Ja, het was leuk in Spanje. De zon scheen overdag meestal. Het was niet zo miezerig als hier in Nederland. Ik heb ook veel naar de radio geluisterd. Een van die Spaanse radiostations, Radio Tres, heeft als slogan Eres lo que escuchas; Je bent wat je luistert. Je hoort deze stationcall elk uur op het hele uur. Je bent wat je luistert…, dat doet denken aan ‘je bent wat je eet’ of ‘je bent wat je lief is’.
Radio Tres is kennelijk een radiostation waarmee je je identificeert.
Radio Tres is een station met betere popmuziek, veel flamenco, jazz, wereldmuziek en praatprogramma’s over diepe onderwerpen. Niet iedereen luistert naar Radio Tres. Als je er wél naar luistert zegt dat iets over jou, over jouw interesses en de muziek en sfeer waar jij je thuis bij voelt.
Jouw favoriete radiostation, tv-programma, podcast, website, krant of andere media-uiting als embleem van je identiteit, van je zelfbeeld: dat is méér dan een slimme marketingtruc. De TROS, nu onderdeel van de fusieomroep AVROTROS, afficheerde zich vroeger als “de grootste familie van Nederland”. Leden vereenzelvigden zich met de TROS omdat die omroep bracht wat de doorsnee mensen -de grootste familie van Nederland- wilden horen en zien.
Omroep Max, voor de oudere luisteraar en kijker, probeert leden te winnen en te binden met de slogan: “MAX bezoekt, MAX viert en MAX strijdt”. Max is niet alleen radio en TV, maar ook een soort actiegroep voor ouderen en ontwikkelingsorganisatie voor nooddruftige bejaarden op de Balkan.
Je hebt, ook in Nederland, media waar mensen zich mee kunnen identificeren. Soms is het wel lastig. Ik vraag me af hoeveel mensen zich nog identificeren met bijvoorbeeld Radio 1 dat -volgens haar slogan- het nieuws van alle kanten brengt. Radio 1 is een van die zenders die tamelijk kleurloos de hele dag een soort geluidsbehang verzorgt met korte nieuwtjes, die ook nog eens telkens worden herhaald.
Maar ik kan mij voorstellen dat sommige landgenoten zich thuis voelen bij NPO Radio 5, compleet met kneuterig bankstel, schemerlampje en vertrouwde jaren zestig muziek.
Waar we ons waarschijnlijk nog het meeste in herkennen zijn onze eigen media. Ik doel nu op sociale media. Zo hoor ik op Spotify echt vooral de muziek die ikzelf graag wil horen en zie ik op Instagram de foto’s van mijzelf en mijn vrienden, zoals ikzelf en zij graag gezien willen worden. Mijn tijdslijn op Facebook is ook echt helemaal van mij. En op Netflix stel ik zelf mijn favoriete tv-avondje samen. Dat is geen identificatie meer, dat is een echoput.
Je bent wat je luistert, je bent waar je naar kijkt en je smartphone is soms een deel van jezelf geworden. Griezelig eigenlijk. Misschien is het tijd voor een wandeling door het park. Zonder oordopjes, zonder smartphone, met alles uit, alleen met jezelf, heerlijk dromend over de zon in Spanje en mijmerend over wie je eigenlijk bent of zou kunnen zijn…
De Marokkaanse journalist Taoufik Bouachrine (1969), hoofdredacteur en medeoprichter van de onafhankelijke krant Akhbar al-Youm, is in een nachtmerrie beland. Kringen rond de Marokkaanse koning Mohammed VI en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zijn erin geslaagd deze journalistieke luis in de pels met een jarenlange gevangenisstraf het zwijgen op te leggen.
Taoufic Bouachrine met zijn echtgenote Asmae Mousaoui
Bouachrine botste de afgelopen jaren meermaals met de Marokkaanse justitie vanwege artikelen waarin politieke corruptie werd onderzocht en aan de kaak gesteld. Begin 2018 schreef hij een kritische column over een van de machtigste en rijkste mannen van Marokko: minister van Landbouw Aziz Akhannouch, die eigenaar is van het Akwa-conglomeraat (olie, gas, kunstmest, visserij, luchtvaartmaatschappij Afriquia) en voorzitter van de koningsgezinde regeringspartij RNI.
Bouachrine wees er herhaaldelijk op dat de zakelijke belangen van de puissant rijke Akhannouch – als ontvanger van miljoenensubsidies – en zijn politieke activiteiten tot een ongeoorloofde belangenverstrengeling hebben geleid. Akhannouch sleepte de journalist al in 2015 voor de rechter met de eis hem een beroepsverbod van tien jaar op te leggen. In december 2018 legde de rechter hem een boete op van 130.000 euro wegens belediging van de zakenman-politicus.
Bouachrine zat toen al haast een jaar in de gevangenis wegens ‘verkrachting, aanranding en mensensmokkel’. Hij werd veroordeeld tot twaalf jaar cel tijdens een oneerlijk proces, aldus onder meer de VN-Mensenrechtenraad en Amnesty International. Een aantal Marokkaanse oppositiepolitici en de journalistenvakbond vroegen de koning om clementie voor Bouachrine.
Het mocht allemaal niet baten en in hoger beroep, in oktober 2019, werd zijn gevangenisstraf verlengd tot vijftien jaar. Volgens zijn collega’s en zijn echtgenote Asmae Moussaoui was er sprake van een politiek schijnproces en is de vrijheid van meningsuiting in Marokko in het geding.
Moussaoui wijst er ook op dat haar man kritisch was over de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman. Bouachrine’s vriend en collega, de inmiddels vermoorde journalist Jamal Khashoggi, had hem gewaarschuwd niet naar Saoedi-Arabië te reizen ‘als je niet vermoord wil worden’. In het dossier van de VN-Mensenrechtenraad wordt ook gewag gemaakt van een officiële klacht van Saoedi-Arabië bij Marokko over het journalistieke werk van Bouachrine.
Ondanks de nu haast twee jaar durende gevangenschap van Bouachrine geeft Moussaoui de moed nog niet op. Ze wil binnenkort naar het Europees Parlement om de dramatische situatie van haar man en het gebrek aan persvrijheid in Marokko aan de kaak te stellen.
Dit artikel verscheen in de Groene Amsterdammer van 19 februari 2020
Op 2 oktober was het precies een jaar geleden dat de journalist Jamal Khashoggi werd vermoord in het Saoedische consulaat in Istanbul. Kennelijk een uitgelezen moment voor de Saoedische kroonprins Mohammed Bin Salman, om in een interview met het Amerikaanse tv-programma 60 minutes, te verklaren dat hij de “volledige verantwoordelijkheid” voor Khashoggi’s dood op zich neemt.
Mohammed Bin Salman tijdens de G20 in Osaka (juni 2019)
Khashoggi was een prominent Saoedische journalist die veel kritiek had op de politiek van Mohammed Bin Salman; MBS in de wandelgangen. De kroonprins is de werkelijke machthebber van het koninkrijk en met name de oorlog die de Saoedi’s voeren in Jemen werd fel door Khashoggi sterk bekritiseerd. Sinds 2017 woonde Khashoggi, die naast Saoedisch ook Amerikaans staatsburger was, in de Verenigde Staten en werkte hij onder andere voor de Washington Post.
MBS waste deze week zijn handen in onschuld. Hij mocht dan verantwoordelijkheid dragen voor de “vreselijke misdaad” omdat de daders Saudische functionarissen waren en het slachtoffer een Saudisch burger, hij zei zelf niets van de moord geweten te hebben, had er niet om gevraagd en had er dus niets mee te maken…
De verklaring kwam rijkelijk laat, nota bene haast een jaar na de gruwelijke moord in Istanbul en na een lange reeks tegenstrijdige lezingen van de gebeurtenis vanuit Riyad. MBS liep wereldwijd reputatieschade op nadat bekend was geworden hoe Khashoggi aan zijn eind was gekomen en zijn lijk in stukken was gesneden en daarna verdwenen. Het interview met CBS lijkt een wel erg doorzichtige en hypocriete poging om van alle blaam gezuiverd te worden.
Deze whitewashoperatie van het Saoedische koningshuis in de Amerikaanse media dient om het respect voor het Saoedische koningshuis te herstellen, het Amerikaanse Congres gerust te stellen en het voor tal van Europese landen weer mogelijk te maken “normale” betrekkingen te onderhouden met de Saoedi’s.
Het meest ontluisterend is dat MBS’ verklaringen in veel Westerse hoofdsteden eigenlijk wel goed uitkomen. Er staat namelijk veel op het spel: de relaties met Saoedi-Arabië zijn belangrijk vanwege onder andere de olie, wapenverkopen en de conflicten met Iran. De Amerikaanse president Trump weigerde vanaf het begin zijn uitstekende relatie met MBS te laten verstieren door de moord op Khashoggi, ondanks dat deze journalist Amerikaans staatsburger was en columnist voor een prominente Amerikaanse krant.
Trump lapte ook de informatie van de CIA aan zijn laars die liet weten er tamelijk zekervan te zijn dat MBS opdracht gaf tot de moord. De Amerikaanse persvrijheidsorganisatie Committee for he Protection of Journalists (CPJ) deed tot dusver tevergeefs een beroep op de Freedom of Information Act(de Amerikaanse Wet Openbaarheid Bestuur) om informatie over de kwestie-Khashoggi boven water te krijgen. Met name wordt de vraag gesteldwaarom de CIA, die mogelijk voorkennis had van de moord, Khashoggi niet had gewaarschuwd. De CIA heeft een duty to warn-verplichting als een Amerikaans staatsburger imminent gevaar loopt.
Het gedrag van de Saoedische regeringsleiders na de moord in Istanbul was op z’n minst bizar: er werden tegenstrijdige verklaringen uitgegeven, er werd gedraaid, er werd ontkend en uiteindelijk werden elf verdachten gearresteerd. Maar een jaar later is nog altijd onduidelijk hoe het staat met een eventueel proces. Er zijn sterke geruchten dat sommige van de hoofdverdachten op vrije voeten zijn in Saoedi-Arabië.
Jamal Khashoggi (The Washington Post)
Duitsland, Finland en Denemarken schortten hun wapenverkopen aan Saoedi-Arabië op na de moord op Khashoggi. Maar alom lijkt toch de sfeer te heersen dat de kwestie op den duur wel zal overwaaien. Soms is die wens de vader van de gedachte. Illustratief is de reactie van premier Rutte op het tumult dat ontstond nadat koningin Maxima een ontmoeting had met MBS in de zijlijn van de G20-top in Osaka in juli. Volgens Ruttewas er geen vuiltje aan de lucht en zou hij Maxima “opnieuw adviseren dit gesprek (met MBS) te voeren als zij het zou vragen’’.
Het is deze houding die de Franse juriste en mensenrechtenexpert Agnes Callamard razend maakt. Ze vindt de houding van de wereldgemeenschap wel heel erg laks. Callamard, die de moord namens de Verenigde Naties gedurende zes maanden onderzocht, zegt in een interview in Die Zeit ervan overtuigd te zijn dat het doden van Khashoggi een “staatsmoord” was. “De verantwoordelijkheid voor deze misdaad ligt bij de leiders van Saudi-Arabië.”
Verantwoordelijkheid is een complex begrip. “Ik bedoel niet de verantwoordelijkheid van degene die uiteindelijk de opdracht tot de moord gaf. Het gaat veeleer om degenen aan de top die Khashoggi’s dood goedgekeurd, getolereerd of niet voorkomen hebben – terwijl ze dat wel hadden kunnen doen. Ik zeg niet dat Mohammed bin Salman de leiding had over de moordaanslag. Ik laat zien dat het bewijs sterk suggereert dat hij verantwoordelijk is voor de moord; wellicht omdat hij ertoe aanzette of in ieder geval omdat hij Khashoggi niet beschermde.”
Over de “verantwoordelijkheid” die MBS nu zegt te nemen is Callamard niet onder de indruk. Zijn eigen rol blijft immers buiten schot. Als hij serieus is dan zou het proces tegen de elf leden van het doodseskader die in Saoedi-Arabië gevangen worden gehouden in de openbaarheid moeten plaatsvinden. “Hij zou ook alles moeten doen om dergelijke misdaden in de toekomst te voorkomen, gevangen journalisten en mensenrechtenactivisten vrijlaten en op moeten houden dissidenten in het buitenland te intimideren. Zolang hij dat niet doet blijven het lege woorden”.
Haar zaak deed veel stof opwaaien. De Speciale VN-Rapporteur voor Vrijheid van Meningsuiting David Kaye en organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en Reporters without Borders kwamen op voor haar recht vrijelijk journalistiek te bedrijven. Haar misdaad? Ze had in december 2018 met haar mobiele telefoon een demonstratie gefilmd in Laayoune, de hoofdstad van de door Marokko bezette Westelijke Sahara.
Op 8 juli werd de
28-jarige Nazha el Khalidi door een Marokkaanse rechtbank in Laayoune veroordeeld
tot een boete van 400 euro. Het had veel erger gekund. Ze riskeerde zelfs twee
jaar gevangenisstraf omdat ze artikel 381 van het Marokkaanse Wetboek van
Strafrecht had overtreden, dat bepaalt dat een beroep alleen kan worden
uitgeoefend als “aan wettelijke
professionele eisen is voldaan”. Volgens Human
Rights Watch wordt deze wet ten onrechte toegepast bij (burger-)
journalisten die proberen misstanden aan de kaak te stellen.
Waarschijnlijk
heeft de internationale aandacht voor de zaak van Nazha el Khalidi tot gevolg
gehad dat haar straf relatief laag uitvalt. Het is duidelijk dat de Marokkaanse
autoriteiten van haar geen martelaar voor het vrije woord willen maken. Voorkomen
moet immers worden dat de schijnwerpers worden gericht op de situatie in de vroegere
Spaanse kolonie die, sinds het einde van de jaren zeventig, voor een groot deel
in handen is van Marokko.
De
wereldgemeenschap, inclusief Nederland, heeft de Marokkaanse soevereiniteit
over de Westelijke Sahara nooit erkend. Volgens de Verenigde Naties zouden de
oorspronkelijke Saharaanse bewoners van het gebied, waarvan er 175.000 in
vluchtelingenkampen in Algerije wonen, zich in een referendum moeten uitspreken
over aansluiting bij Marokko, autonomie of onafhankelijkheid. Dit recht op zelfbeschikking hebben de
Saharanen tot dusver nooit kunnen uitoefenen.
In een in juni
uitgekomen rapport
van Reporters without Borders (RSF)
wordt het gebied een “woestijn voor
journalisten” genoemd. Niet omdat er
nooit iets zou gebeuren, maar omdat uit de Westelijke Sahara pottenkijkers systematisch
worden geweerd. Het gebied is een ware no-go
zone voor journalisten, correspondenten en kritische buitenlandse
waarnemers.
Zo werden op 19
mei vijf Spaanse en twee Noorse juristen, die het proces in Laayoune tegen
Nazha el Khalidi wilden bijwonen, het land uitgezet. Op 23 juni herhaalde dit
scenario zich met drie Spaanse advocaten, die ervan werden beschuldigd “vijandige bedoelingen ten opzichte van Marokko” te hebben.
Volgens RSF is de
Westelijke Sahara is een soort zwart gat, een news black hole, waar alleen journalisten van Marokkaanse media die
het regeringsverhaal reproduceren, zo nu en dan welkom zijn. “Marokko voert een politiek waarbij systematisch
buitenlandse journalisten uit de Westelijke Sahara worden geweerd. Lokale
burgerjournalisten, die een niet-officiële versie van het nieuws naar buiten proberen te brengen, onder andere via
sociale media, worden zwaar vervolgd en gestraft.
Volgens het
RSF-rapport hebben lokale Saharaanse journalisten te maken met “martelingen, arrestaties, fysieke mishandeling,
intimidatie, pesten, smaad, technologische sabotage en langdurige
gevangenisstraffen”. Drie Saharaanse
journalisten/activisten zitten op dit moment straffen uit van respectievelijk
6, 20 en 25 jaar in Marokkaanse gevangenissen.
De tweeledige
blokkade -geen buitenlandse media en geen lokale stemmen toelaten- heeft ervoor
gezorgd dat er nauwelijks nieuws naar buiten komt.
Het moedige werk
van Nazha el Khalidi en van haar collega’s bij het Saharaanse mediacollectief Equipe Média
is daarom des te opmerkelijker. Uitdrukkelijk doel van de jonge media-activisten,
is de informatieblokkade te doorbreken met teksten, foto’s, video’s en uitingen op sociale media die een alternatief verhaal vertellen. In de
Spaanse krant La
Vanguardia zegt Nazha el Khalidi ondanks de veroordeling en ondanks
alle risico’s door te willen gaan
met haar journalistieke werk.
Marokko scoort dit
jaar met een 135e plaats (van 180 landen) laag op de World Press Freedom Index van
Reporters without Borders. Niet alleen verslag doen van de situatie in de
Westelijke Sahara, van de demonstraties in de noordelijke Rif-regio of
berichten over het koningshuis wordt beantwoord met criminalisering en
repressie. Ook van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek zijn de Marokkaanse
autoriteiten niet gediend.
Het Committee to
Protect Journalists (CPJ) publiceerde op 1 juli een rapport
over het klimaat “van voortdurende
surveillance, intimidatie en plagerijen” waar Marokkaanse onderzoeksjournalisten mee te maken hebben. De
autoriteiten installeren geavanceerde spyware op de laptops of mobiele
telefoons van kritische journalisten en correspondenten.
De Marokkaanse
journalist Ali Lmarabet reist veel op en neer tussen zijn woonplaats Barcelona
en Marokko. Hij schrijft veel over “delicate” onderwerpen, zoals de
situatie in de Rif en de Westelijke Sahara. In 2003 werd hij tot 3 jaar
gevangenisstraf veroordeeld omdat hij de koning zou hebben beledigd. In 2004
kreeg hij amnestie en werd uit de gevangenis ontslagen, maar kreeg wel een
Marokkaans beroepsverbod opgelegd vanwege zijn artikelen over de Westelijke
Sahara. Lmarabet vertelt CPJ dat hij voortdurend wordt geconfronteerd met
malware op zijn laptop, elke keer als hij in Marokko is geweest.
Een van de meest effectieve middelen die de autoriteiten hebben om de journalistiek te controleren is de (niet-) verstrekking van perskaarten. Zonder persaccreditatie mag je het journalistieke beroep in Marokko niet uitoefenen en kun je als freelancer ook geen artikelen verkopen aan Marokkaanse media. Deze praktijk druist uiteraard in tegen de elementaire rechten van persvrijheid en vrije meningsuiting. Onder andere Nazha el Khalidi werd er het slachtoffer van. Maar ze is niet van plan zich de mond te laten snoeren.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd door VillaMedia op 9 juli 2019
Fantastisch! De UNESCO/Guillermo Cano Persvrijheidsprijs 2016 is toegekend aan de Azerbeidjaanse onderzoeksjournalist Khadija Ismaiylova. Ze zal de prijs –een geldbedrag van $25.000- niet zelf in ontvangst kunnen nemen op persvrijheidsdag 3 mei, want ze zit in de gevangenis. Khadija is tot zevenenhalf jaar veroordeeld wegens “zwendel, belastingfraude en machtsmisbruik”.
De UNESCO-prijs, de belangrijkste internationale onderscheiding op het gebied van persvrijheid en genoemd naar de in 1986 vermoorde Colombiaanse journalist Guillermo Cano, is dik verdiend. Niet alleen voor Khadija maar het is ook een opsteker voor alle dappere onderzoeksjournalisten in ’moeilijke landen’.
Ik was diep onder de indruk van Khadija toen ik haar meemaakte tijdens de internationale persvrijheidsdag in Parijs, 3 mei 2013. Ze stelde lastige vragen. Brutaal. Humoristisch. Nam geen blad voor de mond en bleek niet bereid compromissen te sluiten als het om het zoeken naar waarheid gaat.
Recentelijk werden, via de Panama Papers, details bekend gemaakt over de corrupte praktijken van Azerbeidjaans’ president Ilham Aliyev en zijn familie. Aliyev’s twee dochters blijken 56% van de aandelen te bezitten van een consortium van goudmijnen in het land. Het consortium mag 70% van de winst houden, 30% is voor de staatskas. Fijne regeling…
Ook andere leden van Aliyev’s familie en entourage blijken betrokken te zijn bij schimmige zakendeals. De presidentiele offshore family heeft grote delen van Azerbeidjaans’ mijnbouw, banken, toerisme, media en hoogwaardig vastgoed in handen.
De Panama Papers bevestigden eerdere publicaties van onder andere het OCCRP en de organisator van het Panama-consortium, het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). Sterreporter bij al dat graaf- en speurwerk in Azerbeidzjan de afgelopen jaren was freelance journalist Khadija Ismayilova.
Een van de interessantste aspecten bij de reuze scoop van de Panama papers is de deelname aan het consortium van veel media organisaties uit dictatoriale of autoritaire landen in het Midden-Oosten, Oost-Europa, Centraal-Azië en Afrika. Onderzoeksjournalistiek in die landen brengt enorme risico’s met zich mee maar het gebeurt en wordt steeds professioneler. Publicatiemogelijkheden op online platforms, grotere kennis van datajournalistiek en nieuwe onderzoekstechnieken en vooral ook het regionaal en internationaal netwerken van onderzoeksjournalisten, heeft aan de hausse bijgedragen.
Die betere en agressievere (onderzoeks-)journalistiek is, denk ik, een zegen voor meer persvrijheid in de wereld. Je kunt Khadija en haar collega’s in de gevangenis zetten maar –zo blijkt- steeds moeilijker de mond snoeren.
Turkije staat de afgelopen maanden hoog op de politieke agenda. Het land speelt een sleutelrol in verschillende koppijndossiers van de Europese Unie. Maar Turkije is meer dan een belangrijk schaakstuk in de vluchtelingencrisis en het Syrische conflict.
Het staat op vele manieren dichtbij ons. Als fantastisch vakantieland, als land van afkomst van veel van onze landgenoten, als belangrijke handelspartner en als mogelijk EU-lidstaat.
Alle reden om een goede band met Turkije en vooral met haar inwoners te koesteren.
En bij een goede band hoor je elkaar ook de waarheid te kunnen zeggen, ook al is die soms ongemakkelijk. De waarheid is dat Turkije langzaam dreigt toe te groeien naar een politiestaat, waarin journalisten, advocaten, minderheden en tegenstanders van het regime de eerste slachtoffers zijn.
De rol van de pers is belangrijker dan het lot van een individuele verslaggever, die monddood wordt gemaakt vanwege kritiek op het regime. Met deze verslaggever dooft het licht op cruciale beslissingen van het Turkse regime voor de gehele Turkse natie. En helaas gaat het daarbij niet langer om een enkele kritische journalist, die door het Turkse regime steevast voor terrorist wordt uitgemaakt.
Met het insnoeren van de persvrijheid wordt niet alleen het Turkse publiek het recht op betrouwbare informatie ontzegd. Voor de internationale publieke opinie is vrije nieuwsgaring in Turkije door Turkse en internationale journalisten van cruciaal belang.
Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn basale, universele mensenrechten. Zonder deze rechten zijn andere mensenrechten – zoals het recht op leven – niet controleerbaar.
Journalisten die kritisch en onafhankelijk zijn en niet blindelings de regering steunen, worden bestempeld als landverrader, spion, crimineel of terrorist. Het monddood maken van journalisten en het niet toelaten van pluralisme en diversiteit in de media, is in strijd met alles waar Europa voor zegt te staan: mensenrechten, vrijheid en democratische waarden.
Rechtszaken tegen journalisten zijn aan de orde van de dag, waarbij levenslang een bijna gangbare eis is. Zeker 30 journalisten zitten achter de tralies, er zijn geregeld invallen bij redacties, Twitter en YouTube worden regelmatig op zwart gezet en er zijn regelmatige meldingen van geweld tegen (foto)journalisten. Ook buitenlandse journalisten blijven niet buiten schot. Nog geen 6 maanden geleden moest de Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink gedwongen het land verlaten na kritische berichtgeving. Deze maand moest ook een Noorse journaliste vertrekken.
De provocatie van afgelopen vrijdag, waarbij Zaman, de grootste oppositiekrant van Turkije onder dreiging van geweld bruutweg door het regime is overgenomen, is een nieuw dieptepunt. Met deze inval zijn de 1000 medewerkers van het krantenconcern in één klap monddood gemaakt. En met hen de miljoenen lezers, die in deze krant een kritische volger van het regime vonden.
Een dag na de machtsovername was er niets meer van over. De hoofdredacteur afgezet, de redactie gedwongen alle kritische stukken over het regime uit de krant te houden.
Je vraagt je af wat de volgende stap zal zijn?
Hoe lang kunnen Europa en Nederland dit Turkije als een serieuze gesprekspartner blijven behandelen, waarbij het onderwerp persvrijheid in een bijzin wordt afgedaan?
Persvrijheid moet bespreekbaar worden gemaakt in het overleg met Turkije. Dat doet niet alleen recht aan de erbarmelijke situatie voor journalisten in het land, het is de enige manier om weer te kunnen praten met Turkije als een democratische staat.
Anders is Europa met Timmermans voorop vooral bezig om zich dieper in een moeras te laten trekken, waarin fundamentele mensenrechten worden uitgeruild tegen korte termijnoplossingen.
Auteurs: Thomas Bruning, algemeen secretaris, Jan Keulen, bestuurslid Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)
Deze column verscheen ook in een extra editie van Zaman Vandaag en online bij Zamanvandaag.nl
In een achtergrondverhaal probeerde NRC-correspondent Guus Valk onlangs de vraag te beantwoorden hoe het profiel eruit ziet van de Donald Trump-achterban. Trump-aanhangers, zo blijkt, hebben geen hoge pet op van de journalistiek, geloven de gevestigde media voor geen cent en zijn niet afkerig van samenzweringstheorieën.
Valk voert een man op die zegt in Trump geïnteresseerd te zijn geraakt toen deze Obama’s geboorteland ter discussie stelde. Hoewel Obama’s geboortebewijs aangeeft dat hij in de VS is geboren, zou dat volgens de Trump-aanhanger, wel vervalst zijn. Ook is hij – net als Trump – ervan overtuigd dat Obama eigenlijk moslim is. Opperrechter Antonin Scalia, die in februari op 79-jarige leeftijd overleed, was vermoord. ‘Ze vonden een kussen op zijn gezicht, aldus Trump. Dat dit door geen enkele serieuze nieuwsbron wordt gestaafd is niet het probleem van presidentskandidaat Donald J. Trump.
Trump zelf liet meermalen weten niets op te hebben met de journalistiek en het journaille. Sinds hij kritisch werd geïnterviewd door Fox-journaliste Megyn Kelly wordt ook deze conservatieve zender door hem geboycot. Volgens Guus Valk speelt Trump voortdurend met de waarheid omdat we, zoals hij zegt, niet meer weten wat waar is en wat niet. Daarom moet Amerika het zekere voor het onzekere nemen en een muur bouwen om de illegale immigranten buiten te houden en moslims verbieden naar de VS te komen.
Trumps’ houding ten opzichte van de journalistiek lijkt curieus veel op die van een man die hij grenzeloos zegt te bewonderen: president Vladimir Poetin. Poetin’s belangrijkste propaganda orgaan in het Westen is Russia Today. In een interessante analyse van Russia Today’s directeur Pavel Koshkin wordt met zoveel woorden gezegd dat echte objectiviteit niet bestaat en dat bij een geopolitieke confrontatie journalisten natuurlijk existentiële keuzes maken en de ‘eigen’ kant kiezen.
Informatieoorlogen horen nu eenmaal bij de èchte oorlog die op de grond wordt uitgevochten. Vanuit die perceptie is alle journalistiek propaganda en onpartijdigheid een mythe. Koshkin schildert een situatie waarbij Westerse experts het hebben over ‘het cynisme, het gevaar en de agressiviteit van de Kremlin propaganda’, terwijl Russische experts geobsedeerd zijn door de ‘Westerse hegemonie’ in de internationale berichtgeving en een tegengeluid willen laten horen.
Koshkins’ artikel verscheen als reactie op de zorgen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) over de rol van propaganda, vooral in het conflict in de Ukraine. De OVSE-vertegenwoordigster voor Persvrijheid, Dunja Mijatović, probeerde een dialoog op gang te brengen tussen Ukraïnse en Russische journalisten en organiseerde trainingen journalistieke ethiek voor jonge journalisten uit beide landen. Op haar initiatief werd in februari de bijeenkomst gehouden in Wenen over ‘Propaganda voor Oorlog en Haat en Persvrijheid’.
Een van de conclusies van die bijeenkomst was dat het bloedgevaarlijk is als het publieke domein wordt beheerst door propaganda. Het wordt dan moeilijker aan betrouwbare informatie te komen en mensen kunnen niet langer hun meningen en ideeën vrijelijk uitdragen. Een effectief antwoord op propaganda is daadwerkelijke persvrijheid, media pluralisme en kwalitatieve journalistiek.
Propaganda die rechtstreeks oproept tot haat, geweld, vijandschap, onverdraagzaamheid en discriminatie moet, volgens het internationaal recht, strafbaar gesteld worden. Maar in werkelijkheid neemt de afgelopen jaren de stortvloed aan misleidende informatie, stereotyperingen en leugenachtige berichten over complottheorieën, gemartelde kinderen, massagraven en aanrandingen alleen maar toe. Dat geldt zeker voor de berichtgeving over conflicten aan de rand van Europa; in de Ukraine, Turkije en het Midden-Oosten.
Het feit dat iedereen voor journalist kan spelen via sociale media heeft het probleem verergerd. Volgens Dunja Mijatović maken het globale open medialandschap en de sociale netwerken het onzinnig propaganda met anti-propaganda te beantwoorden of bepaalde TV-zenders of websites te blokkeren. Als je eenmaal met censuur begint, is het einde zoek.
Sommigen hebben Trumps’ succesformule samengevat als: social media + reality TV: korte, kernachtige boodschappen en het vasthouden aan een (autoritair) personage dat kennelijk bij velen tot de verbeelding spreekt. In de wereld van Donald Trump en Vladimir Poetin is de grens tussen werkelijkheid en fictie vervaagd. Het is een geraffineerd en opportunistisch spelen met de werkelijkheid, waarbij waarheidsvinding of ethische waarden van ondergeschikt belang zijn. Het is: propaganda.
Het beste antwoord op propaganda is moedige, professionele en onderzoekende journalistiek. Wat dat betreft rust er een grote verantwoordelijkheid op de schouders van het ‘journalistieke gilde’; individuele journalisten en journalistieke beroepsorganisaties. Journalistiek is tenslotte de discipline die pretendeert te achterhalen wat er werkelijk gebeurde, gebeurt en mogelijk zal gebeuren.
De jaarwisseling is traditioneel aanleiding voor lijstjes. De donkerste dagen van het jaar zijn kennelijk geschikt om de balans op te maken. Van de beste oliebollenbakkers van het AD, de Top 2000 van Radio 2, tot de landen die in de ogen van the Economist er het beste van afbrachten in 2015.
Dat was Myanmar overigens. Vijf jaar geleden mochten media zelfs geen foto van Aung San Suu Kyi publiceren, maar in november 2015 won zij de verkiezingen met 77% van de stemmen. Er is dus licht in de duisternis. Heel soms.
Dat geldt niet voor het geweld tegen journalisten. De Internationale Federatie van Journalisten (IFJ) en andere persvrijheidsorganisaties publiceerden hun macabere lijstjes van journalisten die in 2015 werden gedood bij de uitoefening van hun beroep. De IFJ telde 109 journalisten die werden vermoord of die omkwamen bij gewelddadige incidenten die ze fotografeerden, filmden of anderszins versloegen. Volgens de IFJ, waar journalistenbonden uit de hele wereld bij zijn aangesloten, waren in 2015 Zuid-Amerika en het Midden-Oosten de gevaarlijkste regio’s met respectievelijk 27 en 25 gedode journalisten.
Andere organisaties publiceerden eveneens hun statistieken, die lichtjes van elkaar verschillen, maar uiteindelijk wel dezelfde trends bevestigen: 2015 was een bloedig jaar voor de journalistiek en met name het jihadistisch geweld van IS en aan al Qaeda verbonden groepen eisten een hoge tol.
Het Committee for the Protection of Journalists telde 69 journalisten en drie andere mediawerkers die vanwege hun beroep waren gedood; 25 gevallen van gedode journalisten waren nog in onderzoek. Reporters Without Borders heeft een ‘barometer’ die eind 2015 op 64 bevestigde gevallen van gedode journalisten stond, zes andere mediawerkers (bijvoorbeeld tolken, chauffeurs, fixers) en 18 bloggers en burgerjournalisten werden eveneens vermoord. De Death Watch van International Press Institute telde 98 bevestigde gevallen van moord, waarvan 39 journalisten die door extremistische moslimgroepen waren gedood.
De verschillen in de cijfers worden verklaard doordat de organisaties niet exact dezelfde criteria hebben, niet overal ter wereld even actief en aanwezig zijn (met uitzondering van de IFJ) en journalisten pas toegevoegd worden aan de treurige statistieken als onomstotelijk is vastgesteld dat ze inderdaad bij de uitoefening van hun beroep zijn overleden.
De bij de jaarwisseling gepubliceerde lijstjes zijn nog niet definitief. Volgens IPI is er gerede kans dat het dieptepunt van 2012, toen 133 journalisten vanwege hun werk werden gedood, ook in 2015 wordt gehaald of dat de eindbalans zelfs nog dramatischer wordt.
Het spreekt haast vanzelf dat de IFJ en andere organisaties eind december een beroep deden op regeringen overal ter wereld en op de VN om een einde te maken aan de straffeloosheid. De meeste moorden van journalisten in bijvoorbeeld de Filipijnen en Latijns-Amerika blijven onbestraft. Ook klonk de roep om nationale en internationale wet- en regelgeving toe te passen, die journalisten bescherming moeten bieden. Journalisten zijn burgers die gewoon hun werk doen en ze zijn wel een heel gemakkelijke prooi voor malafide lokale autoriteiten, drugsbaronnen en milities die meestal nog vrijuit gaan ook.
Wat ik de meest beangstigende ontwikkeling vind is de toename van gerichte aanvallen op (burger-) journalisten door organisaties die met al Qaeda verbonden zijn en door de Islamitische Staat-groep. Regimes die weinig op hebben met persvrijheid zijn niets nieuws. Lakse, corrupte bestuurders of criminelen die de pest hebben aan openbaarheid zijn sinds jaar en dag de vijanden van het vrije woord. Maar een jihad tegen de medewerkers van Charlie Hebdo of het gericht vermoorden van Syrische of Iraakse journalisten en media-activisten die de misdaden van IS aan de kaak stellen: dat is relatief nieuw, althans in de omvang van 2015.
Deze jihad belichaamt niet alleen een kolossaal, fysiek gevaar voor kritische journalisten, maar belemmert ook de vrije nieuwsgaring in grote delen van het Midden-Oosten. En dat heeft weer tot gevolg dat de publieke opinie, zowel de lokale en de internationale, minder goed geïnformeerd is.
Onafhankelijke journalistiek die simpelweg wil vertellen wat er gebeurt en waarom, wordt –vergeef mij de morbide metafoor- het mes op de keel gezet. Er is sprake van een fanatieke, ideologische stroming die trots is op het vermoorden van kritische geesten, die vijandig staat ten opzichte van journalistiek, absoluut in zijn eigen propaganda gelooft en op geen enkele manier andersdenkenden duldt.
In de confrontatie met deze stroming staan (burger-) journalisten in de voorste linies. Misschien nog wel meer dan de bommenwerpers van de coalitie. Want uiteindelijk is informatie essentieel en is het vooral een ideeën strijd die gewonnen moet worden.
IFJ CALLS FOR INTERNATIONAL PROTECTION FOR JOURNALISTS AFTER 109 KILLINGS IN 2015
05 January 2016
2015 has been another deadly year for journalists, with at least 109 journalists and media staff killed in targeted killings, bomb attacks and cross-fire incidents, according to the International Federation of Journalists (IFJ).
The IFJ 2015 List names the 109 journalists and media staff killed across 30 countries, together with 3 who died of accidental deaths. It marks a small drop from last year when 118 killings and 17 accidents were recorded.
This year, the killing of journalists in the Americas topped the toll, at 27 dead. For the second year in a row, the Middle East comes second, with 25 deaths. Asia Pacific comes third, with 21– a drop on last year due to the big fall in violence in Pakistan. Africa is in fourth place with 19 dead, followed by Europe with 16.
2015 was marked, in particular, by an increase in targeted terrorist attacks against journalists. French journalists paid a disproportionately high price when terrorists gunned down media workers at the French satirical magazineCharlie Hebdo in Paris. In the United States, the killing by a disgruntled ex-employee of two former colleagues at US TV WDBJ in Virginia took place in front of a global TV audience during a live transmission.
“I reiterate once again my call to UN Secretary General Ban Ki-moon and the heads of UN agencies to enforce international laws protecting journalists. The attacks in Paris shocked the world and put on the world stage the tragedy of the drip-drip slaughter of journalists worldwide, which are today the only professional group that pays so dearly for just doing the job,” said Jim Boumelha, IFJ President. “Sadly, there were scores of unreported killings and unless the journalist is a well-known by-lined correspondent the world barely notices. Journalism is put daily to the sword in many regions of the world, where extremists, drug lords and reckless warring factions continue murdering journalists with impunity.”
In the Middle East, the IFJ has recorded an escalation of violence targeting media professionals by extremists in Iraq and Yemen, where there was a spike in killings and kidnappings, mainly of local journalists covering their cities, communities and countries.
In Latin America, the killings are mostly at the hands of drug lords who operate across borders, particularly in Mexico, putting journalists who investigate drug trafficking in the region at greater risk.
In the Asia Pacific, the IFJ has witnessed a spiraling climate of hostility toward media workers in the Philippines that has seen 7 journalists killed across the country and makes Philippines the deadliest place in the region. The Federation is particularly concerned over the state of impunity that surrounds killings of media workers in the country.
The Federation, which will publish its 25th full report on journalists and media staff killed in January 2016, says the momentum in recent years to promote greater media protection must lead to genuine steps to curb violence on media professionals. The Federation is urging the UN to take concrete measures and a strong stand against impunity for crimes targeting journalists.
“The IFJ reports over the last 25 years have clearly shown that journalists and media staff have become easy targets because there is very little respect for national and international laws that are supposed to protect them,” added Anthony Bellanger, IFJ General Secretary. “The current levels of violence against media workers have served as a wake-up call. They have opened a small window of opportunity to take drastic action to enforce these legal provisions, which should not be missed.”
The statistics on journalists and media staff killed in 2015 are as follows
As of 31 December 2015, the IFJ has recorded the following cases of killings:
– Targeted, bomb attacks and cross-fire killings: 109
– Accidents and Natural Disasters Related Deaths : 3
– Total Number of Deaths: 112
Among countries with the highest numbers of media killings are:
Ook Nederland is niet immuun. Volgens de website http://www.mappingmediafreedom.org vonden er in Nederland de afgelopen maanden zeven incidenten plaats die de vrije nieuwsgaring in gevaar brachten.
Een recent voorval dat werd geregistreerd door het crowdsourcing-project Mapping Media Freedom vond plaats begin oktober in Amsterdam. Journaliste Anneke Verbraeken werd samen met enkele buitenlandse collega’s het werken onmogelijk gemaakt bij het verslag doen van een kleine demonstratie tegen de president van Rwanda. Deze werd gehouden buiten bij de RAI, waar binnen de nationale feestdag van Rwanda werd gevierd in aanwezigheid van president Kagame. De mannen die Verbraeken en andere journalisten het werken onmogelijk maakten en Verbraeken’s mobiel afpakten, horen waarschijnlijk tot de Rwandese veiligheidsdienst. Als die veiligheidsdienst in het buitenland zo op durft te treden hoef je je weinig illusies te maken hoe het in Rwanda is gesteld met de persvrijheid. Overigens werd bij diezelfde gelegenheid in Amsterdam ook de Rwandese journalist Serge Ndayizeye aangevallen. Door dezelfde heren. Zijn mobiel en andere apparatuur werd afgepakt. De officiële Rwandese propaganda-media berichtten dat Ndayizeye aangevallen was door de Nederlandse politie. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten…
Mapping Mediafreedom in Europe geeft een accuraat, betrouwbaar en actueel overzicht van schendingen van persvrijheid. Mooi dat het er is, maar ook onthullend dat het zo schrikbarend gesteld is met journalisten die lastig worden gevallen, met censuur en intimidatie van media, met name in Hongarije, Italië en de Balkanlanden. In Turkije werden de meeste incidenten geconstateerd en geverifieerd (75).
Veel informatie is afkomstig van journalistenbonden en persvrijheid organisaties, maar iedereen kan in principe bijdragen aan de databank. De Europese Federatie van Journalisten (EFJ), de koepelorganisatie waarvan ook de NVJ lid is, is een van de initiatiefnemers van dit interactieve project. Een mooi initiatief, want betrouwbare informatie is een eerste voorwaarde om effectief voor persvrijheid op te komen en slachtoffers van schendingen bij te staan. Sinds begin 2014 werden meer dan duizend incidenten gemeld: waaronder arrestatie van journalisten en geweld tegen mediawerkers. De werkelijke cijfers liggen hoger omdat niet alle gevallen werden geregistreerd en Rusland, Wit-Rusland en de Ukraine pas sinds september 2015 worden gevolgd.