Is met Gaza eindelijk de bodem bereikt?

Maandag 13 oktober was een dag van grootse beloftes. De retoriek herinnerde mij aan die gedenkwaardige septembermaand in 1993, toen president Clinton, PLO-leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Rabin elkaar de hand drukten op het gazon bij het Witte Huis. Alles zou anders worden in het Midden-Oosten. Toekomstige generaties zouden in vrede en harmonie opgroeien.

 

Van links naar rechts premier Rabin, president Clinton en PLO-leider Yasser Arafat

President Trump hield maandag een bombastische, deels geïmproviseerde toespraak in de Knesset in West-Jeruzalem. Hij feliciteerde ‘Bibi’ Netanyahu, maar vooral zichzelf met de ‘overwinning’ in Gaza, de geweldige vredesdeal en de vrijlating van de Israëlische gijzelaars.

‘Dat was heel efficiënt,’ complimenteerde hij de ordedienst van de Knesset, toen twee kritische parlementsleden onder gejuich de zaal werden uitgezet. Hun wandaad: ze hielden bordjes omhoog met het opschrift ‘Recognize Palestine’ en riepen ‘genocide’.

Recht doen aan de oorlogsmisdaden van de afgelopen twee jaar en aan Palestijnse aspiraties was op deze ‘historische dag’ vloeken in de kerk. Een valse noot in de unisono lofzang op het uitbreken van eeuwige vrede in het Heilige Land; op ‘het gouden tijdperk voor Israël en het Midden-Oosten’.

 Ik zit met gemengde gevoelens naar de speciale tv-uitzending te kijken. Er is veel emotie op de buis. Uitbundige blijdschap zowel in Tel Aviv als in Gaza. Natuurlijk. Er is een staakt-het-vuren en families zijn herenigd. Ook ik voel opluchting. Vrienden in Gaza, met wie ik de afgelopen twee jaar intensief heb meegeleefd en contact onderhouden, overleefden de oorlog. Hun huis is vernield, maar ze hoeven niet langer bang te zijn voor bommen en granaten. Tenminste voorlopig even niet…

Op Al Jazeera wordt de  vredesactivist Maoz Inon geïnterviewd. Hij verloor zijn bejaarde ouders op 7 oktober 2023 toen Hamas de moshav Netiv HaAsara aanviel, vlak bij de grens met Gaza. Inon werd bekend door zijn onophoudelijk pleiten voor verzoening, co-existentie en gelijkwaardigheid van Israëli’s en Palestijnen. Ook nu roept hij op tot een ‘partnerschap voor vrede’. Volgens Inon is met de genocide in Gaza ‘de bodem bereikt’. Vanaf nu kan het alleen maar beter worden. Uiteindelijk hebben Israëli’s en Palestijnen elkaar nodig om een betere toekomst ‘tussen de zee en de rivier’ te bereiken.

Ik hoop dat Inon gelijk heeft, maar twijfel. Is met de oorlog in Gaza werkelijk de bodem bereikt? Er is eerder gedacht dat een dieptepunt bereikt was. Dat Israël het Palestijnse volk geen groter leed kon berokkenen, geen groter onrecht kon aandoen, dan de Naqba van 1948. 750.000 Palestijnen werden destijds verdreven uit hun vaderland en meer dan 500 Palestijnse dorpen van de aardbodem weggevaagd. De Gaza-generatie moest toen nog worden geboren.

Was de bodem niet bereikt tijdens de oorlog in Libanon in de jaren tachtig, toen duizenden Palestijnen werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Chatila bij Beiroet? Was er nog niet genoeg leed aangericht door miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen in Libanon, Jordanië en Syrië te beletten ooit naar hun thuisland te kunnen terugkeren?

Er zijn sinds het begin van de twintigste eeuw zoveel dieptepunten in het Midden-Oosten geweest. Zou nu echt de trend omgebogen kunnen worden?

Van Inons’ optimisme over het wederkerig belang om samen te werken voor vrede, was op 13 oktober nog weinig te merken. ‘De Israëlische gijzelaars keren terug naar huis, hoera! De Palestijnse gijzelaars die naar huis terugkeren hebben geen huis meer, schreef dichteres Lieke Marsman op X. Ze heeft gelijk. In Gaza is 92% van de woningen en gebouwen beschadigd of vernield. ‘Domicide’ wordt dat in een VN-rapport genoemd. Gaza is onleefbaar gemaakt. Haast twee miljoen mensen zijn gedwongen in tenten te wonen of bivakkeren op straat. Domicide en genocide gingen de afgelopen twee jaar crescendo hand in hand.

Er was nog een opvallend verschil. De Israëlische gijzelaars keerden terug naar hun land. Dat gold niet voor 154 van de vrijgelaten Palestijnse gevangenen die, tot consternatie van hun familie en geliefden, in ballingschap werden gestuurd. Ze moeten de rest van hun leven slijten in een ander land, zoals in Algerije of Turkije. De gevangenen die wel naar huis mochten in Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever of Gaza, komen terug in een land dat bezet is. Hen wachten apartheid en allerlei (reis-) beperkingen binnen hun eigen land. De vrijheid om te gaan en te staan waar je wilt, het recht op een veilige woonplek en het recht op gelijke behandeling zijn elementaire mensenrechten die aan de Palestijnse bevolking worden ontzegd.

De Israëlische politici in de Knesset en de wereldleiders in Sharm el-Sheikh hadden het daar niet over. Dat maakte van de grote Trump-show een vervreemdende voorstelling. Wel met de nodige spanning en sensatie. Maar het leek alsof een ruimteschip van een andere planeet was geland, verdwaald in een woestijn in het Midden-Oosten. 

Zoals vaker zat er aan het Trump-optreden ook een obsceen maffiarandje. Hoewel het geen geheim is dat de Verenigde Staten Israël door dik en dun steunt, schokten zijn schaamteloze liefdesverklaringen aan Israëls genocidale oorlogsvoering in Gaza mij toch nog. ‘Bibi Netanyahu belde me vaak op om me wapens te vragen. Van sommige van die wapens had ik nog nooit gehoord. Maar we kregen ze hier, is het niet’. Trump grijnsde samenzweerderig richting Netanyahu. ‘En je maakte er goed gebruik van.’

Ik vraag me af of ‘vredespresident’ Trump – I love Israel. I’m with you all the way- ooit de foto’s uit Gaza heeft bekeken. Dan had hij de gruwelijke effecten van dat ‘goede gebruik’ van Amerikaanse wapens kunnen zien.

De niet te missen boodschap van 13 oktober was: de Gaza-oorlog is afgelopen. Maar is de vrede echt begonnen? De Franse historicus Jean Pierre Filiu, die een standaardwerk schreef over de geschiedenis van de Gazastrook, telde sinds 1948 vijftien Israëlische oorlogen tegen Gaza. Inclusief de huidige. Al die oorlogen werden militair gewonnen door Israël, maar in politiek opzicht leverden ze meestal geen winst op. Dat geldt ook voor de oorlog van de afgelopen twee jaar. Israël is meer geïsoleerd dan ooit en de Palestijnse zaak is wereldwijd op de kaart gezet. Ook in Nederland is de sympathie voor de Palestijnen toegenomen.

Het optimisme van vredesactivist Maoz Inon lijkt misschien naief, maar er is geen alternatief dan te blijven werken voor recht voor allen tussen de rivier en de zee. Ook de buitenwereld heeft een belangrijke rol om het historische onrecht, dat de Palestijnen is aangedaan, te herstellen. Laten we eraan werken dat het dieptepunt van de afgelopen twee jaar niet gevolgd zal worden door nieuwe dieptepunten. Het is genoeg geweest.

Dit artikel werd geschreven voor het oktober nummer van de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya https://www.groningen-jabalya.com/wp-content/uploads/2025/10/Jabalya-nieuwsbrief-58.pdf

eook gepubliceerd door Joop, op 14-10-2025 (https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/is-met-gaza-eindelijk-de-bodem-bereikt)

‘Ik voel me zo vreselijk moe’

De hulp die Israël binnenlaat in Gaza is als een druppel op een gloeiende plaat. Er wordt nog steeds op grote schaal honger geleden. Dat geldt ook voor de familie van Mohammed Abu Afash. Er is een gebrek aan basisvoedsel, zoals meel en rijst. “En als we wel iets vinden op de markt is het onbetaalbaar duur”, schrijft mijn vriend me via WhatsApp. De communicatie met hem verloopt trouwens met horten en stoten, want vaak is er geen internet. En Mohammed heeft niet altijd zin om te communiceren. Hij voelt zich vaak down. De situatie is uitzichtloos. “Ik voel me zo vreselijk moe.  De situatie is zo vernederend. We hebben geen leven meer. Het enige wat we te eten hebben is wat brood en linzen. Soms drinken we thee om de honger te verdrijven.”

Mohammeds drie dochters Aliaa, Eliaa en Layan (zie foto) gaan al haast twee jaar niet meer naar school. Begin juli stuurde hij hen naar een ‘educatief centrum’, een instelling vlak bij hun zwaar beschadigde huis waar ze tenminste nog wat konden leren, andere kinderen ontmoeten en de oorlog even vergeten. Maar dat is er nu niet meer bij. “De kinderen zijn alles voor me. Het is zo onveilig in Gaza-stad. Er zijn voortdurend bombardementen. Ik houd ze het liefst dicht bij me en verlies ze geen moment uit het oog.” 

Mohammed wil het liefst met z’n gezin vertrekken. Hij is ervan overtuigd dat er geen toekomst meer in Gaza is voor zijn kinderen. Zou er een mogelijkheid zijn dat ergens ter wereld een land bestaat dat hem zou willen opnemen? Hij stuurde mij zijn medisch dossier. Twee maanden geleden werd Mohammed gewond bij een Israelisch bombardement. De gezondheidszorg in Gaza is ingestort. Mohammed moet eigenlijk worden geopereerd, maar op het ogenblik is dat in Gaza onmogelijk. Veel ziekenhuizen zijn zwaar beschadigd en werken maar op halve kracht. Ook pijnstillers zijn niet altijd verkrijgbaar. 

Ik stuurde zijn dossier door naar een arts van de World Health Organisation (WHO). Voorlopig ziet het er niet goed uit voor Mohammed. De WHO registreerde meer dan 10.000 zieken en gewonden die medische zorg in het buitenland nodig hebben. Maar de grenzen zitten potdicht. Gaza is een death trap.

We blijven de familie dus nog steunen. In afwachting van een staakt-het-vuren of -nog beter- een einde van de oorlog. En in afwachting dat de grenzen werkelijk open gaan.

https://gofund.me/19f36387

Ramadan in Gaza: honger wordt als wapen ingezet

Toen ik in maart 2024 de crowdfunding begon voor de familie van mijn vriend Mohammed Abu Afash in Gaza had ik niet verwacht dat een jaar later de inzamelingsactie nog steeds gaande en nodig zou zijn. De berichten uit Gaza zijn, nog steeds en wederom, zeer verontrustend. Israël weigert de afspraken van het wapenstilstandsakkoord na te komen en te onderhandelen over de tweede fase. Om Hamas onder druk te zetten gijzelt Israël de burgerbevolking van Gaza. Sinds zondag 2 maart komt er geen voedsel en humanitaire hulp de Gazastrook meer binnen. Israël gebruikt opnieuw het ook al eerder tijdens deze oorlog ingezette hongerwapen: een illegale en wrede manier van collectieve afstraffing waarvan de gehele bevolking het slachtoffer is.

Mohammed is bezorgd, zo laat hij weten. ‘Natuurlijk ben ik bang dat het slecht zal aflopen. Er is geen reden voor optimisme. Het sluiten van de grensovergangen is een oorlogstactiek waarvan wij, de burgers, zoals altijd de prijs moeten betalen’. De anders zo geliefde ramadan maand, die zaterdag begon, is dit jaar een sombere aangelegenheid, nu een mogelijke oplaaiing van de oorlog als een donkere wolk boven Gaza hangt.

Mohammed en zijn familie zien geen toekomst meer in Gaza maar vertrekken is op dit moment onmogelijk en geen serieuze optie. Daarom besteedt hij zijn tijd aan het provisorisch bewoonbaar maken van zijn zwaar beschadigde woning. De afgelopen dagen was hij bezig een kamer voor zijn drie dochtertjes af te schermen met op elkaar gestapelde stenen (cement is schaars en peperduur) en tentdoek.

Met het door ons ingezamelde geld helpt Mohammed ook andere mensen. Hij liet vorige week twee vrachtwagens met drinkwater komen, onder andere naar de wijk Jabalia – Tel al Zaatar.  De waterleiding in Gaza en de meeste waterputten zijn vernield tijdens de oorlog. Net als voedsel wordt water ingezet als oorlogswapen. Zonder drinkwater is immers geen leven mogelijk: water is een mensenrecht.

https://gofund.me/15bf945e

Terug naar Gaza Stad

Na een vermoeiende voettocht van Khan Younis naar Gaza Stad vond Mohammed Abu Afash zijn huis grotendeels verwoest aan.

Sinds 19 januari is er een staakt-het-vuren in Gaza. Het schieten en de bombardementen zijn gestopt en de familie van Mohammed Abu Afash hoefde eindelijk niet meer bang te zijn voor explosies of rondvliegende granaatscherven. De nachtmerrie van de afgelopen 15 maanden is voorbij. Voorlopig tenminste. Het gezin heeft het overleefd. Maar het blijft onduidelijk wat de toekomst voor Mohammed, zijn vrouw Manar en dochtertjes Aliaa (10), Eliaa (8) en Layan (4) in petto heeft.

Mohammeds’ winkel en huis in Gaza-Stad liggen grotendeels in puin. Hij gelooft niet meer in een toekomst in Gaza. Maar zijn plan om naar Egypte te vertrekken en vandaar asiel aan te vragen voor verblijf in een veilig land, is voorlopig geparkeerd. Of het in de toekomst mogelijk is naar Egypte te reizen blijft onduidelijk. Sinds begin mei 2024 is de grensovergang bij Rafah gesloten. Deze week heropent de grensovergang tussen Gaza en Egypte, maar voorlopig alleen voor gewonden en zieken. Of Israël zal toestaan dat degenen die Gaza verlaten ook kunnen terugkeren blijft onduidelijk. Tot dusver zijn er geen ferme afspraken over gemaakt bij de onderhandelingen over het staakt-het-vuren.

Nadat Israël dinsdag de Rashid-weg openstelde voor Gazanen die terug wilden naar het noorden van de Gazastrook, ondernamen ook Mohammed, zijn vrouw en kinderen de lange, vermoeiende tocht. Ze liepen zo’n 25 kilometer, van het Mawasi-vluchtelingenkamp bij Khan Younis in het zuiden, naar Gazastad. Ieder gezinslid droeg een tas met zoveel mogelijk persoonlijke spullen. Thuisgekomen bleek dat de winkel, de huiskamer en de kinderkamers vernield waren maar, wonder boven wonder, bleek één slaapkamer gespaard. Daar bivakkeert het gezin nu in. Alles beter dan een tent, schrijft Mohammed me. Maar het gebrek aan water en elektriciteit maken het leven in de ruïne van hun huis niet gemakkelijk. “We hebben geleerd om te lijden en ik ben er zeker van dat we oplossingen zullen vinden,” schrijft Mohammed me.

De crowdfunding die ik in maart 2024 initieerde heeft tot dusver een enorm mooi resultaat opgeleverd. We ontvingen mee dan zeshonderd donaties. Hartelijk dank daarvoor. We gaan er nog even mee door om, als het zover is, het gezin van mijn vriend Mohammed een nieuwe start te garanderen. In Gaza of daar buiten.  

https://gofund.me/15bf945e

Staakt-het-vuren kan niet snel genoeg komen

Voor Mohammed Abu Afash kan zondag niet snel genoeg komen. Zondag 19 januari zal in principe het akkoord tussen Israël en Hamas in werking treden. De Israëlische aanvallen zouden dan in principe moeten stoppen, de eerste gijzelaars vrijkomen en de Rafah-grensovergang tussen Egypte en Gaza heropenen. Dat betekent dat de eerste zieken en zwaargewonden, die urgent medische hulp nodig hebben, Gaza kunnen verlaten en dat er meer humanitaire hulp Gaza binnengelaten kan worden.

‘Beste Jan, ondanks alle pijn en verwoestingen ben ik erg blij,’ schrijft Mohammed me vrijdagochtend. Dit is het staakt-het-vuren waar de bevolking in Gaza al zo lang naar uitkeek. Mohammed verloor zijn huis en zijn winkel tijdens de oorlog. Zijn drie dochtertjes Eiaa, Aliaa en Layan konden niet naar school. De familie moest verschillende keren vluchten en leefde de afgelopen maanden in Mawasi, een tentenkamp in het zuiden van Gaza voor ontheemde Palestijnen. Het kamp was door Israël aangewezen als ‘veilige zone’, maar echt veilig was het er niet. Verschillende keren waren er luchtaanvallen op het kamp, in sommige gevallen gevaarlijk dicht bij de tent van de familie Abu Afash. Daags voor kerst was er nog een aanval waarbij granaatsplinters hun tent beschadigde. Gelukkig kwam het gezin met de schrik vrij, maar enkele meters verderop vonden zeven Palestijnen de dood in brandende tenten.

Sinds maart loopt onze crowdfunding voor de familie van Mohammed. Als zijn telefoon bereik had hield hij me, via Whatsapp, op de hoogte van het leven in het vluchtelingenkamp: van de ontberingen, de kou, de vermoeidheid, de onzekerheid en het geweld. Een paar weken geleden liet Mohammed een tankwater met drinkwater komen voor zijn sectie van het kamp (zie de foto’s). Het ingezamelde geld was niet alleen voor hem en zijn gezin, maar ook voor de mensen om hem heen.

Hoe het nu verder gaat is onduidelijk. Al in april hebben we, met de opbrengst van deze crowdfunding, “coördinatiegeld” betaald in Cairo zodat de familie kan uitreizen naar Egypte. Of en wanneer het vertrek naar Egypte alsnog zal plaatsvinden moet in de komende tijd duidelijk worden. Voorlopig blijft de familie in Mawasi en is het gevaar nog niet geweken. In de uren na de bekendmaking van het akkoord voerde Israël nog aanvallen uit waarbij 73 Palestijnse doden vielen. Het akkoord is nog niet van kracht en er zijn nog een aantal losse eindjes, waarbij beide partijen elkaar beschuldigen van kwade trouw.

Op verzoek van Mohammed gaan we door met de crowdfunding. Het ingezamelde geld blijft hij gebruiken voor de aankoop van voedsel, water, dekens enzovoorts, voor zijn gezin en naaste omgeving. En hopelijk blijft er geld over om straks, in een nieuwe, onzekere fase als de wapens eindelijk zwijgen, een nieuw leven op te bouwen.

https://gofund.me/15bf945e (klik voor donaties)

Ceasefire Can’t Come Soon Enough

For Mohammed Abu Afash, Sunday can’t come soon enough. In principle, the agreement between Israel and Hamas will come into effect on Sunday, January 19. The Israeli attacks should then stop, the first hostages should be released and the Rafah border crossing between Egypt and Gaza should reopen. This means that the first sick and seriously injured people who urgently need medical care can leave Gaza and that more humanitarian aid can be allowed into Gaza.

‘Dear Jan, despite all the pain and destruction, I am very happy,’ Mohammed wrote to me on Friday morning. This is the ceasefire that the people of Gaza have been looking forward to for so long. Mohammed lost his home and his shop during the war. His three daughters Eiaa, Aliaa and Layan could not go to school. The family had to flee several times and in recent months they lived in Mawasi, a tent camp in the south of Gaza for displaced Palestinians. The camp had been designated by Israel as a ‘safe zone’, but it was not really safe there. There were several air raids on the camp, in some cases dangerously close to the Abu Afash family’s tent. The day before Christmas there was another attack in which shrapnel damaged their tent. Fortunately, the family escaped unscathed, but a few meters further on seven Palestinians were killed in burning tents.


Our crowdfunding for Mohammed’s family has been running since March. When his phone had reception, he kept me informed, via WhatsApp, about life in the refugee camp: about the hardships, the cold, the fatigue, the uncertainty and the violence. A few weeks ago Mohammed had a tank of drinking water delivered to his section of the camp (see the photos). The money raised was not only for him and his family, but also for the people around him.
It is unclear what will happen next. In April, we already paid “coordination money” in Cairo with the proceeds from this crowdfunding so that the family can travel to Egypt. Whether and when the departure to Egypt will still take place will have to become clear in the coming period. For the time being, the family will remain in Mawasi and the danger has not yet passed. In the hours after the announcement of the agreement, Israel carried out further attacks that killed 73 Palestinians. The agreement has not yet entered into force and there are still a number of loose ends, with both parties accusing each other of bad faith.
At Mohammed’s request, we will continue with the crowdfunding. He will continue to use the money raised to buy food, water, blankets, etc. for his family and immediate surroundings. And hopefully there will be money left over to build a new life in a new, uncertain phase when the guns finally fall silent.

Winter in Mawasi

English below

Het is koud en nat in Mawasi in het zuiden van de Gazastrook waar honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen in tenten bivakkeren, die vaak niet goed bestand zijn tegen het gure winterweer. Mawasi is een 16 kilometer lange, zanderige “evacuatiezone” langs de kust. Er zijn geen voorzieningen. Mawasi is al een concentratiekamp genoemd want de mensen, afkomstig uit verschillende delen van de Gazastrook, kunnen geen kant op. Echt veilig is het ook niet want van tijd tot tijd vindt er een Israëlische aanval plaats.
Afgelopen dagen overleden drie babies als gevolg van de kou. Veel mensen zijn verzwakt door gebrek aan goed voedsel. Infectieziektes doen de ronde.
Een paar keer per week ben ik in contact met Mohammed Abu Afash. Hij en zijn familie zijn al meer dan een jaar op de vlucht en verblijven sinds mei in Mawasi. Mohammed houdt me trouw op de hoogte over zijn leven daar. De afgelopen tijd waren er verschillende keren Israelische aanvallen, gevaarlijk dicht bij de tent van de familie Abu Afash.

Hij schrijft:
“Kort daarna was er een grote explosie in de buurt van ons kamp en scherven raakten onze tenten meerdere keren. Door de genade van God raakte niemand in ons gezin fysiek gewond, maar het was angstaanjagend en diende als een nieuwe herinnering aan hoe precair onze omstandigheden zijn.”

“Ondertussen blijven de kosten van voedsel en groenten stijgen en is meel vaak schaars – we zijn de afgelopen drie maanden meerdere keren bijna door ons meel heen. Zelfs het bereiden van eenvoudige maaltijden is een voortdurende uitdaging geworden.”

“Ondanks alles blijven we vasthouden aan de hoop om onze kinderen een betere toekomst te geven. We vragen respectvol om uw steun en vrijgevigheid om ons te helpen deze omstandigheden te doorstaan totdat de Rafah-overgang naar Egypte weer opengaat, zodat we eindelijk veiligheid kunnen zoeken buiten Gaza. Jullie donaties maken een wereld van verschil – ze bieden niet alleen essentiële zaken zoals voedsel en onderdak, maar ook de belofte van een normaal leven waarin mijn kinderen onderwijs, waardigheid en de eenvoudige vrijheden kunnen nastreven die andere kinderen over de hele wereld genieten.
Ik hoop dat jullie blijven delen en doneren, zodat we ons doel zo snel mogelijk kunnen bereiken.
Ik zal jullie regelmati op de hoogte stellen van onze reis. Bedankt dat jullie mijn familie steunen.”

Mohammed

donations: https://gofund.me/d440c5f2

Op 1 januari 2025 stuurde Mohammed mij een aantal foto’s van de wateroverlast in Mawasi. Hij schreef me: Dear Jan, yesterday was a terrifying night, bitter cold, heavy rain, the tent was flooded due to broken poles, today I tried as much as I could to fix it and bought a new awning to protect us from the rain, I don’t know how long this will last!

It is cold and wet in Mawasi in the south of the Gaza Strip where hundreds of thousands of Palestinian refugees are living in tents, which are often not well-equipped to withstand the harsh winter weather. Mawasi is a 16-kilometre-long, sandy “evacuation zone” along the coast. There are no facilities. Mawasi has already been called a concentration camp because the people, who come from different parts of the Gaza Strip, have nowhere to go. It is also not really safe because from time to time an Israeli attack takes place.
In the past few days, three babies have died as a result of the cold. Many people are weakened by a lack of good food. Infectious diseases are doing the rounds.
A few times a week I am in touch with Mohammed Abu Afash. He and his family have been on the run for more than a year and have been living in Mawasi since May. Mohammed keeps me faithfully informed about his life there. There have been several Israeli attacks recently, dangerously close to the Abu Afash family’s tent.

“There was a large explosion near our camp, and shrapnel struck our tents multiple times’” he writes. “By the grace of God, no one in our family was physically hurt, but it was terrifying and served as another reminder of how precarious our circumstances are.”

“Meanwhile, the cost of food and vegetables keeps rising, and flour has often been scarce—we’ve nearly run out multiple times over the last three months. Even preparing basic meals has become an ongoing challenge.”

“Despite everything, we continue to hold onto the hope of giving our children a better future. We respectfully ask for your support and generosity to help us endure these conditions until the Rafah Crossing reopens, so we can finally seek safety beyond Gaza. Your donations and shares make a world of difference—providing not only essentials like food and shelter, but also the promise of a normal life where my children can pursue an education, dignity, and the simple freedoms other children enjoy around the world.
Hope you keep sharing and donating so that we can achieve our goal as soon as possible.
From now on I will try to update you often, so you keep informed about our journey. Thank you for standing with us and supporting my family.
Love and Appreciation.
….
Mohammed and his family”

Jabalia wordt ‘etnisch schoongeveegd’

Je zult maar een stedenband hebben met Jabalia in het noorden van Gaza, een gebied dat al sinds begin oktober hermetisch van de buitenwereld is afgesloten en dat systematisch kapot wordt gebombardeerd. Sinds begin oktober werden in het gebied zo’n 1.300 Palestijnen gedood, de meerderheid vrouwen en kinderen. Ongeveer 100.000 mensen zijn de afgelopen weken, volgens cijfers van de Verenigde Naties, door het Israëlische leger verdreven naar het zuidelijke deel van de Gazastrook.

Groningen heeft een stedenband, zij het een informele, met Jabalia. Ooit was dit een van de dichtst bevolkte stedelijke gebieden in Gaza waar Groningen een jongerencentrum liet bouwen en Groningse en Palestijnse ambtenaren over en weer bezoeken aflegden. Nu is het een onleefbare woestenij van ruïnes en skeletten van huizenblokken. Jabalia is oorlogsgebied, toneel van ongelijke confrontaties tussen Israëlische gevechtsvliegtuigen, artillerie en robotdrones en Palestijnse strijders. Om de vijand te verslaan past Israël de tactiek van de verschroeide aarde toe. Het gebied wordt zo onleefbaar mogelijk gemaakt en het hongerwapen wordt zonder gêne ingezet: voedsel en andere hulpgoederen worden niet toegelaten. 

Van de ongeveer 400.000 mensen die bij het begin van de oorlog in het gebied woonden zijn er, volgens de VN, nog 95.000 over. De achterblijvers kunnen, durven of willen om verschillende redenen niet weg. De tocht te voet van noord naar zuid Gaza is gevaarlijk. Scherpschutters zijn actief en bij Israëlische controleposten worden burgers soms urenlang ondervraagd of gearresteerd. Maar de grootste angsten is dat, eenmaal vertrokken, de burgers nooit meer terug kunnen keren naar Jabalia.

Die angst is gegrond. Dinsdag gaf generaal Itzik Cohen een briefing aan de Israëlische en internationale pers waarbij hij aangaf dat de ‘complete evacuatie’ van Noord-Gaza nu in zicht is en dat de bewoners niet zal worden toegestaan naar huis terug te keren. Humanitaire hulp wordt, volgens de generaal, alleen aan het zuiden van Gaza geleverd. Niet aan het noorden ‘want daar zijn toch geen burgers meer’.

Het is voor het eerst dat een officiële legerwoordvoerder er openlijk voor uit komt dat het doel van het offensief is om het noorden van Gaza te ontvolken. De angst voor een etnische schoonmaak en definitieve bezetting van delen van of geheel Gaza bestaat al langer.  Verschillende ministers in de Israëlische regering pleitten voor het stichten van joodse nederzettingen in het gebied. De invloedrijke minister van Financiën Bezalel Smotrich is een van de meest uitgesproken pleitbezorgers voor het volledig annexeren van de Gazastrook, het ‘evacueren’ van de Palestijnse bevolking en het stichten van nederzettingen in het gebied.  Zonder Israëlische militairen en burgers in Gaza zou, volgens Smotrich, de oorlog voor niets zijn geweest. Door de Israëlische soevereiniteit over Gaza uit te roepen zou het signaal worden afgegeven dat de tweestatenoplossing definitief van de baan is. Palestijnen die toch nog vasthouden aan het ideaal van een eigen staat moeten, volgens de hardliners in de regeringscoalitie, definitief hun koffers pakken.

Volgens het internationaal humanitair recht zijn de gedwongen evacuatie en uithongering van de burgerbevolking oorlogsmisdaden. Mensenrechtenorganisaties in Israël verwijten het Israëlische leger delen van het zogenaamde ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren. Dit plan komt er in het kort op neer dat de bevolking in Noord-Gaza gedwongen wordt te vertrekken. Zij die weigeren hun biezen te pakken worden automatisch aangemerkt als terroristen en het is dan dus legitiem om hen te ‘elimineren’.

Israëlische legerwoordvoerders hebben ontkend het ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren en verdedigen hun strategie met het argument dat evacuatie van de bevolking noodzakelijk is om de terugkeer van Hamas te voorkomen.

De VN-organisatie voor kinderen UNICEF maakte bekend dat vorige week binnen het tijdsbestek van 48 uur in Jabalia vijftig kinderen bij luchtbombardementen waren gedood. Het is een kil maar veelzeggend cijfer in de stortvloed aan macabere statistieken die sinds meer dan een jaar uit Jabalia komen. Is dat nietsontziende geweld van het Israëlische leger echt nodig om Hamas te verslaan, of is er iets anders aan de hand?

Het dagblad Haaretz publiceerde onlangs een hoofdredactioneel commentaar met de veelzeggende titel: ‘Als het eruitziet als etnische schoonmaak, is het dat waarschijnlijk ook’. De dood van zoveel onschuldige bejaarden, kinderen, vrouwen en andere burgers, het ontmantelen van de ziekenhuizen en andere noodzakelijke infrastructuur om te overleven en het definitief verjagen van de bewoners, doet toch wel sterk aan etnische schoonmaak denken. De liberale krant, die maar door weinig Israëli’s wordt gelezen, noemt het schokkend dat extremistische leden van Netanyahu’s kabinet voorstander zijn van de morele en juridische misdaad van etnische zuivering.

Op sociale media en in het publieke debat in Israël pleitten sinds het begin van de oorlog talrijke extreme stemmen voor het ‘platgooien van Gaza’ en een ‘tweede Nakba’; de verdrijving in 1948 van honderdduizenden Palestijnen uit hun land. Het lijkt erop dat in het noorden van Gaza, inclusief in de Groninger zustergemeente Jabalya, dit zwartst denkbare scenario zich daadwerkelijk afspeelt.

Dit artikel werd ook geplaatst in het Dagblad van het Noorden op 14 november 2024: https://dvhn.nl/meningen/Opinie/Jabalya-wordt-etnisch-schoongeveegd-29275783.html

Een tent in Khan Younis: 8e verblijfplaats van het gezin Abu Afash

English below

Veel mensen hebben mij gevraagd: hoe is het nu met Mohammed en zijn familie? Ik moet mij verontschuldigen dat ik meer dan een maand geen updates heb gestuurd. Misschien heeft het te maken met het feit dat er weinig opwekkends te melden valt. Het gezin heeft verschillende keren moeten vluchten sinds ze uit Rafah vertrokken. En in Rafah leefden ze ook al als vluchtelingen in een tent.

Op het ogenblik verblijven ze in een tent in Khan Yunis, 300 meter van het Mawasi kamp. Die tent heeft Mohammed moeten kopen van het met onze actie ingezamelde geld. Het is hun achtste verblijfplaats sinds hun huis verwoest werd in Gaza Stad.

Er is ook goed nieuws: het is sinds kort mogelijk om geld over te maken naar Mohammeds bankrekening in Gaza. Eerder tijdens de oorlog kon dat niet en kreeg ik het overgemaakte geld teruggestort op mijn rekening. Geregeld maak ik nu geld over van de door jullie geschonken donaties. Mohammed koopt daar eten mee: basisvoedsel als rijst en brood, maar ook groenten en soms vlees. Het eten is erg duur vertelt hij mij: een kilo tomaten voor 4 euro, een kilo komkommers 5 euro, een kilo aardappels 6 euro en een kilo uien 6 euro. Een kilo kip kost zo’n 20 euro. Maar er is toch voedselhulp? Nou nee, geen enkele vorm van hulp heeft het gezin van Mohammed tot dusver bereikt. De vluchtelingen in Khan Younis/Mawasi zijn op zichzelf aangewezen. Gelukkig maar dat Mohammed niet rookt want sigaretten zijn peperduur. Voor een enkele sigaret moet je wel 30 euro neertellen.

Het is belangrijk te vermelden dat Mohammed niet alleen eten voor zichzelf koopt. Hij is begonnen voedselpakketten samen te stellen voor de mensen in zijn naaste omgeving. Hij wordt daarbij geholpen door familieleden, die er ook op toezien dat de voedseluitdeling eerlijk verloopt. Ze kopen bijvoorbeeld een grote hoeveelheid groente in en verdelen die over verschillende tenten.

De hoop om Gaza via Rafah te verlaten om naar Egypte te reizen is nog niet geheel vervlogen. Mohammeds zuster in Cairo heeft geïnformeerd of we het geld terug kunnen krijgen dat betaald werd om de reis naar Egypte mogelijk te maken. Dat kan inderdaad. Maar de familie heeft nog geen verzoek tot terugbetaling ingediend. Er wordt nog steeds gehoopt op een staakt-het-vuren en heropening van de grens met Egypte. Misschien is het wel ijdele hoop maar hoop doet leven. In de tussentijd wordt het ingezamelde geld goed besteed aan eten en overleven in het vluchtelingenkamp, niet allen door het gezin van Mohammed maar ook door tientallen mensen om hem heen.

Many people have asked me: how are Mohammed and his family doing now? I have to apologize for not sending any updates in over a month. Perhaps it has to do with the fact that there is little exciting to report. The family has had to flee several times since leaving Rafah where they lived as refugees in a tent. They are currently staying in a tent in Khan Yunis, 300 meters from the Mawasi camp. Mohammed had to buy that tent with the money raised through our campaign. It is their eighth place of refuge since their home was destroyed in Gaza City.

There is also good news: it has recently become possible to transfer money to Mohammed’s bank account in Gaza. Earlier during the war, this was not possible and the money transferred was refunded to my account. I now regularly transfer money from the donations you have made. Mohammed buys food with it: basic food such as rice and bread, but also vegetables and sometimes meat. The food is very expensive, he tells me: a kilo of tomatoes costs 4 euros, a kilo of cucumbers 5 euros, a kilo of potatoes for 6 and a kilo of onions 6 euros. A kilo of chicken costs about 20 euros. But there is food aid, right? Well no, no form of help has reached Mohammed’s family so far. The refugees in Khan Younis/Mawasi are on their own. It’s a good thing Mohammed doesn’t smoke because cigarettes are extremely expensive. You have to pay 30 euros for a single cigarette.

It is important to note that Mohammed does not just buy food for himself. He has started putting together food parcels for the people in his immediate environment. He is helped by family members, who also ensure that the food distribution is fair. For example, they buy a large quantity of vegetables and divide them among different tents.

The hope of leaving Gaza via Rafah to travel to Egypt has not yet completely disappeared. Mohammed’s sister in Cairo has inquired whether we can get a refund of the money paid to make the trip to Egypt possible. That is indeed possible. But the family has not yet submitted a request for reimbursement. There are still hopes for a ceasefire and reopening of the border with Egypt. Perhaps it is a vain hope, but hope gives life. In the meantime, the money raised will be well spent on food and survival in the refugee camp, not only by Mohammed’s family but also by dozens of people around him.

You want to help? Please donate: https://gofund.me/d6e5f646

Kinderen van Mohammed Abu Afash maken huiswerk in de tent in Khan Younis

Groningen heeft band met Jabalya, maar Jabalya ligt in puin

Is ooit eerder een zusterstad van Groningen met de grond gelijk gemaakt?

De stedenband tussen Groningen en Jabalya in de Gazastrook is weliswaar nooit officieel bekrachtigd, maar de gemeente Groningen bouwde er een prachtig jeugdcentrum. Er was jarenlang contact tussen Groningse en Palestijnse ambtenaren, onder andere over het jongerenbeleid in Jabalya. Daarnaast onderhielden, zo goed en kwaad als dat ging, bestuursleden van de Stichting Groningen-Jabalya contacten met Palestijnse vrienden en kennissen en bezochten ze Jabalya verschillende malen.

De band met Jabalya voelt nu treuriger aan dan ooit. Jabalya ligt namelijk in puin.

Er waren twee dodelijke rondes.

Enkele weken na de Hamas-aanval in het zuiden van Israël op 7 oktober, waarbij 846 Israëlische burgers en meer dan 300 militairen werden gedood, viel het Israëlische leger Gaza binnen. Eerder al was de Israëlische luchtmacht begonnen het noorden van Gaza, inclusief Jabalya, op grote schaal te bombarderen. Wekenlang vonden in Jabalya zware gevechten plaats en pas eind december verklaarde het Israëlische leger Jabalya volledig onder controle te hebben. Israël zei dat Hamas in noord-Gaza verslagen was en dat er duizenden “terroristen” waren gedood.

Vier maanden later werd er echter opnieuw strijd geleverd in het noorden van Gaza. Op 12 mei kondigde het Israëlische leger aan terug te gaan naar Jabalya “om te voorkomen dat Palestijnse strijdgroepen zich er zouden hergroeperen”. Wekenlang werd er hevig gevochten en werd Jabalya genadeloos bestookt met artillerie en luchtbombardementen. De BBC citeerde een Israëlische officier die zei dat de gevechten in Jabalya “de heftigste” waren in zeven maanden Gaza-oorlog. Pas begin juni verklaarden de Israëli’s Jabalya en aanpalende dorpen in het noorden van Gaza weer onder controle te hebben. Waarschijnlijk zo lang als het duurt.

Intussen is Jabalya een rampgebied. Hele buurten zijn veranderd in puinhopen en onherkenbaar geworden, huizenblokken zijn veranderd in ruïnes, van flatgebouwen zijn alleen skeletten over. Het enige ziekenhuis van Jabalya, het al-Awda, is door de Israëli’s ontmanteld, net als alle andere medische faciliteiten in Noord-Gaza. Navi Pillay van de VN-onderzoekscommissie omschreef de ‘enormiteit’ van alle incidenten die als oorlogsmisdaden zouden kunnen worden omschreven als ‘niet eerder gezien in mijn leven’.

Beeld van de vernielingen in het Jabalya vluchtelingenkamp (WAFA)

Ja, er waren hevige gevechtsrondes tussen het Israëlische leger en Palestijnse strijders, maar Israël heeft daarbij willens en wetens voortdurend het internationaal humanitair recht overschreden. In het in juni verschenen explosieve rapport van de VN-onderzoekscommissie worden vier principes genoemd die het Israëlische leger met voeten heeft getreden:

  • Het principe van onderscheid tussen burgers en militairen/strijders en het onderscheid tussen militaire en niet-militaire objecten. Alles moet worden gedaan om vast te stellen of een persoon of een gebouw als een militair object kan worden beschouwd. In geval van twijfel mag het niet als een militair object worden beschouwd.
  • Het verbod van willekeurige aanvallen, dat zijn aanvallen die niet gericht zijn op een specifiek militair doel. Ook mogen er geen strijdmethodes of munitie worden gebruikt die niet gericht of geschikt zijn voor een specifiek militair doel.
  • Het principe van proportionaliteit. Aanvallen van de strijdende partijen moeten proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de schade aan burgers en hun eigendommen gerechtvaardigd kan worden met het militaire voordeel dat met de aanval wordt behaald.
  • Het principe van voorzorgsmaatregelen. Strijdende partijen moeten er bij het uitkiezen van wapens, tactieken, timing en doelen rekening houden met mogelijke doden of gewonden onder burgers. Het risico op burgerslachtoffers moet in ieder geval zo beperkt mogelijk worden gehouden.

Het ‘meest morele leger ter wereld’, zoals premier Netanyahu de Israëlische strijdkrachten omschrijft, heeft zich in Gaza geen barst aangetrokken van bovenstaande principes. De VN-onderzoekscommissie, die de toegang tot Gaza door Israël overigens werd geweigerd, verzamelde meer dan 7.000 incidenten in de eerste maanden van de oorlog waarbij het internationaal recht werd geschonden. De dossiers worden overgedragen aan het Internationaal Strafhof (ICC).

Het Israëlische leger lijkt zich in veel gevallen niet alleen niets aan te trekken van het oorlogsrecht, maar zich te laten leiden door wraak- en vernielzucht. Honger en dorst worden ingezet als oorlogswapens. De dehumanisering van Palestijnse burgers en maatschappij nam bij tijden hysterische trekken aan. De oorlog veranderde van een strijd tegen Hamas in een oorlog tegen kinderen met minstens 15.000 dode en 21.000 vermiste kinderen. Het werd een oorlog tegen Palestijnse onderwijsinstellingen, gezondheidszorg en tegen journalisten en intellectuelen. Het werd een oorlog tegen de burgerbevolking als geheel, die met miljoenen in een nachtmerrie werd gestort van ontheemding, ontbering en onveiligheid.

Het VN-onderzoeksrapport noemt een aantal voorvallen in Jabalya waarbij duidelijk sprake was van oorlogsmisdaden. Op 9 oktober, in het prille begin van de oorlog, vonden zware explosies plaats in Al Trance Straat in het Jabalya vluchtelingenkamp. De straat wordt gebruikt als markt en was op dat moment vol mensen die inkopen kwamen doen. Door het onaangekondigde luchtbombardement kwamen tenminste 42 mensen om het leven, waaronder veel vrouwen en kinderen. Latere berichten spraken van 60 doden. Twee hoge flatgebouwen werden met de grond gelijk gemaakt.

Op 31 oktober werd een woonwijk in het vluchtelingenkamp aangevallen waarbij een terrein van tenminste 2,500 vierkante meter totaal platgebombardeerd werd. Israël beweerde later een Hamas-commandant te hebben gedood, maar de tol aan burgerdoden -99 voornamelijk vrouwen en kinderen- en schade aan gebouwen was buitenproportioneel.

Het zijn maar twee gedocumenteerde gevallen van niets en niemand ontziend geweld in een eindeloze reeks.

Wat voor zin heeft het platgooien van Jabalya?

Het ontvolken?

Een groot deel van de bevolking is inderdaad gevlucht en bivakkeert nu in tenten in onveilige “veilige zones” in centraal Gaza. Maar hebben ze veel andere keus dan terugkeren naar hun kapotte huizen als de oorlog is afgelopen? Er bleven trouwens ook nog, tussen de ruïnes, tienduizenden mensen in Jabalya achter, die niet konden of wilden vluchten.

Uiterst-rechts in Israël droomt van een nieuwe nakba waarbij de Palestijnse vluchtelingen als sneeuw voor de zon verdwijnen. In Noord-Gaza zouden dan joodse nederzettingen moeten komen met villadorpen en vakantieresorts.

De tijd zal leren of de schuldigen van oorlogsmisdaden te zijner tijd verantwoording zullen afleggen en op welke manier. Met het platgooien van Jabalya is de nachtmerrie nog lang niet voorbij, zoveel is wel zeker.

Dit artikel werd geschreven voor de Nieuwsbrief van Groningen-Jabalya (juli 2023) en in verkorte vorm gepubliceerd door het Dagblad van het Noorden op 7 juli 2024.

Slachtpartij van journalisten in Gaza moet stoppen

Er vindt een slachtpartij plaats onder de journalisten in Gaza.

Volgens Reporters Without Borders (RSF) staat de macabere teller sinds het begin van de oorlog in oktober inmiddels op 105. In overgrote meerderheid zijn de slachtoffers Palestijnse journalisten, die van binnenuit verslag deden van de luchtbombardementen, beschietingen en grootscheepse verwoestingen.

Ter vergelijking: in Ukraine kwamen sinds 2014 nog geen 20 journalisten om het leven. Conflicten in het Midden-Oosten zijn altijd al levensgevaarlijk geweest voor journalisten. Westerse correspondenten werden ontvoerd en vermoord, Arabische journalisten gevangengezet en erger, maar ‘Gaza’ is exceptioneel. Er is alleen directe berichtgeving van binnenuit. De Palestijnse verslaggevers, de ‘ogen en de oren’ van de wereld, zijn tevens potentiele doelwitten en slachtoffers van het geweld.

Eind maart wijdde NRC een indrukwekkend dossier van meer dan drie pagina’s aan de dood van journalisten in Gaza. Ook organisaties als de International Federation of Journalists, RSF en het Committee for the Protection of Journalistshebben het grote aantal journalistieke slachtoffers uitvoerig gedocumenteerd.

De feiten zijn bekend maar de internationale gemeenschap is angstvallig stil.

Hoe anders was dat toen op 1 april zeven internationale hulpverleners werden gedood bij drie opeenvolgende Israëlische droneaanvallen. Drie Britten, een Australische, een Pool, een Amerikaan en een Palestijn verloren hun leven. De internationale verontwaardiging was groot. Van verschillende kanten werd een onafhankelijk onderzoek geëist. Het Israëlische legeroptreden van eerst schieten en daarna pas vragen stellen werd -terecht- door vriend en vijand scherp bekritiseerd.

Hoe zou de internationale gemeenschap hebben gereageerd als drie Britse, een Australische, Amerikaanse en Poolse journalist op één dag zouden zijn doodgeschoten door het Israëlische leger?

Maar er bevinden zich geen buitenlandse journalisten in Gaza. Israël laat geen media toe tot het gebied, behalve in een paar uitzonderlijke situaties, embedded met het Israëlische leger. Praktisch alle beelden, alle verhalen van de oorlog komen tot ons via Palestijnse journalisten.

In de periode 2011-’14 leerde ik, als directeur van het Doha Center for Media Freedom met een geaffilieerd trainingscentrum in Gaza, veel van hen kennen. Met een arbeidsmarkt die de vaak goed opgeleide jongeren weinig kansen biedt, maar met een overvloed aan nieuws, was journalistiek in Gaza een populair beroep. Ondanks de Israëlisch-Egyptische blokkade konden journalistieke producten -video, foto’s en geschreven tekst- gemakkelijk online geëxporteerd worden naar de Arabische en internationale media. Gaza werd de afgelopen decennia, ondanks en dankzij alle ellende, een onwaarschijnlijke journalistieke hub.

Dat Israël dit ook al voor 7 oktober met lede ogen toezag blijkt onder andere uit de totale verwoesting in mei 2021 van het twaalf verdiepingen tellende Al-Jalaa gebouw in Gaza Stad. In deze torenflat bevonden zich de kantoren van Al Jazeera, het Amerikaanse persbureau AP, de trainingsfaciliteiten van het Doha Center en andere mediaorganisaties. Israëls rechtvaardiging om het gebouw met de grond gelijk te maken was dat de inlichtingendienst van Hamas er zou huizen, maar dit is nooit door onafhankelijke bronnen bevestigd.

Verslag doen uit het oorlogsgebied van Gaza is niet alleen levensgevaarlijk voor de journalisten en hun familieleden, er heerst ook een gevoel van plicht om de wereld te informeren over de verschrikkingen van de oorlog en het vaak slecht begrepen lot van de Palestijnse bevolking in Gaza. “We voelden dat het onze taak was de hele wereld van informatie te voorzien,” zegt Ola Zaanoun, werkzaam voor RSF en een van de weinige journalisten die uit het gebied geëvacueerd kon worden naar Doha.

De offers die voor dat meer dan alleen professionele plichtsgevoel moeten worden gebracht zijn enorm. Ola’s man Adel Zaanoun, correspondent voor AFP en mijn vroegere collega bij het Doha Center, is nog steeds dagelijks aan het werk in Gaza. “Op een dag was er een luchtaanval, heel dichtbij,” vertelde hij. “Verschillende collega’s kwamen daarbij om het leven. Stel je voor dat je je collega’s, je vrienden voor je ogen ziet doodgaan. Stel je voor dat je gewekt wordt door een enorm bombardement, dat je lichaamsdelen alle kanten op ziet vliegen, de tent boven je hoofd instort in en je bedolven wordt door zand en stof..”

Het Israëlische leger heeft mediaorganisaties als AFP geïnformeerd dat de veiligheid van haar journalisten niet kan worden gegarandeerd. Dat is dan nog een vriendelijke versie van de communicatie tussen de Palestijnse journalisten ter plekke en het leger. In november kreeg Al Jazeera journalist Anas Sherif verschillende telefoontjes van Israëlische officieren met de aanzegging dat hij direct moest ophouden met zijn verslaggeving uit het noorden van Gaza. Sherif meldde de dreigementen aan zijn werkgevers aldus het Committee for the Protection of Journalists.  Het kon niet voorkomen dat het ouderlijk huis van Sherif in Jabalia enkele weken later getroffen werd door een luchtbombardement, waarbij zijn vader om het leven kwam.

In sommige gevallen wordt de vrees familieleden te verliezen en de dagelijkse druk van de oorlog sommige journalisten te veel. Een persfotograaf die dringend Gaza uit wilde om op adem te komen en in december een beroep deed op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken om hem te helpen Gaza te verlaten, kreeg nul op rekest. Dit ondanks het feit dat hij directe familieleden in Nederland heeft en de NVJ het ministerie over zijn zaak uitvoerig informeerde.

Zolang bondgenoten van Israël, zoals Nederland, niet kunnen bewerkstelligen dat Israël zich aan zijn internationale plicht houdt om journalisten te beschermen, zouden in ieder geval collega’s die geëvacueerd willen worden, geholpen moeten worden. Nederland speelt een actieve rol in de Global Media Freedom Coalition, een groep van 50 lidstaten die zeggen op te komen voor persvrijheid, wereldwijd. Na meer dan een half jaar verlies en pijn van de journalisten in Gaza is het tijd dat de goedbetaalde diplomaten en politici wakker worden.

De statistieken zijn schokkend: elke twee dagen gemiddeld minstens één gedode journalist. Terwijl ik dit stukje tik zie ik opnieuw een alarmerend bericht. Journalist Bayan Abusultan, met meer dan 221.000 volgers op Instagram, is spoorloos verdwenen. Meer dan een week is ze niet meer gesignaleerd. Het laatst was ze gezien op 19 maart, gearresteerd door de Israëlische troepen tijdens de belegering van het Al-Shifa ziekenhuis. RSF krijgt geen antwoord op de vraag aan de Israëli’s om licht te werpen op Bayan’s verblijfplaats.

Toen ik dit bericht las was ik eerlijk gezegd bang dat Bayan’s naam toegevoegd zou worden aan de lange lijst van gedode journalisten. Tot 29 maart. Bayan laat van haar horen met een tweet bestaande uit twee woorden: I survived. Ik haal opgelucht adem. Maar de volgende dag lees ik weer een bericht van haar op sociale media. Ze was erbij toen haar ouders haar broer en ‘hun enige zoon in hun armen sloten en toekeken toen hij overleed’.

Goed nieuws uit Gaza laat voorlopig nog wel even op zich wachten, ook voor degenen die het overleven. 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op VillaMedia op 9 april 2024: https://www.villamedia.nl/artikel/opinie-de-slachtpartij-van-journalisten-in-gaza-moet-stoppen

Update1 juli 2025

Bij een Israëlische luchtaanval op een Strandcafé in Gaza Stad kwamen minstens 33 mensen om het leven en vielen zo’n 50 gewonden. Het café is populair bij journalisten, kunstenaars en activisten. De bekende journalist en fotograaf Ismail Abu Hatab (32) kwam om het leven. Journalist en sociale media influencer Bayan Abusultan, met inmiddels 243.000 volgers op Instagram, was ook in het café tijdens de Israëlische luchtaanval. Ze overleefde het bombardement miraculeus en raakte licht gewond. Op internet gingen foto’s viraal van een bebloede, glimlachende Bayan, die verzorgd wordt door een groep vrouwen.

Bayan wordt na het bombardement geholpen door een groep vrouwen. Het is Israël niet gelukt haar te vermoorden.