De Panama papers, Khadija en persvrijheid

Fantastisch! De UNESCO/Guillermo Cano Persvrijheidsprijs 2016 is toegekend aan de Azerbeidjaanse onderzoeksjournalist Khadija Ismaiylova. Ze zal de prijs –een geldbedrag van $25.000- niet zelf in ontvangst kunnen nemen op persvrijheidsdag 3 mei, want ze zit in de gevangenis. Khadija is tot zevenenhalf jaar veroordeeld wegens “zwendel, belastingfraude en machtsmisbruik”.

4200

De UNESCO-prijs, de belangrijkste internationale onderscheiding op het gebied van persvrijheid en genoemd naar de in 1986 vermoorde Colombiaanse journalist Guillermo Cano, is dik verdiend. Niet alleen voor Khadija maar het is ook een opsteker voor alle dappere onderzoeksjournalisten in ’moeilijke landen’.

Ik was diep onder de indruk van Khadija toen ik haar meemaakte tijdens de internationale persvrijheidsdag in Parijs, 3 mei 2013. Ze stelde lastige vragen. Brutaal. Humoristisch. Nam geen blad voor de mond en bleek niet bereid compromissen te sluiten als het om het zoeken naar waarheid gaat.

Recentelijk werden, via de Panama Papers, details bekend gemaakt over de corrupte praktijken van Azerbeidjaans’ president Ilham Aliyev en zijn familie. Aliyev’s twee dochters blijken 56% van de aandelen te bezitten van een consortium van goudmijnen in het land. Het consortium mag 70% van de winst houden, 30% is voor de staatskas. Fijne regeling…

Ook andere leden van Aliyev’s familie en entourage blijken betrokken te zijn bij schimmige zakendeals. De presidentiele offshore family heeft grote delen van Azerbeidjaans’ mijnbouw, banken, toerisme, media en hoogwaardig vastgoed in handen.

De Panama Papers bevestigden eerdere publicaties van onder andere het OCCRP en de organisator van het Panama-consortium, het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). Sterreporter bij al dat graaf- en speurwerk in Azerbeidzjan de afgelopen jaren was freelance journalist Khadija Ismayilova.

Een van de interessantste aspecten bij de reuze scoop van de Panama papers is de deelname aan het consortium van veel media organisaties uit dictatoriale of autoritaire landen in het Midden-Oosten, Oost-Europa, Centraal-Azië en Afrika. Onderzoeksjournalistiek in die landen brengt enorme risico’s met zich mee maar het gebeurt en wordt steeds professioneler. Publicatiemogelijkheden op online platforms, grotere kennis van datajournalistiek en nieuwe onderzoekstechnieken en vooral ook het regionaal en internationaal netwerken van onderzoeksjournalisten, heeft aan de hausse bijgedragen.

Die betere en agressievere (onderzoeks-)journalistiek is, denk ik, een zegen voor meer persvrijheid in de wereld. Je kunt Khadija en haar collega’s in de gevangenis zetten maar –zo blijkt- steeds moeilijker de mond snoeren.

Eerder gepubliceerd in Villamedia mei 2016

Een ongemakkelijke waarheid

Turkije staat de afgelopen maanden hoog op de politieke agenda. Het land speelt een sleutelrol in verschillende koppijndossiers van de Europese Unie. Maar Turkije is meer dan een belangrijk schaakstuk in de vluchtelingencrisis en het Syrische conflict.

Het staat op vele manieren dichtbij ons. Als fantastisch vakantieland, als land van afkomst van veel van onze landgenoten, als belangrijke handelspartner en als mogelijk EU-lidstaat.

Alle reden om een goede band met Turkije en vooral met haar inwoners te koesteren.

En bij een goede band hoor je elkaar ook de waarheid te kunnen zeggen, ook al is die soms ongemakkelijk. De waarheid is dat Turkije langzaam dreigt toe te groeien naar een politiestaat, waarin journalisten, advocaten, minderheden en tegenstanders van het regime de eerste slachtoffers zijn.

zaman_261_366_c1

De rol van de pers is belangrijker dan het lot van een individuele verslaggever, die monddood wordt gemaakt vanwege kritiek op het regime. Met deze verslaggever dooft het licht op cruciale beslissingen van het Turkse regime voor de gehele Turkse natie. En helaas gaat het daarbij niet langer om een enkele kritische journalist, die door het Turkse regime steevast voor terrorist wordt uitgemaakt.

Met het insnoeren van de persvrijheid wordt niet alleen het Turkse publiek het recht op betrouwbare informatie ontzegd. Voor de internationale publieke opinie is vrije nieuwsgaring in Turkije door Turkse en internationale journalisten van cruciaal belang.

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn basale, universele mensenrechten. Zonder deze rechten zijn andere mensenrechten – zoals het recht op leven – niet controleerbaar.

Journalisten die kritisch en onafhankelijk zijn en niet blindelings de regering steunen, worden bestempeld als landverrader, spion, crimineel of terrorist. Het monddood maken van journalisten en het niet toelaten van pluralisme en diversiteit in de media, is in strijd met alles waar Europa voor zegt te staan: mensenrechten, vrijheid en democratische waarden.

Rechtszaken tegen journalisten zijn aan de orde van de dag, waarbij levenslang een bijna gangbare eis is. Zeker 30 journalisten zitten achter de tralies, er zijn geregeld invallen bij redacties, Twitter en YouTube worden regelmatig op zwart gezet en er zijn regelmatige meldingen van geweld tegen (foto)journalisten. Ook buitenlandse journalisten blijven niet buiten schot. Nog geen 6 maanden geleden moest de Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink gedwongen het land verlaten na kritische berichtgeving. Deze maand moest ook een Noorse journaliste vertrekken.

De provocatie van afgelopen vrijdag, waarbij Zaman, de grootste oppositiekrant van Turkije onder dreiging van geweld bruutweg door het regime is overgenomen, is een nieuw dieptepunt. Met deze inval zijn de 1000 medewerkers van het krantenconcern in één klap monddood gemaakt. En met hen de miljoenen lezers, die in deze krant een kritische volger van het regime vonden.

Een dag na de machtsovername was er niets meer van over. De hoofdredacteur afgezet, de redactie gedwongen alle kritische stukken over het regime uit de krant te houden.

Je vraagt je af wat de volgende stap zal zijn?

Hoe lang kunnen Europa en Nederland dit Turkije als een serieuze gesprekspartner blijven behandelen, waarbij het onderwerp persvrijheid in een bijzin wordt afgedaan?

Persvrijheid moet bespreekbaar worden gemaakt in het overleg met Turkije. Dat doet niet alleen recht aan de erbarmelijke situatie voor journalisten in het land, het is de enige manier om weer te kunnen praten met Turkije als een democratische staat.

Anders is Europa met Timmermans voorop vooral bezig om zich dieper in een moeras te laten trekken, waarin fundamentele mensenrechten worden uitgeruild tegen korte termijnoplossingen.

Auteurs: Thomas Bruning, algemeen secretaris, Jan Keulen, bestuurslid Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)

  • Deze column verscheen ook in een extra editie van Zaman Vandaag en online bij Zamanvandaag.nl

2015: mes op de keel van onafhankelijke journalistiek

De jaarwisseling is traditioneel aanleiding voor lijstjes. De donkerste dagen van het jaar zijn kennelijk geschikt om de balans op te maken. Van de beste oliebollenbakkers van het AD, de Top 2000 van Radio 2, tot de landen die in de ogen van the Economist er het beste van afbrachten in 2015.

Dat was Myanmar overigens. Vijf jaar geleden mochten media zelfs geen foto van Aung San Suu Kyi publiceren, maar in november 2015 won zij de verkiezingen met 77% van de stemmen. Er is dus licht in de duisternis. Heel soms.

violence-against-journalists

Dat geldt niet voor het geweld tegen journalisten. De Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) en andere persvrijheidsorganisaties publiceerden hun macabere lijstjes van journalisten die in 2015 werden gedood bij de uitoefening van hun beroep. De IFJ telde 109 journalisten die werden vermoord of die omkwamen bij gewelddadige incidenten die ze fotografeerden, filmden of anderszins versloegen. Volgens de IFJ, waar journalistenbonden uit de hele wereld bij zijn aangesloten, waren in 2015 Zuid-Amerika en het Midden-Oosten de gevaarlijkste regio’s met respectievelijk 27 en 25 gedode journalisten.

Andere organisaties publiceerden eveneens hun statistieken, die lichtjes van elkaar verschillen, maar uiteindelijk wel dezelfde trends bevestigen: 2015 was een bloedig jaar voor de journalistiek en met name het jihadistisch geweld van IS en aan al Qaeda verbonden groepen eisten een hoge tol.

Het Committee for the Protection of Journalists telde 69 journalisten en drie andere mediawerkers die vanwege hun beroep waren gedood; 25 gevallen van gedode journalisten waren nog in onderzoek. Reporters Without Borders heeft een ‘barometer’ die eind 2015 op 64 bevestigde gevallen van gedode journalisten stond, zes andere mediawerkers (bijvoorbeeld tolken, chauffeurs, fixers) en 18 bloggers en burgerjournalisten werden eveneens vermoord. De Death Watch van International Press Institute telde 98 bevestigde gevallen van moord, waarvan 39 journalisten die door extremistische moslimgroepen waren gedood.

De verschillen in de cijfers worden verklaard doordat de organisaties niet exact dezelfde criteria hebben, niet overal ter wereld even actief en aanwezig zijn (met uitzondering van de IFJ) en journalisten pas toegevoegd worden aan de treurige statistieken als onomstotelijk is vastgesteld dat ze inderdaad bij de uitoefening van hun beroep zijn overleden.

De bij de jaarwisseling gepubliceerde lijstjes zijn nog niet definitief. Volgens IPI is er gerede kans dat het dieptepunt van 2012, toen 133 journalisten vanwege hun werk werden gedood, ook in 2015 wordt gehaald of dat de eindbalans zelfs nog dramatischer wordt.

Het spreekt haast vanzelf dat de IFJ en andere organisaties eind december een beroep deden op regeringen overal ter wereld en op de VN om een einde te maken aan de straffeloosheid. De meeste moorden van journalisten in bijvoorbeeld de Filipijnen en Latijns-Amerika blijven onbestraft. Ook klonk de roep om nationale en internationale wet- en regelgeving toe te passen, die journalisten bescherming moeten bieden. Journalisten zijn burgers die gewoon hun werk doen en ze zijn wel een heel gemakkelijke prooi voor malafide lokale autoriteiten, drugsbaronnen en milities die meestal nog vrijuit gaan ook.

Wat ik de meest beangstigende ontwikkeling vind is de toename van gerichte aanvallen op (burger-) journalisten door organisaties die met al Qaeda verbonden zijn en door de Islamitische Staat-groep. Regimes die weinig op hebben met persvrijheid zijn niets nieuws. Lakse, corrupte bestuurders of criminelen die de pest hebben aan openbaarheid zijn sinds jaar en dag de vijanden van het vrije woord. Maar een jihad tegen de medewerkers van Charlie Hebdo of het gericht vermoorden van Syrische of Iraakse journalisten en media-activisten die de misdaden van IS aan de kaak stellen: dat is relatief nieuw, althans in de omvang van 2015.

Deze jihad belichaamt niet alleen een kolossaal, fysiek gevaar voor kritische journalisten, maar belemmert ook de vrije nieuwsgaring in grote delen van het Midden-Oosten. En dat heeft weer tot gevolg dat de publieke opinie, zowel de lokale en de internationale, minder goed geïnformeerd is.

Onafhankelijke journalistiek die simpelweg wil vertellen wat er gebeurt en waarom, wordt –vergeef mij de morbide metafoor- het mes op de keel gezet. Er is sprake van een fanatieke, ideologische stroming die trots is op het vermoorden van kritische geesten, die vijandig staat ten opzichte van journalistiek, absoluut in zijn eigen propaganda gelooft en op geen enkele manier andersdenkenden duldt.

In de confrontatie met deze stroming staan (burger-) journalisten in de voorste linies. Misschien nog wel meer dan de bommenwerpers van de coalitie. Want uiteindelijk is informatie essentieel en is het vooral een ideeën strijd die gewonnen moet worden.

IFJ CALLS FOR INTERNATIONAL PROTECTION FOR JOURNALISTS AFTER 109 KILLINGS IN 2015

05 January 2016

2015 has been another deadly year for journalists, with at least 109 journalists and media staff killed in targeted killings, bomb attacks and cross-fire incidents, according to the International Federation of Journalists (IFJ).

The IFJ 2015 List names the 109 journalists and media staff killed across 30 countries, together with 3 who died of accidental deaths. It marks a small drop from last year when 118 killings and 17 accidents were recorded.

This year, the killing of journalists in the Americas topped the toll, at 27 dead. For the second year in a row, the Middle East comes second, with 25 deaths. Asia Pacific comes third, with 21– a drop on last year due to the big fall in violence in Pakistan. Africa is in fourth place with 19 dead, followed by Europe with 16.

2015 was marked, in particular, by an increase in targeted terrorist attacks against journalists. French journalists paid a disproportionately high price when terrorists gunned down media workers at the French satirical magazineCharlie Hebdo in Paris. In the United States, the killing by a disgruntled ex-employee of two former colleagues at US TV WDBJ in Virginia took place in front of a global TV audience during a live transmission.

“I reiterate once again my call to UN Secretary General Ban Ki-moon and the heads of UN agencies to enforce international laws protecting journalists. The attacks in Paris shocked the world and put on the world stage the tragedy of the drip-drip slaughter of journalists worldwide, which are today the only professional group that pays so dearly for just doing the job,” said Jim Boumelha, IFJ President. “Sadly, there were scores of unreported killings and unless the journalist is a well-known by-lined correspondent the world barely notices. Journalism is put daily to the sword in many regions of the world, where extremists, drug lords and reckless warring factions continue murdering journalists with impunity.”

In the Middle East, the IFJ has recorded an escalation of violence targeting media professionals by extremists in Iraq and Yemen, where there was a spike in killings and kidnappings, mainly of local journalists covering their cities, communities and countries.

In Latin America, the killings are mostly at the hands of drug lords who operate across borders, particularly in Mexico, putting journalists who investigate drug trafficking in the region at greater risk.

In the Asia Pacific, the IFJ has witnessed a spiraling climate of hostility toward media workers in the Philippines that has seen 7 journalists killed across the country and makes Philippines the deadliest place in the region. The Federation is particularly concerned over the state of impunity that surrounds killings of media workers in the country.

The Federation, which will publish its 25th full report on journalists and media staff killed in January 2016, says the momentum in recent years to promote greater media protection must lead to genuine steps to curb violence on media professionals. The Federation is urging the UN to take concrete measures and a strong stand against impunity for crimes targeting journalists.

The Federation has also been one of the main initiators of the Council of Europe’s Online Platform for the promotion of journalism and the safety of journalists, which has now become one of the most trusted observatories to record violations of journalists’ rights across Europe, with a view to promoting their safety.

“The IFJ reports over the last 25 years have clearly shown that journalists and media staff have become easy targets because there is very little respect for national and international laws that are supposed to protect them,” added Anthony Bellanger, IFJ General Secretary. “The current levels of violence against media workers have served as a wake-up call. They have opened a small window of opportunity to take drastic action to enforce these legal provisions, which should not be missed.”

The statistics on journalists and media staff killed in 2015 are as follows

As of 31 December 2015, the IFJ has recorded the following cases of killings:

– Targeted, bomb attacks and cross-fire killings: 109

– Accidents and Natural Disasters Related Deaths : 3

– Total Number of Deaths: 112

Among countries with the highest numbers of media killings are:

France: 11

Iraq: 10

Yemen: 10

Mexico: 8

India: 7

Philippines: 7

Honduras: 6

South Soudan: 6

Syria: 5

 

 

 

 

 

 

 

 

Interactief platform brengt persvrijheid in kaart

Ook Nederland is niet immuun. Volgens de website http://www.mappingmediafreedom.org vonden er in Nederland de afgelopen maanden zeven incidenten plaats die de vrije nieuwsgaring in gevaar brachten.

get-involved-img

Een recent voorval dat werd geregistreerd door het crowdsourcing-project Mapping Media Freedom vond plaats begin oktober in Amsterdam. Journaliste Anneke Verbraeken werd samen met enkele buitenlandse collega’s het werken onmogelijk gemaakt bij het verslag doen van een kleine demonstratie tegen de president van Rwanda. Deze werd gehouden buiten bij de RAI, waar binnen de nationale feestdag van Rwanda werd gevierd in aanwezigheid van president Kagame. De mannen die Verbraeken en andere journalisten het werken onmogelijk maakten en Verbraeken’s mobiel afpakten, horen waarschijnlijk tot de Rwandese veiligheidsdienst. Als die veiligheidsdienst in het buitenland zo op durft te treden hoef je je weinig illusies te maken hoe het in Rwanda is gesteld met de persvrijheid. Overigens werd bij diezelfde gelegenheid in Amsterdam ook de Rwandese journalist Serge Ndayizeye aangevallen. Door dezelfde heren. Zijn mobiel en andere apparatuur werd afgepakt. De officiële Rwandese propaganda-media berichtten dat Ndayizeye aangevallen was door de Nederlandse politie. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten…

Mapping Mediafreedom in Europe geeft een accuraat, betrouwbaar en actueel overzicht van schendingen van persvrijheid. Mooi dat het er is, maar ook onthullend dat het zo schrikbarend gesteld is met journalisten die lastig worden gevallen, met censuur en intimidatie van media, met name in Hongarije, Italië en de Balkanlanden. In Turkije werden de meeste incidenten geconstateerd en geverifieerd (75).

Veel informatie is afkomstig van journalistenbonden en persvrijheid organisaties, maar iedereen kan in principe bijdragen aan de databank. De Europese Federatie van Journalisten (EFJ), de koepelorganisatie waarvan ook de NVJ lid is, is een van de initiatiefnemers van dit interactieve project. Een mooi initiatief, want betrouwbare informatie is een eerste voorwaarde om effectief voor persvrijheid op te komen en slachtoffers van schendingen bij te staan. Sinds begin 2014 werden meer dan duizend incidenten gemeld: waaronder arrestatie van journalisten en geweld tegen mediawerkers. De werkelijke cijfers liggen hoger omdat niet alle gevallen werden geregistreerd en Rusland, Wit-Rusland en de Ukraine pas sinds september 2015 worden gevolgd.

Zie ook: https://www.nvj.nl/over-nvj/column/mapping-media-freedom

Azeri President should release seven jailed journalists

In a letter sent today, the International Federation of Journalists (IFJ) and the European Federation of Journalists (EFJ) call on Azerbaijan President, Ilham Aliyev, to release all seven journalists who are currently behind bars.

Download the full letter.

In recent years Azerbaijan has developed a reputation as one of the world’s worst jailers of journalists. In the past 12 months numerous journalists and human rights activists have fallen victim of what appears to be a deliberate campaign to silence critical voices in the build up to the first ever European Olympics to take place in Azerbaijan in June 2015.

The imprisoned journalists include:

  1. Nijat Aliyev, arrested 20 May 2012
  2. Araz Guliyev, arrested 8 September 2012
  3. Parviz Hashimli, arrested 17 September 2013
  4. Seymur Hazi, arrested 29 August 2014
  5. Khadija Ismayilova, arrested 5 December 2014
  6. Hilal Mamedov, arrested 21 June 2012
  7. Rauf Mirkadyrov, arrested 19 April 2014

Full details of the charges against them can be found on the Council of Europe’s Platform to promote the protection of journalism and safety of journalists developed in co-operation with the IFJ and EFJ.

IFJ president, Jim Boumelha, said:

“We are alarmed at the scale of attacks against press freedom in a country that is a member of the Council of Europe and should abide by its principles on freedom of expression as laid down in article 10 of the European Convention on Human Rights.

“Our colleagues should be released immediately without condition.”

Most prominent among these is the case of Khadija Ismayilova who was arrested in December 2014 initially on spurious charges of incitement to suicide and since replaced with charges of libel and tax evasion for which she risks up to 7 years imprisonment.

Mogens Blicher Bjerregård, EFJ president said:

“Given Azerbaijan’s record on press freedom, we fear that journalists travelling to report the European Olympics will face restriction and censorship. While we warn foreign journalists to take extra precaution during the coverage of the Olympics, we urge the government to ensure that both national and foreign journalists can exercise their rights to freedom of expression and conduct any journalistic activities freely and independently.”

In February it was revealed that Emin Huseynov, Director of Institute for Reporters’ Freedom and Safety (IRFS) has been holding up in the Swiss embassy since August 2014 fearing arrest following a raid on the IRFS offices. Huseynov was recently awarded €15.000 compensation by the European Court of Human Rights for abuse in police custody that he suffered in 2008.

In addition to jailing journalists on trumped up charges the government has successfully squeezed what remains of ‘independent’ press through a range of mechanisms, including excessive financial penalties imposed on media, government control over the advertising market and restrictions of the national distribution and printing systems. Newspapers Zerkalo and Azadliq are on the point of closure, while Radio Free Europe / Radio Liberty has been closed since December.

Last month the Azeri media reported that the government was issuing warnings to journalists applying for visas to attend the European Olympics. While acknowledging the right to engage in journalistic activities the rules threaten “any media person found spreading distorted information on Azerbaijan, thus unfairly representing the country’s interests will face the full force of the law.”

The IFJ/ EFJ warned that the “continued incarceration does great damage not only to the country’s reputation, but also to its aspirations of becoming a modern, stable democracy with international standards of human rights and respect for freedom of expression.”

The IFJ/EFJ have launched a joint campaign: Hands off press freedom in Azerbaijan.

See also the campaign for jailed Azeri journalist Khadija Ismailova:http://occrp.org/free-khadija-ismayilova/Donnelly_small

Moroccan authorities persecute journalist Ali Lmrabet

Reporters Without Borders is appalled by the way the Moroccan authorities continue to persecute Ali Lmrabet, a satirical newspaper editor who wants to resume publishing newspapers in Morocco now that his ten-year ban on working as journalist has expired.

Ali Lmrabet, who has dual French and Moroccan nationality, is being denied the residence certificate he needs to get a new national ID card and to renew his passport, which expires on 24 June. Without these documents, he cannot move ahead with his declared intention to relaunch his newspapers.

A Reporters Without Borders “Information Hero” and winner of the Reporters Without Borders – Fondation de France Prize in 2003, Lmrabet used to edit Demain and Demain Magazine, publications that were banned in 2003.

Officially, he has been able to resume working as a journalist in Morocco since 11 April. He wasbanned from working for ten years after being convicted of libel.

But the authorities in the northern city of Tétouan have been refusing to give him a residence certificate since 20 April. In a statement issued on 5 May, quoting the interior minister, the Tétouan local administration said it had been established that Lmrabet does not live at the Tétouan address he gave, which is his father’s home.

The Tétouan 2nd district police station had nonetheless issued the certificate to Lmrabet on 22 April, only to demand it back the next day.

According to the information obtained by Reporters Without Borders, Lmrabet possesses all the documentation he needs to get a residence certificate. His address is indeed his father’s and it is the one that appears in his passport.

We are perplexed by the series of bureaucratic obstacles that are being imposed on Ali Lmrabet,” Reporters Without Borders deputy programme director Virginie Dangles said.

It is not clear why the Moroccan authorities are refusing to issue him this certificate. We urge them to provide him with the requested certificate so that he can renew his documents.”

Journalism blocked

The Moroccan Association for Human Rights (AMDH) – which is backing him and whose president testified on his behalf – has asked the Moroccan government to intercede at the national and local level but has not received an answer.

Lmrabet is convinced that the authorities are refusing him a residence certificate in order to prevent him from publishing again.

“I am going to become Morocco’s first undocumented Moroccan,” he told Reporters Without Borders. “I would like to think that, although this government does not like me, it cannot prevent me from having identity papers.”

His lawyer, Lahbib Mohamed Hajji, confirmed that Lmrabet’s papers had the same address as his fathers. Denying him a residence certificate is a violation of his right as a citizen, Hajji said.

Reporters Without Borders has repeatedly phoned and emailed the communication ministry in an attempt to get its version, but the ministry has not as yet responded.

Morocco is ranked 130th out of 180 countries in the 2015 Reporters Without Borders press freedom index.

See also: http://www.demainonline.com