Naar Beiroet

‘Zeina’ van de Libanese artiest Balsam Abo Zour

Natuurlijk, de lotgevallen van Edgar in Groningen en Libanon, zijn interessant. Fascinerend, misschien wel. Edgar, vijftiger, kunsthandelaar en hoofdpersoon van ‘Naar Beiroet’ gaat op zoek naar originele kunst die nog verkoopbaar moet zijn ook. Het liefst in Abu Dhabi of Dubai, want daar zit het grote geld. Edgar is enigszins vastgelopen in Groningen. Zowel in zijn huwelijk als professioneel. Als een bevriende arabist hem aanraadt eens naar Libanon te reizen hoeft hij niet lang na te denken en volgt het advies op.

In Libanon vindt Edgar inderdaad de kunst die hij zoekt. Edgar en zijn Libanese collega Fatima, kunstkenner en fotografe op wie hij enigszins verliefd wordt, zijn sprakeloos als ze geconfronteerd worden met het werk van de jonge Balsam Aridi. “Wat apart, wat bijzonder! Edgar zag meteen dat dit werk was dat hij wilde hebben voor zijn galerie. Wonderlijke voorstellingen van menselijke en dierlijke wezens door elkaar. Omstrengeld in elkaar. Kleuren die alsof er ergens water op gelekt was door elkaar liepen. Luchtbellen. Geslachtsdelen. Open vulva’s. Bloedrood en zwart…”

Behalve met kunst wordt Edgar in Libanon ook geconfronteerd met de oorlog. In Gaza bombardeert Israël erop los. Edgar wordt het zo nu en dan te veel. “Waar zijn die Israëli’s mee bezig,” laat Gerrit Brand hem uitroepen. “Dit is puur een wraakactie. Israël heeft maar één doel, zegt Fatima, alle Palestijnen het land uitjagen. Ze leggen Gaza in puin, vernietigen huizen en gebouwen en vermoorden de mensen.”

In het Noord-Libanese Baalbek komt de strijd tussen Israël en Hezbollah heel dichtbij. Een Hezbollah-lid laat Edgar het resultaat zien van een Israëlisch bombardement. “Dit is dus wat Israëlische raketten aanrichten, zei hij. Er zijn hier eergisteren tien doden gevallen. Vader. Moeder, een grootvader, kinderen, een baby. Ze stonden voor de puinhopen. Er hing een vreemde geur boven de ravage.” De Israëli’s hadden vooraf geen waarschuwing gegeven voor het bombardement.

‘Naar Beiroet’ is een gelaagde roman. Als hoofdpersoon Edgar aankomt in Beiroet en zijn intrek neemt in het Riviėra Hotel, leest hij Das gelobte Land van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque. Aan de overeenkomsten tussen de joodse vluchtelingen die moesten vluchten voor het fascisme en de Palestijnse vluchtelingen die uit hun land worden verjaagd, valt niet te ontkomen.

Het thema ‘kantelingen’ komt verschillende keren terug; bij de beschrijving van een abstract schilderij met kantelende vlakken, maar ook als de omwenteling in het hoofd van Edgar. Hij neemt immers afstand van de geijkte Nederlandse vooroordelen over het bevriende Israël dat altijd gelijk heeft en van alle kanten belaagd wordt door Arabische terroristen. Libanon doet het leven en de opvattingen van Edgar kantelen.

Ik mocht op 13 november het eerste exemplaar van ‘Naar Beiroet’ in ontvangst nemen van de schrijver. Tussen ons in op de foto gespreksleider Anton Brand. De boekpresentatie vond plaats in Sociëteit De Harmonie in Groningen.

Er zijn boeken die je in een adem uitleest, maar dat lukte me bij het lezen van ‘Naar Beiroet’ niet. Daarvoor schuurde het verhaal te veel aan tegen de realiteit van mijn eigen geschiedenis, van mijn eigen -soms pijnlijke- Libanese herinneringen. Het waren niet zozeer de lotgevallen van de hoofdpersoon die indruk op mij maakten, diens buitenechtelijke uitstapjes en vlucht uit Groningse verveeldheid. Het was veeleer de Libanese topografie die wordt beschreven, mijn biotoop van weleer, die mij meevoerde langs een soort persoonlijke routekaart.

In ’Naar Beiroet’ wordt veel gereisd. In de eerste plaats van de Groningse Grote Markt naar de Libanese hoofdstad, natuurlijk. Maar eenmaal in Libanon worden Qana, Haris, Bazourieh, Tyrus, Damour, Aley, Abey, Baalbek en andere plaatsen aangedaan. In Beiroet worden onder andere de Avenue du Paris en Raouche genoemd, een wijk waar ik haast zes jaar woonde. Dit was ooit mijn leven, tijdens een oorlog die zijn schaduw nooit heeft afgeworpen. Zeker niet nu opnieuw Beiroet en andere steden worden gebombardeerd door het zuidelijke buurland Israël.

Uit alles blijkt dat Gerrit Brand, getrouwd met de Libanese fotografe Souhaila Sahmarani, het land goed kent. Voor in het boek staat de gebruikelijke disclaimer dat het om een fictief werk gaat en dat namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen ontsproten zijn aan de verbeelding van de auteur of fictief gebruikt worden. Dat moge zo zijn, het gaat hier wel om zeer herkenbare fictie.

Daar was Gerrit zich natuurlijk van bewust toen hij mij vroeg het eerste exemplaar van het boek op 13 november in ontvangst te nemen. Ik vond het eervol en spannend en in mijn dankwoord haalde ik een aantal herinneringen op aan Beiroet. Ik waarschuwde dat Beiroet een gevaarlijke stad is. “Je loopt namelijk het gevaar Beiroet, ondanks alles, in je hart te sluiten. Sterker nog: je loopt het gevaar van die stad te gaan houden. O Beiroet, een wereld zonder jou is niet onze wereld, dichtte Nizar Qabbani. En daar herken ik mij in.

Ik hertaalde voor de gelegenheid het gedicht over Beiroet van de grote Syrische schrijver Qabbani, die er lange tijd woonde. Luister naar Majida El Roumi voor de muzikale vertolking van Beirut Sett el Dounia (https://www.youtube.com/watch?v=xd3TlzDsEc4&t=24s)

O Beiroet,

O Heerseres van de Wereld

Wij bekennen voor de ene God,

Dat we jaloers op je waren

Jaloers op je schoonheid

Die ons pijn deed

Wij geven nu wel toe

Dat we je slecht behandelden

En verkeerd begrepen

We hadden geen genade met je

We toonden geen enkele spijt

We staken je met een dolk

In plaats dat we je bloemen gaven

Wij bekennen voor God

De rechtvaardige God

Dat we je pijn deden en uitputten

We staken je in brand

En maakten je aan het huilen

We verveelden je met onze opstanden

O Beiroet

Een wereld zonder jou is niet onze wereld

Wij beseffen nu dat je diep in ons geworteld bent

Wij weten nu wat we je hebben aangedaan

Sta op

Sta op

Sta op

Sta op van onder het puin

Zoals de amandelbloesem in april

Sta op

En schud het verdriet van je af

Sta op

De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet

Sta op van onder het puin

Sta op ter ere van de bossen

Sta op ter ere van de rivieren

Sta op ter ere van de rivieren en de valleien

Sta op ter ere van de mensheid

Sta op, Beiroet

Sta op

De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet

O, Beiroet

O, Beiroet

Gaza: ‘Er is hier niks goeds meer’

Wekenlang was Mohammed bezig het huis te repareren. Hij begon met het herstel van de riolering. Daarna maakte hij de waterput schoon. Zonder water zou het huis onbewoonbaar blijven. Hij kocht buizen, waterpijpen en ander materiaal en charterde een paar vaklui om hem te helpen. ‘In m’n eentje zou het me nooit gelukt zijn.’ Mohammed repareerde ook deuren en ramen, die met plastic werden afgedekt.

Het eigen appartement van het gezin was te ernstig beschadigd om snel opgeknapt te worden, maar een ander appartement in hetzelfde gebouw was gemakkelijker bewoonbaar te maken. Het is de woning van zijn broer Ali, mijn vriend die in 2014 bij een explosie in Gaza om het leven kwam. Ali’s vrouw en twee kinderen wonen sinds het begin van de oorlog als vluchtelingen in Cairo.  

Ondertussen was Mohammeds familie nog steeds in een tent in het ontheemdenkamp Al-Zawaida. Op zondag 2 november ging Mohammed hen opzoeken. De familie begon met het inpakken van de spullen; kleren, keukengerei enzovoorts. Een paar dagen later was het zover: terug naar huis. Mohammed regelde een busje om de spullen en zijn familie naar Gaza-Stad te brengen. ‘Hopelijk is dit de laatste keer dat we moeten verkassen,’ schrijft Mohammed me. De familie moest in de afgelopen twee jaar acht keer vluchten. Het wachten is nu op het openen van de grens, want Mohammed hoopt nog steeds vurig om Gaza te kunnen verlaten.

De terugkeer naar Gaza-Stad was net op tijd, voordat het de afgelopen dagen begon te regenen. Al-Zawaida en andere tentenkampen kwamen blank te staan. Maar ook in de beschadigde gebouwen heeft men last van de regen en koude: het lekt en er dreigt instortingsgevaar. Ondanks de moeilijkje omstandigheden zijn Mohammeds’ drie dochters blij weer ‘thuis’ te zijn. Naar school gaan ze echter nog niet. De meeste schoolgebouwen zijn bezet met vluchtelingen.

Het Jeugdjournaal interviewde oudste dochter Aliaa. Ze beantwoordt vragen van Nederlandse kinderen:

De video is ontroerend en spreekt voor zichzelf.

Nu er wat meer hulp en commerciële goederen Gaza binnengelaten worden, is het voor de familie gemakkelijker om eten te vinden, met name groente. Vlees en kip zijn nog ‘onbetaalbaar, dus dat slaan we maar even over, haha’.   

Het wachten is nu tot de tweede fase van Trumps’ vredesplan ingaat. De situatie in Gaza is nog erg onveilig, met voortdurend bestandsschendingen door Israël. Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging werden meer dan tweehonderd Palestijnen in Gaza gedood. Velen omdat ze de onzichtbare ‘gele lijn’ overstaken. Israël laat nog steeds essentiële hulpgoederen Gaza niet binnen. De winter staat voor de deur en de meer dan twee miljoen inwoners van Gaza verkeren in grote onzekerheid over wat de nabije toekomst zal brengen.

https://gofund.me/c09f11459

Gaza: genocide nog geen verleden tijd

Hussien Albardaweel

    Ja, er heerst nu een staakt-het-vuren in Gaza. Maar er vallen nog steeds doden en gewonden en de leefomstandigheden van de bevolking zijn erbarmelijk. De genocide is nog geen verleden tijd. Vluchtelingenkampen en hele woonwijken zijn onbewoonbaar gemaakt of zelfs platgewalst. Voorzieningen ontbreken want zijn kapot geschoten of gebombardeerd. De meeste mensen hebben geen woning meer om naar terug te keren en bivakkeren in tenten of op straat.

    Dat geldt ook voor Hussien Albardaweel en zijn familie. Hussien is een vroegere collega van mij bij het Gaza Center for Media Freedom. Op 28 september schreef hij mij dat zijn situatie dramatisch was. De hele familie, bestaande uit hemzelf, zijn vrouw Maysa, drie kinderen en zijn ouders, hadden Gaza-Stad halsoverkop moeten ontvluchten toen Israël met haar offensief begon om de stad in te nemen.

    ‘We konden niets meenemen. Geen tent, geen kleren, niets. We hebben hier in het zuiden geen vaste plek. Ik hoop dat je ons kunt helpen. Dan kunnen we misschien een tent kopen of ergens een plekje huren.’

    Op 14 oktober kreeg ik opnieuw een bericht van Hussien. Inmiddels was het staakt-het-vuren ingegaan maar de familie is nog steeds in het zuidelijke ontheemdenkamp op het strand. ‘We zijn nog niet terug naar Gaza-Stad want we hebben geen geld voor het transport. We willen graag naar het noorden en een tent opzetten waar ons huis stond. Maar het ontbreekt ons aan de middelen.’

    Hussien schrijft me dat hij en zijn familie gedwongen zijn in de buitenlucht te overleven. Ze slapen en eten buiten, er is geen toilet, geen privacy. ‘De situatie hier is ondragelijk: al het opstuivende zand, de zee, de koude nachten… Overdag de brandende zon…’

    Als je de familie van mijn vriend Hussien wilt steunen kun je doneren via:

    https://gofund.me/d8e71a012

    Mohammed Abu Afash

    God zij dank, het gebouw staat er nog. Maar de schade is enorm.’ Na het afkondigen van het staakt-het-vuren ging Mohammed Abu Afash te voet terug naar Gaza-Stad. Hij liet zijn gezin achter in een tent in het vluchtelingenkamp Al-Zawaida en vertrok, net als duizenden andere Palestijnen, lopend naar huis, niet wetend wat hij daar zou aantreffen.

    ‘Mohammed is blij en droevig tegelijk. Blij dat het gebouw waar zijn winkel en flat waren in ieder geval niet veranderd is in louter puin, zoals zoveel andere gebouwen. Maar bedroefd door de enorme schade. ‘Al het glas ligt eruit, de deuren zijn kapot, waterleiding en riolering zijn helemaal vernield, binnenmuren weggeslagen en delen van de buitenmuren zwaar beschadigd.’

    Mohammed kocht ijzeren buizen zodat ‘we tenminste water kunnen hebben zodra het gebouw weer op de waterleiding wordt aangesloten’. De meeste gebouwen in Gaza hadden watertanks, meestal op het dak, om water op te sparen voor de uren en dagen dat er geen water uit de kraan komt. Maar er zijn geen bruikbare watertanks meer te krijgen in Gaza. ‘De meeste werden vernield door Israëlische granaatscherven en explosieve robots’.

    Water en elektriciteit ontbreken en Mohammed kan zijn familie nog niet over laten komen naar huis. Vijf dagen lang probeerde hij reparaties uit te voeren en puin te ruimen. Herinneringen aan gelukkiger tijden kwamen terug. Dat was pijnlijk. Zijn broers en andere familieleden, die de andere appartementen van het gebouw bewoonden, zijn nu allemaal dakloos. Gevlucht.

    ‘Het leek alsof het huis zich verzette om weer de oude te worden. Ik deed mijn uiterste best om het een en ander te herstellen, maar de vernielingen zijn overweldigend. Alles is kapot. Alsof het gebouw weigert te genezen. Alsof de wonden te diep zijn. Elke hoek van mijn huis roept herinneringen op aan verdriet, elke steen aan stille pijn.’  

    Toch geeft Mohammed de moed niet op. ‘Ik blijf, ondanks alle vernietiging en oorlogsverschrikkingen, hopen op een beter leven voor mijn drie dochters.’ Maar hij is ook bang. ‘Het staakt-het-vuren is niet erg stabiel, de situatie blijft angstaanjagend, je hebt de berichten gezien.’ Het nieuws uit Gaza stemt inderdaad tot somberheid. De grens met Egypte blijft voorlopig gesloten, de hoeveelheid hulp die binnenkomt is niet genoeg en Israël dreigt voortdurend de oorlog te hervatten.

    Ik bewonder het doorzettingsvermogen van mijn vrienden in Gaza en zet daarom de inzamelingsactie nog even door. Om hun toekomst gaat het: de spannende komende dagen en weken en op langere termijn.

    Voor steun aan de familie van Mohammed Abu Afash:

    https://gofund.me/d0cd07d26

    De dochters van de familie Abu Afash, nog steeds gedwongen om in een tent te wonen

      .

    Uittocht uit Gaza-Stad

    Het Israëlische leger heeft deze week in volle hevigheid z’n offensief in Gaza-Stad voortgezet. Hele wijken worden systematisch gesloopt, hoge flats opgeblazen en honderdduizenden inwoners worden gesommeerd te “evacueren”. Het is een grootscheepse, brute en gewelddadige etnische schoonmaak van een stad met een miljoen inwoners.

    Een paar dagen hoorde ik niets van de familie Abu Afash. Ik was natuurlijk ontzettend bezorgd, maar wist ook dat het internet eruit lag in Gaza. Israël had, met het kapot bombarderen van communicatiemasten, delen van Gaza-Stad afgesloten van de buitenwereld. Misschien wel om zonder pottenkijkers z’n gang te gaan met een rigoureuze militaire campagne, die er schaamteloos op is gericht om de burgerbevolking te verjagen. Om wellicht nooit terug te keren.

    Godzijdank kwam er donderdagavond bericht. Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes waren er in geslaagd veilig Gaza-Stad uit te komen. Ze waren weer bij elkaar in Al-Zawaida, ten zuiden van Gaza-Stad. Vorige week al had Mohammed mij  geschreven dat hij een plekje had gevonden in Al-Zawaida. Hier bouwde hij met lappen plastic en afvalmateriaal een provisorische tent, die als onderdak zou moeten dienen de komende maanden. Voor dat plekje om een tent op te zetten moest trouwens dik worden betaald.

    Het probleem was, schreef hij me vorige week, dat hij geen transport kon vinden voor zijn vrouw, kinderen en een minimum aan huisraad. Behalve dat er exorbitant hoge bedragen werden gevraagd voor een rit met een bestelbusje, waren ze gewoon ook niet beschikbaar voor iedereen. De familie bleef dus tot woensdag in Gaza-Stad. Totdat het te gevaarlijk werd, de bombardementen te dichtbij kwamen, en Mohammed zijn vrouw en kinderen smeekte om toch maar te vertrekken. Lopend sloten ze zich woensdagochtend aan bij de grote stoet vluchtelingen, Gaza-Stad achterlatend, zuidwaarts naar een ongewisse toekomst.

    Mohammed bleef In Gaza-Stad om te kijken of hij toch nog vervoer kon vinden voor de spullen die nodig zijn om de komende maanden door te komen in een tent. De ingepakte huisraad stond al weken klaar, want Mohammed wist dat het Israëlische bevel om te vertrekken elk moment kon komen. Het probleem was alleen: hoe krijgen we die spullen ter plaatse, waar we gedwongen worden de komende tijd als vluchtelingen te overleven?

    Uiteindelijk kwam in de loop van woensdag de chauffeur die met Mohammed had afgesproken z’n spullen naar Al-Zawaida te brengen. Terwijl ze aan het inladen waren begon plotseling een beschieting door Israëlische tanks en drones. Mohammed gaf de chauffeur het adres en vroeg hem zo snel mogelijk te vertrekken. Voor hemzelf was geen plaats meer in de auto. Om half acht ‘s avonds vertrok Mohammed te voet naar Al-Zawaida waar hij –“het was een ongelooflijk zware tocht”- midden in de nacht aankwam. Het gezin was uitgeput maar dankbaar weer verenigd te zijn.

    De afgelopen anderhalf jaar heb ik Mohammed als een leeuw zien vechten voor het overleven van zijn gezin. Hij deelde privé zo nu en dan zijn depressie en angsten met mij, maar altijd was daar weer de drijfveer om de toekomst van zijn drie dochtertjes veilig te stellen. Ik heb daar enorm veel bewondering voor. Het is één gezin dat de nachtmerrie van Gaza probeert te overleven, te midden van duizenden andere gezinnen. Ik blijf hen steunen met deze campagne, want alleen bidden helpt niet.

    Mohammed zond me gisteren deze oproep die ik graag deel:

    “Dear friends, the harsh conditions and displacement have exhausted me and depleted all my energy. I am striving to protect my family, so I ask you to support the donation campaign. Your giving gives us hope and makes a real difference in our lives. May God reward you.”

    https://gofund.me/4616e539a

    Gaza-Stad ligt onder vuur

    Israël heeft de aanvallen op Gaza-Stad de afgelopen dagen opgevoerd. “We kunnen ‘s nachts niet slapen vanwege de bombardementen die nonstop doorgaan, de gebouwen die worden opgeblazen, de explosies veroorzaakt door op afstand bestuurde robots,” schrijft Mohammed Abu Afash. Delen van Gaza-Stad zijn inmiddels al systematisch gesloopt door het Israelische leger. De wijk Rimal, waar het gezin Abu Afash in hun zwaar beschadigde huis woont, is nog niet ingenomen, maar er vinden dagelijks aanvallen plaats vanuit de lucht en met artillerie.

    Het gezin heeft overwogen te vluchten naar het zuiden van Gaza, maar ook daar is het niet veilig. En het is er overbevolkt, met tenten van Palestijnen die eerder uit het noorden van Gaza zijn gevlucht. Ze blijven dus thuis, maar de bagage staat klaar. Als het moet kunnen ze onmiddellijk de vlucht nemen. De Israelische oproep om te ‘evacueren’ kan immers elk moment komen. Gaza-Stad, waar in normale tijden meer dan een miljoen mensen wonen, wordt etnisch gezuiverd en met de grond gelijk gemaakt. Het gezin van Mohammed leeft in het hart van de storm en probeert er het beste van te maken. Wachtend op de dingen die komen gaan.

    Dochter Aliaa (11) was onlangs te zien in het Jeugdjournaal. Ook het 8 uur Journaal liet beelden zien van de familie Abu Afash. Met het ingezamelde geld van onze campagne kopen ze eten en medicijnen. Maar een vertrek naar veiliger oorden is niet te koop. “Wat er met ons gebeurt is catastrofaal en onrechtvaardig,” schrijft Mohammed. “Het is beschamend dat de wereld zwijgt.”

    “Waarom wordt de grens niet geopend met Egypte zodat we, in ieder geval voor dit moment, een veilig heenkomen kunnen zoeken?”

    “Voor mij is de veiligheid van mijn vrouw en drie dochters het allerbelangrijkste.’s Nachts lig ik wakker hoe ik ervoor kan zorgen dat zij veilig blijven.”

    Steun de crowdfunding: https://gofund.me/05d32d70

    ‘Ik voel me zo vreselijk moe’

    De hulp die Israël binnenlaat in Gaza is als een druppel op een gloeiende plaat. Er wordt nog steeds op grote schaal honger geleden. Dat geldt ook voor de familie van Mohammed Abu Afash. Er is een gebrek aan basisvoedsel, zoals meel en rijst. “En als we wel iets vinden op de markt is het onbetaalbaar duur”, schrijft mijn vriend me via WhatsApp. De communicatie met hem verloopt trouwens met horten en stoten, want vaak is er geen internet. En Mohammed heeft niet altijd zin om te communiceren. Hij voelt zich vaak down. De situatie is uitzichtloos. “Ik voel me zo vreselijk moe.  De situatie is zo vernederend. We hebben geen leven meer. Het enige wat we te eten hebben is wat brood en linzen. Soms drinken we thee om de honger te verdrijven.”

    Mohammeds drie dochters Aliaa, Eliaa en Layan (zie foto) gaan al haast twee jaar niet meer naar school. Begin juli stuurde hij hen naar een ‘educatief centrum’, een instelling vlak bij hun zwaar beschadigde huis waar ze tenminste nog wat konden leren, andere kinderen ontmoeten en de oorlog even vergeten. Maar dat is er nu niet meer bij. “De kinderen zijn alles voor me. Het is zo onveilig in Gaza-stad. Er zijn voortdurend bombardementen. Ik houd ze het liefst dicht bij me en verlies ze geen moment uit het oog.” 

    Mohammed wil het liefst met z’n gezin vertrekken. Hij is ervan overtuigd dat er geen toekomst meer in Gaza is voor zijn kinderen. Zou er een mogelijkheid zijn dat ergens ter wereld een land bestaat dat hem zou willen opnemen? Hij stuurde mij zijn medisch dossier. Twee maanden geleden werd Mohammed gewond bij een Israelisch bombardement. De gezondheidszorg in Gaza is ingestort. Mohammed moet eigenlijk worden geopereerd, maar op het ogenblik is dat in Gaza onmogelijk. Veel ziekenhuizen zijn zwaar beschadigd en werken maar op halve kracht. Ook pijnstillers zijn niet altijd verkrijgbaar. 

    Ik stuurde zijn dossier door naar een arts van de World Health Organisation (WHO). Voorlopig ziet het er niet goed uit voor Mohammed. De WHO registreerde meer dan 10.000 zieken en gewonden die medische zorg in het buitenland nodig hebben. Maar de grenzen zitten potdicht. Gaza is een death trap.

    We blijven de familie dus nog steunen. In afwachting van een staakt-het-vuren of -nog beter- een einde van de oorlog. En in afwachting dat de grenzen werkelijk open gaan.

    https://gofund.me/19f36387

    Interview over Israël, Palestina, lobby en de media

    In juni 2018 werd ik geïnterviewd door Stan van Houcke op Weltschmerz. The Rights Forum was toen nog een vrij onbekende organisatie. We hadden in 2017 de journalistieke website http://www.rightsforum.org opgezet met nieuws en analyses over de kwestie Israël/Palestina. Het gesprek gaat onder andere over de pro-Israëlische eenzijdigheid van de meeste media in Nederland. Nu, zeven jaar later, lijkt er langzaamaan iets te verschuiven. Het pro-Israëlische narratief is bij een aantal kranten minder vanzelfsprekend. En The Rights Forum is niet langer een marginale organisatie.

    Dit gesprek uit de oude doos, voor de historie.

    ‘Ik wil naar een veilig land, met respect voor de mensenrechten’

    De situatie in Gaza is “crazy, verdrietig, onverdraaglijk”. Praktisch dagelijks stuurt Mohammed me zijn nieuws via WhatsApp. Het lijkt alsof ik post uit de hel ontvang. Ik vraag me af wanneer de berichten over hongerige Gazanen die worden doodgeschoten bij voedseluitdeling en over families die worden uitgeroeid in hun tent zullen stoppen. Wanneer houdt de nachtmerrie eindelijk op?

    Mohammed wil weg uit Gaza. Hij wil zijn driedochters beschermen en een toekomst geven. Hij wil met zijn gezin weg uit een situatie waar “de dood ons voortdurend en overal omringt”. Ik stuur Mohammed foto’s en een video van de grote Rode Lijn-demonstraties in Den Haag. Ik stuur hem ook de e-mails door van donateurs. Mohammed is dankbaar voor de blijken van solidariteit, voor de giften, voor de vriendelijke en opbeurende boodschappen. Maar elke dag vraagt hij zich af: waarom kan ik niet reizen. Mohammed raakte enkele weken geleden gewond. Nog steeds zitten bomscherven in zijn lijf en eigenlijk moet hij worden geopereerd. Maar het gezondheidssysteem in Gaza is door Israël ontmanteld. De weinige ziekenhuizen die nog enigszins functioneren hebben, op dit moment, voor Mohammed geen capaciteit.

    Mohammed stuurde me enkele dagen geleden een oproep, met het verzoek deze te publiceren.

    Ik ben Mohammed Shehta Hasan Abu Afash, een burger die momenteel in de Gazastrook woont, en ik schrijf u vandaag met een dringende humanitaire oproep.

    Mijn familie en ik zitten al bijna twee jaar gevangen in de voortdurende oorlog, verwoesting en angst – we lijden onder ernstige ontberingen, honger en een volledig gebrek aan de meest elementaire levensbehoeften.

    Ik verzoek respectvol om een ​​dringende humanitaire evacuatie voor mijzelf en mijn familie naar een veilig land met burgerlijk recht en respect voor de mensenrechten.

    Ik bevestig dat ik een volledig onafhankelijke burger ben, zonder banden met welke gewapende factie dan ook. Ik heb nooit deelgenomen aan activiteiten die de wet zouden overtreden of anderen in gevaar zouden brengen. Mijn hele leven ben ik een productief lid van de maatschappij geweest, met respect voor zowel de wet als de mensheid.

    Het enige wat ik zoek, is de mogelijkheid om in vrede te leven – in een veilige en stabiele omgeving waar ik een normaal leven kan hervatten en een positieve bijdrage kan leveren aan de maatschappij die mij verwelkomt.

    Ik beloof hierbij dat ik een wetgetrouwe, verantwoordelijke en productieve burger zal zijn, volledig toegewijd aan de wettelijke, ethische en burgerlijke verplichtingen van het land dat mij en mijn gezin bescherming en waardigheid biedt.

    Deze oproep is geen eis, maar een pleidooi aan uw menselijk geweten. Ik weet dat uw landen de principes van menselijke waardigheid, mededogen en de bescherming van mensen in gevaar hooghouden – en ik wend mij hoopvol tot u.

    Met diepste respect en waardering,

    Hoogachtend,

    Mohammed Shehta Hasan Abu Afash

    Gaza – Palestina

    Mohammeds woorden snijden door mijn ziel omdat, op korte termijn, zijn oproep waarschijnlijk geen gehoor zal vinden. Israël houdt de grensovergang met Egypte gesloten en Europese landen, ook Nederland, hebben geen blijk gegeven burgers uit Gaza te willen opnemen. Zelfs de tienduizenden Gazanen die dringend medische zorg nodig hebben wachten tevergeefs op evacuatie naar een buitenlands ziekenhuis.

    Tot die tijd is het mogelijk Mohammed zijn familie en naasten financieel te steunen. Je kunt ook een boodschap sturen via Go Fund Me, ik zal jullie berichten doorsturen naar Mohammed.

    Mohammed werd in mei gewond door bomscherven

    https://gofund.me/b423807b

    Oorlog tegen de kinderen van Gaza

    Hoeveel kinderen in Gaza gedood en gewond zijn sinds oktober 2023 valt niet met zekerheid te zeggen. Het gaat, volgens UNICEF, om minstens 50.000, maar waarschijnlijk zijn het er veel meer. Een groot aantal kinderen ligt nog steeds onder het puin. Van zo’n 20.000 dode kinderen is de identiteit inmiddels vastgesteld, onder hen zijn haast duizend baby’s van nog geen één jaar oud.

    De beelden van dode en verminkte kinderen zijn onverdraaglijk. Eind mei verschenen video’s op internet van de negen gedode kinderen van kinderarts dr. Alaa Al-Najjar. Ook haar echtgenoot Hamdi overleefde het bombardement op hun huis in Khan Younis niet. Alleen zoontje Adam (11) werd zwaar gewond maar bleef in leven.

    Het kinderdodental in Gaza is monsterachtig. Vergeleken met andere oorlogssituaties kwamen en komen excessief veel kinderen om het leven. Zo waren in Oekraïne sinds februari 2022 nog geen 700 dode kinderen te betreuren. Elk kind dat door oorlogsgeweld uit het leven wordt gerukt is er uiteraard een teveel. Volgens het internationaal humanitair recht hebben kinderen in gewapende conflicten juist recht op respect en bescherming. Kinderen zijn per definitie immers onschuldige slachtoffers. Of toch niet?

    Volgens veel vooraanstaande Israëli’s, zoals Likud-parlementariër Tally Gotliv, is iedereen in Gaza vijand. Elke Gazaan is een legitiem doelwit. Dat geldt dus ook voor een vierjarige peuter of een schoolmeisje van twaalf. ‘Er zijn geen niet-strijders in Gaza. Iedereen is verantwoordelijk.’ Volgens haar rechtvaardigt dat het inzetten van het hongerwapen. ‘We hoeven hen geen kruimel of korrel voedsel te geven. Ze mogen mij in de hele wereld citeren: welk land voedt nu zijn vijanden? Parlementslid Nissim Vaturi beweert dat ‘elk kind in Gaza vanaf zijn geboorte terrorist is’.

    Haaretz-columnist Odeh Bisharat schreef dat je het conflict in Gaza geen oorlog kunt noemen. In oorlogen bestoken partijen elkaar vanachter frontlijnen met tanks, vliegtuigen en artillerie. Maar in Gaza is dat, zeker in de huidige fase, niet het geval. ‘Het front bestaat uit de slaapkamers van Palestijnse families, kleuterscholen en universiteiten, moskeeën, ambulances, bakkerijen en ziekenhuizen. Vrouwen, kinderen, ouderen zijn de vijanden…’ ‘Als je het persé een oorlog wilt noemen dan is het er een van generaals tegen kinderen.’

    Toen Israël op 18 maart het staakt-het-vuren verbrak en de vijandelijkheden hervatte werden, in korte tijd, 436 Palestijnen gedood, waaronder 183 kinderen en 94 vrouwen. Ze verloren hun leven niet tijdens gevechten maar in hun instortende huizen en tenten. ‘Het was een vreselijk angstaanjagende nacht,’ appt mijn vriend Mohammed Abu Afash de volgende ochtend vanuit Gaza-Stad. Ik ben opgelucht door zijn teken van leven, maar bezorgd over de nieuwe fase van het Israëlisch geweld. ‘De situatie is ongelooflijk moeilijk en gevaarlijk. Mijn dochtertjes zijn in paniek door alle bombardementen. Bid alsjeblieft voor ons.’

    Het Israëlische leger maakt gebruik van Artificial Intelligence-programma’s, zoals het cynisch genaamde Where’s Daddy en de Gospel, om de terroristen te lokaliseren. Maar wie zijn die terroristen? Over de collaterale schade (nevenschade) bestaande uit een groot aantal burgerslachtoffers reppen de Israëlische legerwoordvoerders niet. Je krijgt de indruk dat Israël eerder de overlevenden als collaterale schade ziet. Dat is ook de strekking van tal van tal van rapporten van de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisatie, die Israël beschuldigen opzettelijk kinderen niet te ontzien. ‘Dit is een oorlog tegen kinderen,’ schreef Philippe Lazzarini, het hoofd van UNRWA. ‘Het is een oorlog tegen Gaza’s jeugd en hun toekomst.’

    De kinderen in Gaza worden niet alleen bedreigd door drones, beschietingen en luchtbombardementen. Honger en ziekte maakten de afgelopen maanden nog veel meer slachtoffers. Volgens UNICEF is in Jabalia en andere delen van Noord-Gaza een op de drie kinderen ondervoed. En dat zijn cijfers van eind vorig jaar. De Israëlische blokkade sinds 2 maart heeft voor nog meer hongersnood, ziekte en vermijdbare sterfgevallen gezorgd, vooral onder de meest kwetsbaren. Het actief onthouden van voedsel en humanitaire hulp en het vernietigen van de infrastructuur

    Israëlische kranten, radio en tv tonen opvallend weinig interesse voor het lot van Gaza’s kinderen, laat staan mededogen. De dehumanisering van Palestijnen, ongeacht hun leeftijd, is gemeengoed geworden in de media. Israëls grootste krant Yedioth Ahranot drukte onlangs een citaat van zanger Kobi Peretz groot op de omslag van haar weekendeditie. ‘Ik heb met geen enkele burger in Gaza, jong of oud, ook maar een greintje medelijden,’ aldus Peretz, die het ‘onze plicht’ noemde de bevolking van Gaza te vernietigen. Israëlische influencers op sociale media maken graag wrede ‘grappen’ over de kinderen in Gaza. Zo vraagt in een video influencer Yakir Bar Zohar voorbijgangers een donatie te doen voor de hongerige kinderen in Gaza. Als iemand toestemt geld te geven reageert Zohar geschokt. ‘Bent u er zeker van te doneren voor kinderen die later terroristen zullen zijn?’ De video’s, populair onder de Israëlische jeugd, werden duizenden keren bekeken, gedeeld en geliket.

    Soms denk ik dat de kinderen die zijn omgekomen het nog zo slecht niet hebben getroffen. De kinderen die overleven hebben hun jeugd verloren. Lichamelijk en geestelijk zijn ze gebroken of in ieder geval beschadigd. Vaak hebben ze ouders, familieleden, vriendjes of vriendinnetjes verloren. Trauma’s achtervolgen hen. Hun scholen zijn in puin geschoten of worden gebruikt door interne vluchtelingen. Hun speelplaatsen en voetbalveldjes zijn bezaaid met kraters en ontplofte en onontplofte munitie.

    Bij ziekenhuizen in Gaza komt een nieuwe categorie kinderen binnen: WCNSF, wounded child, no surviving family, gewond kind, geen overlevende familie. Maar ook bij Aliaa, Eliaa en Layan, de dochters van mijn vriend Mohammed in Gaza-Stad, die hongerig zijn maar nog in leven, heeft de oorlog hun jeugd gestolen en hun toekomst onzeker en onveilig gemaakt.

    Een eerdere versie van dit artikel verscheen in Nieuwsbrief 57 van Stichting Groningen – Jabalya ( juni 2025)

    Gaza: ‘We waren erg verdrietig en bang’

    Enkele dagen geleden werd op het Jeugdjournaal de 11-jarige Aliaa geïnterviewd, de oudste dochter van het gezin van Mohammed Abu Afash. Wij ondersteunen dit gezin inmiddels al vijftien maanden, met hulp van jullie donaties.

    Aliaa vertelde hoe verdrietig ze was toen ze hadden moeten vluchten en, behalve de kleren die ze droegen, niets mee konden nemen.  Ze vertelde hoe groot de paniek was toen Israël een plek vlak bij haar huis bombardeerde. Het gezin verbleef in verschillende vluchtelingenkampen maar keerde in januari, toen een tijdelijk staakt-het-vuren van kracht werd, terug naar huis in Gaza-Stad. Hun appartement is zwaar beschadigd maar vader Mohammed heeft met behulp van betonblokken en tentendoek een kamer afgeschermd voor Aliaa en haar twee zusjes. Echt veilig voelt ze daar niet. ’s Nachts kan ze vaak niet slapen als Israël bombardementen uitvoert. Altijd is er de angst. Aliaa vertelde hoe de kinderen van Gaza naar vrede snakken. Als de oorlog voorbij is wil Aliaa reizen, meer van de wereld zien, gewoon weer naar school om te leren en vriendinnetjes ontmoeten.

    Het interview werd gemaakt door Palestijnse journalisten in opdracht van het Nederlandse Jeugdjournaal. Vader Mohammed vertelde me hoe goed het Aliaa deed om mee te werken aan het programma. Ze is zich vaak depressief en angstig en het voelde goed kinderen (en ouderen) buiten Gaza over haar leven en de oorlog te vertellen.

    Mohammed zelf worstelt nog steeds met de verwondingen die hij onlangs opliep toen hij getroffen werd door een Israëlisch bombardement. Er zitten nog een aantal granaatscherven in zijn lichaam. Pijnstillers zijn nauwelijks te krijgen. Eigenlijk moet hij binnenkort worden geopereerd om de scherven te verwijderen maar het is onduidelijk wanneer en waar de operatie plaats kan vinden. Om de twee dagen verzorgt een medewerker van PMRS (Palestinian Medical Relief Services) Mohammeds wonden. 

    Net als veel mensen in Gaza vreest Mohammed vooral de nacht. De Israëli’s lijken een voorkeur te hebben voor nachtelijke aanvallen, schrijft hij mij. Tot dusver heeft het gezin de oorlog overleefd, maar elke nacht kan de laatste zijn. 

    Support: https://gofund.me/9ff5399e