De statistieken, waar niemand meer aan twijfelt, blijven schrijnend en angstaanjagend. Sinds oktober vorig jaar, toen het “staakt-het-vuren” inging, zijn 1.031 Palestijnen gedood in Gaza. Ongeveer een derde van de slachtoffers zijn kinderen. Israël blijft drone-aanvallen uitvoeren op zogenaamde “veilige gebieden”, zoals het Mawasi-tentenkamp, waar honderdduizenden interne Palestijnse vluchtelingen verblijven.
De familie van Mohammed Abu Afash hoeft niet meer in een tent te wonen. Ze wonen in hun zwaar beschadigde huis in Gaza-Stad. Maar dat betekent niet dat ze veilig zijn. ‘We lopen voortdurend gevaar,’ schrijft Mohammed me. ‘Er kunnen zich elk moment explosies voordoen, veraf of dichtbij. Ik ben bang om op straat te lopen. Als Israël probeert een strijder te vermoorden, of iemand die ze zoeken, vallen er vaak meerdere, onschuldige doden. Twee dagen geleden kwam een middelbare scholier bij zo’n aanslag om het leven. Hij was op weg naar een plek waar stroom en internet was om online examen te kunnen doen. Hij moest het met z’n dood bekopen. Ik ben diep bezorgd om mijn drie dochters, als ze op weg zijn naar school. Maar we hebben geen keuze. De dood volgt ons overal.’
Mohammed Abu Afash met zijn drie dochters
Behalve het gebrek aan veiligheid, perspectief en werk blijven er ook tekorten aan voedsel, medicijnen en schoon water. Israël laat maar mondjesmaat bevoorrading toe in het belegerde Gaza en houdt, willens en wetens, de humanitaire crisis in stand. De eerste levensbehoeftes die wèl te koop zijn op de markt zijn erg duur.
Op 9 juni kreeg ik een bericht van Mohammed dat zijn neef was gedood. ‘Het is zo pijnlijk. Hij was op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Hij liep langs een kamp dat werd aangevallen door Israël. Moge God zich over zijn ziel ontfermen. Ik moest denken aan mijn broer Ali, die ook omkwam bij een explosie. De pijn die ik voelde toen ik hem zag, bedekt met bloed… ik was kapot van verdriet. Hij was een eenvoudige man, zoals wij. Hij was alleen maar bezig met overleven. Er gaat hier geen dag voorbij zonder dood en verwoesting, en ze maken geen onderscheid tussen ons.’
Premier Netanyahu gaf opdracht aan zijn leger 70% van Gaza te veroveren. Het doel is overduidelijk het leven van de Palestijnen in Gaza onmogelijk te maken, hun ‘Lebensraum’ meer en meer te beperken. ‘We leven nu in een heel klein gebied, niet groter dan een derde van de Gazastrook. Voorbij elke hoek kan zich een dodelijke val bevinden. We zijn niet zo nu en dan bang, nee, bij elke stap dragen we de angst als een zware last met ons mee. We horen voortdurend het zoemen van drones, onderbroken door plotselinge ontploffingen.’
‘Elke keer als we buiten zijn geweest, om bijvoorbeeld eten te kopen, zijn we opgelucht weer veilig thuis te komen en onze familieleden te kunnen omarmen. Dat voelt dan als een soort overwinning. We zijn er voortdurend op beducht elk moment te kunnen omkomen. Er is hier in Gaza geen enkel respect voor menselijk leven.’
Onderwijs moet altijd doorgaan in Gaza, zelfs in een geïmproviseerde school
Nee, hij zit niet in de gevangenis en er loopt geen formele aanklacht tegen hem. In juli 2024 kreeg hij zelfs gratie van koning Mohammed VI en werd een eerdere controversiële straf voor het ‘witwassen van fondsen’ en het ‘ondermijnen van de staatsveiligheid’ kwijtgescholden. Toch is de Marokkaanse historicus, publicist en mensenrechtenactivist Maâti Monjib geen vrij man. Integendeel.
Dat bleek maandag 30 maart toen Monjib, uitgenodigd door een Franse universiteit om een paar lezingen te houden, verhinderd werd het vliegtuig te nemen op de luchthaven van Rabat. Hij mocht Marokko niet uit, ondanks dat er geen officieel uitreisverbod voor hem geldt. Eerder verloor hij zijn baan als professor aan de Mohammed V Universiteit in Rabat. Er werd beslag gelegd op zijn bankrekening. Het werd hem niet toegestaan zijn huis of auto te verkopen en de politie verhinderde dat familieleden hem financieel bijstaan.
De Franse ambassade in Rabat heeft weinig of niets gedaan voor Monjib, die ook de Franse nationaliteit heeft. Opkomen voor een mensenrechtenactivist legt het kennelijk af bij het politieke streven van Frankrijk de relatie met Marokko niet op het spel te zetten. Door het uitreisverbod heeft Monjib zijn vrouw en dochter, die in het Franse Montpellier wonen, al vijf jaar niet gezien.
Het is duidelijk dat de Marokkaanse overheid hem het leven zo zuur mogelijk wil maken. In de regeringsgezinde media wordt Monjib geregeld zwart gemaakt en afgeschilderd als dissident en islamhater. Zo zou hij een koranverbranding in Zweden hebben toegejuicht. Dit nepnieuws had tot gevolg dat hij op grote schaal werd bedreigd en zelfs tijdelijk zijn huis moest verlaten.
\ Wat heeft deze man gedaan dat de Marokkaanse autoriteiten zo de pik op hem hebben? In een post op Facebook zegt Monjib dat de autoriteiten hem het zwijgen op willen opleggen vanwege zijn kritiek op ‘de behandeling van onafhankelijke journalisten en van jonge demonstranten’. In september 2025 demonstreerden duizenden Gen-Z jongeren tegen corruptie, slechte zorg en gebrekkig onderwijs. Meer dan een half jaar later zitten nog honderden demonstranten vast en kregen sommige jonge activisten jarenlange gevangenisstraffen.
In een recent interview met de website Orient XXI bekritiseerde Monjib de grootscheepse corruptie in Marokko “die overal welig tiert, ook op lagere niveaus”. Zo ontving de holdingvennootschap van premier Aziz Akhannouche het contract voor de bouw van een reusachtige waterzuiveringsinstallatie in Casablanca. “Besef je het? Een regeringsleider sluit een strategisch investeringsakkoord met zichzelf en geeft zichzelf tegelijkertijd een subsidie van miljarden, onder het voorwendsel dat hij zijn holding niet persoonlijk beheert. Zelfs in sciencefiction zou dit niet geloofwaardig zijn.”
Een ander voorbeeld is de gaswinning en productie van LNG in het Oost- Marokkaanse Tendrara. Ook daar zou, volgens Monjib, sprake zijn van belangenverstrengeling en de verdenking van handel met voorkennis. Ook daar gaat het om een bedrijf van premier Akhannouche. Youssef el Hireche, een onafhankelijke journalist die hierover publiceerde, werd tot 18 maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens ‘belediging van een publieke functionaris’. Uiteindelijk hoefde hij zijn straf niet volledig uit te zitten na gratieverlening door de koning.
Voor Monjib zijn vrije meningsuiting en onafhankelijke journalistiek onontbeerlijk voor de ontwikkeling van een democratisch Marokko. Zijn samenwerking in de jaren 2006- 2015 met de Nederlandse organisatie Press Now, voorloper van Free Press Unlimited, bracht hem echter in conflict met de autoriteiten. Deze zagen in de workshops en trainingsprogramma’s voor journalisten geen versterking van de Marokkaanse (digitale) media en democratie, maar eerder spionage en ongewenste buitenlandse bemoeienis. Monjib werd beschuldigd van het ‘onwettig ontvangen van buitenlandse fondsen’.
De Nederlandse ambassade in Rabat hulde zich in stilzwijgen, ondanks dat het mediaprogramma grotendeels gefinancierd werd door Nederland. Monjib en andere van ‘spionage’ beschuldigde Marokkaanse journalisten, werden aan hun lot overgelaten. Zoals dat ook gold voor Frankrijk, prevaleerde voor Nederland de goede verhouding met het Marokkaanse regime. Nederland en Marokko sloten in 2022 zelfs een ‘actieplan’, waarbij beide landen afspraken zich niet te zullen mengen in elkaars binnenlandse aangelegenheden. Den Haag beloofde de Marokkaanse autoriteiten te informeren als een Nederlandse NGO activiteiten in het land zou willen opzetten.
Ondanks alle tegenwerking ging Monjib door met het bevorderen van onafhankelijke journalistiek. Hij richtte Freedom Now op, een organisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting en onderzoeksjournalistiek. Het kwam hem te staan op tal van arrestaties, waar hij dan weer tegen protesteerde door in hongerstaking te gaan. “Ik ben van nature pacifist,” verklaarde hij “en heb altijd vreedzame methoden gebruikt: lijden om mijn stem te laten horen”. Ook nadat hij eind maart verhinderd werd te reizen ging hij in hongerstaking. Door zijn slechte gezondheid -diabetes en hartproblemen- moest hij die, op doktersadvies, na korte tijd weer opgeven.
Monjib is historicus, gespecialiseerd in de hedendaagse Marokkaanse en Afrikaanse geschiedenis. Naar aanleiding van zijn reisverbod, waardoor de lezingen voor Franse studenten geannuleerd moesten worden, schreef hij op Facebook dat hij zich de wet niet laat voorschrijven. “Ik schrijf geschiedenis zoals die is, niet zoals de autoriteiten het willen doen voorkomen. Mijn werk zal nooit ondergeschikt zijn aan de officiële lezing.” Het Europees parlement en verschillende internationale mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International en Reporters Without Borders, hebben in de loop der jaren verschillende keren aandacht gevraagd voor de lijdensweg van Monjib. Tevergeefs… ondanks dat fundamentele vrijheden, zoals academische vrijheid, persvrijheid
en de vrijheid van meningsuiting in zijn geval met voeten worden getreden
Kunnen buitenlandse media een land beledigen? Marokko vindt van wel. Het Noord-Afrikaanse koninkrijk spande in 2021 rechtszaken aan tegen het gerenommeerde weekblad Die Zeit en het eveneens zeer serieuze dagblad Süddeutsche Zeitung.
De autoriteiten in Rabat waren woest over de onthullingen over het gebruik van Pegasus-spyware door de Marokkaanse inlichtingendienst. Volgens het journalistieke onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met Forbidden Stories, werden journalisten, mensenrechtenactivisten, advocaten en politici afgeluisterd door de geheime dienst.
Marokko probeerde een gerechtelijk bevel te krijgen om de berichtgeving als ‘lasterlijk’ te laten verbieden. Gelukkig werkt dat zo niet in Duitsland. Lagere rechtbanken wezen het Marokkaanse verzoek af als ongegrond. Marokko ging verschillende keren in beroep, maar eind februari heeft de hoogste juridische instantie in Duitsland, het Bundesgerichtshof in Karlsruhe, geoordeeld dat ‘een buitenlands land geen recht heeft op juridische stappen tegen binnenlandse media’.
Adjunct-hoofdredacteur van Die Zeit, Holger Stark, reageerde verheugd op het vonnis. ‘Deze beslissing geeft een belangrijk signaal af voor de persvrijheid en de onderzoeksjournalistiek, met name voor onderzoeken met een internationale relevantie. De zaak draaide om de fundamentele juridische vraag of een buitenlandse staat een beroep kan doen op de Duitse mediawetgeving om een klacht wegens laster in te dienen.’
Marokko heeft een getroebleerde verhouding met de journalistiek. Dat geldt zowel voor de binnenlandse onafhankelijke journalistiek, die nauwelijks wordt getolereerd, als voor de berichtgeving over Marokko in de buitenlandse media. Met name journalisten in het noordelijke buurland Spanje, voelen de druk van de Marokkaanse overheid om zich te houden aan de officieel goedgekeurde lezing van het nieuws.
Journaliste Sonia Moreno werkte van 2010 tot 2020 als correspondent in Marokko voor verschillende Spaanse media. Uiteindelijk werd haar persaccreditatie ingetrokken en moest ze noodgedwongen Marokko verlaten. Eind vorig jaar kwam haar boek Marruecos, el vecino incomodouit, Marokko, de ongemakkelijke buur. Het boek behandelt de regeerperiode van de huidige koning Mohammed VI: de politiek en binnenlandse protesten, de economie, de bezetting van de Westelijke Sahara en de verhouding met Europa en het buurland Spanje.
Moreno geeft een ontluisterend beeld hoe het is om als correspondent in Marokko te werken. Ze was geaccrediteerd journalist en woonde in Marokko, maar als ze een bezoek bracht aan Spanje, was ze altijd bang dat ze niet meer terug zou kunnen keren. “Tien jaar lang met die druk leven is heel zwaar,” zegt ze in een interview. “De zelfcensuur is verschrikkelijk, je verzint bepaalde woorden.”
In het boek beschrijft ze verschillende vormen van druk die ze ondervond: bedreigingen, laster in de door de Marokkaanse overheid gecontroleerde media en telefoontjes naar haar bazen in Spanje en naar bronnen. Ze werd afgeluisterd met spy- en tracking software die illegaal op haar telefoon was geïnstalleerd. De inlichtingendienst verzamelde allerlei gegevens over haar locatie, verplaatsingen, contacten en de foto’s die ze maakte.
Moreno maakt gewag van het aanbod van exorbitante geldbedragen om “goede reportages” over Marokko te schrijven. Ze onthult een anekdote uit 2010. Pas aangekomen in Marokko als correspondent stuurde haar opdrachtgever, de krant Público, haar naar het Gdeim Izik-kamp aan de rand van El Aaiún. Duizenden inwoners van de Westelijke Sahara protesteerden daar tegen de bezetting en schending van de mensenrechten. Om problemen te voorkomen en niet te worden weggestuurd uit Marokko, schreef ze haar reportage niet onder haar eigen naam, maar maakte ze gebruik van een pseudoniem.
Het lukte Moreno niet de mediablokkade rond de Westelijke Sahara te doorbreken. Ondanks dat ze officieel geaccrediteerd was in Rabat, kon ze in het gebied niet vrijelijk werken. Moreno bezocht wel enkele keren de Saharaanse stad Dakhla, een toeristische trekpleister aan de Atlantische kust. Maar ze werd daar voortdurend in de gaten gehouden door regeringsfunctionarissen. “Ik mocht geen straat oversteken om met activisten te praten of uit de auto te stappen om foto’s te maken. Om contact met de werkelijkheid te vermijden, werden we ondergebracht in tenten midden in de woestijn en in luxe resorts die ontoegankelijk zijn voor de lokale bevolking.”
Journalist Ignacio Cembrero is een andere gebeten hond voor de Marokkaanse overheid. Cembrero werkte jarenlang voor de Spaanse krant El País, onder andere als correspondent in Beiroet en Rabat. Sinds enkele jaren is hij de Noord-Afrika specialist van de nieuwswebsite El Confidencial. De Marokkaanse overheid probeerde de afgelopen jaren vier keer met rechtszaken in Spanje Cembrero het zwijgen op te leggen, onder andere met de beschuldiging dat hij terrorisme zou verdedigen. Vier keer werd de Marokkaanse overheid door rechtbanken in het ongelijk gesteld.
Cembrero voorgesteld als ‘letterknecht’ van het Algerijnse leger, op een cartoonin het Marokkaanse blad L’Afrique Adulte
Behalve rechtszaken en brieven aan de hoofdredactie van El Confidential, probeert Marokko de kritische journalist Cembrero in diskrediet te brengen met campagnes op sociale media en in de semi-officiële bladen. Doel is zijn geloofwaardigheid aan te tasten. Zo publiceerde L’afrique Adulteeind februari een uitgebreid artikel waarin Cembrero er onder andere van wordt beschuldigd journalistiek te bedrijven in dienst van het Algerijnse regime. Met AI gegenereerde filmpjes en spotprenten moeten die boodschap kracht bij zetten.
Het is een absurde beschuldiging als je het werk van Cembrero kent, die zeker ook kritisch bericht doet over Algerije. Maar de cartoons en mediacampagnes werken, hoe dan ook, intimiderend. Het is fascinerend en tegelijkertijd ontluisterend hoe een overheid, zoals de Marokkaanse, in journalisten als Sonia Moreno, Ignacio Cembrero en andere collega’s, gevaarlijke staatsvijanden ziet.
Met het WK Voetbal in 2030 in het verschiet, dat behalve in Spanje en Portugal in Marokko wordt gespeeld, zal het Noord-Afrikaanse land zeker onder het journalistieke vergrootglas komen te liggen. Alle bezoekende verslaggevers zijn gewaarschuwd: als je de eer van je Marokkaanse gastheren te veel aantast, zwaait er wat.
Nu het hele Midden-Oosten geteisterd wordt door oorlogsgeweld en de ogen vooral gericht zijn op Iran, Israël, Libanon en de Golf, lijkt Gaza te worden vergeten. Maar de situatie in Gaza blijft dramatisch. Israël heeft Gaza, met als voorwendsel het conflict met Iran, volledig van de buitenwereld afgesloten. Alle grensposten zijn voor onbepaalde tijd afgesloten en er komt geen voedsel meer binnen.
Direct gevolg is dat de prijzen voor eerste levensbehoeftes in Gaza omhoog zijn geschoten en dat er tekorten zijn ontstaan. De Palestijnen die geen geld te makken hebben en aangewezen zijn op noodhulp -en dat is de meerderheid- leven met angst. Hoe lang gaat deze oorlog duren en hoe lang blijven de grenzen gesloten voor noodhulp? Experts vrezen voor een nieuwe hongersnood in Gaza.
Mijn gedachten zijn bij mijn vrienden in Gaza. Het is ramadan: in normale tijden voor moslims de meest bijzondere maand van het jaar. Maar ramadan dit jaar in Gaza is triest. Het is er onveilig, want de genocide is nooit opgehouden en er vallen nog dagelijks doden en gewonden. Er heerst angst. Zal er morgen nog genoeg te eten zijn? Angst voor een toekomst die onzekerder lijkt dan ooit, niettegenstaande de megalomane plannen van Trump met het gebied.
Hussien, Maysa en hun drie kinderen wonen al meer dan twee jaar in een tent. Een vierde kind, hun zoon Mohammad, kwam om het leven bij een Israëlisch bombardement. Ik ken Hussien van mijn werk bij het DCMF. Zo nu en dan stuurt hij me berichtjes via Messenger. Soms zijn de nieuwtjes geruststellend: Jan, je moet de groeten hebben van mijn ouders, het gaat goed met hen, ze leven nog. Dat is Gaza geworden: alles is ok als je weet te overleven.
Maar vaak zijn de berichten verontrustend. Bijvoorbeeld dat de familie absoluut geld nodig heeft om eten te kopen en kleding om warm te blijven. Zondag meldde Hussien me dat hij geld nodig heeft omdat zijn voet gangreen heeft en ze een teen moeten amputeren. De amputatie is niet gratis. ‘De hoge prijzen en de woekerprijzen van handelaren zijn het gevolg van de oorlog met Iran.’
Het gaat slecht in Gaza. Het staakt-het-vuren is een wassen neus. Er gaat geen dag voorbij zonder dat we berichten horen over nieuwe bombardementen en nieuwe doden en gewonden.Sinds oktober vorig jaar, toen het bestand van kracht werd, zijn meer dan 600 Palestijnen in Gaza gedood, waarvan meer dan 100 kinderen. 1.600 Palestijnen raakten gewond. Israël trok van 37 buitenlandse NGO’s de vergunning in om te werken in Gaza. Belangrijke organisaties als MSF (Dokters Zonder Grenzen) en OXFAM-Novib moeten hun broodnodige activiteiten nu staken. Het wordt ook steeds moeilijker geld naar Gaza over te maken om families te helpen overleven.
De grens met Egypte (Rafah) is formeel open maar Palestijnen worden maar druppelsgewijs doorgelaten. De familie van Mohammed Abu Afash is nog steeds niet in staat Gaza te verlaten. Ze moeten zien te overleven in een uiterst precaire en gevaarlijke situatie. Het goede nieuws is dat vader, moeder en drie dochters Abu Afash de oorlog hebben overleefd, maar daar is ook alles mee gezegd.
Later deze week begint in Gaza de ramadan, in betere tijden de heiligste, gezelligste en meest feestelijke maand van het jaar. Dit jaar is het een sombere aangelegenheid. Velen rouwen om overleden familieleden. En er knaagt de onzekerheid over de toekomst. De oorlog is nog niet afgelopen maar gaat door, zij het op een lager pitje. Er is geen reden voor feestvreugde in Gaza. Ik ontving het volgende bericht van Mohammed:
“Beste Jan,
Ik hoop dat het goed gaat met jou en je familie.
Om eerlijk te zijn blijft de situatie in Gaza erg moeilijk en tragisch. Elke dag zijn er beschietingen, en explosies. Elke dag gaat de vernietiging door, zowel binnen als buiten de “Gele Lijn.” Israël voelt geen enkele verplichting zich aan de overeenkomsten te houden; het is simpelweg onbeschrijfelijke waanzin van Israël.
Elke dag hoor ik nieuws over de grensovergang bij Rafah. De grens kan opengaan, beginnend voor zieken en gewonden. Later komt er misschien een tijd voor gezinnen en individuen om te reizen. We zijn erg bezorgd over deze kwestie, maar ik denk niet dat het snel zal gebeuren, omdat Israël zijn voorwaarden oplegt. Hoe dan ook, we wachten, en we weten niet wat de komende dagen voor ons in petto hebben.
Wat betreft mijn drie dochters, zoals ik je al vertelde, heb ik ze ingeschreven bij een school waar ze zes dagen per week vier kernvakken (Arabisch, Engels, Wiskunde en Natuurwetenschappen) volgen, met vrijdag als feestdag. Het kost veel: schriften, boeken en schoolspullen—alles is exorbitant duur, of het nu gaat om schoolgeld of voor diensten. Bovendien zijn de kosten daar niet toe beperkt. Deze omvatten nu elektriciteit, water, kleding en huisreparaties die nodig zijn vanwege de huidige regenval.
Er is al een tijd een probleem met het overboeken van geld naar Palestina en dan vooral naar Gaza. Misschien is de reden dat Israël deze overboekingen verhindert. Ik weet geen veilige manier om nieuwe overboekingen te ontvangen; sterker nog, ik heb nog heel weinig geld over. Je weet hoeveel ik en mijn familie hebben betaald in de afgelopen tweeënhalf jaar voor de mensen om ons heen. Ik heb ook diensten geleverd aan de kampen, zoals drinkwater, voedsel en hulp, allemaal gefinancierd door het geld van de donoren. En dan te bedenken dat de oorlog nog niet is afgelopen—in tegenstelling tot wat mensen buiten Gaza misschien denken.
Eerlijk gezegd is de dagelijkse routine hartverscheurend. Ik kan geen werk vinden. Ik verloor mijn kantoor (het was volledig verwoest, zoals je weet), een verlies van meer dan $30.000. Het huis is oké ondanks alle omliggende verwoestingen, en het blijft beter dan in tenten wonen. Het gaat niet alleen om eten en drinken, zoals sommigen misschien denken. Er is nu veel beschikbaar—vlees, kip, groenten, fruit en schoonmaakmiddelen. Maar het is exorbitant duur en je moet natuurlijk wel het geld hebben om het te kopen.
We eten alleen om te overleven, en we leven elke dag zoals die komt. We denken niet meer aan morgen. We zijn doodsbang bij elke hartslag—angst, onrust en spanning. We zijn mentaal uitgeput.
Ik wil je niet nog meer belasten. Ik hoop dat je mijn woorden aan de vrienden overbrengt; Misschien kunnen ze iets voor mij, mijn vrouw en mijn drie dochters doen. We zitten echt in een zeer moeilijke en ellendige situatie.”
Kamel Labidi, die op 17 januari op 76-jarige leeftijd overleed, was niet alleen een uitmuntend journalist, maar vooral een onvermoeibaar strijder voor persvrijheid en mensenrechten. Niet alleen in Tunesië heeft hij veel betekend, maar in de hele Arabische wereld, van Marokko tot Jemen. Ik ben dankbaar dat ik deze bijzondere, activistische collega mocht leren kennen.
Eigenlijk is het opkomen voor persvrijheid de plicht van elke journalist, overal ter wereld. Zonder vrijheid kun je immers je vak niet goed uitoefenen. Maar in het Tunesië van voor 2011, toen het land geleid werd door autocraten als Habib Bourguiba en Zine Abedine Ben Ali, was daar veel moed voor nodig. Kamel Labidi had die moed en kwam verschillende malen in botsing met de overheid, wat hem onder andere tot twee keer toe zijn journalistieke baan kostte.
Tijdens de ‘Arabische lente’, toen het Tunesische volk massaal de straat opging voor brood, waardigheid en vrijheid, werd ook de democratisering van de media geëist. De journalistiek moest niet langer dienen als spreekbuis van het regime, maar professioneel en onafhankelijk worden, ten dienste van de bevolking. Kamel Labidi kreeg de leiding van de INRIC, Instance Nationale pour la Rėforme de l’Information et de la Communication. Deze instantie, die tot taak had mediaregulering en -wetgeving in overeenstemming te brengen met de idealen van de revolutie, heeft slechts vijftien maanden bestaan. Maar de INRIC produceerde een indrukwekkende blauwdruk van wat er nodig is om het medialandschap van een autocratie naar democratie te laveren.
Helaas is de democratische transitie in Tunesië niet doorgezet en bleven, tot grote teleurstelling van Labidi, de door de INRIC voorgestelde hervormingen, grotendeels dode letter. Labidi startte een Tunesische organisatie Vigilance pour la Démocratie et l’Etat Civique om te blijven ijveren voor persvrijheid en andere burgerlijke vrijheden in Tunesië. Hij was ook actief in internationale organisaties zoals IFEX, Amnesty International en CPJ (Committee to Protect Journalists). Labidi maakte zich sterk voor persvrijheid in de Golfregio en voor de vrijlating van gevangen journalisten.
Ik bezocht hem verschillende keren in zijn kleine werkkamer in Tunis, vol met kranten en boeken en maakte hem mee op conferenties en werkbesprekingen. Voor mij was Kamel Labidi een rolmodel: hartelijk, bescheiden, analytisch en een heel aandachtig luisteraar. Een collega die veel heeft betekend voor de journalistiek en persvrijheid in de Arabische wereld.
Natuurlijk, de lotgevallen van Edgar in Groningen en Libanon, zijn interessant. Fascinerend, misschien wel. Edgar, vijftiger, kunsthandelaar en hoofdpersoon van ‘Naar Beiroet’ gaat op zoek naar originele kunst die nog verkoopbaar moet zijn ook. Het liefst in Abu Dhabi of Dubai, want daar zit het grote geld. Edgar is enigszins vastgelopen in Groningen. Zowel in zijn huwelijk als professioneel. Als een bevriende arabist hem aanraadt eens naar Libanon te reizen hoeft hij niet lang na te denken en volgt het advies op.
In Libanon vindt Edgar inderdaad de kunst die hij zoekt. Edgar en zijn Libanese collega Fatima, kunstkenner en fotografe op wie hij enigszins verliefd wordt, zijn sprakeloos als ze geconfronteerd worden met het werk van de jonge Balsam Aridi. “Wat apart, wat bijzonder! Edgar zag meteen dat dit werk was dat hij wilde hebben voor zijn galerie. Wonderlijke voorstellingen van menselijke en dierlijke wezens door elkaar. Omstrengeld in elkaar. Kleuren die alsof er ergens water op gelekt was door elkaar liepen. Luchtbellen. Geslachtsdelen. Open vulva’s. Bloedrood en zwart…”
Behalve met kunst wordt Edgar in Libanon ook geconfronteerd met de oorlog. In Gaza bombardeert Israël erop los. Edgar wordt het zo nu en dan te veel. “Waar zijn die Israëli’s mee bezig,” laat Gerrit Brand hem uitroepen. “Dit is puur een wraakactie. Israël heeft maar één doel, zegt Fatima, alle Palestijnen het land uitjagen. Ze leggen Gaza in puin, vernietigen huizen en gebouwen en vermoorden de mensen.”
In het Noord-Libanese Baalbek komt de strijd tussen Israël en Hezbollah heel dichtbij. Een Hezbollah-lid laat Edgar het resultaat zien van een Israëlisch bombardement. “Dit is dus wat Israëlische raketten aanrichten, zei hij. Er zijn hier eergisteren tien doden gevallen. Vader. Moeder, een grootvader, kinderen, een baby. Ze stonden voor de puinhopen. Er hing een vreemde geur boven de ravage.” De Israëli’s hadden vooraf geen waarschuwing gegeven voor het bombardement.
‘Naar Beiroet’ is een gelaagde roman. Als hoofdpersoon Edgar aankomt in Beiroet en zijn intrek neemt in het Riviėra Hotel, leest hij Das gelobte Land van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque. Aan de overeenkomsten tussen de joodse vluchtelingen die moesten vluchten voor het fascisme en de Palestijnse vluchtelingen die uit hun land worden verjaagd, valt niet te ontkomen.
Het thema ‘kantelingen’ komt verschillende keren terug; bij de beschrijving van een abstract schilderij met kantelende vlakken, maar ook als de omwenteling in het hoofd van Edgar. Hij neemt immers afstand van de geijkte Nederlandse vooroordelen over het bevriende Israël dat altijd gelijk heeft en van alle kanten belaagd wordt door Arabische terroristen. Libanon doet het leven en de opvattingen van Edgar kantelen.
Ik mocht op 13 november het eerste exemplaar van ‘Naar Beiroet’ in ontvangst nemen van de schrijver. Tussen ons in op de foto gespreksleider Anton Brand. De boekpresentatie vond plaats in Sociëteit De Harmonie in Groningen.
Er zijn boeken die je in een adem uitleest, maar dat lukte me bij het lezen van ‘Naar Beiroet’ niet. Daarvoor schuurde het verhaal te veel aan tegen de realiteit van mijn eigen geschiedenis, van mijn eigen -soms pijnlijke- Libanese herinneringen. Het waren niet zozeer de lotgevallen van de hoofdpersoon die indruk op mij maakten, diens buitenechtelijke uitstapjes en vlucht uit Groningse verveeldheid. Het was veeleer de Libanese topografie die wordt beschreven, mijn biotoop van weleer, die mij meevoerde langs een soort persoonlijke routekaart.
In ’Naar Beiroet’ wordt veel gereisd. In de eerste plaats van de Groningse Grote Markt naar de Libanese hoofdstad, natuurlijk. Maar eenmaal in Libanon worden Qana, Haris, Bazourieh, Tyrus, Damour, Aley, Abey, Baalbek en andere plaatsen aangedaan. In Beiroet worden onder andere de Avenue du Paris en Raouche genoemd, een wijk waar ik haast zes jaar woonde. Dit was ooit mijn leven, tijdens een oorlog die zijn schaduw nooit heeft afgeworpen. Zeker niet nu opnieuw Beiroet en andere steden worden gebombardeerd door het zuidelijke buurland Israël.
Uit alles blijkt dat Gerrit Brand, getrouwd met de Libanese fotografe Souhaila Sahmarani, het land goed kent. Voor in het boek staat de gebruikelijke disclaimer dat het om een fictief werk gaat en dat namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen ontsproten zijn aan de verbeelding van de auteur of fictief gebruikt worden. Dat moge zo zijn, het gaat hier wel om zeer herkenbare fictie.
Daar was Gerrit zich natuurlijk van bewust toen hij mij vroeg het eerste exemplaar van het boek op 13 november in ontvangst te nemen. Ik vond het eervol en spannend en in mijn dankwoord haalde ik een aantal herinneringen op aan Beiroet. Ik waarschuwde dat Beiroet een gevaarlijke stad is. “Je loopt namelijk het gevaar Beiroet, ondanks alles, in je hart te sluiten. Sterker nog: je loopt het gevaar van die stad te gaan houden. O Beiroet, een wereld zonder jou is niet onze wereld, dichtte Nizar Qabbani. En daar herken ik mij in.
Ik hertaalde voor de gelegenheid het gedicht over Beiroet van de grote Syrische schrijver Qabbani, die er lange tijd woonde. Luister naar Majida El Roumi voor de muzikale vertolking van Beirut Sett el Dounia (https://www.youtube.com/watch?v=xd3TlzDsEc4&t=24s)
O Beiroet,
O Heerseres van de Wereld
Wij bekennen voor de ene God,
Dat we jaloers op je waren
Jaloers op je schoonheid
Die ons pijn deed
Wij geven nu wel toe
Dat we je slecht behandelden
En verkeerd begrepen
We hadden geen genade met je
We toonden geen enkele spijt
We staken je met een dolk
In plaats dat we je bloemen gaven
Wij bekennen voor God
De rechtvaardige God
Dat we je pijn deden en uitputten
We staken je in brand
En maakten je aan het huilen
We verveelden je met onze opstanden
O Beiroet
Een wereld zonder jou is niet onze wereld
Wij beseffen nu dat je diep in ons geworteld bent
Wij weten nu wat we je hebben aangedaan
Sta op
Sta op
Sta op
Sta op van onder het puin
Zoals de amandelbloesem in april
Sta op
En schud het verdriet van je af
Sta op
De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet
Sta op van onder het puin
Sta op ter ere van de bossen
Sta op ter ere van de rivieren
Sta op ter ere van de rivieren en de valleien
Sta op ter ere van de mensheid
Sta op, Beiroet
Sta op
De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet
Alle Afrikaanse koloniën, sinds de 19e eeuw in handen van de Britten, Fransen, Portugezen en Spanjaarden, werden in de periode tussen 1960 en 1980 onafhankelijk. Eritrea, Namibië en Zuid-Soedan werden onafhankelijk door zich los te maken van respectievelijk Ethiopië (1993), Zuid-Afrika (1990) en Soedan (2011). Afrika telt nu 54 onafhankelijke staten. Het enige gebied in Afrika dat nog steeds in afwachting is van dekolonisering is de Westelijke Sahara.
Deze ‘laatste kolonie van Afrika’, tot 1975 de ‘53e provincie’ van Spanje, is in juristentaal een ‘niet-autonoom gebied’. Volgens tal van VN-resoluties heeft de bevolking van het gebied -de Sahrawi- recht op zelfbeschikking. Maar het grootste deel van de Westelijke Sahara wordt bezet door Marokko. De Sahrawi wachten al een halve eeuw op een referendum om over hun toekomst te beslissen. Marokko staat dit recht op zelfbeschikking van de Sahrawi niet toe en komt, met steun van de Verenigde Staten en van Frankrijk en Spanje, steeds dichter bij zijn ‘sacrale’ doel: de ‘Marokkaanse Sahara’ tot een onomkeerbare realiteit te maken.
Decennialang verziekte het conflict om de Sahara de verhoudingen in Noord-Afrika, met name tussen Marokko en buurland Algerije. Algerije vreest de Marokkaanse expansiedrift en steunt traditioneel de Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging Polisario. Verschillende malen kwam het de afgelopen halve eeuw bijna tot een grootscheepse oorlog in de regio.
Donald Trump, die zich erop laat voorstaan overal vredesdeals te sluiten, liet weten het oude conflict snel uit de wereld te zullen helpen. Op 31 oktober werd in de VN-Veiligheidsraad een door de Amerikanen voorgestelde resolutie over de Westelijke Sahara aangenomen. In deze resolutie 2797 wordt gewag gemaakt van ‘het Marokkaanse autonomie initiatief’ als referentiekader voor een vredesregeling. Hoewel niemand precies weet wat dit initiatief concreet inhoudt, het regime in Rabat zelf ook niet, werd het benoemen ervan algemeen opgevat als een erkenning van de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara.
De Marokkaanse koning Mohammed noemde resolutie 2797 een ‘keerpunt in de geschiedenis van het moderne Marokko’. Het Front Polisario en ook internationale juristen reageerden verontwaardigd. Door a priori uit te gaan van de Marokkaanse soevereiniteit over het gebied, wordt het zelfbeschikkingsrecht ontdaan van betekenis.
Voor de Amerikanen en Marokkanen moet resolutie 2797 de weg effenen voor een nieuw Trumpiaans vredesakkoord. Onderhandelaars Steve Witkoff en Jared Kushner kondigden al aan dat een deal over de Sahara een kwestie zal zijn van slechts een paar maanden. Bij de methode-Trump gaat het, aldus Kushner, ‘niet om waarden en principes, maar puur om belangen’.
Voor Europese landen, Frankrijk voorop, staan er bij het bondgenootschap met Marokko grote strategische en economische belangen (fosfaat, vis, infrastructuur, handel) op het spel. Marokko is verder een belangrijke bondgenoot bij het tegenhouden van illegale migranten uit Afrika. De Verenigde Staten kijken vooral naar het regionaal-strategische belang van Marokko. In 2020 erkende president Trump de Westelijke Sahara als deel van Marokko. Als tegenprestatie sloot Marokko zich aan bij de Abraham-akkoorden en erkende het formeel de staat Israël. Sindsdien zijn de banden tussen Marokko en Israël verder aangehaald. Er is innige militaire samenwerking, inclusief op het gebied van de inlichtingendiensten. Israëlische drones en ander wapentuig worden volop ingezet in de strijd tegen het Front Polisario in de Westelijke Sahara.
Trump en zijn dealmakers voegen graag een nieuwe trofee toe aan de Amerikaanse prijzenkast met halfbakken vredesakkoorden. Tant pis dat daarmee het Saharaanse zelfbeschikkingsrecht onder het tapijt wordt geveegd. De uitverkoop van het internationaal recht belooft weinig goeds voor het bereiken van echte vrede in Noord-Afrika.
Gepubliceerd in Vredesmagazine, december 2025, jaargang 19, nummer 1
Wekenlang was Mohammed bezig het huis te repareren. Hij begon met het herstel van de riolering. Daarna maakte hij de waterput schoon. Zonder water zou het huis onbewoonbaar blijven. Hij kocht buizen, waterpijpen en ander materiaal en charterde een paar vaklui om hem te helpen. ‘In m’n eentje zou het me nooit gelukt zijn.’ Mohammed repareerde ook deuren en ramen, die met plastic werden afgedekt.
Het eigen appartement van het gezin was te ernstig beschadigd om snel opgeknapt te worden, maar een ander appartement in hetzelfde gebouw was gemakkelijker bewoonbaar te maken. Het is de woning van zijn broer Ali, mijn vriend die in 2014 bij een explosie in Gaza om het leven kwam. Ali’s vrouw en twee kinderen wonen sinds het begin van de oorlog als vluchtelingen in Cairo.
Ondertussen was Mohammeds familie nog steeds in een tent in het ontheemdenkamp Al-Zawaida. Op zondag 2 november ging Mohammed hen opzoeken. De familie begon met het inpakken van de spullen; kleren, keukengerei enzovoorts. Een paar dagen later was het zover: terug naar huis. Mohammed regelde een busje om de spullen en zijn familie naar Gaza-Stad te brengen. ‘Hopelijk is dit de laatste keer dat we moeten verkassen,’ schrijft Mohammed me. De familie moest in de afgelopen twee jaar acht keer vluchten. Het wachten is nu op het openen van de grens, want Mohammed hoopt nog steeds vurig om Gaza te kunnen verlaten.
De terugkeer naar Gaza-Stad was net op tijd, voordat het de afgelopen dagen begon te regenen. Al-Zawaida en andere tentenkampen kwamen blank te staan. Maar ook in de beschadigde gebouwen heeft men last van de regen en koude: het lekt en er dreigt instortingsgevaar. Ondanks de moeilijkje omstandigheden zijn Mohammeds’ drie dochters blij weer ‘thuis’ te zijn. Naar school gaan ze echter nog niet. De meeste schoolgebouwen zijn bezet met vluchtelingen.
Het Jeugdjournaal interviewde oudste dochter Aliaa. Ze beantwoordt vragen van Nederlandse kinderen:
De video is ontroerend en spreekt voor zichzelf.
Nu er wat meer hulp en commerciële goederen Gaza binnengelaten worden, is het voor de familie gemakkelijker om eten te vinden, met name groente. Vlees en kip zijn nog ‘onbetaalbaar, dus dat slaan we maar even over, haha’.
Het wachten is nu tot de tweede fase van Trumps’ vredesplan ingaat. De situatie in Gaza is nog erg onveilig, met voortdurend bestandsschendingen door Israël. Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging werden meer dan tweehonderd Palestijnen in Gaza gedood. Velen omdat ze de onzichtbare ‘gele lijn’ overstaken. Israël laat nog steeds essentiële hulpgoederen Gaza niet binnen. De winter staat voor de deur en de meer dan twee miljoen inwoners van Gaza verkeren in grote onzekerheid over wat de nabije toekomst zal brengen.
Maandag 13 oktober was een dag van grootse beloftes. De retoriek herinnerde mij aan die gedenkwaardige septembermaand in 1993, toen president Clinton, PLO-leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Rabin elkaar de hand drukten op het gazon bij het Witte Huis. Alles zou anders worden in het Midden-Oosten. Toekomstige generaties zouden in vrede en harmonie opgroeien.
Van links naar rechts premier Rabin, president Clinton en PLO-leider Yasser Arafat
President Trump hield maandag een bombastische, deels geïmproviseerde toespraak in de Knesset in West-Jeruzalem. Hij feliciteerde ‘Bibi’ Netanyahu, maar vooral zichzelf met de ‘overwinning’ in Gaza, de geweldige vredesdeal en de vrijlating van de Israëlische gijzelaars.
‘Dat was heel efficiënt,’ complimenteerde hij de ordedienst van de Knesset, toen twee kritische parlementsleden onder gejuich de zaal werden uitgezet. Hun wandaad: ze hielden bordjes omhoog met het opschrift ‘Recognize Palestine’ en riepen ‘genocide’.
Recht doen aan de oorlogsmisdaden van de afgelopen twee jaar en aan Palestijnse aspiraties was op deze ‘historische dag’ vloeken in de kerk. Een valse noot in de unisono lofzang op het uitbreken van eeuwige vrede in het Heilige Land; op ‘het gouden tijdperk voor Israël en het Midden-Oosten’.
Ik zit met gemengde gevoelens naar de speciale tv-uitzending te kijken. Er is veel emotie op de buis. Uitbundige blijdschap zowel in Tel Aviv als in Gaza. Natuurlijk. Er is een staakt-het-vuren en families zijn herenigd. Ook ik voel opluchting. Vrienden in Gaza, met wie ik de afgelopen twee jaar intensief heb meegeleefd en contact onderhouden, overleefden de oorlog. Hun huis is vernield, maar ze hoeven niet langer bang te zijn voor bommen en granaten. Tenminste voorlopig even niet…
Op Al Jazeera wordt de vredesactivist Maoz Inon geïnterviewd. Hij verloor zijn bejaarde ouders op 7 oktober 2023 toen Hamas de moshav Netiv HaAsara aanviel, vlak bij de grens met Gaza. Inon werd bekend door zijn onophoudelijk pleiten voor verzoening, co-existentie en gelijkwaardigheid van Israëli’s en Palestijnen. Ook nu roept hij op tot een ‘partnerschap voor vrede’. Volgens Inon is met de genocide in Gaza ‘de bodem bereikt’. Vanaf nu kan het alleen maar beter worden. Uiteindelijk hebben Israëli’s en Palestijnen elkaar nodig om een betere toekomst ‘tussen de zee en de rivier’ te bereiken.
Ik hoop dat Inon gelijk heeft, maar twijfel. Is met de oorlog in Gaza werkelijk de bodem bereikt? Er is eerder gedacht dat een dieptepunt bereikt was. Dat Israël het Palestijnse volk geen groter leed kon berokkenen, geen groter onrecht kon aandoen, dan de Naqba van 1948. 750.000 Palestijnen werden destijds verdreven uit hun vaderland en meer dan 500 Palestijnse dorpen van de aardbodem weggevaagd. De Gaza-generatie moest toen nog worden geboren.
Was de bodem niet bereikt tijdens de oorlog in Libanon in de jaren tachtig, toen duizenden Palestijnen werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Chatila bij Beiroet? Was er nog niet genoeg leed aangericht door miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen in Libanon, Jordanië en Syrië te beletten ooit naar hun thuisland te kunnen terugkeren?
Er zijn sinds het begin van de twintigste eeuw zoveel dieptepunten in het Midden-Oosten geweest. Zou nu echt de trend omgebogen kunnen worden?
Van Inons’ optimisme over het wederkerig belang om samen te werken voor vrede, was op 13 oktober nog weinig te merken. ‘De Israëlische gijzelaars keren terug naar huis, hoera! De Palestijnse gijzelaars die naar huis terugkeren hebben geen huis meer, schreef dichteres Lieke Marsman op X. Ze heeft gelijk. In Gaza is 92% van de woningen en gebouwen beschadigd of vernield. ‘Domicide’ wordt dat in een VN-rapport genoemd. Gaza is onleefbaar gemaakt. Haast twee miljoen mensen zijn gedwongen in tenten te wonen of bivakkeren op straat. Domicide en genocide gingen de afgelopen twee jaar crescendo hand in hand.
Er was nog een opvallend verschil. De Israëlische gijzelaars keerden terug naar hun land. Dat gold niet voor 154 van de vrijgelaten Palestijnse gevangenen die, tot consternatie van hun familie en geliefden, in ballingschap werden gestuurd. Ze moeten de rest van hun leven slijten in een ander land, zoals in Algerije of Turkije. De gevangenen die wel naar huis mochten in Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever of Gaza, komen terug in een land dat bezet is. Hen wachten apartheid en allerlei (reis-) beperkingen binnen hun eigen land. De vrijheid om te gaan en te staan waar je wilt, het recht op een veilige woonplek en het recht op gelijke behandeling zijn elementaire mensenrechten die aan de Palestijnse bevolking worden ontzegd.
De Israëlische politici in de Knesset en de wereldleiders in Sharm el-Sheikh hadden het daar niet over. Dat maakte van de grote Trump-show een vervreemdende voorstelling. Wel met de nodige spanning en sensatie. Maar het leek alsof een ruimteschip van een andere planeet was geland, verdwaald in een woestijn in het Midden-Oosten.
Zoals vaker zat er aan het Trump-optreden ook een obsceen maffiarandje. Hoewel het geen geheim is dat de Verenigde Staten Israël door dik en dun steunt, schokten zijn schaamteloze liefdesverklaringen aan Israëls genocidale oorlogsvoering in Gaza mij toch nog. ‘Bibi Netanyahu belde me vaak op om me wapens te vragen. Van sommige van die wapens had ik nog nooit gehoord. Maar we kregen ze hier, is het niet’. Trump grijnsde samenzweerderig richting Netanyahu. ‘En je maakte er goed gebruik van.’
Ik vraag me af of ‘vredespresident’ Trump – I love Israel. I’m with you all the way- ooit de foto’s uit Gaza heeft bekeken. Dan had hij de gruwelijke effecten van dat ‘goede gebruik’ van Amerikaanse wapens kunnen zien.
De niet te missen boodschap van 13 oktober was: de Gaza-oorlog is afgelopen. Maar is de vrede echt begonnen? De Franse historicus Jean Pierre Filiu, die een standaardwerk schreef over de geschiedenis van de Gazastrook, telde sinds 1948 vijftien Israëlische oorlogen tegen Gaza. Inclusief de huidige. Al die oorlogen werden militair gewonnen door Israël, maar in politiek opzicht leverden ze meestal geen winst op. Dat geldt ook voor de oorlog van de afgelopen twee jaar. Israël is meer geïsoleerd dan ooit en de Palestijnse zaak is wereldwijd op de kaart gezet. Ook in Nederland is de sympathie voor de Palestijnen toegenomen.
Het optimisme van vredesactivist Maoz Inon lijkt misschien naief, maar er is geen alternatief dan te blijven werken voor recht voor allen tussen de rivier en de zee. Ook de buitenwereld heeft een belangrijke rol om het historische onrecht, dat de Palestijnen is aangedaan, te herstellen. Laten we eraan werken dat het dieptepunt van de afgelopen twee jaar niet gevolgd zal worden door nieuwe dieptepunten. Het is genoeg geweest.