De hel van Jabalya en de Groningse connectie

Zo ongeveer moet de hel eruitzien. Kapotgeschoten flatgebouwen, uitgebrande autowrakken, een oude man in een rolstoel die wordt vooruitgeduwd door een jongen van een jaar of acht. Ze ploeteren door water dat tot de knieën van de jongen staat en halverwege de wielen van de rolstoel.

Zo ongeveer moet de hel ruiken. Het regenwater stinkt. De riolering is overgestroomd omdat, bij gebrek aan elektriciteit, de gemeentelijke pompen niet meer werken. Het meurt niet alleen overweldigend naar stront en pis maar ook naar verrotte lijken. De doden die langs de kant van de weg lagen zijn inmiddels opgehaald. Maar onder de brokstukken van kapotgebombardeerde gebouwen liggen nog steeds lijken, of delen daarvan, die niet konden worden geborgen.

Groningen heeft iets met die hel, onze stad heeft een gedeelde geschiedenis met Jabalya. In 1999 bezocht de toenmalige burgemeester Jacques Wallage de Palestijnse Gebieden. Hij deed ook Gaza aan en bezocht het vluchtelingenkamp en de aangrenzende stad Jabalya. Het gemeentebestuur van het kinderrijke Jabalya vroeg Groningen hulp bij het opzetten van een jeugdbeleid. De gemeente Groningen reageerde positief op de hulpvraag. Er werden missies naar Jabalya gestuurd en uiteindelijk werd besloten dat Groningen zou meewerken aan de bouw van een jeugdcentrum in Jabalya. Daarnaast zou Groningen Jabalya helpen, onder andere door middel van kennisuitwisseling, om een lokaal jeugdbeleid op te gaan zetten. Jarenlang was het een komen en gaan tussen Groningen en Jabalya van ambtenaren, experts en leden van de Stichting Groningen-Jabalya die zich inzetten voor een goede verstandhouding tussen de Groningse en Gazaanse bevolking.

Het gebouw in Jabalya, ontworpen door het Groningse architectenbureau AAS en gedeeltelijk gefinancierd door de gemeente Groningen, werd in 2005 opgeleverd. Het zou echter amper een paar maanden als jeugdcentrum functioneren. In januari 2006 won Hamas de Palestijnse verkiezingen. De onverwachte overwinning leidde tot spanningen met Fatah, de dominante partij binnen de Palestijnse Autoriteit. In 2007 vond een gewapend treffen plaats tussen Hamas en Fatah. De Palestijnse Autoriteit van Fatah-leider Mahmoud Abbas werd Gaza uitgezet. Gaza kwam onder de exclusieve controle te staan van Hamas dat geen onafhankelijk jeugdcentrum in Jabalya tolereerde, zoals de initiatiefnemers voor ogen had gestaan. Daarbij kwam dat buitenlandse donoren, die nodig waren om het jeugdcentrum verder in te richten en te laten draaien, het na de Hamas-machtsovername lieten afweten.

De teleurstelling over de teloorgang van het jeugdcentruminitiatief was groot, maar dat betekende niet dat we met onze rug naar Gaza gingen staan. De behoefte aan contact was, zeker aan de kant van onze vrienden in het geïsoleerde Jabalya, erg groot. De gemeente Jabalya besloot het “Groningse” gebouw te verhuren aan het Na’ama College. Dat honderden jongeren uit Jabalya een opleiding volgden aan deze MBO-achtige school, was in zekere zin een troost. Leden van de Stichting Groningen-Jabalya bezochten het Na’ama College de afgelopen jaren verschillende keren. We bleven ook contact houden met verschillende NGO’s, onder andere op het gebied van mensenrechten en jeugdtheater, in het noorden van Gaza.

Op dinsdagmiddag 31 oktober bombardeerden Israëlische gevechtsvliegtuigen Blok 6 in het Jabalya vluchtelingenkamp. Volgens Al Jazeera vielen er zes bommen. Ze veroorzaakten een enorme krater en een aantal flatgebouwen stortte als kaartenhuizen in elkaar. Ongeveer honderd mensen werden in deze bomaanval gedood, vierhonderd gewond. Meer dan de helft van de slachtoffers waren kinderen.

De beelden uit het Indonesische Ziekenhuis, dat vlakbij Jabalya ligt en inmiddels is gesloten, waren verschrikkelijk. Kinderen met brandwonden die op de grond behandeld moesten worden. Een schokkend gebrek aan medicijnen. Amputaties die zonder verdoving werden uitgevoerd.

De Israëlische media berichtten niet over de Palestijnse burgerslachtoffers maar meldden dat Hamas-commandant in centraal-Jabalya, Ibrahim Biari, bij de aanval was “geëlimineerd”. Hoeveel onschuldige doden en hoeveel verwoesting waren voor het Israëlische leger gerechtvaardigd om één Hamascommandant uit te schakelen?

Vast staat dat Jabalya sinds begin oktober een van zwaarst getroffen delen van Gaza is. Een aantal wijken van Jabalya is totaal onherkenbaar, of het zou moeten zijn dat we er het kapotgebombardeerde Grozny of Aleppo in herkennen, of Leipzig 1943.

Er waren verschillende reprises van de slachtpartij van 31 oktober. Midden december kwamen de Israëlische bommenwerpers opnieuw in actie boven Jabalya en vielen er minstens 110 doden, wederom voor een groot deel kinderen.

Inmiddels hebben de Israëlische grondtroepen zich teruggetrokken uit het vluchtelingenkamp. Ze zijn nog wel vlakbij: in de aangrenzende Jabalya-stad, onder andere in het gehavende “Groningse gebouw” dat nu als Israëlische militaire basis fungeert. De school is uiteraard, net als alle andere scholen in Gaza, gesloten. Meer dan 350 scholen zijn geheel of gedeeltelijk verwoest, het educatieve systeem in Gaza is totaal ontwricht.

Ondanks dat Israël de bewoners van Noord-Gaza sommeerde naar het zuiden te vluchten, wat de meerderheid deed hoewel het ook zuidwaarts niet veilig bleek, bleven er nog steeds tienduizenden bewoners achter. Sommigen waren te oud of te ziek om te vertrekken. Anderen wilden eenvoudigweg niet weg of geloofden niet in de veiligheidsgaranties van het Israëlische leger.

Jamal (65), de vader van journalist Anas al Sharif, was te ziek om te vertrekken. Op maandag 11 december werd het huis van de familie in Jabalya getroffen door een Israëlisch projectiel. Jamal was op slag dood en werd nog dezelfde dag begraven op de binnenplaats van een VN-school in Jabalya.

Waarschijnlijk was het projectiel bedoeld voor Anas die door collega-journalisten onze ‘oren en ogen’ in Jabalya werd genoemd. Anas was, naar eigen zeggen, verschillende keren door Israëlische officieren gebeld. Ze drongen er bij hem op aan ook naar het zuiden te vertrekken en op te houden met zijn verslaggeving. Ondanks de intimiderende telefoontjes bleef Anas als een van de weinige verslaggevers, onder andere voor Al Jazeera, toch actief in Jabalya. Een van zijn laatste reportages ging over de begrafenis van zijn eigen vader.

Journalist Anas al Sharif in Jabalya. Zijn ouderlijk huis werd gebombardeerd waarbij zijn vader om het leven kwam.

De Palestine Medical Relief Society (PMRS). De PMRS blijft ondanks de dramatische oorlogssituatie en moeilijke omstandigheden medische hulp verlenen in Gaza

Giften onder vermelding van ‘noodhulp’ kunnen worden overgemaakt op NL92 INGB 0006 6876 78 t.n.v. Stichting Groningen-Jabalya

Cynisme en wraak: danse macabre tussen Israël en Hamas

Is Hamas een soort golem, dat legendarisch schepsel uit de joodse folklore, gemaakt van modder of klei? De golem wordt in de fabel heel slim en sterk en ontsnapt uiteindelijk aan zijn meester. Zo zou het ook met Hamas zijn gegaan: in het leven geroepen door de Israëlische veiligheidsdienst in Gaza, maar verworden tot een gevaarlijk monster.

Zeker is dat Israël vanaf het begin van de bezetting in 1967 meer op had met de vanouds in het gebied actieve, conservatieve Moslimbroederschap dan met de Palestijnen van Al Fatah of het linkse Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). De Broederschap was a-politiek en weigerde zich aan te sluiten bij de alliantie van nationalistische en linkse partijen die zich gewapenderhand verzette tegen de Israëlische bezetting.

Generaal Ariel Sharon sloeg in de periode 1967-’73 het Palestijnse verzet in Gaza met harde hand neer. Honderden mensen werden gedeporteerd naar Jordanië, meer dan 3,700 Palestijnen gearresteerd en duizenden werden dakloos. Israëlische legerbulldozers legden brede wegen door de vluchtelingenkampen aan, zodat Sharons’ militaire voertuigen er gemakkelijk doorheen konden.

Maar de Moslimbroeders werden niet geraakt door de repressie. Zij maakten zich drukker om hun verdorven communistische landgenoten, die whisky dronken en Che Guevara aanbaden, dan om de Israëlische bezetting. Voor de Moslimbroeders waren de Israëli’s in eerste instantie zo slecht nog niet vergeleken met het repressieve Egyptische regime van Gamal Abdel Nasser, dat vóór 1967 de dienst in Gaza had uitgemaakt.

Een populaire sjeik genaamd Ahmad Yassin, lid van de Moslimbroederschap, was ondertussen actief met het opbouwen van een sociaal netwerk, genaamd Al-Mujamma’ al-Islami (Islamitische Unie). De Mujamma bouwde klinieken, zorgde onder andere voor wezen en organiseerde liefdadigheidsactiviteiten. Er werden sportwedstrijden georganiseerd en collectieve trouwpartijen, die de kosten voor de jonge stelletjes drukten.

Sjeik Yassin, geboren in 1936 in de buurt van Asjkelon in het huidige Israël, was in de nakba van 1948 met zijn ouders naar Gaza gevlucht. Hij woonde in het vluchtelingenkamp Shatti. De sjeik viel op. Sinds zijn jeugd was hij gekluisterd aan een rolstoel. Hij had een ernstige rugblessure opgelopen bij het voetballen. Sjeik Yassin was charismatisch maar geen groot theoloog of prediker. Zijn kracht lag meer in het organiseren en met praktische acties opkomen voor de arme bevolking. Veel mensen stelden vertrouwden in hem.

In juni 1984 vond het Israëlische leger tientallen pistolen en machinegeweren in sjeik Yassins’ moskee. De wapens waren bedoeld om seculiere Palestijnen te intimideren, niet om verzet te plegen tegen de Israëli’s. Toch werd de sjeik door een Israëlische rechtbank veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit. Hij zat uiteindelijk minder dan een jaar vast, want hij werd vrijgelaten bij een gevangenenuitruil tussen Israël en een pro-Syrische Palestijnse organisatie.

Die gevangenisstraf was goed voor Yassins’ anti-Israëlische reputatie. In Gaza en de Westelijke Jordaanoever brak in 1987 een opstand uit tegen de bezetting; de eerste Intifada. Veel Moslimbroeders waren terughoudend mee te doen met de opstand en daarmee hun relatief geprivilegieerde positie op te geven. Maar sjeik Yassin, die een goede neus had voor wat er leefde onder de bevolking, besloot zich aan te sluiten bij de breed gedragen rebellie en richtte Hamas op, wat staat voor Harakat al-Muqawama al Islamiya, Islamitische Verzetsbeweging. Het Arabische woord Hamas klonk daarnaast niet alleen energiek en strijdvaardig maar ook spiritueel; het betekent zoiets als geestdrift, geestvervoering, ijver.

Sjeik Yassins’ keuze om de jihad aan te binden met Israël appelleerde aan de gevoelens van veel mensen in Gaza. Hij combineerde de door de islam gesanctioneerde strijd voor Palestina met wat werd gezien als morele puurheid, met doeltreffende sociale actie en de belofte van een hemelse beloning. In tegenstelling tot bij de PLO ging het niet alleen om de bevrijding van Palestina, door Hamas gezien als een moslimplicht; het ging niet alleen om politieke maar ook om persoonlijke bevrijding.

Wat wilde Hamas? In juni 1988 werd het handvest gepubliceerd waarin werd opgeroepen tot de vernietiging van Israël. Hamas propageerde de vestiging van een islamitische maatschappij in Palestina. Het handvest was, integenstelling tot de programma’s van andere Palestijnse organisaties, niet antizionistisch maar anti joods, volgens veel Israeli’s zelfs antisemitisch.

Een paar maanden eerder had een Hamas een voorstel aan de Israëlische minister van Defensie Yitzhak Rabin gedaan. Als Israël vrede wilde moest het zich terugtrekken uit de bezette gebieden en Palestijnse rechten herstellen, inclusief het recht van terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen naar het land dat ze in 1948 hadden moeten verlaten. Rabin verwaardigde zelfs niet te antwoorden. Met name de eis van terugkeer van Palestijnse vluchtelingen was een Israëlische no go.

Vanaf dat moment begint een proces van radicalisering, wraak en tegenwraak dat culmineert in de eerste zelfmoordacties van Hamas in 1993. In hetzelfde jaar sluiten Israël en de PLO de Oslo-akkoorden, die voorzien in Palestijns zelfbestuur in een deel van de bezette gebieden. Hamas keert zich tegen ‘Oslo’. Onderhandelingen met Israël zijn, volgens Hamas, niet legitiem en met een gewelddadige bommencampagne probeert de organisatie het vredesproces te ondermijnen.

Ironisch genoeg spelen de zelfmoordacties en andere gewelddaden van Hamas Israëlische hardliners in de kaart. Ook zij zijn fel tegen ‘Oslo’, wederzijdse erkenning en de graduele vestiging van een Palestijnse staat op de Jordaanoever en in Gaza. Er is Sharon en Netanyahu alles aan gelegen dat het proces van kolonisering van Oost-Jeruzalem en de Westoever, ongestoord door een lastig vredesproces, door kan gaan. Palestijnse en Israëlische maximalisten versterken, gewild of ongewild, elkaars positie.

Hamasleider Yahia Sinwar

In 2006 maakt Hamas een politieke draai. De organisatie besluit mee te doen aan de Palestijnse parlementsverkiezingen. Tot verbijstering van velen wint Hamas en moet, volgens de regels van het democratische spel, regeringsverantwoordelijkheid dragen. Hamasvoorman Ismail Haniyeh laat in een schriftelijke verklaring aan de wereld weten dat zijn organisatie “voor vrede is en een einde te wil maken aan het bloedvergieten”. “Van onze kant hebben we ons meer dan een jaar gehouden aan een unilateraal staakt-het-vuren (…). Onze boodschap aan de wereld is: praat niet meer met ons over Israëls’ bestaansrecht of dat wij moeten ophouden met gewapend verzet, totdat je van de Israëli’s de belofte krijgt dat ze zich terugtrekken uit ons land en onze rechten erkennen”. Haniyeh beloofde dat Hamas zich vreedzaam zal opstellen als de wereld “ons en de Israëli’s als gelijken behandelt”.

Dat gebeurde niet en de wereld, dat wil zeggen de Verenigde Staten en de westerse landen, steunen de afsluiting die Israël Gaza oplegt om te verhinderen dat Hamas zijn militaire macht kan uitbouwen. Ook het aanbod van Hamasleider Khaled Meshal in 2008 om een tienjarig bestand te sluiten in ruil voor een soevereine Palestijnse staat, wordt ogenblikkelijk van de hand gewezen. Hamas wordt gezien als een terroristische organisatie waar niet mee gepraat kan en mag worden.

Dit verandert niet nadat Hamas zijn oorspronkelijke handvest in 2017 vervangt door een nieuw politiek programma, waarbij niet langer wordt gesproken over de bevrijding van heel Palestina. Hamas streeft nu expliciet naar een Palestijnse staat in de in 1967 bezette gebieden. Nog voor de officiële publicatie van het nieuwe handvest verwijst Netanyahu het met een ‘wie denk je dat je voor de gek houdt’ naar de prullenmand.

Voor Israëlisch rechts was de danse macabre van de afgelopen jaren, waarbij Gaza afgesloten werd gehouden van de buitenwereld met zo nu en dan een gewapend treffen waarbij het ‘gras werd gemaaid’ met beschietingen en luchtbombardementen, een cynisch godsgeschenk. Immers deze situatie prolongeerde de interne Palestijnse verdeeldheid, met een geïsoleerd Hamas in Gaza en de officiële maar krachteloze Palestijnse Autoriteit van Machmoud Abbas in Ramallah. De daaruit voortvloeiende politieke stagnatie was essentieel om ongestoord en ongestraft verder te kunnen bouwen aan de nederzettingen in de bezette Westoever en Oost-Jeruzalem. De Palestijnse kwestie leek vergeten.

Het gaat te ver om Hamas als een golem te zien: Israël dat zijn eigen vijand creëert. Maar er was wel degelijk sprake van een opportunistische politiek van ‘favoriete vijand’. Met als dramatisch boemerangeffect het drama van 7 oktober en de daaropvolgende oorlog.

Ook verschenen in het VredesMagazine, jaargang 17, nummer 1, december 2023

De oorlog van gisteren

In De oorlog van gisteren neemt Jan Keulen ons mee naar de tijd dat hij correspondent was in Beiroet, tijdens de Libanese burgeroorlog. We leren een ongelovige priester kennen, een straatvechter die zich verhuurt aan verschillende strijdgroepen, politiek activisten die blijven volhouden, spionnen die worden ontmaskerd en ballingen die steeds opnieuw moeten vluchten. Na vijf jaar Beiroet vertrekt Keulen naar ­Caïro. In de jaren negentig verslaat hij vanuit Amman onder andere het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Al die tijd blijven de demonen van de Libanese burgeroorlog hem achtervolgen.

Jaren later krijgt Keulen in Qatar als directeur van het Doha Centre for ­Media Freedom te maken met een wankelmoedige lakei, een slimme sjeik en een dichter die gevangen wordt gezet. Na bijna drie jaar wordt hem een andere baan aangeboden; veel Qatari vinden het centrum en zijn ­directeur een pain in the ass. ‘Ik val stil, ben perplex en ik stamel dat ik geen ander werk in Qatar ambieer. Het enige wat mij interesseert is de journalistiek en persvrijheid in de Arabische wereld.’

Voor journalistiek die ertoe doet moet altijd een prijs worden betaald. Jan Keulen ervoer dat aan den lijve, vanaf het moment dat hij als beginnend journalist in 1979 door Spanje tot persona non grata werd ­verklaard. Collega-journalisten werden ontvoerd, ontslagen, gevangen­gezet, gemarteld en zelfs gedood. Zelf kampte Keulen met trauma’s en een burn-out, en hij werd beschuldigd van antisemitisme.

Jan Keulen (1950) woonde langdurig in de Arabische wereld. Hij was correspondent in Beiroet en werkte later als journalist in Caïro en Amman voor de Volkskrant, De Standaard en nieuwsrubrieken van de vara-radio, kro en nos. De afgelopen twintig jaar was Keulen vaak in het Midden-Oosten als docent journalistiek en werkzaam voor persvrijheidsorganisaties. Van 2011 tot en met 2014 woonde en werkte hij in Qatar.

‘Elke oorlog is weer anders, en toch lijken ze op elkaar. Er zijn vreselijke dagen die worden overtroffen door nog vreselijker dagen. Als ik de foto’s zie van de oorlogsvluchtelingen en de mannen, vrouwen en kinderen die in de donkere tunnels van Cartagena schuilden, moet ik aan de duizenden denken die in de metrostations van Kyiv en Charkov bivakkeren. En ik moet aan Beiroet in 1982 denken, toen ik zelf geregeld in een schuilkelder zat, diep onder een flatgebouw. Beelden komen terug van huilende kinderen in de grote kelder, met boven onze hoofden een straat die bezaaid lag met gruis, glas en brokstukken van kapotgeschoten huizen.

De afgelopen veertig jaar zocht ik nooit doelbewust een oorlog op. Het was eerder dat de oorlog mij opzocht.’

ISBN 9789083210889 | 379 pag.| € 26,95 | Uitgeverij Jurgen Maas

Een paar reacties op X, voorheen twitter

Wat moet er met Gaza gebeuren?

De vraag dient zich aan wat het einddoel is van het Israëlische offensief. Hoe ziet Gaza eruit op de dag dat Israël claimt de oorlog gewonnen te hebben? Hoe gaat het verder met de meer dan twee miljoen Palestijnen die in de enclave wonen, wie zal het gebied besturen? Is een vreedzame oplossing van de Palestijnse kwestie nog mogelijk?

Het gaat in het huidige conflict om meer dan wraak voor de terreurdaden van Hamas op 7 oktober. Premier Netanyahu had het over „onze tweede onafhankelijkheidsoorlog”. In de Arabische wereld vat het idee post dat we getuige zijn van een Israëlische aanval op het Palestijnse volk, misschien wel een genocidale aanval. De duizenden Palestijnse doden en het wegvagen van buurten en straten kunnen allang niet meer worden beschouwd als collateral damage

Palestinians search for casualties at the site of Israeli strikes on houses in Jabalia refugee camp in the northern Gaza Strip, October 31, 2023. REUTERS/Fadi Whadi


Zowel Israëliërs als Palestijnen refereren deze dagen voortdurend aan de oorlog van 1948 en dat is niet toevallig. In die ‘onafhankelijkheidsoorlog’ werd Israël geboren. Ook de Gazastrook ontstond tijdens diezelfde oorlog. Voor de Palestijnen was hun nederlaag van 1948 een catastrofe, de Nakba: ze verloren niet alleen het grootste deel van hun land maar ook hun politieke rechten. 

Veel inwoners van wat tijdens de Britse tijd het district Gaza was, vluchtten naar de kustenclave, die in handen was gevallen van het Egyptische leger. Het ging om zo’n 250.000 Palestijnen, een derde van het totaal aantal verdrevenen uit wat nu Israël is. De afbakening van de Gazastrook werd in februari 1949 vastgelegd toen Egypte en Israël een wapenstilstandsovereenkomst tekenden. Het grootste deel van de bevolking kwam terecht in een van de tien grote vluchtelingenkampen in de minuscule kuststrook.

Duistere keerzijde

Gaza werd in 1956 een aantal maanden bezet door Israël en vanaf de Arabisch-Israëlische oorlog van juni 1967 werd de bezetting permanent. In eerste instantie had Israël de bedoeling het gebied te annexeren en honderdduizenden Palestijnen uit Gaza te herhuisvesten in de Sinaï-woestijn en de Westelijke Jordaanoever. Deze plannen waren politiek niet haalbaar, al werden wel 40.000 Palestijnse vluchtelingen uit Gaza gedeporteerd naar Jordanië. Om de vluchtelingen van de autochtone Gazanen te scheiden bood Israël deze laatste groep het staatsburgerschap aan, maar praktisch iedereen weigerde.

Vanaf het begin was de grote vluchtelingenpopulatie in Gaza een steen des aanstoots voor Israël: een permanente herinnering aan de oorlog van 1948. Het was een voortdurend geconfronteerd worden met de duistere keerzijde van het ontstaan van de staat, namelijk de aanwezigheid van een grote massa Arabische ontheemden die ernaar verlangde terug naar huis te gaan, een ‘thuis’ dat hemelsbreed vaak maar enkele kilometers verwijderd lag, aan de onbereikbare andere kant van de bestandslijn.

Decennia vóór het ontstaan van Hamas laat de geschiedenis van Gaza zich lezen als een aaneenschakeling van protesten, verzet, repressie, deportatie van activisten en collectieve afstraffing van de bevolking. In de jaren zeventig hield generaal Ariel Sharon woest huis in Gaza. Duizenden Palestijnen werden dakloos. Hun huizen werden met bulldozers vernield om plaats te maken voor brede wegen zodat Sharons militaire voertuigen toegang kregen tot de vluchtelingenkampen. 

Om te benadrukken dat Gaza deel van Israël moest worden werden Joodse nederzettingen tussen de vluchtelingenkampen gebouwd, die 31 procent van de kuststrook in beslag namen. Dat deze Israëlische politiek op verzet stuitte en dat bezettingsleger en nederzettingen vaak het doelwit werden van aanslagen laat zich raden. 

Wijlen premier Yitzhak Rabin verzuchtte in 1992 dat hij graag op een dag wakker zou willen worden en ontdekken dat Gaza door de zee zou zijn verzwolgen. 

Blokkade

Fast forward naar 2005. Premier Sharon laat de Joodse nederzettingen ontruimen. Hij is tot de conclusie gekomen dat deze onhoudbaar zijn en dat alle kaarten op de kolonisering van de Westelijke Jordaanoever moeten worden gezet. Gaza mag in zijn eigen sop gaarkoken. 

Het jaar erop wint Hamas de Palestijnse parlementsverkiezingen, de spanningen tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit nemen toe en in juni 2007 neemt Hamas gewapenderhand de macht over in Gaza.

Israël reageert op de machtsovername met een blokkade. Alles wat Gaza in- en uitgaat wordt gecontroleerd door Israël. De Egyptische autoriteiten werken mee en Gaza wordt praktisch van de buitenwereld afgesloten. Het gros van de jonge mensen in Gaza is nooit buiten de enclave geweest. Israël controleert elektriciteit, waterleiding en riolering. Het luchtruim en de kust worden militair bewaakt. 

Ratio van de blokkade, die zulke dramatische gevolgen had voor de burgerbevolking, was het voorkomen dat Hamas een terroristische infrastructuur kon opbouwen. Dat die politiek faalde werd op 7 oktober meer dan duidelijk, maar het was al jaren eerder bekend dat Hamas en andere strijdgroepen – ondanks de blokkade – beschikten over grote hoeveelheden wapentuig. 

Militair gezien was de blokkade dus ineffectief, maar politiek kwam het Israël wel goed uit. De grip van het Hamas-bestuur op Gaza, gefaciliteerd door fondsen uit Qatar, werd in de loop van de jaren steeds sterker. Dit bemoeilijkte verzoening met de Palestijnse Autoriteit van president Mahmoud Abbas. Voor Hamas was er geen stok achter de deur om zijn machtspositie in Gaza op te geven. Integendeel. 

Herbezetting van Gaza

Deze intern-Palestijnse verdeeldheid en zwakte kwam Israël uitstekend van pas. Een verenigd Palestijns leiderschap zou kunnen leiden tot hervatting van het vredesproces. Israël had juist belang bij politieke stagnatie om zijn territoriale ambities op de Westelijke Jordaanoever te realiseren.

Deze status quo is met de huidige oorlog doorbroken. De vraag is wie in de toekomst het kapotte Gaza gaat besturen. Het is onwaarschijnlijk dat de toch al in diskrediet gebrachte Palestijnse Autoriteit zich zal aandienen. Waarschijnlijker is een Israëlische herbezetting van Gaza. Maar dan ligt een reprise van verzet en repressie voor de hand, zoals we die sinds 1967 hebben gezien. Misschien met een Hamas 2.0. Of wordt het toch Netanyahu’s ‘tweede onafhankelijkheidsoorlog’, een nieuwe Nakba, met vluchtelingenkampen in de Sinaï? 

Dit artikel werd op 7 november 2023 gepubliceerd door NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2023/11/07/wat-moet-er-met-gaza-gebeuren-de-mogelijke-eindscenarios-zijn-angstaanjagend-a4180041


Winter in Gaza: wateroverlast, kou, kapotte infrastructuur

Er stond midden januari zo’n vijftig, zestig centimeter water in veel straten en stegen van Gaza. De harde regen viel in januari dagen achtereen, het dagelijkse leven werd totaal ontwricht. Kinderen waadden tot hun knieen door het water om naar school te gaan. Sommige mensen timmerden een vlot om zich voort te kunnen bewegen. 

In de winter zijn de nachten koud in Gaza. Veel huizen die tijdens de Israelische beschietingen en bombardementen van mei werden beschadigd zijn nog niet hersteld. Door de scheuren en kieren in de muren is het onmogelijk het binnen warm te krijgen. Inwoners van Gaza slapen onder een extra paar dekens., kinderen kruipen dicht tegen elkaar aan. Maar als het regent wordt de hele boel kleddernat, vooral in vluchtelingenkampen waar veel woningen zwaar beschadigde zijn. 

Het lijkt of de overstromingen in Gaza elk jaar erger worden. De schijn bedriegt niet want de gemeentes hebben meestal geen geld om de wegen te repareren. En zelfs daar waar wel reparaties plaatsvonden is het voor de lokale autoriteiten geen doen om, na de nieuwe vernielingen van mei, opnieuw alles voor de winter in orde te hebben. Na vier rondes van geweld is Gaza zwaargehavend. Volgens cijfers van de Verenigde Naties werden in mei 56.000 woningen beschadigd en 2.100 werden compleet verwoest.

Volgens de Palestijnse autoriteiten en de Wereldbank hebben de bewoners van Gaza 479-miljoen dollar nodig voor het herstel van hun woningen en voor reparatie van de infrastructuur. Van dit bedrag is slechts 100-miljoen dollar inmiddels uitgekeerd. Het gaat hierbij vooral om geld uit Qatar en hulp uit Egypte. 

Wateroverlast in Jabalya vluchtelingenkamp

Israelische luchtbombardementen en beschietingen doodden in mei 250 Palestijnen, waaronder 66 kinderen. In Israel vielen, als gevolg van de raketbeschietingen door Hamas, 13 doden waaronder 2 kinderen. 

De winterellende in Gaza komt op een moment dat de gezondheidszorg in Gaza, die onder de “normale” omstandigheden van oorlog en beleg al onder enorme druk staat, het nog moeilijker heeft gekregen door corona. Volgens het Palestijnse Ministerie van Gezondheid zijn sinds het begin van de pandemie tot eind januari 1.725 mensen in Gaza gestorven aan de gevolgen van corona. Ongeveer een derde van de volwassen bevolking is volledig gevaccineerd, tegen 60% op de bezette Westoever. 

Help ons helpen!

De Stichting Groningen-Jabalya steunt de gezondheidszorg in Gaza via de Palestine Medical Relief Society (PMRS). Draag bij aan de medische zorg in Jabalya (Gaza) en doneer op NL92INGB0006687678 t.n.v. Stichting Groningen-Jabalya onder vermelding van ‘noodhulp PMRS’. 

Gaza: een apart geval van misdaden tegen de menselijkheid

Een Groninger hoef je niet uit te leggen waar Wadapartja voor staat. Nee, het is geen Javaans restaurant of winkel met Nepalese nepantiek. Wadapartja is de Groningse benaming voor een uitzonderlijke –aparte– eet- en drinkgelegenheid, waar ook aparte spulletjes kunnen worden gekocht. 

In het Groninger dialect heeft apart zijn oorspronkelijke betekenis behouden van origineel, uitzonderlijk. In het aan het Nederlands verwante Afrikaans hebben apart en apartheid een meer sinistere betekenis gekregen. Apartheid in Zuid-Afrika groeide uit tot een perverse vorm van geïnstitutionaliseerde rassenscheiding. Aan die segregatie tussen zwarten, kleurlingen en blanken lag het waanidee ten grondslag dat de laatsten superieur waren. Het zogenaamde baasskap, ook al zo’n Afrikaans woord wat we in Nederland maar al te goed begrijpen. 

Gelukkig werd in 1994 het apartheidssysteem in Zuid-Afrika, na jaren van binnenlandse strijd, mondiale protesten en diplomatieke druk, formeel opgeheven. In 1973 werd het Internationaal Verdrag voor de Bestrijding en Bestraffing van de Misdaad van Apartheid gesloten, de zogenaamde Apartheidsconventie. Dit verdrag, dat in 1976 van kracht werd, maakte apartheid volgens het internationaal recht een misdaad. In 1998 werd in het Statuut van Rome, dat ten grondslag ligt aan de oprichting van het Internationaal Strafhof (ICC), eveneens bepaald dat apartheid een misdaad is tegen de menselijkheid.

In november publiceerde de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Mezan, die gevestigd is in Gaza, een document onder de titel The Gaza Bantustan—Israeli Apartheid in the Gaza Strip’. In het rapport, gebaseerd op het werk van Palestijnse, Israëlische en internationale mensenrechtenexperts, wordt duidelijk in hoeverre Gaza op zo’n Zuid-Afrikaans Bantustan lijkt. 

Het gaat om een door het Israëlische leger nu al veertien jaar geïsoleerd gebied, hermetisch afgesloten van Israël en de rest van de bezette Palestijnse gebieden. De tweemiljoen inwoners van Gaza worden blootgesteld aan herhaaldelijk excessief geweld. Duizenden burgers werden gedood, hun huizen verwoest en kinderen, patiënten en vissers werden arbitrair gearresteerd en gevangengezet.  

Al Mezan concludeert dat het Israëlisch beleid ten aanzien van Gaza neerkomt op de “onmenselijke daden”, zoals die gedefinieerd zijn in de Apartheidsconventie. Het gaat om moord, het toebrengen van psychisch en lichamelijk letsel, illegale arrestaties, strafmaatregelen en het ontnemen van het recht om vrijelijk het gebied te verlaten en ernaar terug te keren. 

Deze onmenselijke politiek van de Staat Israël is er, volgens Al Mezan, op gericht de overheersing van één etnische groep, Israëlische joden, ten opzichte van een andere etnische groep, de Palestijnen, te vestigen en te bestendigen. Een soort Israëlische baasskap dus, onder het voorwendsel van veiligheid maar in feite vanuit een misplaatst idee van superioriteit. 

In het rapport wordt eraan herinnerd dat de staat Israël de levens van ongeveer zeven miljoen joodse Israëli’s controleert en van zeven miljoen Palestijnen, in Israël zelf en in de bezette Palestijnse gebieden. De staat Israël maakt gebruik van allerlei wetten en maatregelen die erop gericht zijn de Palestijnse bevolking te onderdrukken en territoriaal te verdelen en te scheiden, om het ‘joodse karakter’ en superioriteit van Israël te waarborgen. 

Al Mezan roept de internationale gemeenschap op zijn verplichtingen na te komen en een einde te maken aan Israëls onrechtvaardige apartheidsregime, zoals ook gebeurde met de apartheid in Zuid-Afrika. Herinnerd wordt aan een uitspraak van Nelson Mandela in 1997: “De Verenigde Naties hebben een duidelijk standpunt ingenomen tegen apartheid. Er ontstond een internationale consensus die hielp om een einde te maken aan het onrecht. Maar we weten heel goed dat onze vrijheid onvolledig is zonder de vrijheid van de Palestijnen”. 

De muur rond Gaza. Foto: Israëlisch Ministerie van Defensie

Enkele dagen na publicatie van het rapport van Al Mezan leidden de Israëlische minister van defensie Benny Gantz en opperbevelhebber generaal Aviv Kochavi een plechtigheid om de gereedkoming te vieren van de ijzeren afscheidingsmuur. Kosten noch moeite waren gespaard om de muur, volgens de Israëli’s ‘enig in zijn soort in de wereld’, te bouwen en van Gaza definitief een Bantustan te maken. Of erger…

Drie en een half jaar was eraan gewerkt, 140.000 ton ijzer en staal was ervoor verwerkt en de monstermuur had haast een miljard euro gekost. Het bouwwerk is 65 kilometer lang, zes meter hoog en nog enkele meters ondergronds. Overal op de fortificatie werd elektronische apparatuur aangebracht. Antennes, sensoren, radars en camera’s moeten ervoor zorgen dat Gaza rigoureus en tot nader order afgescheiden is van Israël, Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de rest van de wereld.  

De rechtvaardiging voor de afscheidingsmuren is onveranderlijk dat ze voor Israëls veiligheid nodig zijn. Zo werd triomfantelijk aangekondigd dat Israël in de naaste toekomst ook langs de grens met Libanon een muur met technologische hoogstandjes wil bouwen. Maar de vraag is of op den duur muren en apartheid echt voor veiligheid zullen zorgen. 

Het is een cliché Gaza een openluchtgevangenis te noemen, maar dat is helaas in 2021 meer dan ooit een feit. De Gaza-muur doodt de hoop, maakt dat jongeren geen perspectieven zien en is, deep down, een symbool van arrogantie, ongelijkheid en onrecht.

Wadapartja dat vandaag de dag nog steeds muren worden gebouwd om mensen van elkaar te scheiden…

Geschreven voor Nieuwsbrief Groningen – Jabalya, december 2021 (https://www.groningen-jabalya.com/?p=5675)

Gaza kan niet wachten

Het is als een film die telkens wordt herhaald en die we zo langzamerhand wel kunnen dromen. In 2008-’09, 2012, 2014 en mei 2021 kwam het tot grootscheepse Israëlische aanvallen op Gaza. De tol was hoog. Meer dan 4.000 mensen verloren hun leven, waarvan 260 in mei; een kwart miljoen woningen werd beschadigd, waarvan 4.000 dit jaar en de totale schade loopt in de miljarden euro’s.

Dat is niet niks.

Het is ook geen kleinigheid om zo’n tweemiljoen mensen in een gebied van 365 vierkante kilometer jarenlang te onderwerpen aan een land-, zee- en luchtblokkade. Ter vergelijking: de gemeente Emmen in Drenthe beslaat 346 vierkante kilometer en heeft 20 keer minder inwoners. En Emmen wordt uiteraard niet afgesloten van de rest van de wereld.  

De rigoureuze Israëlische politiek heeft niet geresulteerd in machtsverlies laat staan de vernietiging van Hamas, de islamitische beweging die Gaza sinds 2007 bestuurt. De leefomstandigheden zijn er inmiddels mensonwaardig, de humanitaire situatie onacceptabel, maar het lijkt onmogelijk de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken. 

Tussen de grootscheepse militaire confrontaties door blijft het pijnlijk rommelen aan de grens met Gaza. Ondanks het wankele staakt-het-vuren waarmee de confrontaties in mei werden afgesloten, wordt er geregeld gedemonstreerd bij het grenshek en worden ‘brandbalonnen’ opgelaten, uit protest tegen het niet-doorlaten van bouwmaterialen en het afknijpen van humanitaire hulp. Israël “antwoordt” dan weer steevast op deze acties met luchtbombardementen. De partijen lijken op een onafwendbare vijfde ronde van dood en verderf af te stevenen. 

De nieuwe Israëlische premier Naftali Bennett bezocht in augustus het Witte Huis en in een persconferentie met de Amerikaanse media had Bennett het over Iran, de vriendschap tussen Israël en de VS en de bestrijding van corona, maar niet over Gaza. Als je Bennett hoort praten lijken de Palestijnen en Gaza niet te bestaan. 

Bennett is een havik en wil geen enkele politieke concessie doen aan de Palestijnen, hij blijft faliekant tegen de tweestaten-oplossing. Hij denkt dat als Israël het leven voor de Palestijnen wat dragelijker maakt, vooral in economisch opzicht, dat dan het vredesproces kan worden “geparkeerd”.

Wat deze opvatting voor Gaza betekent blijft vooralsnog onduidelijk.

De Zweedse politicus en diplomaat Carl Bildt schreef na de oorlog in mei een artikel waarin hij pleitte voor vier moedige stappen om de impasse van Gaza te doorbreken.

In de eerste plaats moet de blokkade van Gaza worden opgeheven. De blokkade heeft Gaza’s economie vernield en buitenlandse handel praktisch onmogelijk gemaakt. De blokkade heeft smokkel in hand gewerkt, die weer voor een groot deel wordt gecontroleerd door Hamas. In dat opzicht heeft de blokkade Hamas eerder versterkt dan verzwakt.

In de tweede plaats moet Israëli’s in veiligheid kunnen leven. Geen enkel land accepteert willekeurige raketbeschietingen. Maar Israël moet ook erkennen dat zijn huidige defensiepolitiek heeft gefaald.

Ten derde moet Gaza weer onder internationaal erkend Palestijns bestuur geplaatst worden. Geen hulp voor Gaza en geen wederopbouwfondsen zonder vrije en eerlijke verkiezingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem.

Tenslotte vereist een oplossing op de lange duur dat de toekomstige staat Palestina Gaza kan gebruiken voor toegang tot de Middellandse Zee en daarmee tot de rest van de wereld. Gaza heeft een eigen haven en vliegveld nodig en een veilige verbinding met de Westelijke Jordaanoever. 

De Palestijnse journalist Daoud Kuttab wees er onlangs op dat zelfs als Bennett geen politieke vooruitgang wil in het Israëlisch-Palestijnse vredesproces, Israël wel gehouden is aan de Oslo-akkoorden. In die akkoorden wordt gesproken over een veilige verbinding tussen Gaza en de Westoever. Volgens het door beide partijen ondertekende akkoord zijn Gaza en de Westoever “een territoriale eenheid”. 

Drie jaar geleden stelden de Nederlandse parlementariërs Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Joel Voordewind (ChristenUnie) voor een internationale Gaza-conferentie te organiseren, waar het plan voor een veilige verbinding tussen Gaza en de Westoever besproken zou moeten worden. Een veilige route om medische zorg, familiehereniging en handel makkelijker gemakkelijker te maken en de ‘geweldsspiraal te doorbreken’.

Het plan verdween, zoals zoveel pogingen om uit de Gaza-impasse te komen, in een zwart gat. Het duo Netanyahu-Trump had andere opvattingen over vrede in het Midden-Oosten. En Nederland en de EU hadden niet de politieke wil of daadkracht om zich  echt hard te maken voor een oplossing in Gaza.

Het zal duidelijk zijn dat voor Carl Bildts vier stappen politieke druk nodig is, vooral vanuit de EU en de VS. De Palestijnse Autoriteit en Hamas moeten daarnaast tot een akkoord komen over verkiezingen en Naftali Bennett moet ervan overtuigd worden dat Israël ook andere opties heeft dan de militaire. 

De vier stappen zijn ondenkbaar zonder dat Israël en de Palestijnen weer aan de onderhandelingstafel plaatsnemen en dat is precies het laatste wat Bennett wil.

De kans dat er straks een reprise komt van de Gaza-horrorfilm en een vijfde ‘ronde’ van raketten en bombardementen, is dus groot. Niemand lijkt uit te kijken naar wederom hartverscheurende beelden uit Gaza, maar geen van de hoofdrolspelers in het drama maakt haast om zelfs maar tot een begin van een oplossing te komen. Alleen de inwoners van Gaza: zij kunnen niet wachten op een verbetering van hun situatie. Geen dag langer. 

Geschreven voor de Nieuwsbrief van Groningen-Jabalya, september 2021: https://www.groningen-jabalya.com/wp-content/uploads/2021/09/Jabalya-nieuwsbrief-48.pdf?fbclid=IwAR23BwMav4JxgAJPzS8Na0eZ58ak_cgqIvZd2_2HobEAvgy2gtHl7eIw0hc

Ook gepubliceerd op https://rightsforum.org/opinie/gaza-kan-niet-wachten/

Gaza can’t wait

It is like a movie that is repeated over and over again. In 2008-09, 2012, 2014 and May 2021, there were large-scale Israeli attacks on Gaza. More than 4,000 people lost their lives, 260 of them in May; a quarter of a million homes were damaged, of which 4,000 this year and the total damage is in the billions of euros.

The toll was enormous.

Ap infographic

It is also no small matter to subject some two million people in an area of ​​365 square kilometers to a land, sea and air blockade for years. In comparison: the municipality of Emmen in the province of Drenthe covers 346 square kilometers and has 20 times fewer inhabitants. And Emmen is of course not cut off from the rest of the world. The living conditions in Gaza are now inhumane, the humanitarian situation unacceptable. In fact a UN expert declared Gaza to have become unlivable “with an economy in free fall, 70 per cent youth unemployment, widely contaminated drinking water and a collapsed health care system”.

Why is it not possible to make an end to this disaster and to the vicious circle of violence? Rigorous Israeli policies have not resulted in a loss of power of Hamas, let alone the destruction of the Islamist movement, that has ruled Gaza since 2007. 

After the large-scale military confrontations in May, the border with Gaza is still not quiet. Despite the shaky ceasefire that ended the clashes in May, there are regular demonstrations at the border fence and “fire balloons” are released in protest against the Israeli blockage of construction materials and the throttling of humanitarian aid. Israel invariably “answers” to these actions with aerial bombardments. The parties seem to be heading for an inevitable fifth round of death and destruction.

New Israeli Prime Minister Naftali Bennett visited the White House in August and in a press conference with US media, Bennett talked about Iran, the friendship between Israel and the US and the fight against corona. But not about Gaza. When you hear Bennett talk, the Palestinians and Gaza don’t seem to exist.

Bennett is a hawk and does not want to make any political concessions to the Palestinians, he remains firmly against the two-state solution. But he does think that if Israel makes life a little more bearable for Palestinians, especially economically, then the peace process could be “parked”.

Swedish politician and diplomat Carl Bildt wrote an article after the May war in which he argued for four courageous steps to break the deadlock in Gaza.

What this view means for Gaza remains unclear for the time being.

Firstly, the blockade of Gaza must be lifted. The blockade has wrecked Gaza’s economy and made foreign trade practically impossible. Instead, the blockade has facilitated smuggling, which in turn is largely controlled by Hamas. In that regard, the blockade has strengthened rather than weakened Hamas.

Secondly, Israelis must be able to live in safety. No country accepts indiscriminate rocket fire. But Israel must also recognize that its current aggressive policy has failed.

Thirdly, Gaza must be returned to internationally recognized Palestinian rule. No aid for Gaza and no reconstruction funds without free and fair elections in Gaza and the West Bank, including East Jerusalem.

Finally, a long-term solution requires that the future state of Palestine be able to use Gaza for access to the Mediterranean and thus to the rest of the world. Gaza needs its own port and airport and a secure connection to the West Bank.

Palestinian journalist Daoud Kuttab recently pointed out that even if Bennett does not want political progress in the Israeli-Palestinian peace process, Israel is bound by the Oslo Accords. Those agreements include a secure connection between Gaza and the West Bank. According to the agreement signed by Israel and the PLO, Gaza and the West Bank are “one territorial unit”.

Three years ago, Dutch parliamentarians Sjoerd Sjoerdsma (D66) and Joel Voordewind (ChristenUnie) proposed organizing an international Gaza conference to discuss the plan for a secure connection between Gaza and the West Bank. A safe route to make medical care, family reunification and trade easier and to break the ‘spiral of violence’.

The plan, like so many attempts to break out of the Gaza stalemate, disappeared into a black hole. The Netanyahu-Trump duo had different views on Middle East peace. And the Netherlands and the EU did not have the political will or guts to really push for a solution in Gaza.

It will be clear that Carl Bildts four steps require foreign political pressure, especially from the EU and the US. The Palestinian Authority and Hamas must come to an agreement on elections and Naftali Bennett must be convinced that Israel also has other options than only the military option.

The four steps are inconceivable without Israel and the Palestinians sooner or later returning to the negotiating table, and that is exactly the last thing Bennett wants.

The chance that there will soon be a replay of the Gaza horror movie and a fifth ’round’ of rockets and bombings is therefore high. No one seems to be looking forward to yet again heartbreaking footage from Gaza, but none of the drama’s protagonists is in any rush to even begin working on a solution. Only the residents of Gaza: they cannot wait for their situation to improve. Not a day longer.

Dit artikel in het Nederlands: https://rightsforum.org/opinie/gaza-kan-niet-wachten/

Gaza en de moed om te dromen

Ik hoor mensen klagen over quarantaine. Tien dagen isolatie, thuis zitten, tv-kijken, online je werk doen, de boodschappen aan de deur afgeleverd krijgen. Het zijn sombere coronatijden… 

Onwillekeurig moest ik deze dagen veel aan Gaza denken. 

Gaza is al dertien jaar in quarantaine, met de landsgrenzen afgesloten en de kust gecontroleerd door Israël. In de hemel zoemen Israëlische drones. Geen ontsnappen mogelijk. Een openluchtgevangenis. De haven is gesloten, het vliegveld kapot gebombardeerd. Zo’n tweemiljoen mensen zitten opgesloten in een gebied kleiner dan ons Waddeneiland Tessel.  

In het bekroonde Gaza van de Ierse documentairemakers Andrew McConnell en Garry Keane, onlangs in het Groninger Forum vertoond, worden de inwoners van de Palestijnse kustenclave op indringende wijze tot leven gewekt. Mensen van vlees en bloed, gevangen in een uitzichtloze situatie. 

De veertienjarige Ahmed woont in een vluchtelingenkamp dat grenst aan het strand. ‘Ik ben geboren vlak bij de zee, ik woon bij de zee en zal sterven bij de zee’, hoor je hem zeggen. 

Hij droomt ervan net als zijn vader visser te worden. Een moeilijk en gevaarlijk beroep, zeker nu je van de Israëli’s maar een paar mijl uit de kust mag vissen. 

Karma is een paar jaar ouder dan Ahmed. Ze komt uit een middenklasse gezin en speelt prachtig cello, geen alledaagse hobby in Gaza. Haar dromen en frustraties brengt ze pijnlijk precies onder woorden. Uitkijkend over de Middellandse Zee vertelt ze hoe ze zich opgesloten voelt in Gaza. Ze verlangt ernaar om die zee over te steken en naar het buitenland te gaan om politieke wetenschappen te studeren. Haar doel: bijdragen aan een vrij en welvarend Palestina. 

De verhalen van Ahmed, Karma en de andere personages in de film, waaronder een theatermaker, een vrolijke taxichauffeur, een kleermaker en een wedding planner, brengen het leven in Gaza scherp in beeld. Als journalist die Gaza vaak heeft bezocht weet ik hoe moeilijk dat is. Hoe breng je de contradicties, het onrecht, maar ook de kleur, geur en menselijkheid van Gaza realistisch in focus, zonder dat het beeld wordt vervormd, of verwrongen door ideologische vooroordelen? 

Het bekijken van Gaza, met een afstand van anderhalve meter tussen de bioscoopstoelen, maakte bij mij tegenstrijdige gevoelens los. 

Ik werd niet vrolijk van een scene waarbij de naaimachine van de kleermaker plotseling stopt en de lichten uitgaan, omdat -zoals elke dag- de elektriciteit wordt afgesloten. Het is de schuld van Israël dat de stroom gerantsoeneerd wordt, weet de kleermaker en het plotseling gedompeld worden in duisternis is een metafoor voor het donkere Gaza, afgesneden van de rest van de wereld.

Sommige scenes gaan door merg en been: Israëlische soldaten die lafhartig “prijsschieten” op jonge Palestijnse demonstranten, die in hun Mars voor de Terugkeer opkomen voor hun rechten als vluchtelingen. 

Maar het is niet alleen maar boosheid en depressies. De film laat vooral ook mensen zien die hun humor en moed niet hebben verloren, die geen verliezers zijn, die blijven dromen over de toekomst. Dat is hoopgevend en louterend. En je denkt ook: wat klagen wij bij een paar weken lockdown? De inwoners van Gaza leven al jaren in een crisissituatie. 

De vroegere premier Rabin verzuchtte in 1992 te hopen dat hij op een dag wakker zou worden en zou ontdekken dat Gaza opgeslokt was door de zee. Dat is niet gebeurd. Wie er ook aan de macht is, wat er ook gebeurt: de zee is een constante geografische factor, die je wel weg kunt denken, maar daarmee niet weg zal gaan. 

In de documentaire Gaza is de zee alomtegenwoordig. Het is een symbool voor zowel de isolatie -je kunt immers niet ontsnappen via de kust- als contact met de buitenwereld. Aan de overkant van die zee lokt de vrijheid, het normale leven, de hoop op een toekomst die ooit zal komen. 

Net als de geografische werkelijkheid is ook de demografische realiteit niet weg te denken. 

De tweemiljoen Palestijnen in Gaza, waarvan 1,3-miljoen vluchtelingen, zullen niet van de ene dag op de andere door de zee worden verzwolgen. Ze worden weliswaar vernederd en opgesloten, maar de Palestijnen van Gaza, veelal nakomelingen van vluchtelingen, zijn van vlees en bloed, zoals de film Gaza zo doeltreffend en poëtisch laat zien. 

De Handel en Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties UNCTAD publiceerde eind november het rapport ‘De economische kosten van de Israëlische bezetting voor het Palestijnse volk: De Gazastrook met afsluiting en restricties’.  De economische schade door de blokkade en Israëls militaire operaties in Gaza bedroeg in de periode 2007-2018 haast 14-miljard euro. Meer dan de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens, het gebied wordt hoe langer hoe meer onbewoonbaar. Gaza laat een ongekend staaltje zien van door mensen veroorzaakte on-ontwikkeling; een met opzet gecreëerde ramp.

De UNCTAD riep op onmiddellijk een einde te maken aan de afsluiting van Gaza. De inwoners moeten weer vrij kunnen reizen, handeldrijven met de buitenwereld en contact hebben met hun familie en vrienden buiten Gaza, aldus de UNCTAD.

Hopelijk verdwijnt het zoveelste rapport van een VN-organisatie over Gaza niet in een la en komt de buitenwereld in actie. Al was het alleen maar vanwege de moed om te dromen, van Ahmed en Karma.

4 december 2020 voor Groningen-Jabalya

Wat betekent het voor Gaza als annexatie doorgaat?

Groningen heeft een speciale band met het vluchtelingenkamp Jabalya in de Gazastrook. In de Palestijnse gebieden neemt de onrust toe over de dreigende annexatie van Palestijns grondgebied door Israël.

Demonstratie in Gaza ten de gedeeltelijke annexatie van de Westelijke Jordaanoever eind juni 2020

De Verenigde Naties, de Wereldraad van Kerken, meer dan duizend Europese parlementsleden, honderden Israëlische intellectuelen en – last but not least – de Palestijnen zelf hebben krachtig gewaarschuwd tegen de dreigende annexatie van delen van de Palestijnse gebieden. Als premier Netanyahu zijn plan op de aangekondigde datum van 1 juli doorzet, zou dat een flagrante schending van het internationaal recht betekenen.

De Westelijke Jordaanoever werd al in 1967 door Israël bezet. Er werden Israëlische nederzettingen gebouwd en inmiddels wonen er zo’n half miljoen kolonisten, te midden van drie miljoen Palestijnen. Tot dusver beschouwde Israël het gebied niet als formeel onderdeel van zijn grondgebied. Maar nadat de Amerikaanse president Donald Trump een omstreden vredesplan voor de regio lanceerde, gelooft de Israëlische regering dat het licht op groen staat om ongeveer een derde van de Westelijke Jordaanoever als deel van Israël te beschouwen. 

Apartheidsstelsel

Met deze drastische stap is een levensvatbare Palestijnse staat, naast Israël, feitelijk onmogelijk geworden. Onderhandelen over een twee-staten-oplossing heeft dus geen zin meer. Onderhandelen over een vredesregeling heeft evenmin veel zin. Israël heeft de Palestijnen immers weinig meer te bieden dan beperkte autonomie in hun, van elkaar afgesloten, geïsoleerde enclaves. Gelijke burgerrechten voor de Palestijnen zitten er, volgens Netanyahu, ook niet in. Het heilige land lijkt dus af te koersen op een situatie die onaangenaam veel gelijkenis vertoont met een apartheidsstelsel. 

Band met Groningen

Wat betekent dit voor de twee miljoen Palestijnen in de kustenclave Gaza? Veel mensen in Groningen voelen zich op de een of andere manier verbonden met Gaza. In het noorden van de Gazastrook, vlakbij het vluchtelingenkamp Jabalya, staat een door Groningse architecten ontworpen gebouw dat in 2005 werd opgeleverd als jeugdcentrum en nu dienstdoet als school. Dit mooie gebouw werd destijds gefinancierd door de gemeente Groningen. Al meer dan twintig jaar zet de Stichting Groningen-Jabalya zich met succes in voor contacten, vriendschap en begrip tussen Stadjers en de inwoners van Gaza, die voor een groot deel vluchteling en straatarm zijn. 

Te mooi om waar te zijn

Het ‘vredesplan’ van president Trump voorziet gouden bergen voor Gaza: een industriële zone in de aangrenzende Negev-woestijn, een ferme impuls voor de economie en vrij verkeer met de Westelijke Jordaanoever via een corridor. Te mooi om waar te zijn. Er hangt dan ook een prijskaartje aan: de islamitische organisatie Hamas moet zich ontwapenen, het gebied wordt gedemilitariseerd en Gaza moet zich schikken naar het visioen van Trump en Netanyahu van een verbrokkelde Palestijnse ‘staat’ zonder soevereiniteit en zonder Jeruzalem als hoofdstad.

Voor de 1,2 miljoen vluchtelingen in Gaza, nazaten van de Arabische bevolking die voor 1948 in Israël woonde, komt daar dan nog bij dat het Trump-plan niet voorziet in een rechtvaardige oplossing voor hen.

Hek

De VS en Israël hebben uiteraard nooit serieus verwacht dat Hamas en andere groeperingen in Gaza de witte vlag buiten zouden hangen. Israël heeft met de afsluiting van Gaza een situatie gecreëerd waarbij het gebied volledig in de tang gehouden wordt. En dat zal voorlopig niet veranderen. Er staat een groot hek tussen Israël en Gaza. Maar dit hek is geen echte grens. Gaza valt volledig binnen de Israëlische invloedssfeer. De afsluiting past in een patroon dat vroeger ook in Zuid-Afrika werd toegepast: reservaten creëren voor bevolkingsgroepen die als minderwaardig en ongewenst worden beschouwd.

Schietpartijen

De wekelijkse demonstraties van de inwoners van Gaza bij het hek werden de afgelopen jaren met geweld beantwoord. Meer dan tweehonderd demonstranten werden doodgeschoten door Israëlische militairen. De schietpartijen gaven een duidelijke boodschap af aan de bevolking van Gaza: vergeet het recht op terugkeer en blijf waar je bent; blijf in je hok.

De dreigende formele annexatie en de verdere isolering van de Palestijnse enclaves, waaronder Gaza, zijn twee kanten van dezelfde medaille: de grenzeloze Israëlische ambitie om het gehele gebied in bezit te nemen. De kolonisering van Palestina is in een nieuwe fase terechtgekomen die voor Gaza weinig goeds belooft.

De inwoners van Gaza blijven de sympathie en steun van Groningers nodig houden.

Jan Keulen en Lejo Siepe, mede namens het bestuur van Stichting Groningen-Jabalya. Gepubliceerd in het Dagblad van het Noorden op 29 juni 2020