Gaza en de schuivende scheidslijnen van Israël

Plotseling doen landsgrenzen er weer toe. De grens tussen Nederland en België werd tijdens de coronaperiode bijvoorbeeld wekenlang gesloten. Het biedt een goede aanleiding om over het concept ‘grens’ na te denken. De Europese droom was een continent zonder grenzen. Die droom werd door de pandemie wreed verstoord. Het vrije verkeer van mensen en goederen kwam stil te liggen. De min of meer afgeschafte grenzen werden plotseling weer meer dan denkbeeldige lijnen door het landschap.

Een groeiende aantal natiestaat-enthousiastelingen roept al jaren om herinvoering van grenscontroles en het sluiten van de grenzen voor mensen met een ongewenst geloof of kleurtje. Anderen dromen juist van een wereld zonder grenzen en discriminatie.

Een voorwaarde om een grens te sluiten of juist te openen is dat er wel consensus bestaat over waar hij ligt. In Europa is dat godzijdank het geval. Landen zonder duidelijke grenzen zijn onherroepelijk landen in conflict, zonder respect voor de soevereiniteit van hun buren. 

Schoolvoorbeeld daarvan is Israël dat sinds de oprichting van de staat in 1948 voortdurend schuivende scheidslijnen had met zijn buurlanden. Alleen met Egypte en Jordanië waarmee in respectievelijk 1978 en 1994 een vredesverdrag werd gesloten, heeft Israël internationaal erkende grenzen. Met Libanon en Syrië is Israël formeel nog in oorlog. De demarcatie met deze twee landen is in feite het product van wapenstilstandsafspraken. Israël schendt al jaren en onophoudelijk de soevereiniteit van Libanon en Syrië met overvluchten en militaire operaties.

Na de eerste Israëlisch-Arabische oorlog werd in 1949 een bestand gesloten tussen de strijdende partijen: de Westelijke Jordaanoever viel onder Jordaans en Gaza onder Egyptisch gezag. De bestandslijn of Groene Lijn ging een belangrijke rol spelen na de zesdaagse oorlog van 1967. De Groene Lijn scheidde namelijk het door de internationale gemeenschap erkende grondgebied van Israël van de bezette Westelijke Jordaanoever en Gaza. In de daaropvolgende decennia nam de VN-Veiligheidsraad een groot aantal resoluties aan waarbij de formule land voor vrede centraal stond. Kortgezegd: een vredesregeling tussen Israëli’s en Palestijnen moest gebaseerd zijn op de teruggave van het manu militari in 1967 bezette gebied in ruil voor vreedzame betrekkingen.

Fast forward naar 2020. 

Israël heeft in de loop van tientallen jaren bezettingspolitiek de Groene Lijn praktisch weggevaagd. Dat wil zeggen: voor zijn eigen burgersHet in 1967 bezette Oost-Jeruzalem is geannexeerd en er zijn op de Westoever 132 Israëlische nederzettingen gebouwd met haast 450.000 joods-Israëlische inwoners. Je kunt als Israëli ongestoord de snelweg nemen van Tel Aviv naar bijvoorbeeld de nederzetting Ma’ale Efraim in de bezette Jordaanvallei en je nog steeds in Israël wanen. In geen velden of wegen een Groene Lijn te bekennen.   

Voor de Palestijnen geldt een andere realiteit. Voor hen geen Groene Lijn maar een veelheid aan dwingende rode lijnen: de infame afsluitingsmuur natuurlijk die dwars door de Westoever loopt, maar ook 165 militaire checkpoints en honderden andere versperringen die vrij Palestijns verkeer verhinderen. Gaza is omsloten met prikkeldraad, elektronische “beveiligingsapparatuur” en constante surveillance met drones en vanuit oorlogsschepen.

Dat hier het internationaal recht actief wordt geschonden is evident, maar de Israëlische regering Netanyahu-Gantz heeft daar lak aan en aangekondigd op zo’n 30% van de Westoever de Israëlische soevereiniteit in te voeren. Dit is in lijn met het Trump-plan en luidt  de facto de doodsklok voor de tweestaten-oplossing en de mogelijkheid van een levensvatbare Palestijnse staat.

Wat betekent deze ontwikkeling voor de twee miljoen inwoners van Gaza? 

Het Trump-plan voorziet gouden bergen voor Gaza: een industriële zone in de aangrenzende Negev-woestijn, een ferme impuls voor de economie en vrij verkeer met de Westoever via een corridor. Te mooi om waar te zijn. Er hangt dan ook een prijskaartje aan: Hamas moet zich ontwapenen, het gebied wordt gedemilitariseerd en Gaza moet zich schikken naar het visioen van Trump en Netanyahu van een verbrokkelde Palestijnse “staat” zonder soevereiniteit en zonder Jeruzalem als hoofdstad.

Voor de 1,2-miljoen vluchtelingen in Gaza, 64% van de bevolking, komt daar dan nog bij dat het Trump-plan niet voorziet in een rechtvaardige oplossing voor hen.

De VS en Israël hebben uiteraard nooit serieus verwacht dat Hamas en andere groeperingen in Gaza de witte vlag buiten zouden hangen. 

Israël heeft met haar blokkade een situatie gecreëerd waarbij het Gaza volledig in de tang heeft. En dat zal voorlopig niet veranderen. Er staat een groot hek langs de Groene Lijn. Maar dit hek is geen echte grens. Gaza valt volledig binnen de Israëlische invloedsfeer. De afsluiting past in een patroon dat ook in Zuid-Afrika en andere apartheidsstaten werd toegepast: reservaten creëren voor bevolkingsgroepen die als minderwaardig en ongewenst worden beschouwd. 

De wekelijkse demonstraties van Gazanen bij het “grenshek” werden de afgelopen jaren met geweld beantwoord. Meer dan tweehonderd demonstranten werden doodgeschoten door Israëlische militairen. Een duidelijke boodschap: vergeet het recht op terugkeer en blijf in Gaza.

De dreigende formele annexatie van delen van de Westoever en de verdere isolering van de Palestijnse enclaves, waaronder Gaza, zijn twee kanten van dezelfde medaille: de grenzeloze Israëlische ambitie om het gehele land in bezit te nemen. De kolonisering van Palestina is in een nieuwe fase terecht gekomen die voor Gaza weinig goeds belooft.

Ook tijdens de coronacrisis: continue aanval op de vrije pers door Trump

Na haast tweeënhalf uur naar president Trump te hebben geluisterd, duizelde het de ervaren BBC-correspondent Jon Sopel. De persconferentie op 13 april was, schrijft hij, jaw-dropping, eyeball-popping en head-spinning. Trump was woedend op de journalisten die het lef hadden hem kritisch te bevragen over zijn inspanningen om de corona-epidemie, die op dat moment al aan 23.000 Amerikanen het leven had gekost, in te dammen.

Donald Trump met verslaggevers

“Schandalig, je bent nep” riep Trump tegen een CBS-verslaggeefster die durfde door te vragen nadat hij de aanwezige journalisten een filmpje had laten zien, dat meer weg had van een campagnespot. De bizarre persconferentie, met een bij tijden ongeremd ruziënde en grove Trump, illustreerde eens te meer de uniek problematische verhouding die de Amerikaanse president heeft met de media. 

Volgens het donderdag 16 april verschenen rapport ‘The Trump Administration and the Media’ van het Committee to Protect Journalists (CPJ) brengt Trump met zijn vijandigheid ten opzichte van de journalistiek de Amerikaanse democratie in gevaar. Ook de persvrijheid in de Verenigde Staten en veel andere landen loopt door Trumps optreden grote schade op. Autoritaire leiders in landen als Hongarije, Turkije, China, Egypte en de Filipijnen voelen zich door Trumps agressieve mediadiscours gesteund. De boodschap aan elke autocraat of dictator ter wereld is: het is ok om op te treden tegen journalisten, ze zijn immers “de vijanden van het volk”, persvrijheid is niet langer belangrijk. 

Trump voert voortdurend aanvallen uit op de pers. En op allerlei manieren. Bijvoorbeeld tijdens zijn verkiezingsbijeenkomsten, bij persconferenties en op Twitter. Daarnaast probeert hij de eigenaren van hem onwelgevallige media aan te pakken. Amerikaanse journalisten worden lastiggevallen als ze, komend vanuit het buitenland, de Verenigde Staten binnen reizen. Beroep doen op de Amerikaanse Wet Openbaarheid Bestuur wordt hoe langer hoe lastiger. Kortom: de journalistiek in de Verenigde Staten is in de verdrukking. 

In het oog springend is Trumps activiteit op Twitter. De denktank US Press Freedom Tracker, die een database aanlegde ten behoeve van het rapport, telde vanaf zijn verkiezingscampagne vijf jaar geleden, meer dan tweeduizend tweets met aanvallen op media en journalisten. Meer dan honderd individuele journalisten worden met name genoemd. Ze zijn corrupt, oneerlijk, gek, stom, nep, vuilnis, laag-bij-de-gronds of schandalig. In honderden tweets maakt hij The New York Times, CNN, NBC, MSNBC, The Washington Post en tientallen andere expliciet genoemde media uit voor vijanden van het volk en hun verslaggeving is walgelijk en fake. Zelfs het Trump gunstig gezinde Fox News ontkomt zo nu en dan niet aan de toorn of hoon van de president. 

Uitgekiende strategie om media zwart te maken
Wat is het doel van Trumps onvermoeibare kruistocht tegen de media? Is het ijdelheid, emotie, dommigheid, kan hij niet tegen kritiek? Volgens de schrijver van het CPJ-rapport Leonard Downie, hoogleraar journalistiek en ex-hoofdredacteur van de Washington Post, is er meer aan de hand. Er is wel degelijk sprake van een uitgekiende strategie. 

Downie interviewde voor zijn rapport meer dan 40 vooraanstaande journalisten, hoge ambtenaren, mediajuristen en andere academici. Hun grotendeels gedeelde conclusie is dat Trump opzettelijk en planmatig probeert de media te intimideren en zwart te maken. Downie citeert CBS-correspondent Leslie Stahl die een persoonlijke ontmoeting had met Trump vlak voor de opname van haar programma 60 Minutes, eind 2016. Hoewel zij alleen met Trump in de kamer was en er geen camera’s draaiden begon hij weer eens aan een van zijn scheldkanonnades tegen de media. “Ik zei tegen hem: weet u, dit is zo vermoeiend. Waarom doet u dit? Het verveelt en het is tijd om er mee op te houden. U heeft uiteindelijk de verkiezingen gewonnen. Waarom blijf u steeds zo hameren op de media?” “Weet je waarom ik het doe?” antwoordde Trump. Ik doe het om jullie allemaal in diskrediet te brengen, om de media te vernederen. Als jullie negatieve verhalen over mij schrijven zal niemand jullie meer geloven.”

Leslie Stahl herinnert zich haar verbijstering over hoe gecalculeerd Trump was. Het is, volgens haar, “allemaal een plan”. Ze zegt steeds bezorgder te zijn over de gevolgen van Trumps onophoudelijke tirades tegen de media. “Als je iets telkens maar herhaalt is de impact uiteindelijk enorm.” Die impact bestaat niet alleen uit de vele haatuitingen op sociale media van Trump-aanhangers, maar ook uit fysieke bedreigingen. Vooral tv-journalisten die bekend zijn bij het grote publiek moeten het ontgelden. Het beroep van journalist is verdacht gemaakt.

Voor iemand die zo neerkijkt op de media en zo haatdragend is, is het opmerkelijk dat de president journalisten niet mijdt. Trump wordt zelfs gezien als de meest toegankelijke president in de laatste dertig jaar. Mike Bender van de The Wall Street Journal constateert in het CPJ-rapport dat Trump erop gebrand is om “met de pers om te gaan, hij wil ons dicht bij hem in de buurt hebben”. “Maar dan begin hij met zijn tirades….”

Belang van zichtbaarheid
Als vroegere reality-tv-ster beseft Trump het belang van zichtbaarheid. Het gaat hem vooral om fotomomenten als hij buitenlandse leiders ontmoet, informele ontmoetingen met schreeuwende verslaggevers als hij in zijn ronkende Marine One helikopter stapt en andere “optredens” die leiden tot zendtijd in de belangrijke journaals. Daartoe horen ook zijn woede-uitbarstingen tijdens persconferenties met de “nep-media”. Zijn achterban loves it. 

Ook BBC-journalist Jon Sopel was maandag verbaasd dat de president alle tijd nam om met de journalisten in debat te gaan, zij het op zijn eigen bijzondere manier. “We hebben dus een president die ons kennelijk haat. Maar. Maar. Maar. Hij bleef wel aanwezig en beantwoordde gedurende meer dan anderhalf uur de vragen. Hij was als een muziekgroep op afscheidstournee die steeds een toegift wil spelen. Hij geniet ervan. Hij is in zijn element. En tegelijkertijd haat hij ons.”  

Geloofwaardigheid van media geërodeerd bij Trump-aanhangers
Trumps stelselmatige haat- en delegitimatie-campagne heeft tot gevolg -zo concludeert het CPJ-rapport- dat de geloofwaardigheid van de Amerikaanse media, vooral bij zijn aanhangers, ernstig is geërodeerd. Peiling na peiling toont aan dat met name de Amerikanen die Republikeins stemmen de journalistiek niet meer vertrouwen. Het CPJ-rapport haalt een in maart gedane peiling aan waaruit blijkt dat 62% van de ondervraagden ervan overtuigd was dat de media de risico’s van het COVID-19 virus schromelijk overdreef. 

De Trumpaanhangers geloven alleen de nieuwsbronnen die ze politiek vertrouwen, zo constateert het CPJ-rapport, ongeacht het waarheidsgehalte van de informatie. Het angstaanjagende is dat de polarisatie in de VS zich niet beperkt tot de politiek, ideologie en emotie. Er is ook een polarisatie over de feiten, over wat waar en onwaar is. “Mensen construeren hun eigen realiteit, uit een keuze aan media waarmee ze instemmen”, zegt Mark Lukasiewicz, directeur van een gerenommeerde journalistieke opleiding. 

Volgens het CPJ-rapport wordt het fundamentele “recht om te weten” en de controlerende rol van de media in een democratie, door Trump in gevaar gebracht. “Het is een Orwelliaans spervuur van woorden die het doel van de journalistiek, mensen die journalistiek beoefenen en de organisatie waarvoor ze werken in diskrediet brengt”, constateert de vroegere CNN-nieuwspresentator Frank Sesno. “Het is een continue aanval op een vrije pers.”

Hoe moeten media en journalisten reageren?
De vraag is: hoe moeten de media en journalisten antwoorden op Trumps pogingen hun geloofwaardigheid kapot te maken? In misschien het interessantste gedeelte van het CPJ-rapport wordt duidelijk hoe het niet moet; niet zelf partijdig worden, feiten en opinies door elkaar halen en je laten leiden door afkeer van Trump. Als de media niet langer de rol van waakhond spelen maar van aanvalshond, dan is er iets mis en dragen journalisten zelf bij aan de polarisatie.

De kunst is om verantwoordelijke, transparante journalistiek blijven bedrijven. Het blijft belangrijk de vele leugens van Trump te fact checken, zonder partijdig te worden. Daarnaast moeten de media assertief voor zichzelf opkomen en voor hun rol in een democratie. Dat kan betekenen dat “de normale relaties tussen media en regering worden opgeschort”.

Hoogleraar journalistiek Jay Rosen bepleit dat nieuwsmedia hun berichtgeving over Trump “bijstellen”. Zo zouden de media niet langer zijn toespraken, verkiezingsbijeenkomsten en persconferenties automatisch live moeten verslaan, al is het goed voor de kijkcijfers.

CPJ heeft het rapport voorafgaande aan publicatie aan president Trump gestuurd en gevraagd om een gesprek. In een reeks aanbevelingen wordt de president onder andere gevraagd publiekelijk de rol van een vrije pers in een democratie te erkennen en te benoemen, zeker in tijden van de COVID-19 crisis. Benieuwd wat zijn reactie zal zijn. Mijn voorspelling: dit is een fake rapport, geschreven door een stelletje nitwits. 

Eerder verschenen op Villamedia, 16 april 2020

Corona: kan zorg om gezondheid brug slaan tussen Israëli’s en Palestijnen?

Zowel Israëli’s als Palestijnen worden getroffen door corona. Draagt de gemeenschappelijke wil de epidemie te overleven bij aan wederzijds begrip? In Ik zal niet haten (uitgegeven door Kritak) zegt de Palestijnse dokter Izzeldin Abuelaish dat hij de geneeskunde als brug tussen de twee volken ziet. Too good to be true? 

Of je nu zwart of wit bent, rijk of arm, vriend of vijand, Israëli of Palestijn: voor God en corona zijn alle mensen gelijk. Aan God kun je wellicht twijfelen, maar niet aan de rol van corona. Het is een ellendig virus, dat het leven van miljoenen mensen beheerst, ontwricht en verwoest. Daarbij is één ding zeker: corona discrimineert niet en laat zich niet tegenhouden door checkpoints en grenzen.

Daarentegen is de nationale soevereiniteit juist wel een discriminerende factor als het om de bestrijding van het virus gaat. Elk land heeft zijn eigen strategie om besmettingen te voorkomen en de ziekte de kop in te drukken. Plotseling werd bijvoorbeeld onze landsgrens weer zichtbaar, met haastig door de Belgen opgeworpen grenscontroles, toen daar strengere quarantainemaatregelen van kracht werden dan in Nederland. Politieke verschillen en machtsverhoudingen worden zichtbaar bij de bestrijding van het coronavirus.

In sommige delen van de wereld toont de coronacrisis, of de dreiging daarvan, extra schrijnend situaties van onrecht en discriminatie. Hulporganisatie OxfamNovib liet deze week een noodkreet horen over een mogelijke uitbraak van het coronavirus onder mensen in een crisissituatie, zoals conflictgebieden en vluchtelingenkampen. Op deze plekken is geen adequate gezondheidszorg, leven mensen vaak dicht op elkaar en hebben ze weinig tot geen toegang tot schoon drinkwater.

Ook minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wees onlangs op de noodzaak tot een internationale aanpak van de coronacrisis, om verdere instabiliteit en onveiligheid in arme delen van de wereld te voorkomen. Dat is, volgens haar, ook in ons “verlichte eigenbelang”. Die uitspraak kwam haar op de nodige hoon te staan van uiterst-rechts, maar op haar theorie dat je ook “de zwakste schakel” moet versterken in een wereld waar we, door werk, handel en reizen zo verweven zijn, valt weinig af te dingen.

Als de coronacrisis de risico’s van ongelijkheid en onrecht scherper in beeld brengt, dan biedt de situatie in Israël en Palestijnse gebieden verhelderende inzichten. Tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan wonen grofweg evenveel joodse Israëli’s als Palestijnen. Van deze ruim veertienmiljoen individuen wonen er een ruime negenmiljoen mensen in Israël en vijfmiljoen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. 

Medisch gezien zijn al die mensen, of ze nu joods of niet-joods zijn, vergelijkbaar kwetsbaar en even vatbaar voor virussen. In die zin zou het existentiële streven naar gezondheid kansen kunnen bieden voor wederzijds begrip, misschien zelfs een startpunt kunnen zijn van dialoog. Of je wilt of niet, je komt elkaar tegen als het om kwesties van gezondheid gaat. Je ontkomt niet aan de noodzaak naar elkaar te luisteren en beter te communiceren.

Dat is precies de theorie die de Palestijnse arts Izzeldin Abuelaish krachtig uiteenzet in zijn boek I shall not hate, dat vorig jaar in een nieuwe Nederlandse vertaling werd gepubliceerd als ‘Ik zal niet haten’. 

“Als we de politiek even buiten beschouwing laten, leek de gezondheidszorg me het ideale terrein om vrede tot stand te brengen” schrijft dr. Abuelaish. “Ik beschouw al mijn patiënten als familie. Ik maak geen enkel onderscheid tussen Israëli’s, Palestijnen, Arabische, nieuwe immigranten of Bedoeïenen. Het is mijn taak ervoor te zorgen dat elke baby een zo groot mogelijke kans krijgt gezond ter wereld te komen. Maar kijk eens wat er gebeurt als die onschuldige kinderen groot worden. Wie vertelt ze al die verhalen waardoor ze elkaars vijanden in plaats van vrienden worden?”

Dr. Abuelaish, die in maart een aantal lezingen in Nederland zou houden, moest zijn reis in verband met de coronacrisis afzeggen. Ik zou hem op een openbare bijeenkomst in Groningen interviewen over zijn boek, zijn bewogen leven en over de rol van de gezondheidszorg in Israel/Palestina. Groningen heeft een informele stedenband met Jabalya, het vluchtelingenkamp in de Gazastrook waar Abuelaish werd geboren en lange tijd woonde en werkte. We keken er erg naar uit de “Palestijnse Luther King”, die nu in Canada woont, te ontmoeten en naar zijn verhalen te luisteren.

Het pleidooi van de Palestijnse arts voor vrede, zelfopoffering en verzoening is des te meer indrukwekkend omdat hijzelf het slachtoffer is van een enorme tragedie: drie van zijn dochters en een nichtje kwamen om het leven bij een Israëlische beschieting van Gaza in 2009. Hoewel Israël erkende dat de beschieting een “vergissing” was, werden nooit verontschuldigingen aangeboden. 

Is Abuelaish’ discours over dialoog en niet haten too good to be true? 

Ik zou het hem zeker gevraagd hebben. 

In epidemische tijden dringen vragen zich op naar de rol van de gedeelde gezondheid, zelfs in een gespleten samenleving, geteisterd door haat en vijandschap. De relatie tussen Israëli en Palestijnen wordt niet alleen gekenmerkt door ongelijke rechten en apartheid. Er is ook sprake van verregaande vervlechting van beide samenlevingen en economieën. In zekere zin is er in Israël/Palestina op minischaal sprake van het door Kaag genoemde “verlicht eigenbelang”: Israëli’s en Palestijnen zijn gedwongen samen te werken. 

Israël heeft de Palestijnse werkers nodig. Vandaar dat na het uitbreken van de coronacrisis in eerste instantie Palestijnen die in vitale sectoren zoals de gezondheidszorg, de landbouw en de bouw werken, speciale verblijfvergunningen van een of twee maanden werd aangeboden. Dit om heen en weer gereis daarmee verspreiding van het virus te voorkomen. Voor de Palestijnse economie en voor individuele Palestijnen, die gemiddeld een dagloon van nog geen 60 euro verdienen, is het werken in Israël ook van levensbelang. Beide partijen hebben verder alleen maar te verliezen bij een verdere opmars van Covid-19. 

Voor de rond 200.000 Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever die in Israël of in de illegale joodse nederzettingen werken, bleek de corona-coördinatie tussen de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit in de praktijk uiteindelijk van weinig waarde.

Nadat het virus zich verder verspreidde in Israël in de derde week van maart en er binnenlands steeds meer reisrestricties van kracht werden, riep de Palestijnse Autoriteit alle Palestijnse werkers terug naar de Westoever. Aan die oproep werd massaal gehoor gegeven, ook al omdat Palestijnse werknemers in Israël vaak geen behoorlijk onderkomen werd geboden. Van al die duizenden werkers die terugkwamen naar de Palestijnse gebieden werd, volgens een reportage op Al Jazeera, praktisch niemand op corona getest.  

Hoewel enerzijds de noodzaak om samen te werken duidelijk werd aangetoond blijkt anderzijds, zeker op korte termijn, het hemd toch nader dan de rok.

Dit geldt al helemaal voor Gaza waar een kleine tweemiljoen Palestijnen zeer dicht op elkaar wonen, met slechte sanitaire voorzieningen, geen schoon drinkwater en grote tekorten in de gezondheidszorg. Israël heeft tot dusver geweigerd de illegale blokkade die sinds 2007 van kracht is, te verzachten of op te heffen en meer (medische) hulpgoederen binnen te laten.

Een uitbraak van het coronavirus in Gaza is een horrorscenario waar inmiddels mensenrechtenorganisaties in binnen- en buitenland voor hebben gewaarschuwd. Een explosie van de epidemie in Gaza zou daar een onvoorstelbare humanitaire ravage kunnen aanrichten en ook voor Israël verregaande levensbedreigende gevolgen kunnen hebben.

Izzeldin Abuelaish, die als eerste medicus uit Gaza in een Israëlisch ziekenhuis werkte, blijft ondanks alles hopen dat de geneeskunde een brug kan slaan tussen Israëli’s en Palestijnen. “Wie houdt de barrière in stand? We moeten contact met elkaar vinden door elkaars werkelijkheid te aanvaarden, door signalen van tolerantie in plaats van intolerantie en van genezing in plaats van haat te geven.”

Het is ironisch dat tijdens de huidige coronacrisis de levens van talrijke Israëli’s worden gered door Palestijns medisch personeel. In Israël zijn 17% van alle doctoren, 24% van de verpleging en 47% van de apothekers Arabisch. In de medische centra is over het algemeen sprake van respect voor alle werkers in de gezondheidszorg, of ze nu joods of niet-joods zijn. Maar, zoals de krant Haaretz opmerkte, buiten het ziekenhuis zijn eersteklas Palestijnse doctoren plotseling tweedeklas burgers. 

De coronacrisis heeft de contouren van het Israëlisch-Palestijns conflict op andere manieren uitgelicht. Epidemieën zijn, in tegenstelling tot mensen, nu eenmaal immuun voor racisme, haat en bezetting. 

Abuelaish, Izzeldin, Ik zal niet haten. Tielt: Kritak, 2019

Dit stuk werd eerder gepubliceerd op Joop.nl (1 april 2020): https://joop.bnnvara.nl/opinies/corona-kan-zorg-om-gezondheid-brug-slaan-tussen-israelis-en-palestijnen en op de website van The Rights Forum: https://rightsforum.org/opinie/corona-kan-zorg-om-gezondheid-brug-slaan-tussen-israelis-en-palestijnen/

Zie ook ‘The Arab medics battling coronavirus in Israel’s segregated society’ in de Financial Times, 17 April 2020

https://www.ft.com/content/f193a9b9-c3a0-4da2-9a26-be4a92f99006

Het desinformatie-virus in tijden van corona

tekening Joep Bertrams

Lang voordat we geteisterd werden door corona, hadden we te maken met het desinformatie-virus. De combinatie van die twee plagen kan dodelijk zijn, heel soms vermakelijk en het levert wellicht ook nieuwe inzichten op.

Volgens het European Journalism Observatory hebben we te maken met een tsunami van foute informatie, zowel in de traditionele ‘main stream’ media als op sociale media. Factcheckers overal ter wereld maken overuren om mythes over corona te ontzenuwen, waandenkbeelden te bestrijden en geruchten en domweg foute informatie recht te zetten. 

Het Franse persbureau AFP publiceert bijvoorbeeld de blog AFP Fact Checkwaar binnen enkele weken al zo’n 170 foute verhalen werden gerectificeerd. 

Soms is de desinformatie zo ongeloofwaardig dat het lastig is een glimlach te onderdrukken, zoals bij de bewering dat je het coronavirus met een heet bad af zou kunnen schudden of kunt verlichten door te gorgelen met zout water. Ook het bericht dat je corona opspoort  door tien seconden je adem in te houden, lijkt, ook op het eerste gezicht, toch wel erg onwaarschijnlijk. Als het je lukt je adem tien minuten in te houden zou je niet besmet zijn met het coronavirus.

In het Verenigd Koninkrijk bestrijdt de onafhankelijke factchecker Fullfact vooral desinformatie over corona die via sociale media wordt verspreid. Fullfact benadrukt onpartijdig te zijn en niet alleen foute informatie op te sporen maar ook te ijveren voor rectificatie. Het gaat de organisatie puur om de feiten, niet om politieke of ideologische standpunten. Interessant en nuttig is de eenvoudige maar effectieve Fullfact-toolkit met tips en tricks om informatie te verifiëren. De website biedt ook een lijst van organisaties overal ter wereld die zich met fact checking bezighouden.  

In Nederland volgt onder andere nu.nl actief sociale media om te kijken wat er nu wel of niet klopt. Onjuiste corona-adviezen worden door NUcheckt feitelijk en bondig ontkracht. Als het mogelijk is te achterhalen waar het onjuiste bericht vandaan komt, wordt dit vermeld.  

De berichtendienst Whatsapp draagt veel bij aan de geruchtenmolen, samenzweringstheorieën en bakerpraatjes over veronderstelde remedies tegen corona. Hoewel het dus een van de grootste boosdoeners is die nepnieuws de wereld in helpt, is Whatsapp tegelijkertijd voor miljoenen mensen belangrijk om onderling contact te onderhouden. Een ‘leuk’ berichtje over corona, dat toch al viraal rondgaat, is met de druk op een knop verzonden. Het advies van mediadeskundige Jeroen Smit in Jinek van 23 maart om behalve social distancing ook social media distancing te betrachten, en minder met je telefoon en met internet bezig te zijn, is in tijden van verplichte sociale isolatie nogal wereldvreemd. 

Toch is er uiteraard veel kritiek mogelijk op de rol van de internetbedrijven die met hun sociale mediaplatformen en andere producten gigantische winsten maken. Welke rol spelen zij in de strijd tegen het desinformatievirus? 

Google pretendeert zelf aan fact checking bij te dragen, onder andere door Google Fact Check Tools aan te bieden, een handig hulpmiddel voor journalisten en andere geïnteresseerden om zelf als fact checker aan de slag te gaan. Ook de resultaten van een zoekopdracht, bijvoorbeeld als men bij Google ‘corona’ intypt, zijn, aldus Google zelf, zoveel mogelijk gevrijwaard van nepnieuws

Whatsapp, dat een onderdeel is van Facebook, heeft onlangs een donatie gedaan van een miljoen dollar aan het International Fact-Checking Network (IFCN), dat een coalitie van meer dan 100 fact-checkers in 45 landen heeft opgezet om de desinformatie over corona te bestrijden. Volgens Whatsapp is accurate informatie cruciaal voor de bestrijding van het coronavirus. Dat zal niemand ontkennen. Maar er zit bij de gulle gever wellicht ook een addertje onder het gras, omdat een deel van het geld besteed zal worden om journalisten te trainen in het gebruik van Whatsapp applicaties als WhatsAppBusiness App en WhatsApp API.

Het is onrealistisch te veronderstellen dat het publiek in tijden van corona minder gebruik zal maken van Facebook, Instagram, Twitter of Whatsapp. Het ligt voor de hand dat, met een massa al of niet verveelde mensen in thuisquarantaine, het gebruik juist eerder zal toenemen. Dat betekent, ironisch genoeg, dat de verleiding voor sommigen om onjuiste, sensationele en misleidende berichten te plaatsen ook erg groot blijft. Dit soort berichten vormen immers clickbait, vaak een verdienmodel of lekker geil voor influencers die door de vele klikken hun ego gestreeld zien.

Het is dus de heilige plicht van journalisten om met goede, betrouwbare informatie te komen en het virus van de desinformatie, met name die van Whatsapp en andere sociale media, de kop in te drukken. In deze barre tijden hebben we geen influencers nodig maar goede journalistiek.

Soms zijn het de instanties zelf die met rectificaties komen. 

Zo moest de politie enkele dagen geleden het nepnieuws ontkennen dat het leger werd ingezet om vanuit vliegtuigen desinfecterende vloeistof tegen het coronavirus te sproeien. Volgens het bericht moesten alle Nederlanders daarom thuisblijven. De politie verzocht mensen de flauwekul van Twitter te verwijderen. Het is uiteraard belangrijk dat zo’n politiebericht en -advies breed wordt opgepakt door alle serieuze journalistieke platforms.

Het RIVM reageerde fel op een bericht van de uiterst-rechtse YouTuber Tom Zwitser. Zwitser beweerde op zijn YouTube kanaal dat de Nederlandse overheid uit is op 200.000 corona-doden. Zwitser is directeur van het vanuit Groningen opererende Blue Tiger Studio dat pretendeert “het echte nieuws over corona” te brengen, suggererend dat we voor de gek worden gehouden over de pandemie door overheid en main stream media. 

Op 17 maart debiteerde Zwitser in een video een aantal samenzweringstheorieën die inmiddels door meer dan 16.000 mensen bekeken zijn. De meeste reacties onder het filmpje zijn instemmend. Veel gehoorde strekking: eindelijk iemand die het echte verhaal durft te vertellen. In het Dagblad van het Noorden noemt RIVM-woordvoerder Coen Berends het verhaal van Tom Zwitser “volstrekte onzin”. “Zwitser zegt dat de overheid een verborgen agenda heeft. Daar is absoluut geen sprake van. Ik schaar dit onder nepnieuws. Het RIVM probeert juist duidelijkheid te scheppen. Ik en mijn collega’s werken dag en nacht om Nederland te beschermen voor het virus.”

Zwitser en zijn geestverwanten zullen niet onder de indruk zijn van de RIVM. Ze zullen er eerder een bewijs in zien van hun eigen gelijk en dat het RIVM bestaat uit een sinistere club leugenaars.

In zijn essay ‘Mens/Onmens’ constateert Bas Heijne dat de ware functie van nepnieuws niet is om weldenkende burgers op een dwaalspoor te brengen, maar om noties en gevoelens die sommige mensen toch al hadden te bevestigen. Als je er bijvoorbeeld van overtuigd bent dat de opwarming van de aarde een hoax is, dat de overheid je vijand is, dat het de taak van media is om de massa’s te manipuleren, dan weerhoudt niets je ervan de idiote beweringen van bijvoorbeeld Tom Zwitser voor waar aan te nemen en te verspreiden. 

Met ware gelovers is het lastig debatteren. 

“Informatie, informatie, informatie”, riep Jeroen Smit uit bij Jinek, “daar gaat het om”. Hij heeft gelijk dat het de taak van de journalistiek is om het publiek op een betrouwbare en professionele manier te informeren. Daarnaast is het aan ons journalisten dagelijks met een stevig en slim vaccin tegen het desinformatie-virus te komen. Geen gemakkelijke opgave in deze tijden van corona. 

Dit artikel werd gepubliceerd in VillaMedia van 25 maart 2020

Luister naar podcast van The Guardian over hetzelfde onderwerp.

An avalanche of misinformation, fake news and hoaxes are being shared widely online as people seek reliable information on the coronavirus crisis. The Guardian’s media editor, Jim Waterson, examines where the falsehoods are coming from.

https://www.theguardian.com/news/audio/2020/mar/25/going-viral-fake-news-and-covid-19?CMP=share_btn_tw

Je bent wat je luistert

Ja, het was leuk in Spanje. De zon scheen overdag meestal. Het was niet zo miezerig als hier in Nederland. Ik heb ook veel naar de radio geluisterd. Een van die Spaanse radiostations, Radio Tres, heeft als slogan Eres lo que escuchas; Je bent wat je luistert. Je hoort deze stationcall elk uur op het hele uur. Je bent wat je luistert…, dat doet denken aan ‘je bent wat je eet’ of ‘je bent wat je lief is’. 

Radio Tres is kennelijk een radiostation waarmee je je identificeert.

Radio Tres is een station met betere popmuziek, veel flamenco, jazz, wereldmuziek en praatprogramma’s over diepe onderwerpen. Niet iedereen luistert naar Radio Tres. Als je er wél naar luistert zegt dat iets over jou, over jouw interesses en de muziek en sfeer waar jij je thuis bij voelt. 

Jouw favoriete radiostation, tv-programma, podcast, website, krant of andere media-uiting als embleem van je identiteit, van je zelfbeeld: dat is méér dan een slimme marketingtruc. De TROS, nu onderdeel van de fusieomroep AVROTROS, afficheerde zich vroeger als “de grootste familie van Nederland”. Leden vereenzelvigden zich met de TROS omdat die omroep bracht wat de doorsnee mensen -de grootste familie van Nederland- wilden horen en zien. 

Omroep Max, voor de oudere luisteraar en kijker, probeert leden te winnen en te binden met de slogan: “MAX bezoekt, MAX viert en MAX strijdt”. Max is niet alleen radio en TV, maar ook een soort actiegroep voor ouderen en ontwikkelingsorganisatie voor nooddruftige bejaarden op de Balkan. 

Je hebt, ook in Nederland, media waar mensen zich mee kunnen identificeren. Soms is het wel lastig. Ik vraag me af hoeveel mensen zich nog identificeren met bijvoorbeeld Radio 1 dat -volgens haar slogan- het nieuws van alle kanten brengt. Radio 1 is een van die zenders die tamelijk kleurloos de hele dag een soort geluidsbehang verzorgt met korte nieuwtjes, die ook nog eens telkens worden herhaald.

Maar ik kan mij voorstellen dat sommige landgenoten zich thuis voelen bij NPO Radio 5, compleet met kneuterig bankstel, schemerlampje en vertrouwde jaren zestig muziek. 

Waar we ons waarschijnlijk nog het meeste in herkennen zijn onze eigen media. Ik doel nu op sociale media. Zo hoor ik op Spotify echt vooral de muziek die ikzelf graag wil horen en zie ik op Instagram de foto’s van mijzelf en mijn vrienden, zoals ikzelf en zij graag gezien willen worden. Mijn tijdslijn op Facebook is ook echt helemaal van mij. En op Netflix stel ik zelf mijn favoriete tv-avondje samen. Dat is geen identificatie meer, dat is een echoput. 

Je bent wat je luistert, je bent waar je naar kijkt en je smartphone is soms een deel van jezelf geworden. Griezelig eigenlijk. Misschien is het tijd voor een wandeling door het park. Zonder oordopjes, zonder smartphone, met alles uit, alleen met jezelf, heerlijk dromend over de zon in Spanje en mijmerend over wie je eigenlijk bent of zou kunnen zijn…

Voor “Oog op de Media” 5 maart 2020

Marokko legt kritische journalist Bouachrine zwijgen op

De Marokkaanse journalist Taoufik Bouachrine (1969), hoofdredacteur en medeoprichter van de onafhankelijke krant Akhbar al-Youm, is in een nachtmerrie beland. Kringen rond de Marokkaanse koning Mohammed VI en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zijn erin geslaagd deze journalistieke luis in de pels met een jarenlange gevangenisstraf het zwijgen op te leggen.

Taoufic Bouachrine met zijn echtgenote Asmae Mousaoui

Bouachrine botste de afgelopen jaren meermaals met de Marokkaanse justitie vanwege artikelen waarin politieke corruptie werd onderzocht en aan de kaak gesteld. Begin 2018 schreef hij een kritische column over een van de machtigste en rijkste mannen van Marokko: minister van Landbouw Aziz Akhannouch, die eigenaar is van het Akwa-conglomeraat (olie, gas, kunstmest, visserij, luchtvaartmaatschappij Afriquia) en voorzitter van de koningsgezinde regeringspartij RNI.

Bouachrine wees er herhaaldelijk op dat de zakelijke belangen van de puissant rijke Akhannouch – als ontvanger van miljoenensubsidies – en zijn politieke activiteiten tot een ongeoorloofde belangenverstrengeling hebben geleid. Akhannouch sleepte de journalist al in 2015 voor de rechter met de eis hem een beroepsverbod van tien jaar op te leggen. In december 2018 legde de rechter hem een boete op van 130.000 euro wegens belediging van de zakenman-politicus.

Bouachrine zat toen al haast een jaar in de gevangenis wegens ‘verkrachting, aanranding en mensensmokkel’. Hij werd veroordeeld tot twaalf jaar cel tijdens een oneerlijk proces, aldus onder meer de VN-Mensenrechtenraad en Amnesty International. Een aantal Marokkaanse oppositiepolitici en de journalistenvakbond vroegen de koning om clementie voor Bouachrine.

Het mocht allemaal niet baten en in hoger beroep, in oktober 2019, werd zijn gevangenisstraf verlengd tot vijftien jaar. Volgens zijn collega’s en zijn echtgenote Asmae Moussaoui was er sprake van een politiek schijnproces en is de vrijheid van meningsuiting in Marokko in het geding.

Moussaoui wijst er ook op dat haar man kritisch was over de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman. Bouachrine’s vriend en collega, de inmiddels vermoorde journalist Jamal Khashoggi, had hem gewaarschuwd niet naar Saoedi-Arabië te reizen ‘als je niet vermoord wil worden’. In het dossier van de VN-Mensenrechtenraad wordt ook gewag gemaakt van een officiële klacht van Saoedi-Arabië bij Marokko over het journalistieke werk van Bouachrine.

Ondanks de nu haast twee jaar durende gevangenschap van Bouachrine geeft Moussaoui de moed nog niet op. Ze wil binnenkort naar het Europees Parlement om de dramatische situatie van haar man en het gebrek aan persvrijheid in Marokko aan de kaak te stellen.

Dit artikel verscheen in de Groene Amsterdammer van 19 februari 2020

Loop naar de hel in Gaza: de ramp is al begonnen

Al in 2012 waarschuwde de Verenigde Naties voor de ramp die Gaza in 2020 zou overkomen als er niet snel op grote schaal meer hulp geboden zou worden. Gebrek aan water, elektriciteit, infrastructuur, middelen van bestaan, voldoende gezondheidszorg, en aan communicatie met de buitenwereld zouden het gebied onleefbaar maken. Die voorspelling is, op de drempel van 2020, inmiddels allang realiteit geworden. Gaza is -volgens de criteria van de VN en Wereld Gezondheid Organisatie (WHO)- al onleefbaar. Een waardig bestaan is er eigenlijk onmogelijk. 

Layan Abu Atan

Het Israëlische leger, dat sinds 13 jaar het gebied hermetisch afsluit, voert met de regelmaat van de klok militaire operaties uit met pseudo-poëtische namen als Regenboog, Actief Schild, Dagen van Boetedoening, Hof van de Koning, Herfstwind, Zomerregen, Zuidelijke Pijl, Hete Winter en Beschermende Rand. Op de drempel van het voorziene rampjaar 2020 werd in november opnieuw een operatie uitgevoerd, deze keer met de naam Zwarte Riem. Het is veilig om te voorspellen dat het niet de laatste Israëlische operatie zal zijn. 

In de in Israël massaal gebezigde propagandistische retoriek wordt Gaza ontdaan van elke menselijkheid. Het wordt geassocieerd met angstaanjagende terreurorganisaties en met bloeddorstige en wraakzuchtige hordes Arabieren, die elke vrijdag demonstreren bij het grenshek om, zodra ze kunnen, de grens over te steken en een slachtpartij aan te richten onder de joodse bevolking van Israël. 

Het gecultiveerde vijanddenken is de Hebreeuwse taal van Israël binnengeslopen. In plaats van de verwensing “loop naar de hel” (lekh leazazel) hoor je “loop naar Gaza” (lekh le’aza). Rabin verzuchtte in 1992 dat hij hoopte op een ochtend wakker te worden met het nieuws dat Gaza in de zee was weggezonken. In een Israëlisch radiodebat over de vraag “wat te doen met Gaza” stelde iemand voor het gebiedje volledig plat te gooien en er een groot parkeerterrein aan te leggen. De luchtmacht inzetten in Gaza wordt in Israëlische journalistieke en militaire kringen eufemistisch “het gras maaien” (mowing the lawn) genoemd.

In het heersende Israëlische discours zijn het de Palestijnen van Gaza en “Judea en Samaria” die Israël van de kaart willen vegen. In een recente column in The Jerusalem Post wordt gesproken over “de nooit eindigende oorlog van de Palestijnen tegen de Joodse staat”. Die oorlog wordt ingegeven -als men Israëlische media mag geloven- door Jodenhaat, de islam of propaganda uit Iran. De wortels van het conflict -onteigening, verdrijving en ontkenning van de fundamentele rechten van Palestijnen- worden verdrongen of ontkend. 

De Palestijnen en zeker de Palestijnen uit Gaza worden dusdanig van hun menselijkheid ontdaan dat zelfs het afschieten van demonstranten niet op breed verzet bij de Israëlische publieke opinie stuit. Sinds de protestmarsen op 30 maart 2018 begonnen tot eind 2019 documenteerde het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten in Gaza 215 burgerdoden en 14,759 gewonden. Onder de slachtoffers waren een groot aantal kinderen, hulpverleners en journalisten. 

Ook van targeted killings waarbij veel onschuldige burgers worden getroffen als “nevenschade” ligt men niet meer wakker. Op 12 november voerde Israël een luchtaanval uit op het huis van Bahaa Abu al-Ata, leider van de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) in het noorden van de Gazastrook. Israël had al twee jaar geleden besloten dat Bahaa Abu al-Ata uit de weg geruimd moest worden, maar besloot pas nu om intern-politieke redenen tot actie over te gaan. 

Tegelijkertijd met de operatie in Gaza werd in Damascus het huis van een andere PIJ-leider getroffen door een luchtaanval. Het beoogde slachtoffer daarvan, Akram al-Ajouri, was niet thuis en ontsprong de dans. Zijn zoon en een buur werden wel gedood in de aanval. Het offensief tegen de, door Iran gesteunde, PIJ heeft alles te maken met de zich voortslepende kabinetsformatie in Israël. Doel lijkt te zijn de positie van de demissionaire en in staat van beschuldiging gestelde premier Netanyahu, die aanstuurt op een rechtser-dan-rechtse regering onder zijn leiding, te verstevigen.

De cynische politieke berekeningen bij het liquideren van “terroristenleiders” waren niet besteed aan Layan Abu al-Ata (11). Zij verloor haar beide ouders tijdens het bombardement op haar ouderlijk huis. Het gebeurde op de dag dat ze jarig was. “We zagen onze vader haast nooit”, vertelde Laylan de Palestine Chronicle. “Gewoonlijk slaapt hij niet thuis omdat de Israëli’s achter hem aan zitten. Ik wachtte het hele jaar op mijn verjaardag, want dan zou ik mijn vader zien. Mijn vader wilde me verrassen op m’n verjaardag.” 

Achteraf blijkt dat de Israëli’s hem al drie dagen intensief volgden. Hij was net thuis  gekomen en zijn slaapkamer binnengegaan toen de Israëlische luchtmacht toesloeg. Bij de aanval kwam ook zijn vrouw Asmaa om het leven en werden drie van zijn zonen en vijf buren gewond. De Palestijnse Islamitische Jihad reageerde op de aanslag met raketvuur richting Israël, waarop weer Israëlische luchtaanvallen op Gaza volgden waarbij 34 Palestijnse burgers werden gedood. 

De episode volgt het bekende patroon van aanvallen, beschuldigingen van terrorisme, tegenaanvallen staakt-het-vuren, beloftes van versoepeling van de blokkade van Gaza die dan ook weer worden ingetrokken en het verbreken van het staakt het vuren. Ondertussen zakt Gaza, met z’n twee miljoen verpauperde inwoners steeds verder in het moeras

Gaza is overbevolkt. De bevolkingsdichtheid in Gaza bedroeg in 2019 5,453 personen per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in Nederland wonen 411 personen per vierkante kilometer. Meer dan 60% van de inwoners is vluchteling uit het gebied dat nu Israël is. Maar het “recht van terugkeer”, in 1948 vastgelegd in VN-resolutie 194, blijft nog steeds dode letter. De dorpen en steden waar de vluchtelingen in Gaza en nakomelingen oorspronkelijk vandaan komen liggen soms maar op enkele kilometers afstand maar zijn onbereikbaar. Het overgrote deel van de bevolking kan Gaza niet uit. Zelfs niet voor familiebezoek, om te werken, te studeren of voor medische verzorging. 

Dat is wellicht ook de essentie van het drama in Gaza: de ontheemding en verjaging uit je eigen land. Het koloniale project van de staat Israël is zoveel mogelijk territorium van het historische mandaatgebied Palestina te controleren met zo weinig mogelijk Palestijnse bewoners. Ander element van dat beleid is het concentreren van een maximaal aantal Palestijnen op zo klein mogelijke, gefragmenteerde stukjes grond. Nog liever zien de Israëlische beleidsmakers de Palestijnen vertrekken naar het buitenland: Israël is pas af als Joodse staat als het af is van de oorspronkelijke Palestijnse bewoners. 

Op de Westelijke Jordaanoever worden deze doelen nagestreefd door een politiek van onteigening, het tegengaan van economische ontwikkeling en concentratie van de Palestijnse bevolking in zes, los van elkaar staande, stadseilanden: Hebron, Bethlehem, Ramallah, Nabloes, Tulkarm en Kalkilya. Oost-Jeruzalem is geannexeerd en wordt hoe langer hoe meer van zijn Palestijnse karakter en bewoners ontdaan. 

En Gaza? Gaza is een omheinde enclave met twee miljoen Palestijnen die het mogen uitzoeken zolang ze tenminste niet dromen van en strijden voor terugkeer. Dat is echter ijdele hoop. De “Grote Mars voor de Terugkeer” zal ook in 2020 worden voortgezet. Er is weinig te verliezen.

Zijn er oplossingen voor Gaza?

Behalve het doorbreken van de internationale onverschilligheid en het verlenen van humanitaire hulp als verlichting van de pijn op de korte termijn, zijn de oplossingen vooral politiek. Zo zou het opheffen van de illegale Israëlische blokkade van Gaza al een enorme stap in de goede richting zijn. Ook is nodig dat de Palestijnse organisaties Fatah en Hamas hun conflicten beëindigen. 

Gaza raakt het hart van de kwestie Israël-Palestina. Als er een oplossing komt voor de Palestijnse vluchtelingen, komt er letterlijk en figuurlijk ruimte voor een beter leven in Gaza. 

Eerder verschenen in de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya december 2019

Click to access Jabalya-nieuwsbrief-44-kleur.pdf

Een jaar na de moord op Khashoggi: ontluisterende straffeloosheid

Op 2 oktober was het precies een jaar geleden dat de journalist Jamal Khashoggi werd vermoord in het Saoedische consulaat in Istanbul. Kennelijk een uitgelezen moment voor de Saoedische kroonprins Mohammed Bin Salman, om in een interview met het Amerikaanse tv-programma 60 minuteste verklaren dat hij de “volledige verantwoordelijkheid” voor Khashoggi’s dood op zich neemt. 

Mohammed Bin Salman tijdens de G20 in Osaka (juni 2019)

Khashoggi was een prominent Saoedische journalist die veel kritiek had op de politiek van Mohammed Bin Salman; MBS in de wandelgangen. De kroonprins is de werkelijke machthebber van het koninkrijk en met name de oorlog die de Saoedi’s voeren in Jemen werd fel door Khashoggi sterk bekritiseerd. Sinds 2017 woonde Khashoggi, die naast Saoedisch ook Amerikaans staatsburger was, in de Verenigde Staten en werkte hij onder andere voor de Washington Post.

MBS waste deze week zijn handen in onschuld. Hij mocht dan verantwoordelijkheid dragen voor de “vreselijke misdaad” omdat de daders Saudische functionarissen waren en het slachtoffer een Saudisch burger, hij zei zelf niets van de moord geweten te hebben, had er niet om gevraagd en had er dus niets mee te maken… 

De verklaring kwam rijkelijk laat, nota bene haast een jaar na de gruwelijke moord in Istanbul en na een lange reeks tegenstrijdige lezingen van de gebeurtenis vanuit Riyad. MBS liep wereldwijd reputatieschade op nadat bekend was geworden hoe Khashoggi aan zijn eind was gekomen en zijn lijk in stukken was gesneden en daarna verdwenen. Het interview met CBS lijkt een wel erg doorzichtige en hypocriete poging om van alle blaam gezuiverd te worden. 

Deze whitewashoperatie van het Saoedische koningshuis in de Amerikaanse media dient om het respect voor het Saoedische koningshuis te herstellen, het Amerikaanse Congres gerust te stellen en het voor tal van Europese landen weer mogelijk te maken “normale” betrekkingen te onderhouden met de Saoedi’s. 

Het meest ontluisterend is dat MBS’ verklaringen in veel Westerse hoofdsteden eigenlijk wel goed uitkomen. Er staat namelijk veel op het spel: de relaties met Saoedi-Arabië zijn belangrijk vanwege onder andere de olie, wapenverkopen en de conflicten met Iran. De Amerikaanse president Trump weigerde vanaf het begin zijn uitstekende relatie met MBS te laten verstieren door de moord op Khashoggi, ondanks dat deze journalist Amerikaans staatsburger was en columnist voor een prominente Amerikaanse krant.  

Trump lapte ook de informatie van de CIA aan zijn laars die liet weten er tamelijk zekervan te zijn dat MBS opdracht gaf tot de moord. De Amerikaanse persvrijheidsorganisatie Committee for he Protection of Journalists (CPJ) deed tot dusver tevergeefs een beroep op de Freedom of Information Act(de Amerikaanse Wet Openbaarheid Bestuur) om informatie over de kwestie-Khashoggi boven water te krijgen. Met name wordt de vraag gesteldwaarom de CIA, die mogelijk voorkennis had van de moord, Khashoggi niet had gewaarschuwd. De CIA heeft een duty to warn-verplichting als een Amerikaans staatsburger imminent gevaar loopt.

Het gedrag van de Saoedische regeringsleiders na de moord in Istanbul was op z’n minst bizar: er werden tegenstrijdige verklaringen uitgegeven, er werd gedraaid, er werd ontkend en uiteindelijk werden elf verdachten gearresteerd. Maar een jaar later is nog altijd onduidelijk hoe het staat met een eventueel proces. Er zijn sterke geruchten dat sommige van de hoofdverdachten op vrije voeten zijn in Saoedi-Arabië.

Jamal Khashoggi (The Washington Post)

Duitsland, Finland en Denemarken schortten hun wapenverkopen aan Saoedi-Arabië op na de moord op Khashoggi. Maar alom lijkt toch de sfeer te heersen dat de kwestie op den duur wel zal overwaaien. Soms is die wens de vader van de gedachte. Illustratief is de reactie van premier Rutte op het tumult dat ontstond nadat koningin Maxima een ontmoeting had met MBS in de zijlijn van de G20-top in Osaka in juli. Volgens Ruttewas er geen vuiltje aan de lucht en zou hij Maxima “opnieuw adviseren dit gesprek (met MBS) te voeren als zij het zou vragen’’.

Het is deze houding die de Franse juriste en mensenrechtenexpert Agnes Callamard razend maakt. Ze vindt de houding van de wereldgemeenschap wel heel erg laks. Callamard, die de moord namens de Verenigde Naties gedurende zes maanden onderzocht, zegt in een interview in Die Zeit ervan overtuigd te zijn dat het doden van Khashoggi een “staatsmoord” was. “De verantwoordelijkheid voor deze misdaad ligt bij de leiders van Saudi-Arabië.”

Verantwoordelijkheid is een complex begrip. “Ik bedoel niet de verantwoordelijkheid van degene die uiteindelijk de opdracht tot de moord gaf. Het gaat veeleer om degenen aan de top die Khashoggi’s dood goedgekeurd, getolereerd of niet voorkomen hebben – terwijl ze dat wel hadden kunnen doen. Ik zeg niet dat Mohammed bin Salman de leiding had over de moordaanslag. Ik laat zien dat het bewijs sterk suggereert dat hij verantwoordelijk is voor de moord; wellicht omdat hij ertoe aanzette of in ieder geval omdat hij Khashoggi niet beschermde.” 

Over de “verantwoordelijkheid” die MBS nu  zegt te nemen is Callamard niet onder de indruk. Zijn eigen rol blijft immers buiten schot. Als hij serieus is dan zou het proces tegen de elf leden van het doodseskader die in Saoedi-Arabië gevangen worden gehouden in de openbaarheid moeten plaatsvinden. “Hij zou ook alles moeten doen om dergelijke misdaden in de toekomst te voorkomen, gevangen journalisten en mensenrechtenactivisten vrijlaten en op moeten houden dissidenten in het buitenland te intimideren. Zolang hij dat niet doet blijven het lege woorden”. 

Eerder gepubliceerd op Joop.nl op 1 oktober 2019

Veroordeling El Khalidi laat zien dat Marokko lak heeft aan vrije journalistiek

Haar zaak deed veel stof opwaaien. De Speciale VN-Rapporteur voor Vrijheid van Meningsuiting David Kaye en organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en Reporters without Borders kwamen op voor haar recht vrijelijk journalistiek te bedrijven. Haar misdaad? Ze had in december 2018 met haar mobiele telefoon een demonstratie gefilmd in Laayoune, de hoofdstad van de door Marokko bezette Westelijke Sahara.

Op 8 juli werd de 28-jarige Nazha el Khalidi door een Marokkaanse rechtbank in Laayoune veroordeeld tot een boete van 400 euro. Het had veel erger gekund. Ze riskeerde zelfs twee jaar gevangenisstraf omdat ze artikel 381 van het Marokkaanse Wetboek van Strafrecht had overtreden, dat bepaalt dat een beroep alleen kan worden uitgeoefend als “aan wettelijke professionele eisen is voldaan”. Volgens Human Rights Watch wordt deze wet ten onrechte toegepast bij (burger-) journalisten die proberen misstanden aan de kaak te stellen.

Waarschijnlijk heeft de internationale aandacht voor de zaak van Nazha el Khalidi tot gevolg gehad dat haar straf relatief laag uitvalt. Het is duidelijk dat de Marokkaanse autoriteiten van haar geen martelaar voor het vrije woord willen maken. Voorkomen moet immers worden dat de schijnwerpers worden gericht op de situatie in de vroegere Spaanse kolonie die, sinds het einde van de jaren zeventig, voor een groot deel in handen is van Marokko.

De wereldgemeenschap, inclusief Nederland, heeft de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara nooit erkend. Volgens de Verenigde Naties zouden de oorspronkelijke Saharaanse bewoners van het gebied, waarvan er 175.000 in vluchtelingenkampen in Algerije wonen, zich in een referendum moeten uitspreken over aansluiting bij Marokko, autonomie of onafhankelijkheid.  Dit recht op zelfbeschikking hebben de Saharanen tot dusver nooit kunnen uitoefenen.

In een in juni uitgekomen rapport van Reporters without Borders (RSF) wordt het gebied een “woestijn voor journalisten” genoemd. Niet omdat er nooit iets zou gebeuren, maar omdat uit de Westelijke Sahara pottenkijkers systematisch worden geweerd. Het gebied is een ware no-go zone voor journalisten, correspondenten en kritische buitenlandse waarnemers.

Zo werden op 19 mei vijf Spaanse en twee Noorse juristen, die het proces in Laayoune tegen Nazha el Khalidi wilden bijwonen, het land uitgezet. Op 23 juni herhaalde dit scenario zich met drie Spaanse advocaten, die ervan werden beschuldigd “vijandige bedoelingen ten opzichte van Marokko” te hebben.

Volgens RSF is de Westelijke Sahara is een soort zwart gat, een news black hole, waar alleen journalisten van Marokkaanse media die het regeringsverhaal reproduceren, zo nu en dan welkom zijn. “Marokko voert een politiek waarbij systematisch buitenlandse journalisten uit de Westelijke Sahara worden geweerd. Lokale burgerjournalisten, die een niet-officiële versie van het nieuws naar buiten proberen te brengen, onder andere via sociale media, worden zwaar vervolgd en gestraft.

Volgens het RSF-rapport hebben lokale Saharaanse journalisten te maken met “martelingen, arrestaties, fysieke mishandeling, intimidatie, pesten, smaad, technologische sabotage en langdurige gevangenisstraffen”. Drie Saharaanse journalisten/activisten zitten op dit moment straffen uit van respectievelijk 6, 20 en 25 jaar in Marokkaanse gevangenissen.

De tweeledige blokkade -geen buitenlandse media en geen lokale stemmen toelaten- heeft ervoor gezorgd dat er nauwelijks nieuws naar buiten komt.

Het moedige werk van Nazha el Khalidi en van haar collega’s bij het Saharaanse mediacollectief Equipe Média is daarom des te opmerkelijker. Uitdrukkelijk doel van de jonge media-activisten, is de informatieblokkade te doorbreken met teksten, foto’s, video’s en uitingen op sociale media die een alternatief verhaal vertellen. In de Spaanse krant La Vanguardia zegt Nazha el Khalidi ondanks de veroordeling en ondanks alle risico’s door te willen gaan met haar journalistieke werk.

Marokko scoort dit jaar met een 135e plaats (van 180 landen) laag op de World Press Freedom Index van Reporters without Borders. Niet alleen verslag doen van de situatie in de Westelijke Sahara, van de demonstraties in de noordelijke Rif-regio of berichten over het koningshuis wordt beantwoord met criminalisering en repressie. Ook van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek zijn de Marokkaanse autoriteiten niet gediend.

Het Committee to Protect Journalists (CPJ) publiceerde op 1 juli een rapport over het klimaat “van voortdurende surveillance, intimidatie en plagerijen” waar Marokkaanse onderzoeksjournalisten mee te maken hebben. De autoriteiten installeren geavanceerde spyware op de laptops of mobiele telefoons van kritische journalisten en correspondenten.

De Marokkaanse journalist Ali Lmarabet reist veel op en neer tussen zijn woonplaats Barcelona en Marokko. Hij schrijft veel over “delicate” onderwerpen, zoals de situatie in de Rif en de Westelijke Sahara. In 2003 werd hij tot 3 jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij de koning zou hebben beledigd. In 2004 kreeg hij amnestie en werd uit de gevangenis ontslagen, maar kreeg wel een Marokkaans beroepsverbod opgelegd vanwege zijn artikelen over de Westelijke Sahara. Lmarabet vertelt CPJ dat hij voortdurend wordt geconfronteerd met malware op zijn laptop, elke keer als hij in Marokko is geweest.

Een van de meest effectieve middelen die de autoriteiten hebben om de journalistiek te controleren is de (niet-) verstrekking van perskaarten. Zonder persaccreditatie mag je het journalistieke beroep in Marokko niet uitoefenen en kun je als freelancer ook geen artikelen verkopen aan Marokkaanse media. Deze praktijk druist uiteraard in tegen de elementaire rechten van persvrijheid en vrije meningsuiting. Onder andere Nazha el Khalidi werd er het slachtoffer van. Maar ze is niet van plan zich de mond te laten snoeren. 

Dit artikel werd eerder gepubliceerd door VillaMedia op 9 juli 2019

Over de PvdA, antisemitisme en ossenworst etende vegetariërs

De Partij van de Arbeid heeft de antisemitisme-definitie van de International Holocaust Remembrance Association (IHRA) omarmd. De partij lijkt gezwicht voor druk van de Israël-lobby.

Stemming tijdens een PvdA-congres. Of de draai van de PvdA met betrekking tot de IHRA-definitie op steun van de leden kan rekenen, mag worden betwijfeld. Rozenetwerk PvdA 

Met haar plotse besluit heeft de PvdA namelijk een ommezwaai gemaakt van 180 graden. In november vorig jaar stemde de Tweede Kamerfractie nog tegen een SGP-motie waarin de regering werd opgeroepen steun te verlenen aan het hanteren van de IHRA-werkdefinitie. PvdA-Kamerleden lieten zich destijds juist kritisch uit over de definitie en uitten de vrees dat deze de vrijheid van meningsuiting zou inperken.

Die vrees is nu terzijde geschoven. Volgens de PvdA is ‘er meer nodig’ vanwege de toename van het antisemitisme. En dat ‘meer’ bestaat uit het ‘onderschrijven van de IHRA-definitie als onderdeel van een effectieve aanpak van hedendaags antisemitisme’.

Broodje ossenworst

Voor de PvdA is de werkdefinitie een hulpmiddel dat ‘in geen geval gezien kan worden als een politiek instrument om de vrijheid van meningsuiting in te perken’. In de verklaring wordt er op gewezen dat het voor de PvdA vanzelf spreekt ‘dat iedereen vrij is en blijft om kritiek te uiten op de politiek van elke staat. Ook op de politiek van de staat Israël’.

The Rights Forum heeft een en andermaal betoogd dat die ‘werkdefinitie’ uitblinkt door vaag taalgebruik, niet deugt en dat het wel degelijk een politiek instrument is om kritiek op Israëls Palestinapolitiek als ‘antisemitisch’ de kop in te kunnen drukken. Met de definitie is niet zozeer de bescherming van joden, maar bovenal die van Israëls politiek van bezetting, kolonisering en overheersing gediend. Aan de definitie hangen voorbeelden van wat wordt genoemd ‘hedendaags antisemitisme’. Een aantal daarvan heeft duidelijk betrekking op een kritische bejegening van de staat Israël.

Zeggen dat je de IHRA-definitie onderschrijft en tegelijkertijd opkomt voor de vrijheid om de Israëlische politiek te bekritiseren, lijkt verdacht veel op een vegetariër die zegt geen probleem te hebben met het consumeren van een dagelijks broodje ossenworst.

‘Indringende gesprekken’

In de PvdA-verklaring wordt onthuld dat de onderschrijving van de IHRA-definitie volgt op een periode waarin de PvdA ‘indringende gesprekken heeft gevoerd met joodse Nederlanders’. Dat roept vragen op. Welke ‘joodse Nederlanders’? Wie praatte met wie? Wanneer? Waarom waren organisaties als Een Ander Joods Geluid en The Rights Forum, waar ook ‘joodse Nederlanders’ intensief bij betrokken zijn, niet uitgenodigd voor deelname aan die gesprekken?

Het is niet vergezocht te vermoeden dat deze niet nader genoemde ‘joodse Nederlanders’ vertegenwoordigers van het CIDI en andere pro-Israël lobbygroepen waren. Deze organisaties hebben de afgelopen jaren een niet-aflatende lobby gevoerd voor de invoering van de IHRA-definitie. Was dat werkelijk om het antisemitisme beter te kunnen bestrijden? Was dat om de ‘alle joden aan het gas’-spreekkoren bij voetbalwedstrijden tegen te gaan? Was dat om de vrijheid af te dwingen om met een keppeltje over straat te gaan?

Nee.

Dat was om critici van de bezetting te kunnen diffameren en uiteindelijk mogelijk ook te criminaliseren. Om aanhangers van economische sancties tegen Israël en boycot van producten uit de nederzettingen weg te zetten als Israël-haters en vervolgens als Jodenhaters en antisemieten.

GroenLinks op het hakblok

Dit is niet overdreven, zo blijkt bijvoorbeeld uit de lawine van verbale stront die GroenLinks Europarlementariër Judith Sargentini het afgelopen weekend over zich heen kreeg toen zij tweette dat het GroenLinks-congres een resolutie had aangenomen die stelde ‘dat BDS een geoorloofd middel is om de Palestijnen te helpen in hun strijd voor rechtvaardigheid’.

De lobbyisten van CIDI c.s. beperkten zich tot kwalificaties als ‘verbijsterend’ en ‘schandalig’ en maakten, aan duidelijkheid overigens niets te wensen overlatende, associaties van BDS met terrorisme en antisemitisme. De schare, vaak uiterst rechtse, volgers van deze pro-Israël lobbyisten deden er online in hun scheldpartijen en haatorgiën nog een aantal schepjes bovenop en schrokken er niet voor terug mevrouw Sargentini en GroenLinks zonder meer als antisemitisch te bestempelen.

Inhoudelijk debat onmogelijk

The Rights Forum is de afgelopen tijd overigens gewend geraakt aan de dagelijkse beschuldigingen van antisemitisme.

Wij maken ons, met de PvdA, zorgen over racisme en discriminatie en antisemitisme. Ook wij vinden dat joodse mensen vrij en veilig in ons land moeten kunnen leven.

Tegelijkertijd maken we ons ook zorgen over de toon van het politieke debat. De kwestie-Israël/Palestina is, om een scala aan redenen, een ‘open zenuw’ in de Nederlandse politiek, maatschappij en media. We snappen de gevoeligheden maar al te goed. Tegelijkertijd haten we de polarisatie die een inhoudelijk gesprek onmogelijk lijkt te maken.

Hulpmiddel voor haatzaaiers

Eerlijk gezegd zijn er aan onze kant ook gevoeligheden. De beschuldigingen van antisemitisme raken ons diep.  We zien antisemitisme als iets verderfelijk. Tegen discriminatie en racistische behandeling van joden op basis van hun etniciteit of religie moet inderdaad worden opgetreden.

Maar als we protest laten horen tegen discriminatie en racistische behandeling van Palestijnen in Israël, tegen de schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten door Israël, dan moeten we dat in Nederland in volle vrijheid kunnen doen. De IHRA-definitie als hulpmiddel helpt ons echter van de wal in de sloot. Het is, ironisch genoeg, in veel gevallen vooral een hulpmiddel voor haatzaaiers, verspreiders van vals nieuws en pro-Israël lobbygroepen.

The Rights Forum 18 februari 2019 / Joop.nl 19 februari 2019

=