Moord op journalisten in Gaza en Libanon onderdeel van culturele genocide

Woensdag 22 april werd journalist Amal Khalil, 42, gedood toen ze verslag deed van een eerdere Israëlische aanval in het Zuid-Libanese dorp al-Tayri. Een eerste aanval trof een voertuig dat voor Khalil en freelance fotograaf Zeinab Faraj reed. Het duo zocht daarna zijn toevlucht in een nabijgelegen huis. Volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid werd het huis vervolgens getroffen door een tweede aanval. Reddingswerkers haalden Faraj, die een ernstige hoofdwond had opgelopen, uit het huis, maar werden beschoten voordat ze Khalil konden bereiken.

Uren later vonden ze Amal Khalil dood onder het puin.

De Libanese premier Nawaf Salam omschreef de moord als een oorlogsmisdaad en zei dat Libanon alles in het werk zou stellen om de daders internationaal te vervolgen.

De gerichte aanval op de journalisten in Libanon en Gaza vertoont een patroon. Eerder in april werden drie journalisten in Zuid-Libanon gedood door het Israëlische leger. Journalisten zijn burgers. Ze mogen nooit doelwit worden. Amal Khalil was eerder, via Whatsapp, door Israël met de dood bedreigd.

8 april gaat in Beiroet de geschiedenis in als ‘Zwarte Woensdag’. Binnen korte tijd voerde Israël een golf aanvallen uit, die aan haast vierhonderd Libanezen het leven kostte. Meer dan 1.200 mensen raakten gewond. De meeste slachtoffers waren burgers. Israël gaf de massale aanval de naam mee van een van de tien Bijbelse plagen: ‘Operatie Eeuwige Duisternis’.

Net als eerder in Gaza ging het brute Israëlische geweld gepaard met aanvallen op de media. Drie Libanese journalisten werden gedood in een Israëlische drone aanval in Zuid-Libanon: Fatima Ftouni en haar broer Mohammed die voor Al Mayadeen werkten en Ali Shuaib van het aan Hezbollah gelieerde Tv-station Al Manar. In Tyrus kwam radiopresentator Ghada Dayek om het leven bij een bombardement op haar huis. Journalist en Tv-presentatrice Suzanne al-Khalil werd thuis gedood in het bergdorp Kayfoun, in het centrum van Libanon.

Het Israëlische leger maakte er geen geheim van dat het om gerichte aanvallen ging. Een van de journalisten zou een ‘inlichtingenofficier’ van Hezbollah zijn. Anderen zouden Hezbollah-propagandisten zijn. Net als in Gaza, waar sinds oktober 2024 meer dan 260 journalisten, cameramensen en media-medewerkers zijn gedood, werden de beschuldigingen niet met feiten gestaafd.

In Libanon werd de aanval op de journalisten breed veroordeeld. De Libanese president Joseph Aoun -voorwaar geen politieke vriend van Hezbollah- noemde het een ‘schaamteloze misdaad’. ‘Israël trekt zich niets aan van internationale normen en verdragen waarbij journalisten bescherming genieten’.   ‘Wat men ook vindt van de redactionele lijn of de rol van media die gelieerd zijn aan of nauw verbonden zijn met Hezbollah, een journalist mag, ongeacht zijn of haar mening of de omstandigheden, nooit een doelwit worden,’ schreef de liberale krant l’Orient le Jour. ‘Het voortbestaan ​​van de persvrijheid hangt ervan af.’

Libanon kent een decennialange, pijnlijke geschiedenis van journalisten die vanwege hun politieke opvattingen werden vermoord. Tientallen dodelijke aanslagen op prominente journalisten werden in het verleden bijvoorbeeld toegeschreven aan de Syrische inlichtingendienst. Maar de afgelopen jaren is het juist Israël dat ongestraft de jacht op journalisten heeft geopend. Vanaf oktober 2023 werden minstens 21 Libanese journalisten door Israël gedood; de meeste van hen in gerichte aanslagen.

Op zich is het internationaal recht kristalhelder als het gaat over de status van media in oorlogen. Artikel 79 van het in 1979 toegevoegde Protocol van de Geneefse Conventies zegt dat ‘journalisten op gevaarlijke missies tijdens gewapend conflict moeten worden behandeld als burgers’. Met andere woorden: journalisten zijn nooit een legitiem doelwit. Nu staat Israël niet bekend zich uitermate te bekommeren om welke burgers dan ook. Zie de grote aantallen burgerslachtoffers in Gaza en Libanon. Maar in het geval van mediawerkers is nog iets anders aan de hand: ze worden doelbewust geëlimineerd in de slaapkamer van hun woning of in hun met de letters PRESS gemarkeerde auto, onderweg naar een journalistieke klus.

De ongeëvenaarde ‘oorlog tegen de journalistiek’ in Palestina en Libanon staat niet op zichzelf. Tijdens de genocide in Gaza, maar ook eerder al, werd duidelijk dat Israël er alles aan doet de Palestijnse samenleving zo hard mogelijk te treffen. In Gaza werd de onderwijssector grotendeels verwoest. Honderden academici, leraren en onderwijzers werden gedood door het Israëlische leger. Studenten en leerlingen kregen geen toegang meer tot boeken en leermiddelen. Academische uitwisseling werd onmogelijk gemaakt. De Verenigde Naties spreekt van scholasticide in Gaza: de systematische en doelbewuste vernietiging van het onderwijssysteem, bibliotheken en kennisinfrastructuur.

De Israëlische strategie lijkt erop gericht de toevoer van cruciale intellectuele en culturele zuurstof voor Palestijnen en Libanezen -zeker van de grote sjiitische bevolkingsgroep in Libanon- zoveel mogelijk af te sluiten. Met militaire en politieke overheersing komt onvermijdelijk ook de culturele dominantie en de Israëlische gedachtenpolitie. Vandaar de sluiting van UNRWA, verantwoordelijk voor het onderwijs in Palestijnse vluchtelingenkampen. Vandaar de sluiting of tegenwerking van mensenrechtenorganisaties. Vandaar het, soms letterlijk, tot zwijgen brengen van Palestijnse cineasten, dichters en schrijvers.

Dat de media in Palestina en Libanon extra hard worden getroffen in deze culturele genocide heeft nog een andere reden. Door Gaza hermetisch af te sluiten voor buitenlandse journalisten en andere waarnemers werden Palestijnse verslaggevers, vloggers, cameramensen en fotografen de enigen die informatie konden verzamelen, verifiëren en naar buiten brengen over Israëlische oorlogsmisdaden.

In de door Al Jazeera uitgezonden documentaire Starving Gaza, over de door de Israëlische blokkade veroorzaakte hongersnood, werden Palestijnse journalisten de ogen en de oren van de wereld. Voor de documentaire werden opnames gemaakt van bleke, hologige, hongerige Palestijnse kinderen in het Kamal Adwan Ziekenhuis in het noorden van Gaza. Maar degene die de camera vasthield riskeerde ook zijn eigen leven.

Shawan Jabarin, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq, wijst erop dat Israël journalisten in diskrediet brengt, de-humaniseert (‘het zijn terroristen’), in hun werk belemmert en zelfs vermoordt, om te voorkomen dat ooit verantwoording voor oorlogsmisdaden kan worden afgelegd. Al Haq documenteert het conflict door informatie te verzamelen via satellietbeelden en getuigenissen, maar het materiaal van de journalisten ter plaatse is onontbeerlijk. Ook Jabarin begrijpt de gerichte liquidatie van journalisten als onderdeel van de genocide: ‘het doel is niet alleen de mensen te vernietigen maar ook hun verhaal, hun narratief’.

Bij de Israëlische agressie in Libanon speelt dezelfde perverse logica een rol: het gaat niet alleen om het elimineren van lastige journalistieke pottenkijkers, maar ook om het tot zwijgen brengen van onwelgevallige stemmen. Zuid-Libanon moet worden herschapen naar Gaza’s evenbeeld: gecontroleerd door Israël, in ruïne, ontdaan van een groot deel van zijn ‘lastige’ bevolking. Zijn authentieke maar onwelgevallige geluid moet tot zwijgen worden gebracht. De naam ‘Operatie Eeuwige Duisternis’ is misschien toch niet zo slecht gekozen.

Dit artikel is geschreven voor de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya, april 2026

Voor hulp aan de interne vluchtelingen in Libanon, die voorlopig niet kunnen terugkeren naar hun woningen in het zuiden, steun het werk van Alpha. De organisatie wordt gerund door vrienden van ons in Libanon.

Via de crowdfunding (met credit card)

https://chuffed.org/project/177811-noodhulp-voor-libanon

Of rechtstreeks naar: Stichting Friends of Alpha te Diemen,  rekeningnummer:NL33INGB0006976151.

De oorlog in het Midden-Oosten en de teen van Hussien

Nu het hele Midden-Oosten geteisterd wordt door oorlogsgeweld en de ogen vooral gericht zijn op Iran, Israël, Libanon en de Golf, lijkt Gaza te worden vergeten. Maar de situatie in Gaza blijft dramatisch. Israël heeft Gaza, met als voorwendsel het conflict met Iran, volledig van de buitenwereld afgesloten. Alle grensposten zijn voor onbepaalde tijd afgesloten en er komt geen voedsel meer binnen.

Direct gevolg is dat de prijzen voor eerste levensbehoeftes in Gaza omhoog zijn geschoten en dat er tekorten zijn ontstaan. De Palestijnen die geen geld te makken hebben en aangewezen zijn op noodhulp -en dat is de meerderheid- leven met angst. Hoe lang gaat deze oorlog duren en hoe lang blijven de grenzen gesloten voor noodhulp?  Experts vrezen voor een nieuwe hongersnood in Gaza.

Mijn gedachten zijn bij mijn vrienden in Gaza. Het is ramadan: in normale tijden voor moslims de meest bijzondere maand van het jaar. Maar ramadan dit jaar in Gaza is triest. Het is er onveilig, want de genocide is nooit opgehouden en er vallen nog dagelijks doden en gewonden. Er heerst angst. Zal er morgen nog genoeg te eten zijn? Angst voor een toekomst die onzekerder lijkt dan ooit, niettegenstaande de megalomane plannen van Trump met het gebied.

Hussien, Maysa en hun drie kinderen wonen al meer dan twee jaar in een tent. Een vierde kind, hun zoon Mohammad, kwam om het leven bij een Israëlisch bombardement. Ik ken Hussien van mijn werk bij het DCMF. Zo nu en dan stuurt hij me berichtjes via Messenger. Soms zijn de nieuwtjes geruststellend: Jan, je moet de groeten hebben van mijn ouders, het gaat goed met hen, ze leven nog. Dat is Gaza geworden: alles is ok als je weet te overleven.

Maar vaak zijn de berichten verontrustend. Bijvoorbeeld dat de familie absoluut geld nodig heeft om eten te kopen en kleding om warm te blijven. Zondag meldde Hussien me dat hij geld nodig heeft omdat zijn voet gangreen heeft en ze een teen moeten amputeren. De amputatie is niet gratis. ‘De hoge prijzen en de woekerprijzen van handelaren zijn het gevolg van de oorlog met Iran.’

Steun de familie Albardaweel: https://gofund.me/54e6249e4

Trieste Ramadan in Gaza: waar is het staakt-het-vuren?

Het gaat slecht in Gaza. Het staakt-het-vuren is een wassen neus. Er gaat geen dag voorbij zonder dat we berichten horen over nieuwe bombardementen en nieuwe doden en gewonden.Sinds oktober vorig jaar, toen het bestand van kracht werd, zijn meer dan 600 Palestijnen in Gaza gedood, waarvan meer dan 100 kinderen. 1.600 Palestijnen raakten gewond. Israël trok van 37 buitenlandse NGO’s de vergunning in om te werken in Gaza. Belangrijke organisaties als MSF (Dokters Zonder Grenzen) en OXFAM-Novib moeten hun broodnodige activiteiten nu staken. Het wordt ook steeds moeilijker geld naar Gaza over te maken om families te helpen overleven.

De grens met Egypte (Rafah) is formeel open maar Palestijnen worden maar druppelsgewijs doorgelaten. De familie van Mohammed Abu Afash is nog steeds niet in staat Gaza te verlaten. Ze moeten zien te overleven in een uiterst precaire en gevaarlijke situatie. Het goede nieuws is dat vader, moeder en drie dochters Abu Afash de oorlog hebben overleefd, maar daar is ook alles mee gezegd.

Later deze week begint in Gaza de ramadan, in betere tijden de heiligste, gezelligste en meest feestelijke maand van het jaar. Dit jaar is het een sombere aangelegenheid. Velen rouwen om overleden familieleden. En er knaagt de onzekerheid over de toekomst. De oorlog is nog niet afgelopen maar gaat door, zij het op een lager pitje. Er is geen reden voor feestvreugde in Gaza. Ik ontving het volgende bericht van Mohammed:

“Beste Jan,

Ik hoop dat het goed gaat met jou en je familie.

Om eerlijk te zijn blijft de situatie in Gaza erg moeilijk en tragisch. Elke dag zijn er beschietingen, en explosies. Elke dag gaat de vernietiging door, zowel binnen als buiten de “Gele Lijn.” Israël voelt geen enkele verplichting zich aan de overeenkomsten te houden; het is simpelweg onbeschrijfelijke waanzin van Israël.

Elke dag hoor ik nieuws over de grensovergang bij Rafah. De grens kan opengaan, beginnend voor zieken en gewonden. Later komt er misschien een tijd voor gezinnen en individuen om te reizen. We zijn erg bezorgd over deze kwestie, maar ik denk niet dat het snel zal gebeuren, omdat Israël zijn voorwaarden oplegt. Hoe dan ook, we wachten, en we weten niet wat de komende dagen voor ons in petto hebben.

Wat betreft mijn drie dochters, zoals ik je al vertelde, heb ik ze ingeschreven bij een school waar ze zes dagen per week vier kernvakken (Arabisch, Engels, Wiskunde en Natuurwetenschappen) volgen, met vrijdag als feestdag. Het kost veel: schriften, boeken en schoolspullen—alles is exorbitant duur, of het nu gaat om schoolgeld of voor diensten. Bovendien zijn de kosten daar niet toe beperkt. Deze omvatten nu elektriciteit, water, kleding en huisreparaties die nodig zijn vanwege de huidige regenval.

Er is al een tijd een probleem met het overboeken van geld naar Palestina en dan vooral naar Gaza. Misschien is de reden dat Israël deze overboekingen verhindert. Ik weet geen veilige manier om nieuwe overboekingen te ontvangen; sterker nog, ik heb nog heel weinig geld over. Je weet hoeveel ik en mijn familie hebben betaald in de afgelopen tweeënhalf jaar voor de mensen om ons heen. Ik heb ook diensten geleverd aan de kampen, zoals drinkwater, voedsel en hulp, allemaal gefinancierd door het geld van de donoren. En dan te bedenken dat de oorlog nog niet is afgelopen—in tegenstelling tot wat mensen buiten Gaza misschien denken.

Eerlijk gezegd is de dagelijkse routine hartverscheurend. Ik kan geen werk vinden. Ik verloor mijn kantoor (het was volledig verwoest, zoals je weet), een verlies van meer dan $30.000. Het huis is oké ondanks alle omliggende verwoestingen, en het blijft beter dan in tenten wonen. Het gaat niet alleen om eten en drinken, zoals sommigen misschien denken. Er is nu veel beschikbaar—vlees, kip, groenten, fruit en schoonmaakmiddelen. Maar het is exorbitant duur en je moet natuurlijk wel het geld hebben om het te kopen.

We eten alleen om te overleven, en we leven elke dag zoals die komt. We denken niet meer aan morgen. We zijn doodsbang bij elke hartslag—angst, onrust en spanning. We zijn mentaal uitgeput.

Ik wil je niet nog meer belasten. Ik hoop dat je mijn woorden aan de vrienden overbrengt; Misschien kunnen ze iets voor mij, mijn vrouw en mijn drie dochters doen. We zitten echt in een zeer moeilijke en ellendige situatie.”

Mohammed Abu Afash met een van zijn dochters. Om de inzameling te steunen: https://gofund.me/2a785f0c0

Het regent, het waait en het is koud in Gaza

De beelden uit Gaza zijn troosteloos. Ingestorte tenten, kinderen die op blote voeten door het water ploeteren, nat beddengoed, vrouwen die met potten en pannen het regenwater weg proberen te scheppen. Harde wind, zware regenbuien en lage temperaturen hebben de situatie in Gaza de afgelopen dagen nog ondragelijker gemaakt.

‘De situatie is moeilijk te beschrijven, het is angstaanjagend,’ schrijft Mohammed Abu Afash me. De familie verblijft in het appartement van het familiegebouw dat het minst beschadigd is, op de bovenste verdieping. ‘Maar het lekt van alle kanten door de scheuren in het plafond en de muren. Ik ben bezig met reparaties, maar er is geen beginnen aan. Ik voel me uitgeput.’

‘Voor de mensen in de tenten is de situatie nog dramatischer. Het is een puinhoop.’ Ondanks het staakt-het-vuren akkoord, waarin staat dat humanitaire hulp ongehinderd Gaza moet worden binnengelaten, laat Israël geen mobiele woningen en dekens binnen. In de afgelopen stortten zo’n honderd huizen, die al zwaar beschadigd waren door het oorlogsgeweld, gedeeltelijk of helemaal in als gevolg van de storm en regens. Daarbij vielen een aantal doden en gewonden.

Behalve over de veiligheid van zijn gezin en andere familieleden is Mohammed vooral bezorgd over de toekomst. Zou het ooit lukken Gaza te verlaten? Niemand weet wat er na de huidige eerste fase van het staakt-het-vuren komt. De vrede die Trump met veel bombarie aankondigde wordt door Mohammed gezien als een leugen: er vallen immers nog elke dag Palestijnse doden.

Photo by Hamza Z. H. Qraiqea, Anadolu Ajansi

Voor het kerstnummer van de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya en Joop (14-12-2025) schreef ik het volgende artikel:

Open de grenzen, geef mijn gezin toekomst’

Mijn vriend Mohammed Abu Afash, voor de oorlog eigenaar van een boekwinkel in de wijk Rimal, heeft één vurige wens: Gaza verlaten. De genocide heeft elk perspectief op een toekomstbestendig en veilig leven onmogelijk gemaakt. Hebben hij, zijn vrouw en drie dochters, van elf, negen en vijf jaar, geen recht op een leven? Onlangs stuurde hij me een urgente oproep’, met het verzoek deze zoveel mogelijk te verspreiden. Bij deze:


Ik doe een beroep op iedereen die beslissingen kan nemen over het openen van de grenzen van Gaza. Ik vraag alle internationale humanitaire en mensenrechtenorganisaties naar mij te luisteren: alsjeblieft, kom onmiddellijk in actie, grijp in om de grenzen te openen zodat mijn familie en ik Gaza kunnen verlaten. Ik ben een vader van drie dochters en het enige wat ik wil is mijn gezin redden. Er is geen veiligheid in Gaza, geen stabiliteit, geen toekomst. Ons leven wordt bedreigd, we zijn uitgeput. Het enige wat we vragen is om veilig te kunnen vertrekken. Alsjeblieft. Open de grenzen zodat er een einde komt aan onze nachtmerrie. Alsjeblieft, luister naar een wanhopige vader…


Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging zijn de grenzen van Gaza gesloten gebleven. Israël controleert de Rafah-grensovergang naar Egypte die, volgens het Trump-plan, in beide richtingen geopend zou moeten worden. Humanitaire hulp zou ongehinderd Gaza binnen moeten kunnen komen. Beide is niet gebeurd. Israël hield zich niet aan de overeenkomst en kondigde aan Rafah alleen te willen openen voor Palestijnen die Gaza willen verlaten. Voor Egypte, de Palestijnse Autoriteit en de andere Arabische landen is dat onaanvaardbaar. Het zou immers betekenen dat meegewerkt wordt aan de ‘omvolking’ van Palestina: Palestijnen eruit, joodse Israëli’s erin. De nakba van 1948 revisited.


Israëlische politici en generaals maakten er de afgelopen twee jaar geen geheim van dat een van de belangrijkste doelen van de oorlog -misschien wel het belangrijkste- het vertrek van de Palestijnse bevolking uit Gaza is. Door enorme verwoestingen aan te richten, de economie te ontmantelen en een permanente situatie van onveiligheid te creëren, is Gaza voor de Palestijnen grotendeels onleefbaar gemaakt. Deze tactiek heeft gewerkt. Volgens een recent opinieonderzoek van het Palestinian Center for Policy and Survey Research (PCPSR) wil 49% van de Palestijnen in Gaza het gebied verlaten om zich elders te vestigen.


Door de voorwaarden die Israël stelt aan de heropening van Rafah, eisen die in strijd zijn met het internationaal recht en de staakt-het-vuren-overeenkomst, is de paradoxale situatie ontstaan dat zelfs Palestijnen die een visum hebben voor een derde land -bijvoorbeeld Australië- Gaza niet kunnen verlaten. Dat de blokkade en afsluiting van Gaza in strijd is met de mensenrechten spreekt voor zich. Artikel 13 van de Universele Verklaring van de Mensenrechten uit 1948 is duidelijk: Ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat. Eenieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.


Israël heeft, vanaf het oprichten van de staat in 1948, verhinderd dat de 750.000 Palestijnen die uit hun vaderland werden verjaagd, zouden kunnen terugkeren. VN-resolutie 194 uit 1948, die bepaalt dat vluchtelingen die in vrede willen leven naar hun huizen zouden moeten kunnen terugkeren of worden gecompenseerd, bleef al die jaren dode letter. Hetzelfde geldt voor latere VN-resoluties die nogmaals dit ‘recht op terugkeer’ benadrukten.


Het is ironisch dat Israël, door te verhinderen dat het vluchtelingenprobleem werd opgelost, in feite een unieke, bizarre en onleefbare situatie in Gaza creëerde. Op de slechts 365 vierkante kilometer van het laatste snippertje Palestina aan de Middellandse Zee dat in 1948 niet werd ingenomen door de staat Israël, werden honderdduizenden Palestijnen opeengepakt in overvolle vluchtelingenkampen. Gaza bleef een schrijnend litteken; een herinnering aan de etnische zuivering waarmee de geboorte van de joodse staat gepaard was gegaan. Ook haast tachtig jaar na dato was deze misdaad niet vergeten.


In de huidige eerste fase van het Trump-plan wordt Gaza verdeeld door een ‘gele lijn’. Ten westen ligt de zone waar het grootste deel van de meer dan tweemiljoen Palestijnen bijeengedreven zijn. Dit gebied beslaat 155 vierkante kilometer, dat is kleiner dan het oppervlak van de gemeente Groningen (198 vierkante kilometer). Het grootste gedeelte, het oosten, noorden en zuiden van Gaza, wordt gecontroleerd door het Israëlische leger. Palestijnen die de -vaak onzichtbare- demarcatielijn oversteken of te dicht naderen worden zonder pardon neergeschoten. Israël doodde sinds het ingaan van het ‘bestand’ meer dan 360 Palestijnen, velen daarvan bij die gele lijn. Legerleider Eyal Zamir liet intussen al weten de demarcatielijn te beschouwen als de nieuwe Israëlische grens.


Het inperken van freedom of movement, het fragmenteren van het Palestijnse territorium en het scheppen van gettoachtige gebieden, zijn klassieke middelen van Israël om de Palestijnse bevolking te controleren en uiteindelijk het leven onmogelijk te maken. Palestijnen kunnen niet vrijelijk naar het buitenland reizen en terug, niet van de Westoever naar Israël, niet binnen de Westoever van de ene stad naar de andere stad, naar Oost-Jeruzalem of Gaza en terug. Voor alles moet ‘coördinatie’ met de Israëlische autoriteiten worden aangevraagd. Vaak wordt simpelweg toestemming geweigerd.


Deze politiek heeft zijn genocidale climax bereikt in Gaza, waar met Trumps’ initiatief er een leugenachtig ‘vredesplan-sausje’ over is gegoten. Honderdduizenden Palestijnse burgers, zoals mijn vriend Mohammed Abu Afash, kunnen geen kant op. In feite wordt niet alleen hun leven verwoest, maar ook het perspectief op een betere toekomst. Maar ook meer dan 16.000 ernstig zieken, die urgent medische hulp nodig hebben, waaronder veel kinderen, mogen het gebied niet uit.


De Israëlische krant Haaretz riep onlangs de autoriteiten tevergeefs op om toestemming te geven aan Palestijnse ziekenhuizen in Oost-Jeruzalem en de bezette Westoever om patiënten uit Gaza op te nemen. De ziekenhuizen zijn slechts een uurtje rijden verwijderd van Gaza. In het verleden was het Palestijnse zorgstelsel integraal beschikbaar voor -bijvoorbeeld- kankerpatiënten uit Gaza. Met de vernietiging van de gespecialiseerde medische hulp in Gaza, zijn die ziekenhuizen meer dan ooit nodig. Ze beschikken over genoeg bedden en financiering, maar Israël geeft geen toestemming.
Zo nu en dan wordt wel mondjesmaat toestemming gegeven voor een enkele ziekenhuisopname in Jordanië, Egypte, Europa of de VS. Maar die ‘humanitaire gebaren’ zijn meestal politiek gemotiveerd om de steun van bondgenoten niet te verliezen. Het zijn druppels op een gloeiende plaat.


Mohammed heeft gelijk om zijn humanitaire oproep te richten aan de buitenwereld. Van Israël valt niets te verwachten, behalve het systematisch inperken van de Palestijnse Lebensraum. Hopelijk is die buitenwereld niet te Gaza-moe en zijn er nog tegenkrachten die zich artikel 13 herinneren: elk mens heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen, zijn land te verlaten en daarnaar terug te keren.

Gaza: ‘Er is hier niks goeds meer’

Wekenlang was Mohammed bezig het huis te repareren. Hij begon met het herstel van de riolering. Daarna maakte hij de waterput schoon. Zonder water zou het huis onbewoonbaar blijven. Hij kocht buizen, waterpijpen en ander materiaal en charterde een paar vaklui om hem te helpen. ‘In m’n eentje zou het me nooit gelukt zijn.’ Mohammed repareerde ook deuren en ramen, die met plastic werden afgedekt.

Het eigen appartement van het gezin was te ernstig beschadigd om snel opgeknapt te worden, maar een ander appartement in hetzelfde gebouw was gemakkelijker bewoonbaar te maken. Het is de woning van zijn broer Ali, mijn vriend die in 2014 bij een explosie in Gaza om het leven kwam. Ali’s vrouw en twee kinderen wonen sinds het begin van de oorlog als vluchtelingen in Cairo.  

Ondertussen was Mohammeds familie nog steeds in een tent in het ontheemdenkamp Al-Zawaida. Op zondag 2 november ging Mohammed hen opzoeken. De familie begon met het inpakken van de spullen; kleren, keukengerei enzovoorts. Een paar dagen later was het zover: terug naar huis. Mohammed regelde een busje om de spullen en zijn familie naar Gaza-Stad te brengen. ‘Hopelijk is dit de laatste keer dat we moeten verkassen,’ schrijft Mohammed me. De familie moest in de afgelopen twee jaar acht keer vluchten. Het wachten is nu op het openen van de grens, want Mohammed hoopt nog steeds vurig om Gaza te kunnen verlaten.

De terugkeer naar Gaza-Stad was net op tijd, voordat het de afgelopen dagen begon te regenen. Al-Zawaida en andere tentenkampen kwamen blank te staan. Maar ook in de beschadigde gebouwen heeft men last van de regen en koude: het lekt en er dreigt instortingsgevaar. Ondanks de moeilijkje omstandigheden zijn Mohammeds’ drie dochters blij weer ‘thuis’ te zijn. Naar school gaan ze echter nog niet. De meeste schoolgebouwen zijn bezet met vluchtelingen.

Het Jeugdjournaal interviewde oudste dochter Aliaa. Ze beantwoordt vragen van Nederlandse kinderen:

De video is ontroerend en spreekt voor zichzelf.

Nu er wat meer hulp en commerciële goederen Gaza binnengelaten worden, is het voor de familie gemakkelijker om eten te vinden, met name groente. Vlees en kip zijn nog ‘onbetaalbaar, dus dat slaan we maar even over, haha’.   

Het wachten is nu tot de tweede fase van Trumps’ vredesplan ingaat. De situatie in Gaza is nog erg onveilig, met voortdurend bestandsschendingen door Israël. Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging werden meer dan tweehonderd Palestijnen in Gaza gedood. Velen omdat ze de onzichtbare ‘gele lijn’ overstaken. Israël laat nog steeds essentiële hulpgoederen Gaza niet binnen. De winter staat voor de deur en de meer dan twee miljoen inwoners van Gaza verkeren in grote onzekerheid over wat de nabije toekomst zal brengen.

https://gofund.me/c09f11459

Uittocht uit Gaza-Stad

Het Israëlische leger heeft deze week in volle hevigheid z’n offensief in Gaza-Stad voortgezet. Hele wijken worden systematisch gesloopt, hoge flats opgeblazen en honderdduizenden inwoners worden gesommeerd te “evacueren”. Het is een grootscheepse, brute en gewelddadige etnische schoonmaak van een stad met een miljoen inwoners.

Een paar dagen hoorde ik niets van de familie Abu Afash. Ik was natuurlijk ontzettend bezorgd, maar wist ook dat het internet eruit lag in Gaza. Israël had, met het kapot bombarderen van communicatiemasten, delen van Gaza-Stad afgesloten van de buitenwereld. Misschien wel om zonder pottenkijkers z’n gang te gaan met een rigoureuze militaire campagne, die er schaamteloos op is gericht om de burgerbevolking te verjagen. Om wellicht nooit terug te keren.

Godzijdank kwam er donderdagavond bericht. Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes waren er in geslaagd veilig Gaza-Stad uit te komen. Ze waren weer bij elkaar in Al-Zawaida, ten zuiden van Gaza-Stad. Vorige week al had Mohammed mij  geschreven dat hij een plekje had gevonden in Al-Zawaida. Hier bouwde hij met lappen plastic en afvalmateriaal een provisorische tent, die als onderdak zou moeten dienen de komende maanden. Voor dat plekje om een tent op te zetten moest trouwens dik worden betaald.

Het probleem was, schreef hij me vorige week, dat hij geen transport kon vinden voor zijn vrouw, kinderen en een minimum aan huisraad. Behalve dat er exorbitant hoge bedragen werden gevraagd voor een rit met een bestelbusje, waren ze gewoon ook niet beschikbaar voor iedereen. De familie bleef dus tot woensdag in Gaza-Stad. Totdat het te gevaarlijk werd, de bombardementen te dichtbij kwamen, en Mohammed zijn vrouw en kinderen smeekte om toch maar te vertrekken. Lopend sloten ze zich woensdagochtend aan bij de grote stoet vluchtelingen, Gaza-Stad achterlatend, zuidwaarts naar een ongewisse toekomst.

Mohammed bleef In Gaza-Stad om te kijken of hij toch nog vervoer kon vinden voor de spullen die nodig zijn om de komende maanden door te komen in een tent. De ingepakte huisraad stond al weken klaar, want Mohammed wist dat het Israëlische bevel om te vertrekken elk moment kon komen. Het probleem was alleen: hoe krijgen we die spullen ter plaatse, waar we gedwongen worden de komende tijd als vluchtelingen te overleven?

Uiteindelijk kwam in de loop van woensdag de chauffeur die met Mohammed had afgesproken z’n spullen naar Al-Zawaida te brengen. Terwijl ze aan het inladen waren begon plotseling een beschieting door Israëlische tanks en drones. Mohammed gaf de chauffeur het adres en vroeg hem zo snel mogelijk te vertrekken. Voor hemzelf was geen plaats meer in de auto. Om half acht ‘s avonds vertrok Mohammed te voet naar Al-Zawaida waar hij –“het was een ongelooflijk zware tocht”- midden in de nacht aankwam. Het gezin was uitgeput maar dankbaar weer verenigd te zijn.

De afgelopen anderhalf jaar heb ik Mohammed als een leeuw zien vechten voor het overleven van zijn gezin. Hij deelde privé zo nu en dan zijn depressie en angsten met mij, maar altijd was daar weer de drijfveer om de toekomst van zijn drie dochtertjes veilig te stellen. Ik heb daar enorm veel bewondering voor. Het is één gezin dat de nachtmerrie van Gaza probeert te overleven, te midden van duizenden andere gezinnen. Ik blijf hen steunen met deze campagne, want alleen bidden helpt niet.

Mohammed zond me gisteren deze oproep die ik graag deel:

“Dear friends, the harsh conditions and displacement have exhausted me and depleted all my energy. I am striving to protect my family, so I ask you to support the donation campaign. Your giving gives us hope and makes a real difference in our lives. May God reward you.”

https://gofund.me/4616e539a

Gaza-Stad ligt onder vuur

Israël heeft de aanvallen op Gaza-Stad de afgelopen dagen opgevoerd. “We kunnen ‘s nachts niet slapen vanwege de bombardementen die nonstop doorgaan, de gebouwen die worden opgeblazen, de explosies veroorzaakt door op afstand bestuurde robots,” schrijft Mohammed Abu Afash. Delen van Gaza-Stad zijn inmiddels al systematisch gesloopt door het Israelische leger. De wijk Rimal, waar het gezin Abu Afash in hun zwaar beschadigde huis woont, is nog niet ingenomen, maar er vinden dagelijks aanvallen plaats vanuit de lucht en met artillerie.

Het gezin heeft overwogen te vluchten naar het zuiden van Gaza, maar ook daar is het niet veilig. En het is er overbevolkt, met tenten van Palestijnen die eerder uit het noorden van Gaza zijn gevlucht. Ze blijven dus thuis, maar de bagage staat klaar. Als het moet kunnen ze onmiddellijk de vlucht nemen. De Israelische oproep om te ‘evacueren’ kan immers elk moment komen. Gaza-Stad, waar in normale tijden meer dan een miljoen mensen wonen, wordt etnisch gezuiverd en met de grond gelijk gemaakt. Het gezin van Mohammed leeft in het hart van de storm en probeert er het beste van te maken. Wachtend op de dingen die komen gaan.

Dochter Aliaa (11) was onlangs te zien in het Jeugdjournaal. Ook het 8 uur Journaal liet beelden zien van de familie Abu Afash. Met het ingezamelde geld van onze campagne kopen ze eten en medicijnen. Maar een vertrek naar veiliger oorden is niet te koop. “Wat er met ons gebeurt is catastrofaal en onrechtvaardig,” schrijft Mohammed. “Het is beschamend dat de wereld zwijgt.”

“Waarom wordt de grens niet geopend met Egypte zodat we, in ieder geval voor dit moment, een veilig heenkomen kunnen zoeken?”

“Voor mij is de veiligheid van mijn vrouw en drie dochters het allerbelangrijkste.’s Nachts lig ik wakker hoe ik ervoor kan zorgen dat zij veilig blijven.”

Steun de crowdfunding: https://gofund.me/05d32d70

Zijn we tot de dood veroordeeld?

‘Ik doe een beroep op internationale organisaties, menslievende landen en alle barmhartige mensen: help mij, mijn vrouw en m’n drie dochtertjes om Gaza te verlaten. We verdienen om in waardigheid te leven. Mijn drie dochters verdienen het om in veiligheid en vrede op te groeien, zodat ze naar school kunnen gaan.’

Dit schrijft mijn vriend Mohammed Abu Afash nadat bekend werd dat premier Netanyahu besloten heeft het Israelische leger Gaza-Stad in te laten nemen. Mohammed en zijn familie bivakeren sinds het staakt-het-vuren van januari in hun zwaar beschadigde huis in Gaza-Stad. Eerder trok het gezin van vluchtelingenkamp naar vluchtelingenkamp. Mohammed is bang dat dit scenario zich binnenkort zal herhalen.

Hij schrijft me ‘deze hel niet langer te verdragen’. ‘Israels dreigement Gaza-Stad op grote schaal binnen te trekken betekent dat we tot de dood zijn veroordeeld. Mijn familieleden en ik zijn in groot gevaar. Is er dan niemand die ons kan beschermen? Kan de Verenigde Naties er niet voor zorgen dat mijn gezin en ik veilig Gaza kunnen verlaten? We kunnen hier niet meer verder met ons leven.’ 

Mohammed is pessimistisch. ‘Ik heb niets meer. Geen werk, geen bron van inkomen en geen toekomstperspectief. We zijn toch mensen, geen beesten. Weet jij wat de oplossing is?’

Ik weet het ook niet en probeer voorzichtig het argument dat Netanyahu misschien op andere gedachten kan worden gebracht door buitenlandse druk. Maar Mohammed is er van overtuigd dat Netanyahu de druk van buiten zal weerstaan en dat hij zijn helse militaire plannen zal doorzetten. Er is geen enkele reden om optimistisch te zijn.

Hoewel er nu wat voedsel Gaza binnenkomt is dit, volgens Mohammed, vooral in het voordeel van de handelaren die actief zijn op de zwarte markt. ‘De noodhulp was bedoeld om gratis aan de bevolking verstrekt te worden, maar dit gebeurt niet. Het wordt gestolen door criminelen. De Israelische bezetters laten de dieven op klaarlichte dag hun gang gaan. Veel mensen hebben nog steeds honger en hebben geen geld om eten te kunnen kopen.’

‘Gisteren zijn er weer een paar vrachtwagens met hulpgoederen binnengekomen en ook een paar trucks met koopwaar. Ik heb een stukje feta kaas gekocht voor de kinderen. Dat hadden we in geen drie maanden gegeten.’

‘Ik probeer de moed erin te houden maar ik ben nerveus, bang en gespannen vanwege het nieuws dat Israël Gaza-Stad zal innemen. Er komt maar geen einde aan de genocide en ik zie geen uitweg. En de buitenwereld laat Israël z’n gang gaan.’

Familie in Gaza steunen? https://www.gofundme.com/f/help-abu-afash-family-leave-gaza?utm_campaign=fp_sharesheet&utm_medium=customer&utm_source=copy_link&lang=nl_NL&attribution_id=sl%3A9a17297c-34bd-4e2f-a52d-cb3b9a85db54&ts=1755108156

Dit artikel werd op 13 augustus 2025 gepubliceerd door het Dagblad van het Noorden

‘Ik voel me zo vreselijk moe’

De hulp die Israël binnenlaat in Gaza is als een druppel op een gloeiende plaat. Er wordt nog steeds op grote schaal honger geleden. Dat geldt ook voor de familie van Mohammed Abu Afash. Er is een gebrek aan basisvoedsel, zoals meel en rijst. “En als we wel iets vinden op de markt is het onbetaalbaar duur”, schrijft mijn vriend me via WhatsApp. De communicatie met hem verloopt trouwens met horten en stoten, want vaak is er geen internet. En Mohammed heeft niet altijd zin om te communiceren. Hij voelt zich vaak down. De situatie is uitzichtloos. “Ik voel me zo vreselijk moe.  De situatie is zo vernederend. We hebben geen leven meer. Het enige wat we te eten hebben is wat brood en linzen. Soms drinken we thee om de honger te verdrijven.”

Mohammeds drie dochters Aliaa, Eliaa en Layan (zie foto) gaan al haast twee jaar niet meer naar school. Begin juli stuurde hij hen naar een ‘educatief centrum’, een instelling vlak bij hun zwaar beschadigde huis waar ze tenminste nog wat konden leren, andere kinderen ontmoeten en de oorlog even vergeten. Maar dat is er nu niet meer bij. “De kinderen zijn alles voor me. Het is zo onveilig in Gaza-stad. Er zijn voortdurend bombardementen. Ik houd ze het liefst dicht bij me en verlies ze geen moment uit het oog.” 

Mohammed wil het liefst met z’n gezin vertrekken. Hij is ervan overtuigd dat er geen toekomst meer in Gaza is voor zijn kinderen. Zou er een mogelijkheid zijn dat ergens ter wereld een land bestaat dat hem zou willen opnemen? Hij stuurde mij zijn medisch dossier. Twee maanden geleden werd Mohammed gewond bij een Israelisch bombardement. De gezondheidszorg in Gaza is ingestort. Mohammed moet eigenlijk worden geopereerd, maar op het ogenblik is dat in Gaza onmogelijk. Veel ziekenhuizen zijn zwaar beschadigd en werken maar op halve kracht. Ook pijnstillers zijn niet altijd verkrijgbaar. 

Ik stuurde zijn dossier door naar een arts van de World Health Organisation (WHO). Voorlopig ziet het er niet goed uit voor Mohammed. De WHO registreerde meer dan 10.000 zieken en gewonden die medische zorg in het buitenland nodig hebben. Maar de grenzen zitten potdicht. Gaza is een death trap.

We blijven de familie dus nog steunen. In afwachting van een staakt-het-vuren of -nog beter- een einde van de oorlog. En in afwachting dat de grenzen werkelijk open gaan.

https://gofund.me/19f36387

‘Ik wil naar een veilig land, met respect voor de mensenrechten’

De situatie in Gaza is “crazy, verdrietig, onverdraaglijk”. Praktisch dagelijks stuurt Mohammed me zijn nieuws via WhatsApp. Het lijkt alsof ik post uit de hel ontvang. Ik vraag me af wanneer de berichten over hongerige Gazanen die worden doodgeschoten bij voedseluitdeling en over families die worden uitgeroeid in hun tent zullen stoppen. Wanneer houdt de nachtmerrie eindelijk op?

Mohammed wil weg uit Gaza. Hij wil zijn driedochters beschermen en een toekomst geven. Hij wil met zijn gezin weg uit een situatie waar “de dood ons voortdurend en overal omringt”. Ik stuur Mohammed foto’s en een video van de grote Rode Lijn-demonstraties in Den Haag. Ik stuur hem ook de e-mails door van donateurs. Mohammed is dankbaar voor de blijken van solidariteit, voor de giften, voor de vriendelijke en opbeurende boodschappen. Maar elke dag vraagt hij zich af: waarom kan ik niet reizen. Mohammed raakte enkele weken geleden gewond. Nog steeds zitten bomscherven in zijn lijf en eigenlijk moet hij worden geopereerd. Maar het gezondheidssysteem in Gaza is door Israël ontmanteld. De weinige ziekenhuizen die nog enigszins functioneren hebben, op dit moment, voor Mohammed geen capaciteit.

Mohammed stuurde me enkele dagen geleden een oproep, met het verzoek deze te publiceren.

Ik ben Mohammed Shehta Hasan Abu Afash, een burger die momenteel in de Gazastrook woont, en ik schrijf u vandaag met een dringende humanitaire oproep.

Mijn familie en ik zitten al bijna twee jaar gevangen in de voortdurende oorlog, verwoesting en angst – we lijden onder ernstige ontberingen, honger en een volledig gebrek aan de meest elementaire levensbehoeften.

Ik verzoek respectvol om een ​​dringende humanitaire evacuatie voor mijzelf en mijn familie naar een veilig land met burgerlijk recht en respect voor de mensenrechten.

Ik bevestig dat ik een volledig onafhankelijke burger ben, zonder banden met welke gewapende factie dan ook. Ik heb nooit deelgenomen aan activiteiten die de wet zouden overtreden of anderen in gevaar zouden brengen. Mijn hele leven ben ik een productief lid van de maatschappij geweest, met respect voor zowel de wet als de mensheid.

Het enige wat ik zoek, is de mogelijkheid om in vrede te leven – in een veilige en stabiele omgeving waar ik een normaal leven kan hervatten en een positieve bijdrage kan leveren aan de maatschappij die mij verwelkomt.

Ik beloof hierbij dat ik een wetgetrouwe, verantwoordelijke en productieve burger zal zijn, volledig toegewijd aan de wettelijke, ethische en burgerlijke verplichtingen van het land dat mij en mijn gezin bescherming en waardigheid biedt.

Deze oproep is geen eis, maar een pleidooi aan uw menselijk geweten. Ik weet dat uw landen de principes van menselijke waardigheid, mededogen en de bescherming van mensen in gevaar hooghouden – en ik wend mij hoopvol tot u.

Met diepste respect en waardering,

Hoogachtend,

Mohammed Shehta Hasan Abu Afash

Gaza – Palestina

Mohammeds woorden snijden door mijn ziel omdat, op korte termijn, zijn oproep waarschijnlijk geen gehoor zal vinden. Israël houdt de grensovergang met Egypte gesloten en Europese landen, ook Nederland, hebben geen blijk gegeven burgers uit Gaza te willen opnemen. Zelfs de tienduizenden Gazanen die dringend medische zorg nodig hebben wachten tevergeefs op evacuatie naar een buitenlands ziekenhuis.

Tot die tijd is het mogelijk Mohammed zijn familie en naasten financieel te steunen. Je kunt ook een boodschap sturen via Go Fund Me, ik zal jullie berichten doorsturen naar Mohammed.

Mohammed werd in mei gewond door bomscherven

https://gofund.me/b423807b