Don’t leave me, please

English below

Het is inmiddels alweer anderhalve maand geleden dat ik de laatste update publiceerde over de familie van Mohammed Abu Afash. Net als alle 1,9-miljoen ontheemde Palestijnen leven Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes, nog steeds in een provisorisch tentenkamp. De omstandigheden in het kamp in Mawasi Khan Younis blijven abominabel en gevaarlijk. Het einde van de nachtmerrie is helaas nog niet in zicht. Toch heeft Mohammed, met wie ik praktisch dagelijks contact heb via Whatsapp, de moed nog niet verloren dat hij uiteindelijk zal kunnen vertrekken naar Egypte. Sinds begin mei is de grens tussen Egypte en Gaza door Israel gesloten, maar Mohammed blijft hopen dat er ooit een staakt-het-vuren komt en het mogelijk zal zijn het tentenkamp te verlaten.

Hoe is het leven in het kamp? Een groot deel van de dag wordt besteed aan overleven: het ophalen van water, het zoeken naar eten op de markt, het opladen van de mobiele telefoon enzovoorts. Maar er is soms ook tijd voor plezier. Zo nam Mohammed zijn dochters onlangs mee op een klein uitje met een ezelwagen. Even de zinnen verzetten en even niet aan de oorlog en het geweld denken. We communiceren ook veel over geld. Mohammed, zijn familie en directe omgeving leven van het door ons ingezamelde geld en ik maak geregeld bedragen over. Maar soms duurt het lang voordat een transactie aankomt. Of soms wordt een transactie om onduidelijke reden teruggestort en moet ik het opnieuw proberen. Mijn communicatie met Mohammed gaat ook over de gebeurtenissen in Gaza, over gemeenschappelijke vrienden en Mohammed mag graag herinneringen ophalen over hoe het leven vroeger was, over zijn winkel, vrienden en familieleden. Onlangs vroeg ik of hij ook een boodschap had aan alle donoren die tot dusver deze crowdfunding hebben gesteund.

Dit is zijn boodschap: Dear donors, I thank you all, you have supported me since the beginning of the campaign, and you are still donating for me, my wife and my daughters, I am now still stuck in the places of displacement (Mawasi Khan Yunis) and I am moving from one place to another. I haven’t traveled yet because of the Rafah crossing, as Mr. Jan told you, and he tells you everything that happens to me all the time! I still need you, and I ask you to keep donating to me, my wife and my three daughters, the money Mr. Jan sends me, is the money I spend on my family, and I need more, don’t skimp on me and don’t leave me, please!

To support the crowdfunding: https://gofund.me/d440c5f2

Eiaa, Aliaa en Layan staan tin de rij voor de poliovaccinatie

It has been a month and a half since I last published an update on the family of Mohammed Abu Afash. Like all 1.9 million displaced Palestinians, Mohammed, his wife and three daughters are still living in a makeshift tent camp. The conditions in the camp in Mawasi Khan Younis remain abominable and dangerous. Unfortunately, the end of the nightmare is not yet in sight. However, Mohammed, with whom I have practically daily contact via WhatsApp, has not lost hope that he will eventually be able to leave for Egypt. The border between Egypt and Gaza has been closed by Israel since the beginning of May, but Mohammed continues to hope that there will one day be a ceasefire and it will be possible to leave the tent camp.

What is life like in the camp? A large part of the day is spent surviving: fetching water, looking for food at the market, charging the mobile phone and so on. But sometimes there is also time for fun. For example, Mohammed recently took his daughters on a little outing with a donkey cart. Just to clear my head and not think about the war and violence for a while. We also communicate a lot about money. Mohammed, his family and immediate environment live off the money we have collected, and I regularly transfer amounts. But sometimes it takes a long time for a transaction to arrive. Or sometimes a transaction is refunded for no apparent reason and I have to try again. My communication with Mohammed is also about the events in Gaza, about mutual friends and Mohammed likes to reminisce about how life used to be, about his shop, friends and family members. I recently asked him if he also had a message for all the donors who have supported this crowdfunding so far.

This is his message: Dear donors, I thank you all, you have supported me since the beginning of the campaign, and you are still donating for me, my wife and my daughters, I am now still stuck in the places of displacement (Mawasi Khan Yunis) and I am moving from one place to another. I haven’t traveled yet because of the Rafah crossing, as Mr. Jan told you, and he tells you everything that happens to me all the time! I still need you, and I ask you to keep donating to me, my wife and my three daughters, the money Mr. Jan sends me, is the money I spend on my family, and I need more, don’t skimp on me and don’t leave me, please!

Abu Afash familie moet opnieuw evacueren

English below

Het was een dramatische week. Ondanks de onderhandelingen in Doha is het einde van de oorlog voor de inwoners van Gaza nog niet in zicht. Inmiddels zijn er sinds het begin van de oorlog meer dan 40.000 Palestijnse doden geteld, waarvan 70% vrouwen en kinderen. Gelukkig is de familie van Mohammed Abu Afash nog niet getroffen, maar we houden ons hart vast. Na al vele malen te hebben moeten vluchten kregen ze vrijdag opnieuw te horen te moeten evacueren. Vliegtuigen wierpen pamfletten uit boven Mawasi met de mededeling dat het gebied niet langer veilig is. ‘Ik weet niet waar mijn gezin en ik naar toe moeten,’ liet Mohammed mij via Whatsapp wanhopig weten. ‘Je moest eens weten hoe moe ik ben, hoe vreselijk moe.’

Een paar dagen eerder had de Israëlische luchtmacht ook al pamfletten afgeworpen. Aan die pamfletten zaten sigaretten vast met de tekst (vrij vertaald): wat heb je liever, een rokertje of jullie leiders? Naast de bombardementen en beschietingen vindt er dus ook de nodige psychologische oorlogsvoering plaats.

Pamfletten uitgeworpen door Israëlische vliegtuigen

In mijn praktisch dagelijkse Whatsapp contact met Mohammed gaat het veel over zijn drie dochters. ‘Het gaat goed met ze,’ liet hij me weten, ‘ik doe m’n uiterste best dat ze niet ziek worden’. ‘My daughters are my life, and despite the lack of capabilities, I try as much as I can. Pollution, garbage and diseases are spreading like crazy…’ Trots stuurde hij me een paar foto’s van het leven in de tent, met popcorn etende en spelende kinderen.

Vandaag denk ik aan Layan (4), Eliaa (8) en Aliaa (10). Hoe zouden zij de massale evacuatie beleven? Midden in al het geweld, bepakt en bezakt op weg naar weer een onbekende bestemming? De ‘humanitaire zones’, die een minimum maar geen garantie aan veiligheid bieden, worden met de week kleiner en beslaan nu nog maar 14% van het oppervlak van Gaza. De Israëlische evacuatiebevelen van deze week treffen 450.000 mensen in verschillende delen van Gaza. Het is onmenselijk en hoog, hoog tijd dat er een einde komt aan de oorlog.

Meer dan 500 gulle gevers hebben onze fundraising voor Mohammed en zijn familie gesteund. Ontzettend bedankt daarvoor en voor het meeleven. Het geld was onder andere bedoeld voor een evacuatie naar Egypte, die helaas niet heeft kunnen plaatsvinden omdat Israël de grens bij Rafah afsloot. Maar het binnengekomen geld en eventuele nieuwe giften worden goed besteed, voornamelijk voor het kopen van voedsel en medicijnen en voor vervoerskosten bij weer een nieuwe evacuatie. Niet alleen voor het gezin van Mohammed Abu Afash maar ook voor zijn buren en familieleden.

It has been a dramatic week. The end of the war is not yet in sight for the inhabitants of Gaza, inspite the negotiations in Doha. Since the beginning of the war, more than 40,000 Palestinians have been killed, 70% of whom are women and children. Fortunately, the family of Mohammed Abu Afash has not been affected yet, but we are worried. After having had to flee many times, they were told to evacuate again on Friday. Planes dropped leaflets over Khan Younis / Mawasi with the message that the area is no longer safe. ‘I don’t know where my family and I are going to go,’ Mohammed told me desperately via WhatsApp. ‘You should know how tired I am, how terribly tired.’

A few days earlier, the Israeli air force had also dropped leaflets. Cigarettes were attached to those leaflets with the text (loosely translated): what do you prefer, a smoke or your leaders? In addition to the bombings and shelling, there is also a fair amount of psychological warfare taking place.

In my practically daily WhatsApp contact with Mohammed, he often talks about his three daughters. ‘They are doing well,’ he told me, ‘I am doing my utmost to ensure that they do not get sick.’ ‘My daughters are my life, and despite the lack of capabilities, I try as much as I can. Pollution, garbage and diseases are spreading like crazy…’ He proudly sent me a few photos of life in the tent, with the children eating popcorn and playing.

Today I’m wondering how Layan (4), Eliaa (8) and Aliaa (10) are experiencing the mass evacuation. In the middle of all the violence, packed and ready to go to yet another unknown destination… The ‘humanitarian zones’, which offer a minimum but no guarantee of safety, are getting smaller by the week and now cover only 14% of Gaza’s surface. This week’s Israeli evacuation orders affect 450,000 people in various parts of Gaza. It is inhumane and high, high time that the war comes to an end.

More than 500 generous donors have supported our fundraising for Mohammed and his family. Thank you very much for that and for your sympathy. The money was intended for an evacuation to Egypt, which unfortunately could not take place because Israel closed the border at Rafah. But the money that has come in and any new donations are being put to good use, mainly for buying food and medicine and for transportation costs in the event of yet another evacuation. Not only for the family of Mohammed Abu Afash but also for his neighbors and relatives.

https://gofund.me/bd9787d8

Voor de zevende keer gevlucht

De familie is afgelopen weekend voor de zevende (!) keer gevlucht. Oorspronkelijk woonden ze in Gaza Stad waar Mohammed een winkeltje in schoolbenodigdheden en speelgoed had. Hun woning en winkel ligt, als gevolg van het oorlogsgeweld, al sinds maanden in puin en het gezin -vader, moeder en drie dochtertjes- zijn van hot naar her gevlucht. Telkens naar een ‘veilige plek’ die niet veilig bleek te zijn. Er zijn immers geen veilige plekken in Gaza. Tot voor kort bivakkeerde de familie in het oosten van Rafah maar sinds het Israëlische leger daar vorige week een militaire operatie begon zijn ze op de vlucht.

Mohammed stuurde me een paar foto’s van hun zevende ‘evacuatie’

Weer alles inpakken, weer verkassen…

Meenemen wat je nodig denkt te hebben…

De schamele bezittingen…

De familie heeft geen tent meer on te slapen. Ze slapen nu bij familie verderop in de Gazastrook: de vrouwen en kinderen bij elkaar en de mannen bij elkaar.

Of via deze link: https://gofund.me/208eb58f

Wat moet er met Gaza gebeuren?

De vraag dient zich aan wat het einddoel is van het Israëlische offensief. Hoe ziet Gaza eruit op de dag dat Israël claimt de oorlog gewonnen te hebben? Hoe gaat het verder met de meer dan twee miljoen Palestijnen die in de enclave wonen, wie zal het gebied besturen? Is een vreedzame oplossing van de Palestijnse kwestie nog mogelijk?

Het gaat in het huidige conflict om meer dan wraak voor de terreurdaden van Hamas op 7 oktober. Premier Netanyahu had het over „onze tweede onafhankelijkheidsoorlog”. In de Arabische wereld vat het idee post dat we getuige zijn van een Israëlische aanval op het Palestijnse volk, misschien wel een genocidale aanval. De duizenden Palestijnse doden en het wegvagen van buurten en straten kunnen allang niet meer worden beschouwd als collateral damage

Palestinians search for casualties at the site of Israeli strikes on houses in Jabalia refugee camp in the northern Gaza Strip, October 31, 2023. REUTERS/Fadi Whadi


Zowel Israëliërs als Palestijnen refereren deze dagen voortdurend aan de oorlog van 1948 en dat is niet toevallig. In die ‘onafhankelijkheidsoorlog’ werd Israël geboren. Ook de Gazastrook ontstond tijdens diezelfde oorlog. Voor de Palestijnen was hun nederlaag van 1948 een catastrofe, de Nakba: ze verloren niet alleen het grootste deel van hun land maar ook hun politieke rechten. 

Veel inwoners van wat tijdens de Britse tijd het district Gaza was, vluchtten naar de kustenclave, die in handen was gevallen van het Egyptische leger. Het ging om zo’n 250.000 Palestijnen, een derde van het totaal aantal verdrevenen uit wat nu Israël is. De afbakening van de Gazastrook werd in februari 1949 vastgelegd toen Egypte en Israël een wapenstilstandsovereenkomst tekenden. Het grootste deel van de bevolking kwam terecht in een van de tien grote vluchtelingenkampen in de minuscule kuststrook.

Duistere keerzijde

Gaza werd in 1956 een aantal maanden bezet door Israël en vanaf de Arabisch-Israëlische oorlog van juni 1967 werd de bezetting permanent. In eerste instantie had Israël de bedoeling het gebied te annexeren en honderdduizenden Palestijnen uit Gaza te herhuisvesten in de Sinaï-woestijn en de Westelijke Jordaanoever. Deze plannen waren politiek niet haalbaar, al werden wel 40.000 Palestijnse vluchtelingen uit Gaza gedeporteerd naar Jordanië. Om de vluchtelingen van de autochtone Gazanen te scheiden bood Israël deze laatste groep het staatsburgerschap aan, maar praktisch iedereen weigerde.

Vanaf het begin was de grote vluchtelingenpopulatie in Gaza een steen des aanstoots voor Israël: een permanente herinnering aan de oorlog van 1948. Het was een voortdurend geconfronteerd worden met de duistere keerzijde van het ontstaan van de staat, namelijk de aanwezigheid van een grote massa Arabische ontheemden die ernaar verlangde terug naar huis te gaan, een ‘thuis’ dat hemelsbreed vaak maar enkele kilometers verwijderd lag, aan de onbereikbare andere kant van de bestandslijn.

Decennia vóór het ontstaan van Hamas laat de geschiedenis van Gaza zich lezen als een aaneenschakeling van protesten, verzet, repressie, deportatie van activisten en collectieve afstraffing van de bevolking. In de jaren zeventig hield generaal Ariel Sharon woest huis in Gaza. Duizenden Palestijnen werden dakloos. Hun huizen werden met bulldozers vernield om plaats te maken voor brede wegen zodat Sharons militaire voertuigen toegang kregen tot de vluchtelingenkampen. 

Om te benadrukken dat Gaza deel van Israël moest worden werden Joodse nederzettingen tussen de vluchtelingenkampen gebouwd, die 31 procent van de kuststrook in beslag namen. Dat deze Israëlische politiek op verzet stuitte en dat bezettingsleger en nederzettingen vaak het doelwit werden van aanslagen laat zich raden. 

Wijlen premier Yitzhak Rabin verzuchtte in 1992 dat hij graag op een dag wakker zou willen worden en ontdekken dat Gaza door de zee zou zijn verzwolgen. 

Blokkade

Fast forward naar 2005. Premier Sharon laat de Joodse nederzettingen ontruimen. Hij is tot de conclusie gekomen dat deze onhoudbaar zijn en dat alle kaarten op de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever moeten worden gezet. Gaza mag in zijn eigen sop gaarkoken. 

Het jaar erop wint Hamas de Palestijnse parlementsverkiezingen, de spanningen tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit nemen toe en in juni 2007 neemt Hamas gewapenderhand de macht over in Gaza.

Israël reageert op de machtsovername met een blokkade. Alles wat Gaza in- en uitgaat wordt gecontroleerd door Israël. De Egyptische autoriteiten werken mee en Gaza wordt praktisch van de buitenwereld afgesloten. Het gros van de jonge mensen in Gaza is nooit buiten de enclave geweest. Israël controleert elektriciteit, waterleiding en riolering. Het luchtruim en de kust worden militair bewaakt. 

Ratio van de blokkade, die zulke dramatische gevolgen had voor de burgerbevolking, was het voorkomen dat Hamas een terroristische infrastructuur kon opbouwen. Dat die politiek faalde werd op 7 oktober meer dan duidelijk, maar het was al jaren eerder bekend dat Hamas en andere strijdgroepen – ondanks de blokkade – beschikten over grote hoeveelheden wapentuig. 

Militair gezien was de blokkade dus ineffectief, maar politiek kwam het Israël wel goed uit. De grip van het Hamas-bestuur op Gaza, gefaciliteerd door fondsen uit Qatar, werd in de loop van de jaren steeds sterker. Dit bemoeilijkte verzoening met de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas. Voor Hamas was er geen stok achter de deur om zijn machtspositie in Gaza op te geven. Integendeel. 

Herbezetting van Gaza

Deze intern-Palestijnse verdeeldheid en zwakte kwam Israël uitstekend van pas. Een verenigd Palestijns leiderschap zou kunnen leiden tot hervatting van het vredesproces. Israël had juist belang bij politieke stagnatie om zijn territoriale ambities op de Westelijke Jordaanoever te realiseren.

Deze status quo is met de huidige oorlog doorbroken. De vraag is wie in de toekomst het kapotte Gaza gaat besturen. Het is onwaarschijnlijk dat de toch al in diskrediet gebrachte Palestijnse Autoriteit zich zal aandienen. Waarschijnlijker is een Israëlische herbezetting van Gaza. Maar dan ligt een reprise van verzet en repressie voor de hand, zoals we die sinds 1967 hebben gezien. Misschien met een Hamas 2.0. Of wordt het toch Netanyahu’s ‘tweede onafhankelijkheidsoorlog’, een nieuwe Nakba, met vluchtelingenkampen in de Sinaï? 

Dit artikel werd op 7 november 2023 gepubliceerd door NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/07/wat-moet-er-met-gaza-gebeuren-de-mogelijke-eindscenarios-zijn-angstaanjagend-a4180041


‘We hadden vrienden kunnen zijn’

Het is een ongebruikelijke mix van biografie, autobiografie en politieke geschiedschrijving. ‘We could have been friends, my father and I,’ is de lange titel die Raja Shehadeh zijn relatief dunne boek heeft gegeven, dat in 2022 werd gepubliceerd: ‘We hadden vrienden kunnen zijn, mijn vader en ik. Een Palestijnse memoires.’

Ik houd van de boeken van Ghada Karmi, Yusif Sayig, Mahmoud Darwish en andere Palestijnse auteurs, omdat ze je binnenlaten in een wereld die nog maar kortgeleden bestond maar nu snel aan het verdwijnen is. Hun memoires beschrijven praktisch altijd een gefragmenteerd leven: vluchten uit de geboorteplaats, ballingschap, bezetting, oorlog en heimwee naar de onbereikbare geuren en kleuren van het verloren land.

Het mooie aan het genre is dat bij de beschrijving van de herinneringen grote gebeurtenissen gekleurd worden door het persoonlijk perspectief: relaties, familieverhoudingen (verbroken) liefdes, angsten en teleurstellingen, tekortkomingen, verlangens en het vermogen turbulente gebeurtenissen in een snel veranderende wereld een plaats te geven.

Bij Raja Shehadeh gaat het om de vader-zoon relatie.

Raja’s vader Aziz was een prominent Palestijns advocaat die in 1948 uit Jaffa moest vluchten toen de stad werd ingenomen door de joodse Haganah-militie. Aziz Shehadeh en familieleden waren bij de 75.000 Palestijnen die de stad ontvluchtten. Slechts 2.000 Palestijnen die niet weg konden of wilden bleven achter en werden door de jonge joodse staat geïnterneerd in een getto; de met prikkeldraad omgeven wijk Ajami.

Aziz Shehadeh was ervan overtuigd dat zijn vlucht van korte duur zou zijn. Volgens het VN-verdelingsplan van 1947 was Jaffa immers toegewezen aan de Arabische staat die naast de joodse staat in het Britse mandaatgebied Palestina zou verrijzen. Jaffa was tot de oorlog van 1948 het Arabische politieke en culturele centrum van Palestina. Aziz kon zich eenvoudigweg niet voorstellen dat het Arabische Jaffa zou ophouden te bestaan. Hij was ervan overtuigd dat het Arabisch Legioen uit Transportatie, het bedoeinenleger geleid door de Britse officier Sir John Glubb, dat in felle gevechten was verwikkeld met de joodse strijdkrachten, net zolang met de strijd door zou gaan totdat in ieder geval het Arabische deel van Palestina niet in handen van de joodse staat zou vallen.

Hij vergiste zich. Aziz Shehadeh zou nooit terugkeren naar zijn woonhuis en kantoor in Jaffa. Hij was in zekere zin een fortuinlijke vluchteling want zijn familie had een zomerhuis in Ramallah waar het gezin in kon trekken, maar de kwestie van de Palestijnse vluchtelingen liet hem niet los.  Evenmin liet de kwalijke rol van de koloniale Ingleezi -de Engelsen- bij de stichting van de staat Israël hem los. De Israëli’s erfden een repressieve wetgeving van de Britten die nu werd ingezet tegen de autochtone Palestijnse bevolking.

In mei 1948 vonden felle gevechten plaats om Jeruzalem waarbij het oostelijk deel van de stad veroverd werd door het Arabisch Legioen. Het westelijk deel werd Israëlisch. Na een staakt-het-vuren besloot de regering in Londen dat Glubb z’n bedoeïenen terug moest trekken naar het oosten. Het gevolg was dat het Israëlische leger de steden Lydda en Ramle kon ontvolken en innemen. En Jaffa was definitief verloren.

Twee jaar na deze tragische gebeurtenissen werd in Ramallah -inmiddels onder Jordaans bestuur- zoon Raja geboren. Ook Raja Shehadeh werd jurist en stichtte 1979 de mensenrechtenorganisatie Al Haq. Als journalist bezocht ik in de jaren tachtig en negentig regelmatig het kantoor van Al Haq in Ramallah, en ontmoette Raja en zijn collega’s die hun moedige werk onder de meest zware omstandigheden moesten uitvoeren. Inmiddels is Al Haq, samen met vijf andere Palestijnse NGO’s, door Israël tot een “terreurorganisatie” verklaard. Desondanks wordt het belangrijke werk zo goed en zo kwaad als het kan voortgezet.

De veelzijdige Raja ontpopt zich behalve als advocaat en mensenrechtenactivist ook als een getalenteerd literair schrijver. Zijn tiende boek ‘We could have been friends, my father and I’ beschrijft Raja’s ontdekking, tientallen jaren na de moord op zijn vader in 1985, hoe heldhaftig deze eigenlijk was: een onafhankelijke geest die het zwaar te verduren kreeg van de Britten, de Israëli’s, de Jordaniërs en zijn eigen landgenoten de Palestijnen. Achteraf blijkt dat hij toch vaak gelijk had.

Vader en zoon waren zeker geen vrienden. Raja voelde altijd een zekere afstand tussen hen, soms zelfs rivaliteit. Pas tientallen jaren na zijn dood overwint Raja zijn weerzin om zijn vaders nagelaten archief te gaan uitpluizen. En dan blijkt ‘hoeveel strijd hij heeft geleverd tijdens zijn leven’ en hoe diep zijn droefheid en boosheid was over wat hem en zijn mede-Palestijnen overkomt.

In 1953 wint Aziz een rechtszaak in Londen tegen de Barclays Bank. De Israëlische autoriteiten hadden in 1948 de banktegoeden van Palestijnse vluchtelingen bevroren. Palestijnen in Jordanië, Libanon en elders mochten hun geld niet opnemen. De jarenlange juridische strijd, die uiteindelijk in zijn voordeel wordt beslecht, is een mijlpaal in Aziz’ leven. Maar zijn succes wekt de achterdocht van de Jordaanse autoriteiten, die dan nog onder directe Britse controle staan. Aziz ontloopt een arrestatie in Jordanië door tijdelijk in ballingschap naar Italië en Libanon te gaan.

Aziz Shehadeh tijdens de rechtszitting in Jeruzalem na de moord op de Jordaanse koning Abdallah (1951)

Niet lang na terugkomst in Jordanië komt hij opnieuw in de problemen en wordt alsnog gearresteerd. In juli 1958 vindt in Irak een staatsgreep plaats waarbij koning Faisal, oom van koning Hoessein, wordt afgezet en vermoord. Hoessein is bang dat de onrust overslaat naar Jordanië en laat een groot aantal nationalistische leiders arresteren, waaronder Aziz Shehadeh. Raja’s beschrijving van zijn vaders’ gevangenschap, ver weg in de Jordaanse woestijn, is aangrijpend. Aziz stelt vast dat er niet meer vrijheid van meningsuiting is in de jonge staat Jordanië dan destijds in het Britse mandaatgebied Palestina. Als Palestijns vluchteling voelt hij zich rechteloos en besluit zich te concentreren op zijn familie en advocatenpraktijk.

Maar de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever in 1967 maakt de politieke activist weer in Aziz weer wakker. Dat jaar dient hij, gesteund door 50 prominente Palestijnse leiders uit de Westoever, Jeruzalem en Gaza, een plan in bij de Israëlische autoriteiten. Basis is het oorspronkelijke verdelingsplan waarbij, naast Israël, een Palestijnse staat wordt gesticht met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. De PLO en Jordanië moeten niets van dit voorstel weten. De PLO bepleit op dat moment een ‘democratische, seculiere staat’ in heel Palestina. Yasser Arafat noemt Aziz’ voorstel ‘dwaas’.

Vader en zoon Shehadeh verschillen van mening. Raja verwijt zijn vader dat hij met dit voorstel komt terwijl ‘het Palestijnse volk bezig is met de gewapende strijd’. Vader Aziz gelooft echter niet in militaire oplossingen. Hij is ervan overtuigd dat vrede alleen kan worden bewerkstelligd als Israël en de Palestijnse staat elkaar erkennen en uiteindelijk ook samenwerken. Dat is in het belang van beide volkeren.

In 1985 wordt Aziz vermoord. De dader wordt nooit gepakt, het misdrijf blijft onopgelost. De Israëlische politie sloot het onderzoek 37 jaar geleden maar, zo blijkt uit het laatste hoofdstuk, een verzoek eind 2021 van Raja om het politierapport te mogen inzien wordt nog steeds niet ingewilligd.

Er zijn nog veel conversaties die Raja met zijn te vroeg overleden vader zou willen voeren. Raja concludeert dat meer dan een halve eeuw na de bezetting van de Westoever er 750.000 kolonisten wonen, in vijfhonderd nederzettingen. De tweestaten-oplossing is onmogelijk geworden, de enige alternatieven zijn: één staat of apartheid. Raja zou zijn vader willen vertellen dat Israëlische kinderen nu op school leren dat heel Groot Israël van hen is en dat de Palestijnen in het land geen rechten hebben.

‘Jij zegt dat Israël gewonnen heeft,’ zou zijn vader antwoorden. ‘Maar besef je niet dat alleen vrede tussen onze twee volken een echte overwinning zou betekenen?’

Dit artikel is geschreven voor de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya, mei 2023

Voor informatie over mijn boek De oorlog van gisteren zie: https://oorlog.blog/

Gaza: een apart geval van misdaden tegen de menselijkheid

Een Groninger hoef je niet uit te leggen waar Wadapartja voor staat. Nee, het is geen Javaans restaurant of winkel met Nepalese nepantiek. Wadapartja is de Groningse benaming voor een uitzonderlijke –aparte– eet- en drinkgelegenheid, waar ook aparte spulletjes kunnen worden gekocht. 

In het Groninger dialect heeft apart zijn oorspronkelijke betekenis behouden van origineel, uitzonderlijk. In het aan het Nederlands verwante Afrikaans hebben apart en apartheid een meer sinistere betekenis gekregen. Apartheid in Zuid-Afrika groeide uit tot een perverse vorm van geïnstitutionaliseerde rassenscheiding. Aan die segregatie tussen zwarten, kleurlingen en blanken lag het waanidee ten grondslag dat de laatsten superieur waren. Het zogenaamde baasskap, ook al zo’n Afrikaans woord wat we in Nederland maar al te goed begrijpen. 

Gelukkig werd in 1994 het apartheidssysteem in Zuid-Afrika, na jaren van binnenlandse strijd, mondiale protesten en diplomatieke druk, formeel opgeheven. In 1973 werd het Internationaal Verdrag voor de Bestrijding en Bestraffing van de Misdaad van Apartheid gesloten, de zogenaamde Apartheidsconventie. Dit verdrag, dat in 1976 van kracht werd, maakte apartheid volgens het internationaal recht een misdaad. In 1998 werd in het Statuut van Rome, dat ten grondslag ligt aan de oprichting van het Internationaal Strafhof (ICC), eveneens bepaald dat apartheid een misdaad is tegen de menselijkheid.

In november publiceerde de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Mezan, die gevestigd is in Gaza, een document onder de titel The Gaza Bantustan—Israeli Apartheid in the Gaza Strip’. In het rapport, gebaseerd op het werk van Palestijnse, Israëlische en internationale mensenrechtenexperts, wordt duidelijk in hoeverre Gaza op zo’n Zuid-Afrikaans Bantustan lijkt. 

Het gaat om een door het Israëlische leger nu al veertien jaar geïsoleerd gebied, hermetisch afgesloten van Israël en de rest van de bezette Palestijnse gebieden. De tweemiljoen inwoners van Gaza worden blootgesteld aan herhaaldelijk excessief geweld. Duizenden burgers werden gedood, hun huizen verwoest en kinderen, patiënten en vissers werden arbitrair gearresteerd en gevangengezet.  

Al Mezan concludeert dat het Israëlisch beleid ten aanzien van Gaza neerkomt op de “onmenselijke daden”, zoals die gedefinieerd zijn in de Apartheidsconventie. Het gaat om moord, het toebrengen van psychisch en lichamelijk letsel, illegale arrestaties, strafmaatregelen en het ontnemen van het recht om vrijelijk het gebied te verlaten en ernaar terug te keren. 

Deze onmenselijke politiek van de Staat Israël is er, volgens Al Mezan, op gericht de overheersing van één etnische groep, Israëlische joden, ten opzichte van een andere etnische groep, de Palestijnen, te vestigen en te bestendigen. Een soort Israëlische baasskap dus, onder het voorwendsel van veiligheid maar in feite vanuit een misplaatst idee van superioriteit. 

In het rapport wordt eraan herinnerd dat de staat Israël de levens van ongeveer zeven miljoen joodse Israëli’s controleert en van zeven miljoen Palestijnen, in Israël zelf en in de bezette Palestijnse gebieden. De staat Israël maakt gebruik van allerlei wetten en maatregelen die erop gericht zijn de Palestijnse bevolking te onderdrukken en territoriaal te verdelen en te scheiden, om het ‘joodse karakter’ en superioriteit van Israël te waarborgen. 

Al Mezan roept de internationale gemeenschap op zijn verplichtingen na te komen en een einde te maken aan Israëls onrechtvaardige apartheidsregime, zoals ook gebeurde met de apartheid in Zuid-Afrika. Herinnerd wordt aan een uitspraak van Nelson Mandela in 1997: “De Verenigde Naties hebben een duidelijk standpunt ingenomen tegen apartheid. Er ontstond een internationale consensus die hielp om een einde te maken aan het onrecht. Maar we weten heel goed dat onze vrijheid onvolledig is zonder de vrijheid van de Palestijnen”. 

De muur rond Gaza. Foto: Israëlisch Ministerie van Defensie

Enkele dagen na publicatie van het rapport van Al Mezan leidden de Israëlische minister van defensie Benny Gantz en opperbevelhebber generaal Aviv Kochavi een plechtigheid om de gereedkoming te vieren van de ijzeren afscheidingsmuur. Kosten noch moeite waren gespaard om de muur, volgens de Israëli’s ‘enig in zijn soort in de wereld’, te bouwen en van Gaza definitief een Bantustan te maken. Of erger…

Drie en een half jaar was eraan gewerkt, 140.000 ton ijzer en staal was ervoor verwerkt en de monstermuur had haast een miljard euro gekost. Het bouwwerk is 65 kilometer lang, zes meter hoog en nog enkele meters ondergronds. Overal op de fortificatie werd elektronische apparatuur aangebracht. Antennes, sensoren, radars en camera’s moeten ervoor zorgen dat Gaza rigoureus en tot nader order afgescheiden is van Israël, Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de rest van de wereld.  

De rechtvaardiging voor de afscheidingsmuren is onveranderlijk dat ze voor Israëls veiligheid nodig zijn. Zo werd triomfantelijk aangekondigd dat Israël in de naaste toekomst ook langs de grens met Libanon een muur met technologische hoogstandjes wil bouwen. Maar de vraag is of op den duur muren en apartheid echt voor veiligheid zullen zorgen. 

Het is een cliché Gaza een openluchtgevangenis te noemen, maar dat is helaas in 2021 meer dan ooit een feit. De Gaza-muur doodt de hoop, maakt dat jongeren geen perspectieven zien en is, deep down, een symbool van arrogantie, ongelijkheid en onrecht.

Wadapartja dat vandaag de dag nog steeds muren worden gebouwd om mensen van elkaar te scheiden…

Geschreven voor Nieuwsbrief Groningen – Jabalya, december 2021 (https://www.groningen-jabalya.com/?p=5675)

De Panama papers, Khadija en persvrijheid

Fantastisch! De UNESCO/Guillermo Cano Persvrijheidsprijs 2016 is toegekend aan de Azerbeidjaanse onderzoeksjournalist Khadija Ismaiylova. Ze zal de prijs –een geldbedrag van $25.000- niet zelf in ontvangst kunnen nemen op persvrijheidsdag 3 mei, want ze zit in de gevangenis. Khadija is tot zevenenhalf jaar veroordeeld wegens “zwendel, belastingfraude en machtsmisbruik”.

4200

De UNESCO-prijs, de belangrijkste internationale onderscheiding op het gebied van persvrijheid en genoemd naar de in 1986 vermoorde Colombiaanse journalist Guillermo Cano, is dik verdiend. Niet alleen voor Khadija maar het is ook een opsteker voor alle dappere onderzoeksjournalisten in ’moeilijke landen’.

Ik was diep onder de indruk van Khadija toen ik haar meemaakte tijdens de internationale persvrijheidsdag in Parijs, 3 mei 2013. Ze stelde lastige vragen. Brutaal. Humoristisch. Nam geen blad voor de mond en bleek niet bereid compromissen te sluiten als het om het zoeken naar waarheid gaat.

Recentelijk werden, via de Panama Papers, details bekend gemaakt over de corrupte praktijken van Azerbeidjaans’ president Ilham Aliyev en zijn familie. Aliyev’s twee dochters blijken 56% van de aandelen te bezitten van een consortium van goudmijnen in het land. Het consortium mag 70% van de winst houden, 30% is voor de staatskas. Fijne regeling…

Ook andere leden van Aliyev’s familie en entourage blijken betrokken te zijn bij schimmige zakendeals. De presidentiele offshore family heeft grote delen van Azerbeidjaans’ mijnbouw, banken, toerisme, media en hoogwaardig vastgoed in handen.

De Panama Papers bevestigden eerdere publicaties van onder andere het OCCRP en de organisator van het Panama-consortium, het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). Sterreporter bij al dat graaf- en speurwerk in Azerbeidzjan de afgelopen jaren was freelance journalist Khadija Ismayilova.

Een van de interessantste aspecten bij de reuze scoop van de Panama papers is de deelname aan het consortium van veel media organisaties uit dictatoriale of autoritaire landen in het Midden-Oosten, Oost-Europa, Centraal-Azië en Afrika. Onderzoeksjournalistiek in die landen brengt enorme risico’s met zich mee maar het gebeurt en wordt steeds professioneler. Publicatiemogelijkheden op online platforms, grotere kennis van datajournalistiek en nieuwe onderzoekstechnieken en vooral ook het regionaal en internationaal netwerken van onderzoeksjournalisten, heeft aan de hausse bijgedragen.

Die betere en agressievere (onderzoeks-)journalistiek is, denk ik, een zegen voor meer persvrijheid in de wereld. Je kunt Khadija en haar collega’s in de gevangenis zetten maar –zo blijkt- steeds moeilijker de mond snoeren.

Eerder gepubliceerd in Villamedia mei 2016

2015: mes op de keel van onafhankelijke journalistiek

De jaarwisseling is traditioneel aanleiding voor lijstjes. De donkerste dagen van het jaar zijn kennelijk geschikt om de balans op te maken. Van de beste oliebollenbakkers van het AD, de Top 2000 van Radio 2, tot de landen die in de ogen van the Economist er het beste van afbrachten in 2015.

Dat was Myanmar overigens. Vijf jaar geleden mochten media zelfs geen foto van Aung San Suu Kyi publiceren, maar in november 2015 won zij de verkiezingen met 77% van de stemmen. Er is dus licht in de duisternis. Heel soms.

violence-against-journalists

Dat geldt niet voor het geweld tegen journalisten. De Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) en andere persvrijheidsorganisaties publiceerden hun macabere lijstjes van journalisten die in 2015 werden gedood bij de uitoefening van hun beroep. De IFJ telde 109 journalisten die werden vermoord of die omkwamen bij gewelddadige incidenten die ze fotografeerden, filmden of anderszins versloegen. Volgens de IFJ, waar journalistenbonden uit de hele wereld bij zijn aangesloten, waren in 2015 Zuid-Amerika en het Midden-Oosten de gevaarlijkste regio’s met respectievelijk 27 en 25 gedode journalisten.

Andere organisaties publiceerden eveneens hun statistieken, die lichtjes van elkaar verschillen, maar uiteindelijk wel dezelfde trends bevestigen: 2015 was een bloedig jaar voor de journalistiek en met name het jihadistisch geweld van IS en aan al Qaeda verbonden groepen eisten een hoge tol.

Het Committee for the Protection of Journalists telde 69 journalisten en drie andere mediawerkers die vanwege hun beroep waren gedood; 25 gevallen van gedode journalisten waren nog in onderzoek. Reporters Without Borders heeft een ‘barometer’ die eind 2015 op 64 bevestigde gevallen van gedode journalisten stond, zes andere mediawerkers (bijvoorbeeld tolken, chauffeurs, fixers) en 18 bloggers en burgerjournalisten werden eveneens vermoord. De Death Watch van International Press Institute telde 98 bevestigde gevallen van moord, waarvan 39 journalisten die door extremistische moslimgroepen waren gedood.

De verschillen in de cijfers worden verklaard doordat de organisaties niet exact dezelfde criteria hebben, niet overal ter wereld even actief en aanwezig zijn (met uitzondering van de IFJ) en journalisten pas toegevoegd worden aan de treurige statistieken als onomstotelijk is vastgesteld dat ze inderdaad bij de uitoefening van hun beroep zijn overleden.

De bij de jaarwisseling gepubliceerde lijstjes zijn nog niet definitief. Volgens IPI is er gerede kans dat het dieptepunt van 2012, toen 133 journalisten vanwege hun werk werden gedood, ook in 2015 wordt gehaald of dat de eindbalans zelfs nog dramatischer wordt.

Het spreekt haast vanzelf dat de IFJ en andere organisaties eind december een beroep deden op regeringen overal ter wereld en op de VN om een einde te maken aan de straffeloosheid. De meeste moorden van journalisten in bijvoorbeeld de Filipijnen en Latijns-Amerika blijven onbestraft. Ook klonk de roep om nationale en internationale wet- en regelgeving toe te passen, die journalisten bescherming moeten bieden. Journalisten zijn burgers die gewoon hun werk doen en ze zijn wel een heel gemakkelijke prooi voor malafide lokale autoriteiten, drugsbaronnen en milities die meestal nog vrijuit gaan ook.

Wat ik de meest beangstigende ontwikkeling vind is de toename van gerichte aanvallen op (burger-) journalisten door organisaties die met al Qaeda verbonden zijn en door de Islamitische Staat-groep. Regimes die weinig op hebben met persvrijheid zijn niets nieuws. Lakse, corrupte bestuurders of criminelen die de pest hebben aan openbaarheid zijn sinds jaar en dag de vijanden van het vrije woord. Maar een jihad tegen de medewerkers van Charlie Hebdo of het gericht vermoorden van Syrische of Iraakse journalisten en media-activisten die de misdaden van IS aan de kaak stellen: dat is relatief nieuw, althans in de omvang van 2015.

Deze jihad belichaamt niet alleen een kolossaal, fysiek gevaar voor kritische journalisten, maar belemmert ook de vrije nieuwsgaring in grote delen van het Midden-Oosten. En dat heeft weer tot gevolg dat de publieke opinie, zowel de lokale en de internationale, minder goed geïnformeerd is.

Onafhankelijke journalistiek die simpelweg wil vertellen wat er gebeurt en waarom, wordt –vergeef mij de morbide metafoor- het mes op de keel gezet. Er is sprake van een fanatieke, ideologische stroming die trots is op het vermoorden van kritische geesten, die vijandig staat ten opzichte van journalistiek, absoluut in zijn eigen propaganda gelooft en op geen enkele manier andersdenkenden duldt.

In de confrontatie met deze stroming staan (burger-) journalisten in de voorste linies. Misschien nog wel meer dan de bommenwerpers van de coalitie. Want uiteindelijk is informatie essentieel en is het vooral een ideeën strijd die gewonnen moet worden.

IFJ CALLS FOR INTERNATIONAL PROTECTION FOR JOURNALISTS AFTER 109 KILLINGS IN 2015

05 January 2016

2015 has been another deadly year for journalists, with at least 109 journalists and media staff killed in targeted killings, bomb attacks and cross-fire incidents, according to the International Federation of Journalists (IFJ).

The IFJ 2015 List names the 109 journalists and media staff killed across 30 countries, together with 3 who died of accidental deaths. It marks a small drop from last year when 118 killings and 17 accidents were recorded.

This year, the killing of journalists in the Americas topped the toll, at 27 dead. For the second year in a row, the Middle East comes second, with 25 deaths. Asia Pacific comes third, with 21– a drop on last year due to the big fall in violence in Pakistan. Africa is in fourth place with 19 dead, followed by Europe with 16.

2015 was marked, in particular, by an increase in targeted terrorist attacks against journalists. French journalists paid a disproportionately high price when terrorists gunned down media workers at the French satirical magazineCharlie Hebdo in Paris. In the United States, the killing by a disgruntled ex-employee of two former colleagues at US TV WDBJ in Virginia took place in front of a global TV audience during a live transmission.

“I reiterate once again my call to UN Secretary General Ban Ki-moon and the heads of UN agencies to enforce international laws protecting journalists. The attacks in Paris shocked the world and put on the world stage the tragedy of the drip-drip slaughter of journalists worldwide, which are today the only professional group that pays so dearly for just doing the job,” said Jim Boumelha, IFJ President. “Sadly, there were scores of unreported killings and unless the journalist is a well-known by-lined correspondent the world barely notices. Journalism is put daily to the sword in many regions of the world, where extremists, drug lords and reckless warring factions continue murdering journalists with impunity.”

In the Middle East, the IFJ has recorded an escalation of violence targeting media professionals by extremists in Iraq and Yemen, where there was a spike in killings and kidnappings, mainly of local journalists covering their cities, communities and countries.

In Latin America, the killings are mostly at the hands of drug lords who operate across borders, particularly in Mexico, putting journalists who investigate drug trafficking in the region at greater risk.

In the Asia Pacific, the IFJ has witnessed a spiraling climate of hostility toward media workers in the Philippines that has seen 7 journalists killed across the country and makes Philippines the deadliest place in the region. The Federation is particularly concerned over the state of impunity that surrounds killings of media workers in the country.

The Federation, which will publish its 25th full report on journalists and media staff killed in January 2016, says the momentum in recent years to promote greater media protection must lead to genuine steps to curb violence on media professionals. The Federation is urging the UN to take concrete measures and a strong stand against impunity for crimes targeting journalists.

The Federation has also been one of the main initiators of the Council of Europe’s Online Platform for the promotion of journalism and the safety of journalists, which has now become one of the most trusted observatories to record violations of journalists’ rights across Europe, with a view to promoting their safety.

“The IFJ reports over the last 25 years have clearly shown that journalists and media staff have become easy targets because there is very little respect for national and international laws that are supposed to protect them,” added Anthony Bellanger, IFJ General Secretary. “The current levels of violence against media workers have served as a wake-up call. They have opened a small window of opportunity to take drastic action to enforce these legal provisions, which should not be missed.”

The statistics on journalists and media staff killed in 2015 are as follows

As of 31 December 2015, the IFJ has recorded the following cases of killings:

– Targeted, bomb attacks and cross-fire killings: 109

– Accidents and Natural Disasters Related Deaths : 3

– Total Number of Deaths: 112

Among countries with the highest numbers of media killings are:

France: 11

Iraq: 10

Yemen: 10

Mexico: 8

India: 7

Philippines: 7

Honduras: 6

South Soudan: 6

Syria: 5

 

 

 

 

 

 

 

 

Updated list of political prisoners in Azerbaijan

A new list of political prisoners in Azerbaijan has just been published. The list now comprises of 80 names, as compared to the 98 which were included in the list published in August last year. Although this means that there have been some very welcome releases, the Government of Azerbaijan continues its policy of imprisoning what they consider opponents.

The last few weeks, prominent human rights defenders Rasul Jafarov and Intigam Aliyev were convicted to many years’ prison. In 2014, Political Prisoners in Azerbaijan received the Sakharov Freedom Award from NHC.

To draw attention to the growing number of political prisoners in Azerbaijan and the unprecedented wave of repression seen of late, civil society organizations operating within the country present this report. The number of politically motivated arrests, detentions, and imprisonments has increased sharply after the 26 January 2013 defeat of a Parliamentary Assembly of the Council of Europe (PACE) resolution on “The follow-up to the issue of political prisoners in Azerbaijan.”[1] Astonishingly, the situation has become even worse since Azerbaijan assumed presidency at the Council of Europe Committee of Ministers on 14 May 2014.

In April 2015, the report was updated; the names of the released political prisoners were removed from the list, as well as those new prisoners, who were arrested after the list of 98 political prisoners was prepared, were included in the report.

This report contains a list of cases of those currently detained or imprisoned on politically motivated charges. The list has been drawn up according to the criteria set out in PACE Resolution No. 1900, from 3 October 2012.[2]

To compile this report, a series of consultations were conducted with local human rights defenders who: 1) studied relevant reports of local and international human rights organizations; 2) examined documents from influential international organizations that Azerbaijan is member of, and has commitments to – in particular, the Council of Europe; 3) monitored the press; 4) monitored court cases; 5) examined court verdicts and other legal documents; 5) and interviewed the families, lawyers, and defense committees of the political prisoners included in this report.

The report provides detailed information about each of the political prisoners, including the facts and circumstances of their arrests, political motivations, and photos. (Photos were not available for every prisoner.)

Cases included in the report are divided into seven categories:

  1. Journalists and bloggers
  2. Human rights defenders
  3. Youth activists
  4. Politicians
  5. Religious activists
  6. Life term prisoners
  7. Other cases

The last three categories are divided into subcategories, which are detailed in the report.

The full list can be found attached here.

From Den Norske Helsingforskomite (DNH) 19-5-2015


[1]              http://bit.ly/P8Z2Qy

[2]              http://bit.ly/1piq992

Azeri President should release seven jailed journalists

In a letter sent today, the International Federation of Journalists (IFJ) and the European Federation of Journalists (EFJ) call on Azerbaijan President, Ilham Aliyev, to release all seven journalists who are currently behind bars.

Download the full letter.

In recent years Azerbaijan has developed a reputation as one of the world’s worst jailers of journalists. In the past 12 months numerous journalists and human rights activists have fallen victim of what appears to be a deliberate campaign to silence critical voices in the build up to the first ever European Olympics to take place in Azerbaijan in June 2015.

The imprisoned journalists include:

  1. Nijat Aliyev, arrested 20 May 2012
  2. Araz Guliyev, arrested 8 September 2012
  3. Parviz Hashimli, arrested 17 September 2013
  4. Seymur Hazi, arrested 29 August 2014
  5. Khadija Ismayilova, arrested 5 December 2014
  6. Hilal Mamedov, arrested 21 June 2012
  7. Rauf Mirkadyrov, arrested 19 April 2014

Full details of the charges against them can be found on the Council of Europe’s Platform to promote the protection of journalism and safety of journalists developed in co-operation with the IFJ and EFJ.

IFJ president, Jim Boumelha, said:

“We are alarmed at the scale of attacks against press freedom in a country that is a member of the Council of Europe and should abide by its principles on freedom of expression as laid down in article 10 of the European Convention on Human Rights.

“Our colleagues should be released immediately without condition.”

Most prominent among these is the case of Khadija Ismayilova who was arrested in December 2014 initially on spurious charges of incitement to suicide and since replaced with charges of libel and tax evasion for which she risks up to 7 years imprisonment.

Mogens Blicher Bjerregård, EFJ president said:

“Given Azerbaijan’s record on press freedom, we fear that journalists travelling to report the European Olympics will face restriction and censorship. While we warn foreign journalists to take extra precaution during the coverage of the Olympics, we urge the government to ensure that both national and foreign journalists can exercise their rights to freedom of expression and conduct any journalistic activities freely and independently.”

In February it was revealed that Emin Huseynov, Director of Institute for Reporters’ Freedom and Safety (IRFS) has been holding up in the Swiss embassy since August 2014 fearing arrest following a raid on the IRFS offices. Huseynov was recently awarded €15.000 compensation by the European Court of Human Rights for abuse in police custody that he suffered in 2008.

In addition to jailing journalists on trumped up charges the government has successfully squeezed what remains of ‘independent’ press through a range of mechanisms, including excessive financial penalties imposed on media, government control over the advertising market and restrictions of the national distribution and printing systems. Newspapers Zerkalo and Azadliq are on the point of closure, while Radio Free Europe / Radio Liberty has been closed since December.

Last month the Azeri media reported that the government was issuing warnings to journalists applying for visas to attend the European Olympics. While acknowledging the right to engage in journalistic activities the rules threaten “any media person found spreading distorted information on Azerbaijan, thus unfairly representing the country’s interests will face the full force of the law.”

The IFJ/ EFJ warned that the “continued incarceration does great damage not only to the country’s reputation, but also to its aspirations of becoming a modern, stable democracy with international standards of human rights and respect for freedom of expression.”

The IFJ/EFJ have launched a joint campaign: Hands off press freedom in Azerbaijan.

See also the campaign for jailed Azeri journalist Khadija Ismailova:http://occrp.org/free-khadija-ismayilova/Donnelly_small