog één overheersend gevoel in mijn geheugen gegrift: wat een absurditeit is dit. Nauwelijks een uur rijden naar het zuiden ligt het land waar deze vluchtelingen vandaan komen, dat ze hartstochtelijk als hun vaderland zijn blijven zien, al zijn ze er misschien niet eens geboren. Maar daar kunnen ze niet terug. De Naqba van 1948 maakt terugkeer onmogelijk. Voorlopig althans, maar dat voorlopig is de AOW-leeftijd al voorbij.

In het populaire lied Hajamu (Zij vielen aan) van Firqat Al-Rawabi komen de volgende regels voor: “Achter de horizon heb ik een vaderland. / Spoedig zal ik naar haar terugkeren. / Daar zal ik mijn broer ontmoeten. / En de belofte zal in vervulling gaan.” Onderwerp van dat lied is de Israëlische aanval op Gaza in 2014, die een nieuwe stroom ontheemden die huis en haard moesten verlaten omdat hun huis kapot werd gebombardeerd of geschoten.

Een van de onthutsende kenmerken van het Palestijnse drama is dat er voortdurend van een soort Droste effect sprake is. Het DNA van Gaza bestaat uit een ketting van een achttal vluchtelingenkampen. Ook buiten de kampen, wat overigens gewoon sloppenwijken zijn, wonen veel Palestijnen die sinds 1948 naar Gaza zijn gevlucht. Van de ruim 1,8-miljoen inwoners in Gaza is 1,3 vluchteling.

Sinds 2007 is Gaza drie keer het toneel geweest van een militaire escalatie. De laatste, in 2014, was verreweg het meest destructief. Israëlisch beschietingen en bombardementen hadden tot gevolg dat 28% van de totale bevolking in Gaza, rond de half miljoen mensen, moesten vluchten. Vluchtelingen die wederom moesten vluchten. Voilà Droste.

Inmiddels zijn de meeste mensen teruggekeerd naar huis, of wat er over was van hun huizen. De wederopbouw in Gaza wordt ernstig gehinderd door invoerbeperkingen van bouwmaterialen en het feit dat sommige donoren niet over de brug zijn gekomen met beloofde hulpgelden.

Volgens een recent rapport van de VN zijn er in Gaza in april 2016 nog 90,000 I.D.P.’s (Internally Displaced Persons). Dat is een aantal haast gelijk aan de helft van de Groningse bevolking. Veel huishoudens zijn overigens in de loop der tijden verschillende malen ontheemd geraakt. De VN telde 2,689 huishoudens voor wie het de eerste keer was, 3,860 huishoudens die twee keer hadden moeten verkassen, 5,618 huishoudens drie keer en 3,974 huishoudens vier keer.

Achter de kille statistieken schuilt veel leed. Van de 90,000 ontheemden in Gaza zijn bijvoorbeeld, volgens de VN­cijfers, 55,000 kinderen. Veel families hebben geen of nauwelijks inkomen en zijn afhankelijk van voedselhulp en andere hulpverlening. Elke Palestijn kan je vertellen dat het telkens moeten vluchten, ontheemd raken, dakloos worden, opgesloten zijn in Gaza, in wezen geen humanitaire problemen zijn maar politieke.

De realiteit van de meer dan 5,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen in het Midden­Oosten is vanuit humanitair opzicht vaak een ramp, maar is direct te wijten aan de halsstarrige houding van Israël dat weigert serieus te onderhandelen over onderwerpen zoals dat van de vluchtelingen.

Het is in feite sinds 1948 een no go onderwerp en het drama van het Drosteeffect gaat maar door. De Naqba vindt nog elke dag plaats. Op de Westelijke Jordaanoever raakten in de eerste drie maanden van 2016 ruim 700 mensen dakloos omdat Israël, in strijd met het internationaal recht en elementaire mensenrechten, hun woningen sloopte. Zogenaamd omdat ze “illegaal” gebouwd zouden zijn. Gaza blijft grotendeels afgesloten van de buitenwereld en haar bewoners, vaak vluchteling, ontheemd en nog een keer dakloos geworden ook, krijgen niet de hulp waar ze recht op hebben.

Eerlijk gezegd had ik, wandelend in Shatila in 1980, niet gedacht dat in 2016 het Palestijnse vluchtelingenprobleem geen stap dichter bij een oplossing en zelfs onbespreekbaar zou zijn. Een wrange gedachte: terwijl miljoenen mensen uit Syrië opgevangen worden in Europa en vooral in de buurlanden Libanon, Jordanië en Turkije, blokkeert Israël na 68 jaar nog steeds een oplossing voor de Palestijnse vluchtelingen.

(eerder gepubliceerd in mei 2016 door de nieuwsbrief Groningen-Jabalya)

 

 

The story of Ali

(letter from Amal Nashashibi, 2 November 2015)

It concerns a young man, 17 years old from Bethlehem. His name is Ali Iyad Mahmoud Jubeh.   He was shot in the upper back by an Israeli soldier during clashes of the Palestinian youth (Al Shebab) with the Israeli Occupation Army (IOF) near the Bethlehem – Jerusalem (300) checkpoint on October 12, 2015 .

jongen

He was evacuated by an Israeli army ambulance and was admitted at the Israeli Sheari Tsedek Hospital, in West Jerusalem.     His family was informed after midnight by Israeli intelligence personnel.  They were told that he was shot and was in hospital in a very critical condition.

They could not rush to hospital right away as any mother or father on earth would do. They had to wait until permission was issued them to enter Jerusalem. The permission was issued on October 14 at 7:30 p.m.   They were only able to reach the hospital the next morning.   In the meantime, the hospital refused to give any information to the family on the phone, and went as far as denying that they heard of his name.

When they finally arrived at the hospital on Friday October 15 at 9 a.m. , they were told by the hospital security that their permit is for entering Jerusalem only and is not valid for entering the hospital.   They waited 4.5 hours until they were allowed to enter the hospital through the mediation of the Palestinian Coordination Committee with Israel.     They were allowed to see their kid for 20 minutes only that day.

Ali was moved into a ward after spending 4 days in intensive care.    He was in a room which was turned by the Israeli army into a prison cell.     He was hand cuffed in bed and was guarded by three Israeli soldiers.    His open wounds and the drainage tubes under his arm pits did not prevent the soldiers from pressing his hands together in a hand cuff.  This is how his family saw him. But, he told them that he was OK!

I met the family by chance on the 18th.   My brother was admitted with mild angina to the cardiac ward of the same hospital three days earlier.   I was taking him for a walk.   As he was still weak he wanted to rest in the first lounge we passed.     We sat next to an Arab couple who looked sad. The lady was crying silently.   I asked her, as anyone would do in a hospital, if anything was wrong?   She told me the story of her son Ali.   She told me that she is especially vexed because her son broke out when he saw her that morning.   His pain was unbearable and the hospital staff would not respond to his pressing needs.  She was only allowed to stay with him for half an hour that day. This is why she was sitting in the lounge crying, not able to go back in to his room to help him and sooth him.

That was not the first time that I encounter such unspeakable brutality.   In 1996, during the Intifada against the Tunnel that was dug under the Al Aqsa Mosque, a little lad 14 years of age from Sa’ir near Hebron was shot in the pelvis by the Israeli army and was brought to Hadassah Hospital by the IOF.   His family was under curfew.   I knew about him by chance, again, and I went to see him. I was pushed out of his room by an Israeli soldier, but, I still could notice that he was hand cuffed and leg cuffed to the bars of the hospital bed after undergoing a major surgery.

I told Ali’s mother that I know exactly how it is.   But, In fact I did not.   Because while the Sa’ir kid story ended well after a campaign was launched against Hadassah hospital for allowing such brutality under its roof,   Ali’s story together with a score of other teen agers at Israeli Hospitals in Jerusalem is turning into horror accounts.     These kids are treated for their wounds true, but are otherwise brutalized by the Israeli army and some of the hospital staff. Families of some Jerusalem kids are not allowed to see them in Hospital, as is the case of Shourouq Dweiyat 18 yrs that I know of.  Then, and most importantly, these kids are dragged to actual prisons before the hospitals agree to discharge them.

This is the case of Ali.   He was dragged from his hospital bed by the Israeli army three days ago with an open wound in the chest. He was taken to court and then to Ramle prison.   The medical staff of the Shear Tsedek hospital was expecting him back, as he still needed plastic / reconstructive surgery.

In fact, my story could have been more precise had I looked at his medical record which the hospital promised to release today November 1. The hospital declined to do that, and told the father that they needed another week.   In this age, medical records are ready by a press to a button.

Actually, I was told by a Jerusalem lawyer that there are 53 kids who are in the same condition as Ali: wounded teen agers who are undergoing a reign of terror in Israeli hospitals at the hands of an unleashed army of soldiers and Israeli civilians.   Some of the Israeli medical staff are doing their job as pros. But it seems that they are also terrorized. They cannot release a medical record as promised.   The medical staff is taking their orders from the Israeli army and intelligence!!

My biggest worry is the Israeli judges.   They are issuing arrest warrants without checking medical records?

Please help Ali to go back to hospital for treatment.   The family is so concerned that his wound will be infected.     This is very very urgent.  This needs to be done yesterday.

 

Amal Nashashibi

East Jerusalem

Tel 00-972-544-280-229

 

Ali’s Father

Mobile # 00-972-52272463

jongen1

 

 

Trailer van de video From the Wings waarin het werk van Theatre Day Productions in Gaza wordt belicht.

Om de hele film te zien (zo’n 18 minuten) klik op http://vimeo.com/120414566  Ik vond het een mooie, nu en dan ontroerende en heel geestige video. Heb zelf in onderstaande blog, die deels ook in het Dagblad van het Noorden is gepubliceerd, geprobeerd het werk van TDP te beschrijven, maar deze video geeft een vollediger beeld. De film werd gemaakt door Leo van Enden van http://www.roemfilm.nl

Brief aan de burgemeester, wethouders en de gemeenteraad van Amsterdam

29 juni 2015

Enkele fracties in de Amsterdamse Gemeenteraad, gesteund door burgemeester Eberhard van der Laan, spannen zich in om een stedenband tussen Amsterdam-Tel Aviv/Jaffa tot stand te brengen.

Wij vinden dat een slecht idee.

Zoals bekend staat Israël bloot aan groeiende kritiek vanwege zijn politiek ten opzichte van de Palestijnen. Daarbij gaat het vooral om de voortgaande kolonisatie van de in 1967 bezette Westelijke Jordaanoever (een schending van de Vierde Conventie van Genève).

Ruim 20 jaar ‘onderhandelen’ in het kader van het zogeheten Oslo-proces tussen Israël en het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) heeft voorts niets opgeleverd, mede omdat in die 20 jaar het aantal joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever verdrievoudigd is. Inmiddels is ook de Amerikaanse bemiddelaar, John Kerry, tot de conclusie gekomen dat vooral Israël verantwoordelijk is voor het uitblijven van een politieke regeling.

Ook de achtergestelde positie op basis van institutionele discriminatie van de autochtone Palestijnse burgers van Israël is aan groeiende kritiek bloot komen te staan. En dan is er het grootschalige militair geweld van Israël tegen de Gaza-Strook, waarvan vooral Palestijnse burgers het slachtoffer zijn.

Kritiek op de politiek van Israël wordt door Israëlisch leiders weggewuifd. Men gaat gewoon op de ingeslagen weg voort. Onlangs is er in Israël een regering aangetreden die steunt op ultra-nationalistische en ultra-orthoxe partijen. Met het oog op het bovenstaande belooft dat weinig goeds voor de toekomst.

Westerse regeringen laten na om effectieve druk uit te oefenen om Israël tot een ander beleid te bewegen. Waar regeringen het laten afweten, heeft de civil society het initiatief in handen genomen: met geweldloze middelen probeert deze druk op Israël op te bouwen.

Tot onze verbazing en afkeuring komt in deze context vanuit de Gemeenteraad van Amsterdam een voorstel om de band met Israël aan te halen in de vorm van een stedenband/samenwerkingsovereenkomst met Tel Aviv/Jaffa de grootste stad van het land.

Naar onze mening gaat hiervan een verkeerd politiek signaal naar Israël uit.

Paul Aarts, docent Internationale Betrekkingen; Mustafa Ayranci, voorzitter HTIB Amsterdam; Mieke Bal, hoogleraar Literatuurwetenschap en oprichter ASCA; Wim Bartels, oud-internationaal secretaris IKV; Tineke Bennema, auteur; Lily van den Bergh, cineaste en secretaris Vrouwen in het Zwart Nederland; Pepijn Brandon, docent Geschiedenis en auteur; Laurens Jan Brinkhorst, oud-minister; Yael Davids, performance kunstenaar; Hilla Dayan, docent sociologie en medeoprichter Gate48; Hans Feddema, antropoloog en publicist; Peyman Jafari, docent Iranstudies en auteur; Anne de Jong, docent antropologie; Jan Keulen, journalist, auteur en onderzoeker Press Freedom; Wim Lankamp, voorzitter Nederlands Palestina Komitee; Benji de Levie, voorzitter Diensten en Onderzoekscentrum Palestina (DocP) en voorzitter Stichting Palestina; Abdou Menehbi, voorzitter Emcemo en secretaris IOMA; Anja Meulenbelt, auteur, publicist en medeoprichter Kifaia; Annelies Moors, hoogleraar antropologie en islam; Kees van der Pijl, hoogleraar Internationale Betrekkingen; Anke Polak, voorzitter Humanistisch Vredesberaad; Ingrid Rollema, beeldend kunstenaar; Galit Saporta, medeoprichter en voorzitter Gate48; Robert Soeterik, auteur en Midden-Oostenspecialist; Kees Wagtendonk, secretaris Nederlands Palestina Komitee; Anne-Ruth Wertheim, publicist en onderzoeker racisme; Jan Wijenberg, oud-ambassadeur; Yahia Bouyafa, Raad van Verenigde Moskeeën Nederland; Ghada Zeidan, voorzitter Palestine Link

Op bezoek in Jabaya

Groningen en Jabalya mogen dan formeel geen stedenband hebben, een informele band is er zeker. We worden hartelijk begroet door burgemeester Issam Joudeh en gemeentelijk pr-medewerker Sadi Dabour. De burgemeester zegt internationale kontakten erg belangrijk te vinden en persoonlijk geïnteresseerd te zijn die kontakten te verstevigen. Er is Joudeh veel aan gelegen de nieuwe burgemeester van Groningen Peter den Oudsten te ontmoeten.

Van links naar rechts burgemeester Issam Joudeh, Lejo Siepe, Jan Keulen en de locoburgemeester van Jabalya.

Van links naar rechts burgemeester Issam Joudeh, Lejo Siepe, Jan Keulen en de locoburgemeester van Jabalya.

Bestuurslid Groningen-Jabalya Lejo Siepe met Jabalya's gemeentevoorlichter Sadi Dabour

Bestuurslid Groningen-Jabalya Lejo Siepe met Jabalya’s gemeentevoorlichter Sadi Daboor

Het dichtbevolkte Jabalya heeft zwaar te lijden gehad van de oorlog tussen Israël en Hamas in de zomer van 2014. De levensomstandigheden van de ongeveer 200.000 inwoners –ietsje meer dan Groningen- zijn verder verslechterd. De werkeloosheid schommelt rond de 60% en de Hamas-autoriteiten hebben weinig financiële middelen om zelfs maar een minimum aan nodige voorzieningen aan te bieden.

De gemeente Jabalya is lid van ICLEI, de International Council for Local Environmental Initiatives, en werkt in dat verband samen met gemeentes in Turkije, Bahrein, Marokko en Tunesië. De problemen op milieugebied zijn erg groot: gebrekkige watervoorziening en riolering en rantsoenering van elektriciteit. Elke buitenlandse hulp is erg welkom maar beperkt zich, aldus Joudeh, tot enige financiële bijstand uit Turkije en de Golf.

Zonnepanelen worden te koop aangeboden in Jabalya. De panelen zijn van Chinese makelij. Ze kunnen stroom opwekken voor een paar lampen of de tv. Kwalitatief schijnen ze niet erg goed te zijn en zeker geen oplossing voor het tekort aan electriciteit in Gaza.

Zonnepanelen worden te koop aangeboden in Jabalya. De panelen zijn van Chinese makelij. Ze kunnen stroom opwekken voor een paar lampen of de tv. Kwalitatief schijnen ze niet erg goed te zijn en zeker geen oplossing voor het tekort aan electriciteit in Gaza.

Joudeh is realistisch en weet dat de politieke omstandigheden (lees: de heerschappij van Hamas in Gaza) niet helpen bij formele banden met Nederland. “Maar banden tussen maatschappelijke instellingen in Jabalya en Groningen zijn wel goed mogelijk. De steun aan het Namaa College, dat van groot belang is voor de samenleving in Gaza, is daarom ontzettend welkom. De burgemeester dankt de gemeente Groningen en de stichting Groningen-Jabalya voor de hulp aan deze school die beroepsopleidingen aanbiedt op MBO-niveau: de beurzen voor arme studenten en de lift in het hoge gebouw, een cruciale faciliteit voor gehandicapte studenten.

DSC02117

Het Namaa College for Science and Technology zit in het gebouw dat gefinancierd is door de gemeente Groningen en opgeleverd in 2006, vlak voor de machtsovername in Gaza door Hamas. Een deel van het gebouw –de theaterzaal- is nooit afgemaakt en niet in gebruik. Het mag een wonder heten dat het Groningse gebouw ongeschonden de drie oorlogen sinds 2006 heeft overleefd.

Hoewel Jabalya zwaar te lijden heeft gehad van de bombardementen en beschietingen van vorig jaar, met beschadigde infrastructuur en woonhuizen, zijn de vernielingen minder dramatisch dan in het aangrenzende Beit Hanoun, Beit Lahiya en in de oostelijke wijk Shejaiya. We bezoeken Shejaiya en voelen onszelf verpletterd als we door delen van de wijk rijden die met de grond gelijk zijn gemaakt. Meer dan 600 gebouwen in Shejaiya werden totaal verwoest en haast 300 zwaar beschadigd. Van wederopbouw is nog geen spoor en de meeste bewoners leven nog steeds als ontheemden in schoolgebouwen of provisorische onderkomens.

DSC02111

DSC02110

Aan de rand van Shejaiya staat een grote kippenboerderij en wordt landbouw bedreven onder het waakzaam oog van Israëlisch uitkijktorens en drones.

DSC02115

Massaal jeugdtheater in Gaza

De stukken zijn grappig, ontroerend, en het gaat over de thema’s die de kinderen –en grote mensen- in Gaza bezighoudt. Zoals: vrijheid, opgesloten zitten, vriendschap, verlangen, verlies en dromen. Politiek wordt vermeden en het woord oorlog wordt niet genoemd. Maar de slapstick-achtige scenes raken een snaar, maken dat het publiek lacht en huilt tegelijkertijd. Ervaringen en emoties worden herkend.

“We brengen geen amusement alleen maar om de kinderen bezig te houden; geen flauwe clowns bijvoorbeeld”, zegt Tania Mourtaja, medewerkster van Ayyam al Masrah, Theatre Days in Gaza. De acteurs oefenen een scene van het stuk Tussen de woestijn en de zee. “Ja, dat gaat natuurlijk over Gaza, een kleine strook land waar de mensen opgesloten zitten tussen de woestijn, de zee en de Israëlische en Egyptische checkpoints. Kijk, zij leert zwemmen, maar het lukt niet erg. Als je kunt zwemmen kun je misschien wegkomen, de vrijheid tegemoet.”

DSC02064

Een dikkige actrice maakt de anderen aan het lachen met haar mimiek, komische bewegingen en fratsen. We zijn in het YMCA-theater in Gaza-Stad, een van de weinige professionele theaterfaciliteiten in Gaza, ingericht door Theater Days. De groep acteurs en actrices is een van twintig groepen die zich tijdens de ramadan-vakantie voorbereidt op het geven van 720 voorstellingen later deze zomer.

DSC02066

“Het is een gigantische operatie”, zegt Jackie Lubeck, die een aantal van de stukken heeft geschreven. “We zouden er het Guinness Book of Records mee kunnen halen. Het idee is om gedurende drie weken voorstellingen te maken voor tienduizenden kinderen tussen de twaalf en veertien jaar in Gaza. Voorstellingen waar de kinderen hun eigen leven in herkennen en hoop uit kunnen putten. Er zijn tachtig acteurs bij betrokken die betaald worden uit het job creation programma van de UNRWA, twintig technici en twintig field assistants die de leiding hebben over praktische aangelegenheden. De meeste stukken worden opgevoerd op schoolpleinen en geïmproviseerde ruimtes.

In het YMCA-theater is de repetitie afgelopen en wordt gezamenlijk gegeten. De meeste acteurs zijn vrouwen, “een novum voor Gaza” zegt Tania Mourtaja.

Welkom in het paradijs (16 juni ’15)

Vanochtend aangekomen in Gaza. Erez ging vlot. Maar wat betekent vlot? We waren even na achten bij de grenspost en de Israelische vertrekhal was praktisch leeg. Een paar Europeanen, zo te zien van hulporganisaties, die hun papieren moesten laten zien en uitleggen wat ze in Gaza gingen doen. Wij gingen door dezelfde procedure.

We zijn te gast bij Theatre Day Productions, leggen we uit. Het gaat om een groot jeugdtheaterproject in Gaza. We krijgen een stempel en mogen door. Onze koffer op wieltjes achter ons aan slepend lopen we een soort sla-om door het kafkaiaanse gebouw van het Israelische leger, om uit te komen in een langerekte kooi van betonplaten met een hekwerk aan de zijkanten en de bovenkant. Van tijd tot tijd komen ons golfkarretjes tegemoet of achterop, meestal met bejaarde Palestijnen. Je komt Gaza alleen uit als je medische redenen hebt (en vaak ook dan niet) of als je connecties hebt. De kooi is minstens een kilometer lang, misschien langer. Het is in ieder geval een stevige wandeling van zo’n kwartier.

“Welkom in het paradijs”, had onze chauffeur gezegd toen hij ons afzette bij Erez. Een ironisch grapje dat hij waarschijnlijk vaker gemaakt heeft. Het paradijs ligt nu aan onze voeten. Bij de Palestijnse grenscontrole Beit Hanoun aan de andere kant krijgen we een officieel papier waar nog een stempel opgezet moet worden en we zijn binnen. Nauwelijks tien minuten in Gaza zien we een bord richting Jabalya, maar ons hotel ligt in Gaza Stad en we rijden door. We krijgen nog een drukke dag maar daarover later meer. Hier zijn een paar foto’s.

With a group of actors of Theatre Day

With a group of actors of Theatre Day

DSC02057

With dr. Mahmoud Eddama and staff of Na’ama College, Jabalya

Het gas van Gaza: fata morgana of wrange grap?

Een slechte grap. Zo wordt het nu gezien: de belofte van twintig jaar geleden dat Gaza veranderd zou kunnen worden in het Hong Kong of het Singapore van het Midden-Oosten. Gaza wordt nu geassocieerd met isolatie, humanitaire crisis, hoge werkloosheid (haast 40% van de beroepsbevolking) en armoede. De haven en het vliegveld van Gaza zijn ruïnes en het bedrijfsleven, afhankelijk van import en export, ligt grotendeels op zijn gat. gazagasmap2 De Egyptische revolutie van 2011 leek even soelaas te bieden. De tunnels tussen Egypte en Gaza boden de mogelijkheid tal van essentiële goederen te importeren en de Israëlisch blokkade, die al vanaf 2006 van kracht is, te doorbreken. De afzetting van president Morsi en het in ongenade vallen van de Egyptische Moslimbroeders in juli 2013 maakten echter een einde aan de tijdelijke economische zuurstoftoevoer. De tunnels sloten weer, de Egyptische militairen herstelden de samenwerking met Israël en de blokkade werd hersteld.

Het “terug-bij-af-gevoel”, toch al sterk bij degenen die het Midden-Oosten conflict jaar in jaar uit op de voet volgen, werd weer eens versterkt toen met de Israëlisch feestdagen van Passover de grensovergang Kerem Shalom hermetisch werd gesloten en er in Gaza prompt een tekort ontstond aan diesel, benzine en butagas (vooral gebruikt om te koken). Een gebrek aan diesel vertaalt zich ook in een gebrek aan stroom omdat Gaza’s enige elektriciteitscentrale diesel stookt. Die diesel wordt overigens, tegen zeer gunstige voorwaarden (lees: ver onder de wereldmarktprijs), geleverd door Qatar. Israël is niet meer dan een noodgedwongen doorvoerland; noodzakelijk omdat de havenfaciliteiten in Gaza kapotgebombardeerd zijn door dat zelfde Israel.

De energiecrisis in Gaza is des te ironischer omdat in feite het gebied rijk is aan aardgas. Het Palestijns Investeringsfonds schatte de waarde van het gas onlangs op vijf miljard euro. Er zou ongeveer een half miljard euro nodig zijn om het gasveld, vlak voor de kust van Gaza, te ontginnen. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid gas werd ook vastgesteld door de United States Geological Survey.

Eigenlijk is Gaza dus helemaal niet zo arm: het gebied heeft een uiterst strategische ligging, een goed opgeleide bevolking en is rijk aan gas en mogelijk ook olie. Het gas werd al in 2000 ontdekt, vlak voor het uitbreken van de tweede intifadah. Yasser Arafat voer toen met een vissersboot naar het exploratieplatform waar een enorme gasvlam het zichtbare bewijs was van de rijkdom beneden. “Dit gas is een gift van God voor ons volk en onze kinderen” riep Arafat uit. “Het zal een stevige fundering zijn voor onze economie, voor het stichten van onze onafhankelijke staat met heilig Jeruzalem als haar hoofdstad”.

Inmiddels is ontdekt dat de gasvoorraden nog groter zijn dan destijds aangenomen. Tegelijkertijd lijken de Palestijnen en in het bijzonder de Gazanen verder dan ooit verwijderd van een situatie dat ze er ook daadwerkelijk profijt van kunnen trekken. In 2011 stond de Israëlische regering de in de Verenigde Staten gevestigde olie- en gasreus Nobel Energy toe het aardgasveld voor de kust te exploiteren. Experts zijn bang dat ook het gas voor de kust van Gaza aangeboord wordt. In een rapport van de UN Economic and Social Council wordt Israël ervan beschuldigd niet alleen de Palestijnen te verhinderen hun natuurlijke rijkdommen aan te wenden, maar ook die rijkdommen in gevaar te brengen en zelf te gebruiken. Vanuit het oogpunt van internationaal recht is dat uiteraard niet in de haak. De natuurlijke hulpbronnen van bezet gebied mogen niet gebruikt, verplaatst of verkocht worden. VN-resolutie 3005 bevestigt nog eens het recht van de bevolking in bezet gebied op zijn natuurlijke rijkdommen en grondstoffen.

In Israël houdt men de lippen stijf op elkaar, als het over dit onderwerp gaat. De Palestijnse beschuldiging dat Tel Aviv de internationale regelgeving aan z’n laars lapt wordt beantwoord met totale mediastilte. Het vaarverbod voor de kust van Gaza maakt het onmogelijk voor journalisten zelf polshoogte te gaan nemen. Begin dit jaar maakte het Palestijnse parlementslid Salem Salama bekend dat nu nog dichter bij de kust, op zo’n 200 tot 300 meter van het strand in Gaza, aardgas was ontdekt. In principe betekent dit dat het relatief gemakkelijk moet zijn om het te ontginnen. De gaswinning vereist echter een politiek akkoord.

Het laatste wat Israël, de VS en de Europese Unie willen is dat het lokale Hamas-bestuur in Gaza over aardgasbaten zou beschikken en niet meer afhankelijk zou zijn van de Israëlische “goodwill” diesel en gas uit Qatar door te laten. Ook is er in Tel Aviv geen politieke wil de Palestijnse Autoriteit te laten delen in de opbrengsten uit haar eigen olie en gas. Net als het dromen over Singapore en Hong Kong is al dat aardgas en mogelijk olie voor de kust van Gaza in de bodem van de Middellandse Zee eigenlijk een wrange grap. Eerder gepubliceerd in http://www.groningen-jabalya.com/ Nieuwsbrief Groningen-Jabalya no. 34 (2014) Zie ook: http://www.gaza-oil.blogspot.nl

De Palestijnen en de Arabische brand

De inwoners van Gaza gaan van catastrofe naar catastrofe. In de zomer van 2014 was het zeven weken oorlog tussen Israël, Hamas en andere Palestijnse groepen. Israëlisch bombardementen en beschietingen verwoestten tienduizenden woningen, ziekenhuizen, scholen en bedrijven. Nu, vele maanden later, hebben nog steeds ongeveer 100.000 Gazanen geen eigen dak boven hun hoofd en moeten in scholen, tenten of andere tijdelijke onderkomens slapen. Gaza

De meeste van de 1,8 miljoen inwoners van de Gazastrook hebben geen toegang tot gezondheidszorg, water of sanitaire voorzieningen. Elektriciteit is op rantsoen. Er is weinig werk en de meerderheid van de bevolking is afhankelijk van voedselhulp. 400.000 kinderen hebben, na drie oorlogen in zes jaar, behoefte aan psychosociale ondersteuning. VN-agentschappen en hulporganisaties luidden dit voorjaar de noodklok over het uitblijven van hulp.

De internationale gemeenschap had, tijdens een conferentie in Cairo, Gaza vijf miljard euro toegezegd voor wederopbouw en noodhulp. Maar praktisch geen cent van al dit toegezegde geld is al ten goede gekomen aan de inwoners van Gaza. De VN en Ngo’s wezen er terecht op dat Israël nog steeds de bezettende macht is in Gaza en dat het de blokkade van het gebied moet opheffen. Egypte werd opgeroepen de grenspost Rafah weer te openen, al was het maar om humanitaire redenen. Ook werd opgeroepen tot hervatting van de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen. Uiteindelijk is het dit decennia oude conflict dat de grondoorzaak is van Gaza’s ellende.

Dat is allemaal heel erg waar en tegelijkertijd is het niet het hele verhaal. Het Midden-Oosten staat in brand met oorlogen in Libië, Syrië, Irak en Jemen. Je hoeft geen cynicus te zijn om te constateren dat er in de regio kennelijk wel genoeg geld is om besteed te worden aan het bombarderen, schieten, vernielen en moorden op grote schaal, maar niet aan wederopbouw en herstel. Politieke spanningen tussen Hamas, dat Gaza controleert, en de Palestijnse Autoriteit die, volgens de Cairo-overeenkomst verantwoordelijk is voor de wederopbouw en kanalisering van de hulpgelden, zijn er mede verantwoordelijk voor dat het herstel van Gaza maar niet op gang komt.

Golfstaat Qatar, dat haast een miljard euro toezegde voor infrastructurele werken als het aanleggen van straten, huizenblokken en de bouw van scholen en ziekenhuizen, zocht in maart direct contact met Israël om te onderhandelen over de doorvoer van bouwmaterialen via de Israëlisch grenspost Eretz. Qatar bemiddelde ook tussen Israël en Hamas over een langdurig bestand, dat de wederopbouw van zeehaven en vliegveld in Gaza mogelijk zou moeten maken. De Qatari bemoeienissen schoten de Palestijnse Autoriteit en Egypte in het verkeerde keelgat. Generaal al-Sisi en president Mahmoud Abbas staan wantrouwend ten opzichte van de politieke bedoelingen van Doha. De zaak liep (voorlopig?) met een sisser af toen Qatar verzekerde de verzoening tussen Fatah/Palestijnse Autoriteit en Hamas niet te willen dwarsbomen en dat het niet de bedoeling was geweest de Palestijnse Autoriteit te passeren.

Je zult maar Gazaan zijn en geen dak boven je hoofd hebben, geen werk, afhankelijk van de UNWRA-voedseluitdeling, getraumatiseerd en Gaza niet uit kunnen…. En de politici blijven ruziën. Toch helpt het niet de Palestijnen louter als slachtoffers te zien. Palestijnse politici en organisaties zijn ook, vaak noodgedwongen, spelers in de gepolariseerde Arabische arena. Er is een lange, tragische geschiedenis van Palestijnse betrokkenheid bij interne Arabische conflicten, waarbij de Palestijnen meestal als verliezers uit de bus kwamen: Zwarte September in Jordanië begin jaren zeventig, de Libanese burgeroorlog in de jaren zeventig en tachtig, Koeweit in de eerste Golfoorlog.

En soms spannen Arabische landen samen met Israël, zoals Egypte dat onder Mubarak en nu weer onder al-Sisi de Israëlisch blokkade van Gaza mogelijk maakt. Bashar al-Assad, de zelfuitgeroepen “held” van de Palestijnse zaak, laat het vluchtelingenkamp Yarmouk bij Damascus omsingelen, bombarderen en verhongeren. De strijd tegen de jihadisten van de Islamitische Staat en de bescherming van de overgebleven kampbewoners wordt overgelaten aan de, met Hamas gelieerde, Palestijnse militie Aknaf Beit al-Maqdis. De Arabische wereld staat in brand en ook de Palestijnen voelen de hitte, daar lijkt geen ontkomen aan. En de inwoners van Gaza en Yarmouk betalen de tol. http://www.groningen-jabalya.com/ Nieuwsbrief Groningen-Jabalya no. 35, mei 2015

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s