Er stond midden januari zo’n vijftig, zestig centimeter water in veel straten en stegen van Gaza. De harde regen viel in januari dagen achtereen, het dagelijkse leven werd totaal ontwricht. Kinderen waadden tot hun knieen door het water om naar school te gaan. Sommige mensen timmerden een vlot om zich voort te kunnen bewegen.
In de winter zijn de nachten koud in Gaza. Veel huizen die tijdens de Israelische beschietingen en bombardementen van mei werden beschadigd zijn nog niet hersteld. Door de scheuren en kieren in de muren is het onmogelijk het binnen warm te krijgen. Inwoners van Gaza slapen onder een extra paar dekens., kinderen kruipen dicht tegen elkaar aan. Maar als het regent wordt de hele boel kleddernat, vooral in vluchtelingenkampen waar veel woningen zwaar beschadigde zijn.
Het lijkt of de overstromingen in Gaza elk jaar erger worden. De schijn bedriegt niet want de gemeentes hebben meestal geen geld om de wegen te repareren. En zelfs daar waar wel reparaties plaatsvonden is het voor de lokale autoriteiten geen doen om, na de nieuwe vernielingen van mei, opnieuw alles voor de winter in orde te hebben. Na vier rondes van geweld is Gaza zwaargehavend. Volgens cijfers van de Verenigde Naties werden in mei 56.000 woningen beschadigd en 2.100 werden compleet verwoest.
Volgens de Palestijnse autoriteiten en de Wereldbank hebben de bewoners van Gaza 479-miljoen dollar nodig voor het herstel van hun woningen en voor reparatie van de infrastructuur. Van dit bedrag is slechts 100-miljoen dollar inmiddels uitgekeerd. Het gaat hierbij vooral om geld uit Qatar en hulp uit Egypte.
Wateroverlast in Jabalya vluchtelingenkamp
Israelische luchtbombardementen en beschietingen doodden in mei 250 Palestijnen, waaronder 66 kinderen. In Israel vielen, als gevolg van de raketbeschietingen door Hamas, 13 doden waaronder 2 kinderen.
De winterellende in Gaza komt op een moment dat de gezondheidszorg in Gaza, die onder de “normale” omstandigheden van oorlog en beleg al onder enorme druk staat, het nog moeilijker heeft gekregen door corona. Volgens het Palestijnse Ministerie van Gezondheid zijn sinds het begin van de pandemie tot eind januari 1.725 mensen in Gaza gestorven aan de gevolgen van corona. Ongeveer een derde van de volwassen bevolking is volledig gevaccineerd, tegen 60% op de bezette Westoever.
Help ons helpen!
De Stichting Groningen-Jabalya steunt de gezondheidszorg in Gaza via de Palestine Medical Relief Society (PMRS). Draag bij aan de medische zorg in Jabalya (Gaza) en doneer op NL92INGB0006687678 t.n.v. Stichting Groningen-Jabalya onder vermelding van ‘noodhulp PMRS’.
Het is als een film die telkens wordt herhaald en die we zo langzamerhand wel kunnen dromen. In 2008-’09, 2012, 2014 en mei 2021 kwam het tot grootscheepse Israëlische aanvallen op Gaza. De tol was hoog. Meer dan 4.000 mensen verloren hun leven, waarvan 260 in mei; een kwart miljoen woningen werd beschadigd, waarvan 4.000 dit jaar en de totale schade loopt in de miljarden euro’s.
Dat is niet niks.
Het is ook geen kleinigheid om zo’n tweemiljoen mensen in een gebied van 365 vierkante kilometer jarenlang te onderwerpen aan een land-, zee- en luchtblokkade. Ter vergelijking: de gemeente Emmen in Drenthe beslaat 346 vierkante kilometer en heeft 20 keer minder inwoners. En Emmen wordt uiteraard niet afgesloten van de rest van de wereld.
De rigoureuze Israëlische politiek heeft niet geresulteerd in machtsverlies laat staan de vernietiging van Hamas, de islamitische beweging die Gaza sinds 2007 bestuurt. De leefomstandigheden zijn er inmiddels mensonwaardig, de humanitaire situatie onacceptabel, maar het lijkt onmogelijk de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken.
Tussen de grootscheepse militaire confrontaties door blijft het pijnlijk rommelen aan de grens met Gaza. Ondanks het wankele staakt-het-vuren waarmee de confrontaties in mei werden afgesloten, wordt er geregeld gedemonstreerd bij het grenshek en worden ‘brandbalonnen’ opgelaten, uit protest tegen het niet-doorlaten van bouwmaterialen en het afknijpen van humanitaire hulp. Israël “antwoordt” dan weer steevast op deze acties met luchtbombardementen. De partijen lijken op een onafwendbare vijfde ronde van dood en verderf af te stevenen.
De nieuwe Israëlische premier Naftali Bennett bezocht in augustus het Witte Huis en in een persconferentie met de Amerikaanse media had Bennett het over Iran, de vriendschap tussen Israël en de VS en de bestrijding van corona, maar niet over Gaza. Als je Bennett hoort praten lijken de Palestijnen en Gaza niet te bestaan.
Bennett is een havik en wil geen enkele politieke concessie doen aan de Palestijnen, hij blijft faliekant tegen de tweestaten-oplossing. Hij denkt dat als Israël het leven voor de Palestijnen wat dragelijker maakt, vooral in economisch opzicht, dat dan het vredesproces kan worden “geparkeerd”.
Wat deze opvatting voor Gaza betekent blijft vooralsnog onduidelijk.
De Zweedse politicus en diplomaat Carl Bildt schreef na de oorlog in mei een artikel waarin hij pleitte voor vier moedige stappen om de impasse van Gaza te doorbreken.
In de eerste plaats moet de blokkade van Gaza worden opgeheven. De blokkade heeft Gaza’s economie vernield en buitenlandse handel praktisch onmogelijk gemaakt. De blokkade heeft smokkel in hand gewerkt, die weer voor een groot deel wordt gecontroleerd door Hamas. In dat opzicht heeft de blokkade Hamas eerder versterkt dan verzwakt.
In de tweede plaats moet Israëli’s in veiligheid kunnen leven. Geen enkel land accepteert willekeurige raketbeschietingen. Maar Israël moet ook erkennen dat zijn huidige defensiepolitiek heeft gefaald.
Ten derde moet Gaza weer onder internationaal erkend Palestijns bestuur geplaatst worden. Geen hulp voor Gaza en geen wederopbouwfondsen zonder vrije en eerlijke verkiezingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem.
Tenslotte vereist een oplossing op de lange duur dat de toekomstige staat Palestina Gaza kan gebruiken voor toegang tot de Middellandse Zee en daarmee tot de rest van de wereld. Gaza heeft een eigen haven en vliegveld nodig en een veilige verbinding met de Westelijke Jordaanoever.
De Palestijnse journalist Daoud Kuttab wees er onlangs op dat zelfs als Bennett geen politieke vooruitgang wil in het Israëlisch-Palestijnse vredesproces, Israël wel gehouden is aan de Oslo-akkoorden. In die akkoorden wordt gesproken over een veilige verbinding tussen Gaza en de Westoever. Volgens het door beide partijen ondertekende akkoord zijn Gaza en de Westoever “een territoriale eenheid”.
Drie jaar geleden stelden de Nederlandse parlementariërs Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Joel Voordewind (ChristenUnie) voor een internationale Gaza-conferentie te organiseren, waar het plan voor een veilige verbinding tussen Gaza en de Westoever besproken zou moeten worden. Een veilige route om medische zorg, familiehereniging en handel makkelijker gemakkelijker te maken en de ‘geweldsspiraal te doorbreken’.
Het plan verdween, zoals zoveel pogingen om uit de Gaza-impasse te komen, in een zwart gat. Het duo Netanyahu-Trump had andere opvattingen over vrede in het Midden-Oosten. En Nederland en de EU hadden niet de politieke wil of daadkracht om zich echt hard te maken voor een oplossing in Gaza.
Het zal duidelijk zijn dat voor Carl Bildts vier stappen politieke druk nodig is, vooral vanuit de EU en de VS. De Palestijnse Autoriteit en Hamas moeten daarnaast tot een akkoord komen over verkiezingen en Naftali Bennett moet ervan overtuigd worden dat Israël ook andere opties heeft dan de militaire.
De vier stappen zijn ondenkbaar zonder dat Israël en de Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel plaatsnemen en dat is precies het laatste wat Bennett wil.
De kans dat er straks een reprise komt van de Gaza-horrorfilm en een vijfde ‘ronde’ van raketten en bombardementen, is dus groot. Niemand lijkt uit te kijken naar wederom hartverscheurende beelden uit Gaza, maar geen van de hoofdrolspelers in het drama maakt haast om zelfs maar tot een begin van een oplossing te komen. Alleen de inwoners van Gaza: zij kunnen niet wachten op een verbetering van hun situatie. Geen dag langer.
Duizenden mensen gingen deze week de straat op in Spanje na de arrestatie van rapper Pablo Hasél. Ze protesteerden tegen de straf van negen maanden gevangenis die Hasél kreeg voor zijn rapteksten en tweets. Een rapper hoort niet in de gevangenis, aldus de demonstranten. Ze eisten vrijheid van meningsuiting: libertad, libertad, werd er geroepen, vrijheid voor Pablo.
Het ging er bij de demonstraties, die niet waren toegestaan, hard aan toe. De oproerpolitie hanteerde de wapenstok, schoot met rubberkogels en verrichtte tientallen arrestaties. Sommige demonstranten richtten vernielingen aan en vielen politiemannen aan. Er velen gewonden, zowel bij de demonstranten als bij de politie en journalisten die verslag deden van de rellen.
De woordvoerder in het parlement van Unidas Podemos, de kleinere en linksere regeringspartner in de coalitie met de sociaaldemocratische PSOE, liet op sociale media er geen twijfel over bestaan dat zijn sympathie lag bij ‘de jonge antifascisten die demonstreren voor rechtvaardigheid en vrijheid van meningsuiting’. Hij hekelde het harde, niet-proportionele optreden van de oproerpolitie. De politie moest volgens hem verantwoording afleggen voor het schieten met rubberkogels waarbij een van de demonstranten een oog had verloren.
De Spaanse twitter en facebook ontploften. Vooral de rechterflank roerde zich flink. Politiebonden spraken schande van de kritiek van de linkse parlementariër. Hoe was het mogelijk dat een vertegenwoordiger van een regeringspartij, die dus indirect ook het gezag vertegenwoordigde, de vrijlating van rapper Pablo Hasél eiste? En kritiek op de politie durfde te leveren? Die zogenaamde antifascisten waren niet meer dan relschoppers, jeugdige delinquenten die vernielingen aanrichtten. Hoezo vrijheid van meningsuiting?
De arrestatie van de rapper, het geweld op straat en het verbale geweld in de (sociale) media liet deze week zien hoe diep verdeeld Spanje nog steeds is. Voor de aanhangers van de rechtse Partido Popular en vooral van de sterk opkomende partij Vox, een soort Spaanse versie van de PVV, zijn de rapper Hasél en de jongeren die voor hem demonstreren, echt terroristen of criminelen.
Ik had een overweldigend gevoel van déjà vu bij de beelden van libertad libertad scanderende jongeren en erop los meppende dienders. In de jaren zeventig werkte ik enkele jaren in Madrid als beginnend journalist en maakte de transición mee van Franco-dictatuur naar een moderne, Europese democratie. Het was geen pijnloze bevalling maar de culminatie van jarenlange politieke en sociale strijd voor meer democratie. En de ellende was dat het nieuwgeboren Spanje weliswaar vrijer was dan het fascistische Spanje van Franco, maar perfect was het lang niet. De nieuwe grondwet herstelde bijvoorbeeld de monarchie en de door Franco voor het ambt van staatshoofd klaargestoomde Juan Carlos de Borbón werd koning.
Dat de Spaanse democratie nog niet perfect was merkte ik zelf aan den lijve in 1979 toen ik formeel het land werd uitgezet. Ik had een artikel geschreven in De Volkskrant over betrokkenheid van een aantal rechtse officieren bij een terroristische aanslag in Madrid. De top van het Spaanse leger was not amused over het artikel en als reden van mijn uitzetting werd opgegeven dat ik me schuldig had gemaakt aan “belediging van de Spaanse strijdkrachten”. En dat was een strafbaar feit.
Die herinnering kwam terug toen ik las waarvan de rapper Pablo Hasél werd beschuldigd. In zijn tweets zou hij de kroon -in Spanje geschreven als Corona met een hoofdletter- en de Spaanse staatsinstellingen, waaronder de strijdkrachten, hebben beledigd. Injuria of belediging van deze instellingen is, volgens het Spaanse wetboek van strafrecht, een misdrijf waar gevangenisstraf op staat.
Pablo Hasél rapt in een van zijn nummers dat de vroegere koning Juan Carlos een maffiabaas en hoerenloper is. Niet zulke fijnzinnige beschuldigingen natuurlijk, maar de ironie is dat er een grote kern van waarheid in schuilt. De vroegere vorst en vader van de huidige koning Felipe wordt daadwerkelijk beschuldigd van corruptie en schimmige deals, onder andere met Saoedi-Arabië. De totaal van zijn voetstuk gevallen Juan Carlos verblijft sinds vorig jaar in ballingschap in Abu Dhabi.
Maar dat betekent nog niet dat je in Spanje de kroon als instelling zomaar kunt bekritiseren of bespotten. Of de eenheid van het land in twijfel kunt trekken. Of kritisch kunt zijn over de kerkelijke hiërarchie of katholieke symbolen. Volgens de politieke analist Germán Gorraiz López speelt de erfenis van generaal Franco wel degelijk een rol bij de repressieve wetten en “het uitsterven van de vrijheid van meningsuiting in Spanje”. De repressie, aangescherpt door een wet ingevoerd in 2015 onder de vroegere premier Rajoy, heeft als doel “weerspannige personen, groepen en entiteiten die ingaan tegen de belangen van het Spaanse establishment te criminaliseren”.
De zaak van rapper Hasél staat niet op zichzelf. Volgens Amnesty International werden in 2018-’19 zeventig personen veroordeeld op basis van de Rajoy-wet. Een andere rapper vluchtte naar België nadat hij tot drie-en-een-half jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. Ook hij zou de monarchie hebben beledigd en terroristische groepen hebben geprezen.
Spanje scoort binnen Europa slecht op het gebied van vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Volgens de RSF-persvrijheidsindex van 2020 staat Spanje op de 29e plaats, ver achter Nederland (5e) maar ver achter ook Portugal (10e).
Om de situatie in Spanje te vergelijken met die in Turkije of Marokko, zoals sommige Spaanse persvrijheidsactivisten doen, gaat wat ver, maar er is nog wel erg veel werk aan de winkel. De huidige linkse regering wil af van de strenge Rajoy-wetten en van gevangenisstraffen voor ‘opiniemisdrijven’. Oproepen tot haat en geweld zouden wel strafbaar moeten blijven, conform de wetgeving in andere landen van de Europese Unie. De regering van premier Sanchez is echter nog niet met een concreet wetsvoorstel gekomen.
De enorme polarisatie die de zaak-Hasél in Spanje teweeg heeft gebracht toont aan dat er nog iets anders aan de hand is. Oude demonen steken hun kop weer op. Spanje blijft een verdeeld land, waar een tot voor kort vrij onbekende rapper voor de één een strijder voor het vrije woord is en voor de ander een crimineel die in de gevangenis thuishoort.
Al in 2012 waarschuwde de Verenigde Naties voor de ramp die Gaza in 2020 zou overkomen als er niet snel op grote schaal meer hulp geboden zou worden. Gebrek aan water, elektriciteit, infrastructuur, middelen van bestaan, voldoende gezondheidszorg, en aan communicatie met de buitenwereld zouden het gebied onleefbaar maken. Die voorspelling is, op de drempel van 2020, inmiddels allang realiteit geworden. Gaza is -volgens de criteria van de VN en Wereld Gezondheid Organisatie (WHO)- al onleefbaar. Een waardig bestaan is er eigenlijk onmogelijk.
Layan Abu Atan
Het Israëlische leger, dat sinds 13 jaar het gebied hermetisch afsluit, voert met de regelmaat van de klok militaire operaties uit met pseudo-poëtische namen als Regenboog, Actief Schild, Dagen van Boetedoening, Hof van de Koning, Herfstwind, Zomerregen, Zuidelijke Pijl, Hete Winter en Beschermende Rand. Op de drempel van het voorziene rampjaar 2020 werd in november opnieuw een operatie uitgevoerd, deze keer met de naam Zwarte Riem. Het is veilig om te voorspellen dat het niet de laatste Israëlische operatie zal zijn.
In de in Israël massaal gebezigde propagandistische retoriek wordt Gaza ontdaan van elke menselijkheid. Het wordt geassocieerd met angstaanjagende terreurorganisaties en met bloeddorstige en wraakzuchtige hordes Arabieren, die elke vrijdag demonstreren bij het grenshek om, zodra ze kunnen, de grens over te steken en een slachtpartij aan te richten onder de joodse bevolking van Israël.
Het gecultiveerde vijanddenken is de Hebreeuwse taal van Israël binnengeslopen. In plaats van de verwensing “loop naar de hel” (lekh leazazel) hoor je “loop naar Gaza” (lekh le’aza). Rabin verzuchtte in 1992 dat hij hoopte op een ochtend wakker te worden met het nieuws dat Gaza in de zee was weggezonken. In een Israëlisch radiodebat over de vraag “wat te doen met Gaza” stelde iemand voor het gebiedje volledig plat te gooien en er een groot parkeerterrein aan te leggen. De luchtmacht inzetten in Gaza wordt in Israëlische journalistieke en militaire kringen eufemistisch “het gras maaien” (mowing the lawn) genoemd.
In het heersende Israëlische discours zijn het de Palestijnen van Gaza en “Judea en Samaria” die Israël van de kaart willen vegen. In een recente column in The Jerusalem Post wordt gesproken over “de nooit eindigende oorlog van de Palestijnen tegen de Joodse staat”. Die oorlog wordt ingegeven -als men Israëlische media mag geloven- door Jodenhaat, de islam of propaganda uit Iran. De wortels van het conflict -onteigening, verdrijving en ontkenning van de fundamentele rechten van Palestijnen- worden verdrongen of ontkend.
De Palestijnen en zeker de Palestijnen uit Gaza worden dusdanig van hun menselijkheid ontdaan dat zelfs het afschieten van demonstranten niet op breed verzet bij de Israëlische publieke opinie stuit. Sinds de protestmarsen op 30 maart 2018 begonnen tot eind 2019 documenteerde het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten in Gaza 215 burgerdoden en 14,759 gewonden. Onder de slachtoffers waren een groot aantal kinderen, hulpverleners en journalisten.
Ook van targeted killings waarbij veel onschuldige burgers worden getroffen als “nevenschade” ligt men niet meer wakker. Op 12 november voerde Israël een luchtaanval uit op het huis van Bahaa Abu al-Ata, leider van de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) in het noorden van de Gazastrook. Israël had al twee jaar geleden besloten dat Bahaa Abu al-Ata uit de weg geruimd moest worden, maar besloot pas nu om intern-politieke redenen tot actie over te gaan.
Tegelijkertijd met de operatie in Gaza werd in Damascus het huis van een andere PIJ-leider getroffen door een luchtaanval. Het beoogde slachtoffer daarvan, Akram al-Ajouri, was niet thuis en ontsprong de dans. Zijn zoon en een buur werden wel gedood in de aanval. Het offensief tegen de, door Iran gesteunde, PIJ heeft alles te maken met de zich voortslepende kabinetsformatie in Israël. Doel lijkt te zijn de positie van de demissionaire en in staat van beschuldiging gestelde premier Netanyahu, die aanstuurt op een rechtser-dan-rechtse regering onder zijn leiding, te verstevigen.
De cynische politieke berekeningen bij het liquideren van “terroristenleiders” waren niet besteed aan Layan Abu al-Ata (11). Zij verloor haar beide ouders tijdens het bombardement op haar ouderlijk huis. Het gebeurde op de dag dat ze jarig was. “We zagen onze vader haast nooit”, vertelde Laylan de Palestine Chronicle. “Gewoonlijk slaapt hij niet thuis omdat de Israëli’s achter hem aan zitten. Ik wachtte het hele jaar op mijn verjaardag, want dan zou ik mijn vader zien. Mijn vader wilde me verrassen op m’n verjaardag.”
Achteraf blijkt dat de Israëli’s hem al drie dagen intensief volgden. Hij was net thuis gekomen en zijn slaapkamer binnengegaan toen de Israëlische luchtmacht toesloeg. Bij de aanval kwam ook zijn vrouw Asmaa om het leven en werden drie van zijn zonen en vijf buren gewond. De Palestijnse Islamitische Jihad reageerde op de aanslag met raketvuur richting Israël, waarop weer Israëlische luchtaanvallen op Gaza volgden waarbij 34 Palestijnse burgers werden gedood.
De episode volgt het bekende patroon van aanvallen, beschuldigingen van terrorisme, tegenaanvallen staakt-het-vuren, beloftes van versoepeling van de blokkade van Gaza die dan ook weer worden ingetrokken en het verbreken van het staakt het vuren. Ondertussen zakt Gaza, met z’n twee miljoen verpauperde inwoners steeds verder in het moeras.
Gaza is overbevolkt. De bevolkingsdichtheid in Gaza bedroeg in 2019 5,453 personen per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in Nederland wonen 411 personen per vierkante kilometer. Meer dan 60% van de inwoners is vluchteling uit het gebied dat nu Israël is. Maar het “recht van terugkeer”, in 1948 vastgelegd in VN-resolutie 194, blijft nog steeds dode letter. De dorpen en steden waar de vluchtelingen in Gaza en nakomelingen oorspronkelijk vandaan komen liggen soms maar op enkele kilometers afstand maar zijn onbereikbaar. Het overgrote deel van de bevolking kan Gaza niet uit. Zelfs niet voor familiebezoek, om te werken, te studeren of voor medische verzorging.
Dat is wellicht ook de essentie van het drama in Gaza: de ontheemding en verjaging uit je eigen land. Het koloniale project van de staat Israël is zoveel mogelijk territorium van het historische mandaatgebied Palestina te controleren met zo weinig mogelijk Palestijnse bewoners. Ander element van dat beleid is het concentreren van een maximaal aantal Palestijnen op zo klein mogelijke, gefragmenteerde stukjes grond. Nog liever zien de Israëlische beleidsmakers de Palestijnen vertrekken naar het buitenland: Israël is pas af als Joodse staat als het af is van de oorspronkelijke Palestijnse bewoners.
Op de Westelijke Jordaanoever worden deze doelen nagestreefd door een politiek van onteigening, het tegengaan van economische ontwikkeling en concentratie van de Palestijnse bevolking in zes, los van elkaar staande, stadseilanden: Hebron, Bethlehem, Ramallah, Nabloes, Tulkarm en Kalkilya. Oost-Jeruzalem is geannexeerd en wordt hoe langer hoe meer van zijn Palestijnse karakter en bewoners ontdaan.
En Gaza? Gaza is een omheinde enclave met twee miljoen Palestijnen die het mogen uitzoeken zolang ze tenminste niet dromen van en strijden voor terugkeer. Dat is echter ijdele hoop. De “Grote Mars voor de Terugkeer” zal ook in 2020 worden voortgezet. Er is weinig te verliezen.
Zijn er oplossingen voor Gaza?
Behalve het doorbreken van de internationale onverschilligheid en het verlenen van humanitaire hulp als verlichting van de pijn op de korte termijn, zijn de oplossingen vooral politiek. Zo zou het opheffen van de illegale Israëlische blokkade van Gaza al een enorme stap in de goede richting zijn. Ook is nodig dat de Palestijnse organisaties Fatah en Hamas hun conflicten beëindigen.
Gaza raakt het hart van de kwestie Israël-Palestina. Als er een oplossing komt voor de Palestijnse vluchtelingen, komt er letterlijk en figuurlijk ruimte voor een beter leven in Gaza.
Eerder verschenen in de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya december 2019
Op 2 oktober was het precies een jaar geleden dat de journalist Jamal Khashoggi werd vermoord in het Saoedische consulaat in Istanbul. Kennelijk een uitgelezen moment voor de Saoedische kroonprins Mohammed Bin Salman, om in een interview met het Amerikaanse tv-programma 60 minutes, te verklaren dat hij de “volledige verantwoordelijkheid” voor Khashoggi’s dood op zich neemt.
Mohammed Bin Salman tijdens de G20 in Osaka (juni 2019)
Khashoggi was een prominent Saoedische journalist die veel kritiek had op de politiek van Mohammed Bin Salman; MBS in de wandelgangen. De kroonprins is de werkelijke machthebber van het koninkrijk en met name de oorlog die de Saoedi’s voeren in Jemen werd fel door Khashoggi sterk bekritiseerd. Sinds 2017 woonde Khashoggi, die naast Saoedisch ook Amerikaans staatsburger was, in de Verenigde Staten en werkte hij onder andere voor de Washington Post.
MBS waste deze week zijn handen in onschuld. Hij mocht dan verantwoordelijkheid dragen voor de “vreselijke misdaad” omdat de daders Saudische functionarissen waren en het slachtoffer een Saudisch burger, hij zei zelf niets van de moord geweten te hebben, had er niet om gevraagd en had er dus niets mee te maken…
De verklaring kwam rijkelijk laat, nota bene haast een jaar na de gruwelijke moord in Istanbul en na een lange reeks tegenstrijdige lezingen van de gebeurtenis vanuit Riyad. MBS liep wereldwijd reputatieschade op nadat bekend was geworden hoe Khashoggi aan zijn eind was gekomen en zijn lijk in stukken was gesneden en daarna verdwenen. Het interview met CBS lijkt een wel erg doorzichtige en hypocriete poging om van alle blaam gezuiverd te worden.
Deze whitewashoperatie van het Saoedische koningshuis in de Amerikaanse media dient om het respect voor het Saoedische koningshuis te herstellen, het Amerikaanse Congres gerust te stellen en het voor tal van Europese landen weer mogelijk te maken “normale” betrekkingen te onderhouden met de Saoedi’s.
Het meest ontluisterend is dat MBS’ verklaringen in veel Westerse hoofdsteden eigenlijk wel goed uitkomen. Er staat namelijk veel op het spel: de relaties met Saoedi-Arabië zijn belangrijk vanwege onder andere de olie, wapenverkopen en de conflicten met Iran. De Amerikaanse president Trump weigerde vanaf het begin zijn uitstekende relatie met MBS te laten verstieren door de moord op Khashoggi, ondanks dat deze journalist Amerikaans staatsburger was en columnist voor een prominente Amerikaanse krant.
Trump lapte ook de informatie van de CIA aan zijn laars die liet weten er tamelijk zekervan te zijn dat MBS opdracht gaf tot de moord. De Amerikaanse persvrijheidsorganisatie Committee for he Protection of Journalists (CPJ) deed tot dusver tevergeefs een beroep op de Freedom of Information Act(de Amerikaanse Wet Openbaarheid Bestuur) om informatie over de kwestie-Khashoggi boven water te krijgen. Met name wordt de vraag gesteldwaarom de CIA, die mogelijk voorkennis had van de moord, Khashoggi niet had gewaarschuwd. De CIA heeft een duty to warn-verplichting als een Amerikaans staatsburger imminent gevaar loopt.
Het gedrag van de Saoedische regeringsleiders na de moord in Istanbul was op z’n minst bizar: er werden tegenstrijdige verklaringen uitgegeven, er werd gedraaid, er werd ontkend en uiteindelijk werden elf verdachten gearresteerd. Maar een jaar later is nog altijd onduidelijk hoe het staat met een eventueel proces. Er zijn sterke geruchten dat sommige van de hoofdverdachten op vrije voeten zijn in Saoedi-Arabië.
Jamal Khashoggi (The Washington Post)
Duitsland, Finland en Denemarken schortten hun wapenverkopen aan Saoedi-Arabië op na de moord op Khashoggi. Maar alom lijkt toch de sfeer te heersen dat de kwestie op den duur wel zal overwaaien. Soms is die wens de vader van de gedachte. Illustratief is de reactie van premier Rutte op het tumult dat ontstond nadat koningin Maxima een ontmoeting had met MBS in de zijlijn van de G20-top in Osaka in juli. Volgens Ruttewas er geen vuiltje aan de lucht en zou hij Maxima “opnieuw adviseren dit gesprek (met MBS) te voeren als zij het zou vragen’’.
Het is deze houding die de Franse juriste en mensenrechtenexpert Agnes Callamard razend maakt. Ze vindt de houding van de wereldgemeenschap wel heel erg laks. Callamard, die de moord namens de Verenigde Naties gedurende zes maanden onderzocht, zegt in een interview in Die Zeit ervan overtuigd te zijn dat het doden van Khashoggi een “staatsmoord” was. “De verantwoordelijkheid voor deze misdaad ligt bij de leiders van Saudi-Arabië.”
Verantwoordelijkheid is een complex begrip. “Ik bedoel niet de verantwoordelijkheid van degene die uiteindelijk de opdracht tot de moord gaf. Het gaat veeleer om degenen aan de top die Khashoggi’s dood goedgekeurd, getolereerd of niet voorkomen hebben – terwijl ze dat wel hadden kunnen doen. Ik zeg niet dat Mohammed bin Salman de leiding had over de moordaanslag. Ik laat zien dat het bewijs sterk suggereert dat hij verantwoordelijk is voor de moord; wellicht omdat hij ertoe aanzette of in ieder geval omdat hij Khashoggi niet beschermde.”
Over de “verantwoordelijkheid” die MBS nu zegt te nemen is Callamard niet onder de indruk. Zijn eigen rol blijft immers buiten schot. Als hij serieus is dan zou het proces tegen de elf leden van het doodseskader die in Saoedi-Arabië gevangen worden gehouden in de openbaarheid moeten plaatsvinden. “Hij zou ook alles moeten doen om dergelijke misdaden in de toekomst te voorkomen, gevangen journalisten en mensenrechtenactivisten vrijlaten en op moeten houden dissidenten in het buitenland te intimideren. Zolang hij dat niet doet blijven het lege woorden”.
Haar zaak deed veel stof opwaaien. De Speciale VN-Rapporteur voor Vrijheid van Meningsuiting David Kaye en organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en Reporters without Borders kwamen op voor haar recht vrijelijk journalistiek te bedrijven. Haar misdaad? Ze had in december 2018 met haar mobiele telefoon een demonstratie gefilmd in Laayoune, de hoofdstad van de door Marokko bezette Westelijke Sahara.
Op 8 juli werd de
28-jarige Nazha el Khalidi door een Marokkaanse rechtbank in Laayoune veroordeeld
tot een boete van 400 euro. Het had veel erger gekund. Ze riskeerde zelfs twee
jaar gevangenisstraf omdat ze artikel 381 van het Marokkaanse Wetboek van
Strafrecht had overtreden, dat bepaalt dat een beroep alleen kan worden
uitgeoefend als “aan wettelijke
professionele eisen is voldaan”. Volgens Human
Rights Watch wordt deze wet ten onrechte toegepast bij (burger-)
journalisten die proberen misstanden aan de kaak te stellen.
Waarschijnlijk
heeft de internationale aandacht voor de zaak van Nazha el Khalidi tot gevolg
gehad dat haar straf relatief laag uitvalt. Het is duidelijk dat de Marokkaanse
autoriteiten van haar geen martelaar voor het vrije woord willen maken. Voorkomen
moet immers worden dat de schijnwerpers worden gericht op de situatie in de vroegere
Spaanse kolonie die, sinds het einde van de jaren zeventig, voor een groot deel
in handen is van Marokko.
De
wereldgemeenschap, inclusief Nederland, heeft de Marokkaanse soevereiniteit
over de Westelijke Sahara nooit erkend. Volgens de Verenigde Naties zouden de
oorspronkelijke Saharaanse bewoners van het gebied, waarvan er 175.000 in
vluchtelingenkampen in Algerije wonen, zich in een referendum moeten uitspreken
over aansluiting bij Marokko, autonomie of onafhankelijkheid. Dit recht op zelfbeschikking hebben de
Saharanen tot dusver nooit kunnen uitoefenen.
In een in juni
uitgekomen rapport
van Reporters without Borders (RSF)
wordt het gebied een “woestijn voor
journalisten” genoemd. Niet omdat er
nooit iets zou gebeuren, maar omdat uit de Westelijke Sahara pottenkijkers systematisch
worden geweerd. Het gebied is een ware no-go
zone voor journalisten, correspondenten en kritische buitenlandse
waarnemers.
Zo werden op 19
mei vijf Spaanse en twee Noorse juristen, die het proces in Laayoune tegen
Nazha el Khalidi wilden bijwonen, het land uitgezet. Op 23 juni herhaalde dit
scenario zich met drie Spaanse advocaten, die ervan werden beschuldigd “vijandige bedoelingen ten opzichte van Marokko” te hebben.
Volgens RSF is de
Westelijke Sahara is een soort zwart gat, een news black hole, waar alleen journalisten van Marokkaanse media die
het regeringsverhaal reproduceren, zo nu en dan welkom zijn. “Marokko voert een politiek waarbij systematisch
buitenlandse journalisten uit de Westelijke Sahara worden geweerd. Lokale
burgerjournalisten, die een niet-officiële versie van het nieuws naar buiten proberen te brengen, onder andere via
sociale media, worden zwaar vervolgd en gestraft.
Volgens het
RSF-rapport hebben lokale Saharaanse journalisten te maken met “martelingen, arrestaties, fysieke mishandeling,
intimidatie, pesten, smaad, technologische sabotage en langdurige
gevangenisstraffen”. Drie Saharaanse
journalisten/activisten zitten op dit moment straffen uit van respectievelijk
6, 20 en 25 jaar in Marokkaanse gevangenissen.
De tweeledige
blokkade -geen buitenlandse media en geen lokale stemmen toelaten- heeft ervoor
gezorgd dat er nauwelijks nieuws naar buiten komt.
Het moedige werk
van Nazha el Khalidi en van haar collega’s bij het Saharaanse mediacollectief Equipe Média
is daarom des te opmerkelijker. Uitdrukkelijk doel van de jonge media-activisten,
is de informatieblokkade te doorbreken met teksten, foto’s, video’s en uitingen op sociale media die een alternatief verhaal vertellen. In de
Spaanse krant La
Vanguardia zegt Nazha el Khalidi ondanks de veroordeling en ondanks
alle risico’s door te willen gaan
met haar journalistieke werk.
Marokko scoort dit
jaar met een 135e plaats (van 180 landen) laag op de World Press Freedom Index van
Reporters without Borders. Niet alleen verslag doen van de situatie in de
Westelijke Sahara, van de demonstraties in de noordelijke Rif-regio of
berichten over het koningshuis wordt beantwoord met criminalisering en
repressie. Ook van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek zijn de Marokkaanse
autoriteiten niet gediend.
Het Committee to
Protect Journalists (CPJ) publiceerde op 1 juli een rapport
over het klimaat “van voortdurende
surveillance, intimidatie en plagerijen” waar Marokkaanse onderzoeksjournalisten mee te maken hebben. De
autoriteiten installeren geavanceerde spyware op de laptops of mobiele
telefoons van kritische journalisten en correspondenten.
De Marokkaanse
journalist Ali Lmarabet reist veel op en neer tussen zijn woonplaats Barcelona
en Marokko. Hij schrijft veel over “delicate” onderwerpen, zoals de
situatie in de Rif en de Westelijke Sahara. In 2003 werd hij tot 3 jaar
gevangenisstraf veroordeeld omdat hij de koning zou hebben beledigd. In 2004
kreeg hij amnestie en werd uit de gevangenis ontslagen, maar kreeg wel een
Marokkaans beroepsverbod opgelegd vanwege zijn artikelen over de Westelijke
Sahara. Lmarabet vertelt CPJ dat hij voortdurend wordt geconfronteerd met
malware op zijn laptop, elke keer als hij in Marokko is geweest.
Een van de meest effectieve middelen die de autoriteiten hebben om de journalistiek te controleren is de (niet-) verstrekking van perskaarten. Zonder persaccreditatie mag je het journalistieke beroep in Marokko niet uitoefenen en kun je als freelancer ook geen artikelen verkopen aan Marokkaanse media. Deze praktijk druist uiteraard in tegen de elementaire rechten van persvrijheid en vrije meningsuiting. Onder andere Nazha el Khalidi werd er het slachtoffer van. Maar ze is niet van plan zich de mond te laten snoeren.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd door VillaMedia op 9 juli 2019
Als een conflict maar lang genoeg duurt zijn er genoeg historische hoogte- en dieptepunten om te herdenken. Dat geldt zeker voor het conflict om Palestina.
Ga maar na: 2017 was het jaar dat het honderd jaar geleden was dat de Britse minister Arthur Balfour de zionistische beweging een “joods tehuis” in Palestina beloofde. Het was 70 jaar geleden dat de Verenigde Naties het Britse mandaat over Palestina beëindigde en het “verdelingsplan” aannam, waarbij het land opgedeeld zou worden in een Joodse en een Arabische staat. En 50 jaar geleden, in 1967, bezette het Israëlische leger de laatste stukken Palestina: de Westoever inclusief Oost-Jeruzalem en Gaza.
Er viel dit jaar veel te vieren en veel te rouwen. Ik heb gemengde gevoelens over dit jaar. Het herdenken betrof immers geen afgesloten historische gebeurtenissen maar een nog steeds doorgaand proces van koloniseren en verdringing van de oorspronkelijke Palestijnse bevolking. Het vieren werd vooral verricht door de Israëlische regering en haar achterban en bondgenoten. Ondertussen rouwde het Palestijnse volk, dat slachtoffer blijft van jarenlange (en voortgaande) verjaging, onteigening, bezetting en apartheid.
Er was nog een mijlpaal die in 2017 herdacht moest worden. Op 9 december 1987 botste een Israëlisch militair voertuig met een auto in het Jabâliyah-vluchtelingenkamp in Gaza. Bij het ongeluk kwamen vier Palestijnse burgers om het leven. Het incident leidde tot wijdverbreide protesten tegen de Israëlische bezetting: stakingen, demonstraties, burgerlijke ongehoorzaamheid, boycot van de Israëlische autoriteiten (“Civil Administration”) en het gooien van stenen naar Israëlische militairen. De eerste intifada was geboren.
De intifada van dertig jaar geleden leidde uiteindelijk naar de conferentie van Madrid in 1991 en naar het “vredesproces”, inclusief de Oslo-akkoorden. Maar het einde van het conflict is nog niet in zicht.
Ik vrees dat we ook de komende jaren nog vele commemoraties op ons bord zullen krijgen. Er was een tweede, veel gewelddadiger, intifada van 2000-2005. Er waren drie dodelijke, verwoestende Gaza-oorlogen. De bouw van illegale nederzettingen op de Westoever en in Oost-Jeruzalem ging onverminderd door. Voor het Israëlische koloniseringsproject was 2017 een waar kroonjaar met Netanyahu’s beste maat Trump in het Witte Huis en Jeruzalem erkend door de Verenigde Staten als hoofdstad van Israël. Genoeg om te vieren of om te rouwen de komende jaren.
Welke mening je ook toegedaan bent over de kwestie Israël/Palestina, één ding is duidelijk: het internationaal recht en de mensenrechten worden in het conflict op grote schaal geschonden. Nu het vredesproces op een dood spoor is beland en van de “ultimate deal” van de regering-Trump weinig te verwachten valt, zou het wellicht hoop geven op z’n minst die schendingen te benoemen en er iets tegen te doen.
Neem Gaza. Dit jaar kon de bittere verjaardag worden herdacht van tien jaar blokkade. Het gebied is vanuit zee, lucht en land afgesloten met desastreuse humanitaire gevolgen. Mensen en goederen kunnen Gaza niet vrijelijk in en uit. Een van de gevolgen is het gebrek aan elektriciteit: in sommige delen van Gaza beperkt tot vier tot zes uur per dag. Wat dat betekent voor de economie, de landbouw, de gezondheidszorg en het dagelijks leven laat zich raden. De situatie is des te nijpender omdat Gaza nog steeds kampt met de gevolgen van Israëls militaire offensief in 2014. Duizenden zijn drie jaar later nog steeds ontheemd in een klein gebied dat toch al een enorm tekort aan woningen en bouwmaterialen heeft.
De regering-Netanyahu reageert altijd zeer afwijzend op de constatering dat Israël het internationaal recht schendt. De Verenigde Naties, de VN-Veiligheidsraad, de VN-Mensenrechtenraad en UNESCO worden beschuldigd “bevooroordeeld te zijn ten opzichte van Israël” of erger: “antisemitisch” of “aanzettend tot terrorisme”. Terwijl er geen twijfel over kan bestaan dat Israël voortdurend en op grote schaal de internationale normen en legaliteit aan zijn laars lapt, gedraagt het land zich alsof het een “status aparte” heeft en zich niets hoeft aan te trekken van het internationaal recht, VN-Veiligheidsraadresoluties of de universele mensenrechten.
Het collectief straffen van twee miljoen mensen is duidelijk in strijd met het internationaal recht, evenals het gebrek aan bewegingsvrijheid voor de Gazanen en beperking van het recht je land te verlaten en er terug te keren. Om over het recht om te leven en tal van andere fundamentele rechten nog maar te zwijgen.
Waarom wordt de cynische cyclus van herdenkingen van de overwinnaars en verliezers niet doorbroken door een internationale campagne om een einde te maken aan de illegale Israëlische praktijken? Wat stelt de internationale rechtsorde voor als de internationale gemeenschap de andere kant opkijkt bij consistente schendingen door een van de VN-lidstaten? Voor de goede orde: Israël is lang niet het enige land dat in strijd handelt met het internationaal recht. Alleen: Israël is een bevriende natie van Nederland en de EU, een belangrijke handelspartner en geniet bij delen van de publieke opinie en media nog altijd veel sympathie.
Dat is reden genoeg om er bij de Nederlandse en Europese politiek op aan te dringen Israël niet voortdurend weg te laten komen met illegale bezetting, afsluiting, huisvernielingen, nederzettingen en agressie tegen de burgerbevolking.
Wat zou het heerlijk zijn om over een aantal jaren een herdenking te hebben -niet van Balfour, mislukte vredesplannen, intifadas en een bezetting- maar van effectieve sancties tegen partijen die het internationaal recht schenden. Wat zou het fijn zijn als er eindelijk verantwoording moet worden afgelegd; dat we op een dag feestelijk kunnen herdenken dat het gedaan is met de straffeloosheid.
Geschreven voor de Nieuwsbrief van Groningen-Jabalya, nr. 40, december 2017
In een achtergrondverhaal probeerde NRC-correspondent Guus Valk onlangs de vraag te beantwoorden hoe het profiel eruit ziet van de Donald Trump-achterban. Trump-aanhangers, zo blijkt, hebben geen hoge pet op van de journalistiek, geloven de gevestigde media voor geen cent en zijn niet afkerig van samenzweringstheorieën.
Valk voert een man op die zegt in Trump geïnteresseerd te zijn geraakt toen deze Obama’s geboorteland ter discussie stelde. Hoewel Obama’s geboortebewijs aangeeft dat hij in de VS is geboren, zou dat volgens de Trump-aanhanger, wel vervalst zijn. Ook is hij – net als Trump – ervan overtuigd dat Obama eigenlijk moslim is. Opperrechter Antonin Scalia, die in februari op 79-jarige leeftijd overleed, was vermoord. ‘Ze vonden een kussen op zijn gezicht, aldus Trump. Dat dit door geen enkele serieuze nieuwsbron wordt gestaafd is niet het probleem van presidentskandidaat Donald J. Trump.
Trump zelf liet meermalen weten niets op te hebben met de journalistiek en het journaille. Sinds hij kritisch werd geïnterviewd door Fox-journaliste Megyn Kelly wordt ook deze conservatieve zender door hem geboycot. Volgens Guus Valk speelt Trump voortdurend met de waarheid omdat we, zoals hij zegt, niet meer weten wat waar is en wat niet. Daarom moet Amerika het zekere voor het onzekere nemen en een muur bouwen om de illegale immigranten buiten te houden en moslims verbieden naar de VS te komen.
Trumps’ houding ten opzichte van de journalistiek lijkt curieus veel op die van een man die hij grenzeloos zegt te bewonderen: president Vladimir Poetin. Poetin’s belangrijkste propaganda orgaan in het Westen is Russia Today. In een interessante analyse van Russia Today’s directeur Pavel Koshkin wordt met zoveel woorden gezegd dat echte objectiviteit niet bestaat en dat bij een geopolitieke confrontatie journalisten natuurlijk existentiële keuzes maken en de ‘eigen’ kant kiezen.
Informatieoorlogen horen nu eenmaal bij de èchte oorlog die op de grond wordt uitgevochten. Vanuit die perceptie is alle journalistiek propaganda en onpartijdigheid een mythe. Koshkin schildert een situatie waarbij Westerse experts het hebben over ‘het cynisme, het gevaar en de agressiviteit van de Kremlin propaganda’, terwijl Russische experts geobsedeerd zijn door de ‘Westerse hegemonie’ in de internationale berichtgeving en een tegengeluid willen laten horen.
Koshkins’ artikel verscheen als reactie op de zorgen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) over de rol van propaganda, vooral in het conflict in de Ukraine. De OVSE-vertegenwoordigster voor Persvrijheid, Dunja Mijatović, probeerde een dialoog op gang te brengen tussen Ukraïnse en Russische journalisten en organiseerde trainingen journalistieke ethiek voor jonge journalisten uit beide landen. Op haar initiatief werd in februari de bijeenkomst gehouden in Wenen over ‘Propaganda voor Oorlog en Haat en Persvrijheid’.
Een van de conclusies van die bijeenkomst was dat het bloedgevaarlijk is als het publieke domein wordt beheerst door propaganda. Het wordt dan moeilijker aan betrouwbare informatie te komen en mensen kunnen niet langer hun meningen en ideeën vrijelijk uitdragen. Een effectief antwoord op propaganda is daadwerkelijke persvrijheid, media pluralisme en kwalitatieve journalistiek.
Propaganda die rechtstreeks oproept tot haat, geweld, vijandschap, onverdraagzaamheid en discriminatie moet, volgens het internationaal recht, strafbaar gesteld worden. Maar in werkelijkheid neemt de afgelopen jaren de stortvloed aan misleidende informatie, stereotyperingen en leugenachtige berichten over complottheorieën, gemartelde kinderen, massagraven en aanrandingen alleen maar toe. Dat geldt zeker voor de berichtgeving over conflicten aan de rand van Europa; in de Ukraine, Turkije en het Midden-Oosten.
Het feit dat iedereen voor journalist kan spelen via sociale media heeft het probleem verergerd. Volgens Dunja Mijatović maken het globale open medialandschap en de sociale netwerken het onzinnig propaganda met anti-propaganda te beantwoorden of bepaalde TV-zenders of websites te blokkeren. Als je eenmaal met censuur begint, is het einde zoek.
Sommigen hebben Trumps’ succesformule samengevat als: social media + reality TV: korte, kernachtige boodschappen en het vasthouden aan een (autoritair) personage dat kennelijk bij velen tot de verbeelding spreekt. In de wereld van Donald Trump en Vladimir Poetin is de grens tussen werkelijkheid en fictie vervaagd. Het is een geraffineerd en opportunistisch spelen met de werkelijkheid, waarbij waarheidsvinding of ethische waarden van ondergeschikt belang zijn. Het is: propaganda.
Het beste antwoord op propaganda is moedige, professionele en onderzoekende journalistiek. Wat dat betreft rust er een grote verantwoordelijkheid op de schouders van het ‘journalistieke gilde’; individuele journalisten en journalistieke beroepsorganisaties. Journalistiek is tenslotte de discipline die pretendeert te achterhalen wat er werkelijk gebeurde, gebeurt en mogelijk zal gebeuren.