Dun maar essentieel draadje van solidariteit

Dit is alweer de vijftigste aflevering van onze Jabalya Nieuwsbrief. Er zijn van die mijlpalen waarvan je niet weet wat je er mee moet. Echte vreugde voel ik eerlijk gezegd niet. Wel verdriet, omdat de geschiedenis van Gaza er een is van geweld, onderdrukking en onrecht. We moeten dat verhaal -en welke impact dat heeft op de jongeren in Gaza- blijven vertellen. Maar het is niet altijd gemakkelijk weer een hoofdstuk toe te voegen aan een op het oog never ending story, waarbij een goede afloop niet in zicht komt. 

Toch ben ik eigenlijk wel trots. Niet alleen op die vijftig Nieuwsbrieven maar ook op de andere activiteiten van Groningen-Jabalya. Jaar in jaar uit zijn we aandacht blijven besteden aan onze vrienden in Jabalya. De bevolking in Gaza bestaat voor een groot gedeelte uit nakomelingen van vluchtelingen die hun geboorteland Palestina in 1948 moesten verlaten. De dorpen en steden waar ze vandaan kwamen bestaan niet meer of zijn inmiddels onherkenbaar veranderd. De stichting van de staat Israël ging met veel geweld gepaard: geweld dat voor de inwoners van Gaza nooit is opgehouden. 

In onze vijftig Nieuwsbrieven en bij onze andere activiteiten zijn wij er altijd aan blijven herinneren dat het verhaal van Gaza eigenlijk het verhaal van de Palestijnse vluchtelingen is. De Gazanen organiseerden in 2018-’19 de ‘Grote Mars van de Terugkeer’ om de wereld eraan te herinneren dat het probleem van de Palestijnse vluchtelingen sinds 1948 onopgelost blijft. Het ‘recht op terugkeer’ is niet alleen verankerd in het internationaal recht maar, in het geval van de Palestijnse vluchtelingen, ook nog eens bekrachtigd door VN-resolutie 194. 

 Tienduizenden Palestijnen trokken naar het grenshek met Israël om te demonstreren voor het recht op terugkeer en opheffing van de blokkade van Gaza, die sinds 2006 van kracht is. De overgrote meerderheid demonstreerde vreedzaam hoewel er ook enkele tientallen jongeren waren die met stenen of Molotovcocktails gooiden. De jongeren zien de Israëlische militairen niet alleen als bezetters van hun land maar ook als gevangenisbewakers. Het van de buitenwereld afgesloten Gaza is immers één grote open lucht gevangenis.

De zwaarbewapende Israëlische soldaten liepen nauwelijks fysiek gevaar door de massa van vreedzame demonstranten of de rellende jongeren. Maar het antwoord was excessief gewelddadig. Er werd gericht geschoten en er vielen, volgens VN-statistieken, 214 doden waarvan 46 kinderen. Meer dan 36.100 mensen raakten gewond, waarvan 8.800 kinderen. Bij meer dan 150 demonstranten, die getroffen werden door Israëlische kogels moest een been worden geamputeerd. 

De reactie van Israël op de demonstraties was niet zomaar over de top.  Alles wat met het vluchtelingenvraagstuk te maken heeft ligt super gevoelig in Israël. Ook toen Israëli’s en Palestijnen nog rechtstreeks praatten (wat ze sinds 2014 niet meer doen) was de terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen nauwelijks of niet bespreekbaar.

Erkenning van het vluchtelingenprobleem raakt de kern van het Israëlisch-Palestijns conflict. In 1992 verzuchtte de vroegere premier Yitzhak Rabin dat hij graag op een ochtend wakker zou willen worden en ontdekken dat Gaza verzwolgen was door de zee. Veel Israëli’s worden niet graag herinnerd aan de ellendige situatie in Gaza, dat eigenlijk, als het eropaan komt, één groot vluchtelingenkamp is. Maar bij elke oorlog waarbij Israël probeert Hamas uit te schakelen, en we hebben er sinds 2008 vier gehad, komt Gaza terug op de voorpagina’s. 

Groningen heeft een informele maar unieke band met Jabalya in het noorden van Gaza. Het gaat vooral om menselijke kontakten, om mee leven met een bevolking in een uiterst moeilijke situatie en om de mensen hier te informeren over de penibele situatie en het onrecht daar. Als we een beetje kunnen helpen, doen we het. Bijvoorbeeld via de Palestinian Medical Relief Society (PMRS) maar er zijn ook een aantal andere projecten. Voor de details lees deze Nieuwsbrief of bekijk de website

Waarom we al deze jaren solidair zijn gebleven met Jabalya en de Groningers zijn blijven informeren en soms ook mobiliseren? ‘Hebben jullie niets beters te doen?’, wordt ons soms gevraagd?

Nee, eigenlijk niet.

We geloven in de kracht van kontakten tussen mensen, zelfs al wonen ze duizenden kilometers uit elkaar. De veerkracht van veel mensen in Gaza inspireert ons.

Neem het verhaal van Zainab al Qolaq, een jonge vrouw die onlangs in het nieuws kwam doordat haar kunst internationaal de aandacht trok. Haar schilderijen werden ten toon gesteld in het kantoor van Euro-Med Human Rights Monitor in Gaza. 

Zainab verloor 22 van haar familieleden toen Israël in mei 2021 een bombardement uitvoerde op Wehde Straat in het centrum van Gaza Stad. Onder hen waren haar moeder, haar enige zus en twee broers. Zelf lag ze uren onder het puin totdat ze uitgegraven werd door reddingswerkers.

Op sommige van haar schilderijen zijn alleen de kleren van dode familieleden te zien, niet hun lichamen. Het zijn indringende beelden van dood en oorlog, maar voor Zainab was het nodig dit werk te maken om met haar verlies en verdriet te leren leven en haar trauma’s te verwerken.

Als je naar Zainabs beelden kijkt, als je de verhalen hoort van de mensen in Jabalya en elders in Gaza, is het onmogelijk om niets te doen, om je schouders op te halen.

Vandaar dat we doorgaan met Groningen-Jabalya: een dun maar essentieel draadje van solidariteit.  

Schilderij van Zainab al Qolaq

Winter in Gaza: wateroverlast, kou, kapotte infrastructuur

Er stond midden januari zo’n vijftig, zestig centimeter water in veel straten en stegen van Gaza. De harde regen viel in januari dagen achtereen, het dagelijkse leven werd totaal ontwricht. Kinderen waadden tot hun knieen door het water om naar school te gaan. Sommige mensen timmerden een vlot om zich voort te kunnen bewegen. 

In de winter zijn de nachten koud in Gaza. Veel huizen die tijdens de Israelische beschietingen en bombardementen van mei werden beschadigd zijn nog niet hersteld. Door de scheuren en kieren in de muren is het onmogelijk het binnen warm te krijgen. Inwoners van Gaza slapen onder een extra paar dekens., kinderen kruipen dicht tegen elkaar aan. Maar als het regent wordt de hele boel kleddernat, vooral in vluchtelingenkampen waar veel woningen zwaar beschadigde zijn. 

Het lijkt of de overstromingen in Gaza elk jaar erger worden. De schijn bedriegt niet want de gemeentes hebben meestal geen geld om de wegen te repareren. En zelfs daar waar wel reparaties plaatsvonden is het voor de lokale autoriteiten geen doen om, na de nieuwe vernielingen van mei, opnieuw alles voor de winter in orde te hebben. Na vier rondes van geweld is Gaza zwaargehavend. Volgens cijfers van de Verenigde Naties werden in mei 56.000 woningen beschadigd en 2.100 werden compleet verwoest.

Volgens de Palestijnse autoriteiten en de Wereldbank hebben de bewoners van Gaza 479-miljoen dollar nodig voor het herstel van hun woningen en voor reparatie van de infrastructuur. Van dit bedrag is slechts 100-miljoen dollar inmiddels uitgekeerd. Het gaat hierbij vooral om geld uit Qatar en hulp uit Egypte. 

Wateroverlast in Jabalya vluchtelingenkamp

Israelische luchtbombardementen en beschietingen doodden in mei 250 Palestijnen, waaronder 66 kinderen. In Israel vielen, als gevolg van de raketbeschietingen door Hamas, 13 doden waaronder 2 kinderen. 

De winterellende in Gaza komt op een moment dat de gezondheidszorg in Gaza, die onder de “normale” omstandigheden van oorlog en beleg al onder enorme druk staat, het nog moeilijker heeft gekregen door corona. Volgens het Palestijnse Ministerie van Gezondheid zijn sinds het begin van de pandemie tot eind januari 1.725 mensen in Gaza gestorven aan de gevolgen van corona. Ongeveer een derde van de volwassen bevolking is volledig gevaccineerd, tegen 60% op de bezette Westoever. 

Help ons helpen!

De Stichting Groningen-Jabalya steunt de gezondheidszorg in Gaza via de Palestine Medical Relief Society (PMRS). Draag bij aan de medische zorg in Jabalya (Gaza) en doneer op NL92INGB0006687678 t.n.v. Stichting Groningen-Jabalya onder vermelding van ‘noodhulp PMRS’. 

Gaza: een apart geval van misdaden tegen de menselijkheid

Een Groninger hoef je niet uit te leggen waar Wadapartja voor staat. Nee, het is geen Javaans restaurant of winkel met Nepalese nepantiek. Wadapartja is de Groningse benaming voor een uitzonderlijke –aparte– eet- en drinkgelegenheid, waar ook aparte spulletjes kunnen worden gekocht. 

In het Groninger dialect heeft apart zijn oorspronkelijke betekenis behouden van origineel, uitzonderlijk. In het aan het Nederlands verwante Afrikaans hebben apart en apartheid een meer sinistere betekenis gekregen. Apartheid in Zuid-Afrika groeide uit tot een perverse vorm van geïnstitutionaliseerde rassenscheiding. Aan die segregatie tussen zwarten, kleurlingen en blanken lag het waanidee ten grondslag dat de laatsten superieur waren. Het zogenaamde baasskap, ook al zo’n Afrikaans woord wat we in Nederland maar al te goed begrijpen. 

Gelukkig werd in 1994 het apartheidssysteem in Zuid-Afrika, na jaren van binnenlandse strijd, mondiale protesten en diplomatieke druk, formeel opgeheven. In 1973 werd het Internationaal Verdrag voor de Bestrijding en Bestraffing van de Misdaad van Apartheid gesloten, de zogenaamde Apartheidsconventie. Dit verdrag, dat in 1976 van kracht werd, maakte apartheid volgens het internationaal recht een misdaad. In 1998 werd in het Statuut van Rome, dat ten grondslag ligt aan de oprichting van het Internationaal Strafhof (ICC), eveneens bepaald dat apartheid een misdaad is tegen de menselijkheid.

In november publiceerde de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Mezan, die gevestigd is in Gaza, een document onder de titel The Gaza Bantustan—Israeli Apartheid in the Gaza Strip’. In het rapport, gebaseerd op het werk van Palestijnse, Israëlische en internationale mensenrechtenexperts, wordt duidelijk in hoeverre Gaza op zo’n Zuid-Afrikaans Bantustan lijkt. 

Het gaat om een door het Israëlische leger nu al veertien jaar geïsoleerd gebied, hermetisch afgesloten van Israël en de rest van de bezette Palestijnse gebieden. De tweemiljoen inwoners van Gaza worden blootgesteld aan herhaaldelijk excessief geweld. Duizenden burgers werden gedood, hun huizen verwoest en kinderen, patiënten en vissers werden arbitrair gearresteerd en gevangengezet.  

Al Mezan concludeert dat het Israëlisch beleid ten aanzien van Gaza neerkomt op de “onmenselijke daden”, zoals die gedefinieerd zijn in de Apartheidsconventie. Het gaat om moord, het toebrengen van psychisch en lichamelijk letsel, illegale arrestaties, strafmaatregelen en het ontnemen van het recht om vrijelijk het gebied te verlaten en ernaar terug te keren. 

Deze onmenselijke politiek van de Staat Israël is er, volgens Al Mezan, op gericht de overheersing van één etnische groep, Israëlische joden, ten opzichte van een andere etnische groep, de Palestijnen, te vestigen en te bestendigen. Een soort Israëlische baasskap dus, onder het voorwendsel van veiligheid maar in feite vanuit een misplaatst idee van superioriteit. 

In het rapport wordt eraan herinnerd dat de staat Israël de levens van ongeveer zeven miljoen joodse Israëli’s controleert en van zeven miljoen Palestijnen, in Israël zelf en in de bezette Palestijnse gebieden. De staat Israël maakt gebruik van allerlei wetten en maatregelen die erop gericht zijn de Palestijnse bevolking te onderdrukken en territoriaal te verdelen en te scheiden, om het ‘joodse karakter’ en superioriteit van Israël te waarborgen. 

Al Mezan roept de internationale gemeenschap op zijn verplichtingen na te komen en een einde te maken aan Israëls onrechtvaardige apartheidsregime, zoals ook gebeurde met de apartheid in Zuid-Afrika. Herinnerd wordt aan een uitspraak van Nelson Mandela in 1997: “De Verenigde Naties hebben een duidelijk standpunt ingenomen tegen apartheid. Er ontstond een internationale consensus die hielp om een einde te maken aan het onrecht. Maar we weten heel goed dat onze vrijheid onvolledig is zonder de vrijheid van de Palestijnen”. 

De muur rond Gaza. Foto: Israëlisch Ministerie van Defensie

Enkele dagen na publicatie van het rapport van Al Mezan leidden de Israëlische minister van defensie Benny Gantz en opperbevelhebber generaal Aviv Kochavi een plechtigheid om de gereedkoming te vieren van de ijzeren afscheidingsmuur. Kosten noch moeite waren gespaard om de muur, volgens de Israëli’s ‘enig in zijn soort in de wereld’, te bouwen en van Gaza definitief een Bantustan te maken. Of erger…

Drie en een half jaar was eraan gewerkt, 140.000 ton ijzer en staal was ervoor verwerkt en de monstermuur had haast een miljard euro gekost. Het bouwwerk is 65 kilometer lang, zes meter hoog en nog enkele meters ondergronds. Overal op de fortificatie werd elektronische apparatuur aangebracht. Antennes, sensoren, radars en camera’s moeten ervoor zorgen dat Gaza rigoureus en tot nader order afgescheiden is van Israël, Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de rest van de wereld.  

De rechtvaardiging voor de afscheidingsmuren is onveranderlijk dat ze voor Israëls veiligheid nodig zijn. Zo werd triomfantelijk aangekondigd dat Israël in de naaste toekomst ook langs de grens met Libanon een muur met technologische hoogstandjes wil bouwen. Maar de vraag is of op den duur muren en apartheid echt voor veiligheid zullen zorgen. 

Het is een cliché Gaza een openluchtgevangenis te noemen, maar dat is helaas in 2021 meer dan ooit een feit. De Gaza-muur doodt de hoop, maakt dat jongeren geen perspectieven zien en is, deep down, een symbool van arrogantie, ongelijkheid en onrecht.

Wadapartja dat vandaag de dag nog steeds muren worden gebouwd om mensen van elkaar te scheiden…

Geschreven voor Nieuwsbrief Groningen – Jabalya, december 2021 (https://www.groningen-jabalya.com/?p=5675)

Algerije en Marokko op oorlogspad?

De afgelopen maanden vond in Noord-Afrika een crescendo plaats van beschuldigingen, stappen en maatregelen die er geen twijfel over laten bestaan: Marokko en Algerije liggen op ramkoers. Grote vraag is of de koude oorlog in de Maghreb uitloopt op een gewapend conflict tussen. Beide buurlanden zijn tot de tanden bewapend en zijn, na Egypte, koplopers in Afrika wat betreft de miljarden die ze spenderen aan militaire aankopen. 

In augustus verbrak Algerije zijn diplomatieke betrekkingen met Marokko. Een maand later werd het Algerijnse luchtruim gesloten voor alle Marokkaanse luchtvaart en op 1 november werd de Europa-Maghreb gaspijp afgesloten, die het Algerijnse gas via Marokkaans grondgebied naar Spanje transporteert. 

De stappen werden genomen nadat de Marokkaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties in juli openlijk zijn steun had uitgesproken voor “het recht op zelfbeschikking voor het heldhaftige volk van Kabylië”. Eerder al hadden de Algerijnse autoriteiten Marokko ervan beschuldigd “tweedracht te zaaien onder de Algerijnse bevolking” door de MAK te steunen, de Mouvement pour l’autodétermination de la Kabylië.

Ook ontstond in Algiers grote irritatie nadat in juli een internationaal consortium van onderzoeksjournalisten in de Pegasus Papers onthulde dat de Marokkaanse inlichtingendienst, met behulp van de Israëlische NSO-software, duizenden Algerijnse politici, activisten, journalisten, diplomaten en legerofficieren had afgeluisterd. 

De grootste steen des aanstoots tussen Marokko en Algerije is echter de kwestie van de Westelijke Sahara, een immens woestijngebied ter grootte van het Verenigd Koninkrijk. Marokko controleert, sinds het eind van de jaren zeventig, zo’n 85% van het grondgebied van deze vroegere Spaanse kolonie. De Saharawi bevrijdingsbeweging, het Front Polisario, controleert het resterende gedeelte ten oosten van de Berm, de 2,700 kilometer lange ‘verdedigingsmuur’ die Marokko heeft opgeworpen om de Saharaanse onafhankelijkheidsstrijders buiten de deur te houden. 

Sinds 1991, toen Marokko en het Polisario akkoord gingen met een plan van de Verenigde Naties om een referendum te houden en een staakt-het-vuren van kracht werd, was het conflict min of meer slapende. Maar dat veranderde eind 2020 toen het staakt-het-vuren, dat dus haast dertig jaar had standgehouden, werd verbroken. Het in het VN-plan in het vooruitzicht gestelde referendum waarbij de Saharawi hun recht op zelfbeschikking konden uitoefenen was nooit gehouden en Marokko vestigde in zijn “zuidelijke provincies” steeds meer facts on the ground.

De genadeslag voor een diplomatieke oplossing van het conflict werd in december 2020 toegebracht door de Amerikaanse president Donald Trump. In een tweet kondigde hij aan dat de Verenigde Staten de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara erkende. Als tegenprestatie normaliseerde Marokko zijn diplomatieke betrekkingen met Israël. Trump sleepte ook een enorme wapendeal uit de overeenkomst ter waarde van een miljard dollar. De VS gingen drones en ander hoogwaardig militair materieel aan Marokko leveren. 

De Trump-deal betekende een grote diplomatieke overwinning voor Marokko. Geen enkel land van betekenis had tot dusver de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara erkend. Volgens het internationaal recht moest het gebied immers nog gedekoloniseerd worden en moest de lokale Saharawi bevolking een kans krijgen zelf te beschikken over zijn toekomst. 

Dat bleef, tot grote woede van Rabat, ook de mening van Europese landen en veroorzaakte in 2021 een reeks conflicten met Spanje, Duitsland en de EU. De opstelling van Marokko’s Europese bondgenoten, die naar de kwestie van de Westelijke Sahara bleven kijken door het prisma van het internationaal recht en zich niet aansloten bij de erkenning van de “Marokkaanse Sahara” door Trump, werd in Rabat gezien als een verstiering van het feestje. “Het was als een bruiloft waarbij geen van de vrienden en kennissen kwam opdagen”, zoals een medewerker van de International Crisis Group zei. 

In de Verenigde Staten werd de stap van Trump weliswaar bekritiseerd door zowel een flink aantal Democraten als Republikeinen, maar de erkenning werd niet teruggedraaid. De regering-Biden woog kennelijk de nauwe betrekkingen tussen Marokko en Israël zwaarder dan de letter van het internationaal recht en dan het zelfbeschikkingsrecht van de Saharawi. De Biden-regering wilde haar relaties met zowel Israël als Marokko niet in gevaar te brengen. 

Daar komt bij dat een intrekking van de erkenning van de Sahara als Marokkaans de deur zou kunnen openen naar de annulering van andere dubieuze Trump-beslissingen, zoals zijn erkenning dat de Golan en Oost-Jeruzalem Israëlisch zijn. Ook die Amerikaanse erkenningen druisten in tegen het internationaal recht. 

De door de regering-Trump gesmede formele band tussen Marokko en Israël had een aantal verstrekkende gevolgen, niet in de laatste plaats voor de betrekkingen tussen Marokko en Algerije.

Ten eerste versterkte het de internationale diplomatieke positie van Marokko dat nu kon steunen op de invloedrijke pro-Israël lobby, vooral in de Verenigde Staten. De assertieve, haast agressieve houding ten opzichte van Europa lijkt alles te maken te hebben met het door de Israellobby geschraagde Marokkaanse zelfbewustzijn. 

Ten tweede, en nog belangrijker, lanceerde de Trump-deal Israël als zwaargewicht-speler op het Noord-Afrikaanse schaakbord, zowel in politiek als militair opzicht. Ook de steeds hechtere samenwerking tussen de Israëlische en Marokkaanse inlichtingendiensten wordt door Algerije als bedreigend gezien. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid gooide bij zijn eerste officiële bezoek aan Marokko dit jaar, olie op het vuur door felle kritiek te leveren op Algerije. Volgens Lapid schurkt Algerije gevaarlijk dicht aan tegen Israëls aartsvijand Iran. Voor de Algerijnen was de maat vol: het was ongehoord dat een Israëlische minister hen bekritiseerde vanuit nota bene het Arabische buurland Marokko. 

De Israëlische factor heeft het wantrouwen tussen Algerije en Marokko doen toenemen en het wankele evenwicht in de Algerijns-Marokkaanse betrekkingen van de afgelopen decennia verstoord. Die relaties zijn vanaf de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 problematisch geweest.  De buurlanden vochten in 1963 een korte grensoorlog uit. Marokkaanse troepen vielen tijdens “zandoorlog” Algerije binnen en probeerden delen van Algerije’s westelijke provincies Bechar en Tindouf te veroveren. 

Uiteindelijk bleek de poging een deel van het historische groot Marokko met geweld in te nemen een politieke en militaire blunder van jewelste. Arabische landen en Cuba kwamen Algerije te hulp en de Algerijnse bevolking veroordeelde de Marokkaanse agressie. Ook bij Marokko’s traditionele bondgenoten Frankrijk en de Verenigde Staten bestond weinig begrip voor het expansionistische avontuur van de -toen jonge- koning Hassan II.  

Aan dit militaire avontuur van Marokko lag uiteindelijk hetzelfde irredentistisch waanidee ten grondslag van Groot Marokko, dat in de jaren zeventig zou leiden tot het conflict over de Spaanse Sahara. Nationalistische leiders zoals Allal al-Fassi waren niet tevreden met het territorium van het koninkrijk Marokko zoals dat in 1956 ontstond na de onafhankelijkheid van Frankrijk. Delen van ‘Groot Marokko’, waartoe Fassi ook de Sahara, delen van Algerije, Mauritanië en Mali rekende, waren immers nog bezet door de koloniale mogendheden. 

Dat de Westelijke Sahara ooit deel uitmaakte van het sultanaat Marokko is volgens onafhankelijke historici, een mythe. In 1975 stelde het Internationale Hof van Justitie vast dat een aantal stammen in het gebied weliswaar historische banden hadden met Marokko, maar dat er geen banden van territoriale soevereiniteit waren tussen de Westelijke Sahara en Marokko. 

Toen in 1960 Mauritanië onafhankelijkheid verwierf werd dat pas negen jaar later erkend door Marokko. Sindsdien zijn er de nodige ups en downs in de betrekkingen tussen Marokko en Mauritanië, niet in het minst omdat Nouakchott de Saharaanse Republiek van het Front Polisario erkent.  

Wat betreft Marokko en Algerije kan haast zestig jaar na de ‘zandoorlog’ worden vastgesteld dat het nooit echt goedgekomen is. Hoewel er periodes waren van relatieve ontspanning en er zelfs een vriendschapsverdrag in 1969 werd gesloten, bleef het wederzijdse wantrouwen bestaan en bleven de burenruzies oplaaien. Sinds 1994 is de Algerijns-Marokkaanse grens gesloten en de door de overheid gecontroleerde media van beide landen worden niet moe het regime aan de andere kant van de grens te beschimpen. 

De spanning in de Noord-Afrikaanse regio heeft inmiddels geleid tot een steeds intensere wapenwedloop. Behalve van de Verenigde Staten, Israël en Frankrijk heeft Marokko ook in Turkije grote militaire bestellingen geplaatst, onder andere van drones. Algerije is een grootafnemer van Russisch, Chinees en Duits wapentuig. De verwachting bestaat dat het strategische verstandshuwelijk tussen Marokko en Israël voor Algerije aanleiding zal zijn de militaire samenwerking met de Russische Federatie verder op te voeren. 

Als het echt tot een oorlog komt zou dat catastrofaal zijn voor de bevolking van beide landen. Oorlogen verwoestten in het afgelopen decennium de economieën van Libië, Syrië, Irak en Jemen. Marokko en Algerije zouden dan aan die infame lijst van Arabische landen kunnen worden toegevoegd. 

Oorlog zou ook perspectieven van de jongeren in de Maghreb verder onder druk zetten en leiden tot nog meer emigratie en braindrain. Nu al is de geopolitieke spanning een voorwendsel om burgerlijke vrijheden, waaronder persvrijheid, in te perken. Zo is het in de Marokkaanse media een taboe om kritisch te berichten over de Sahara-kwestie of over het koningshuis. In Algerije staat de Hirak-beweging, die het Algerijnse politieke systeem wil democratiseren, zwaar onder druk. 

Een oorlog in Noord-Afrika zou vooral verliezers opleveren. 

VredesMagazine december 2021, jaargang 14, nr. 5

https://www.vredesmagazine.nl/index.php

Algeria and Morocco on collision course

In recent months, North Africa has seen a crescendo of accusations, moves and measures that leave no doubt: Morocco and Algeria are on a collision course. The big question is whether the cold war in the Maghreb will end in an armed conflict. Both neighboring countries have engaged in an arms race and are armed to the teeth.

In August, Algeria broke off diplomatic relations with Morocco. A month later, Algerian airspace was closed to all Moroccan aviation and on November 1, the Europa-Maghreb gas pipeline, which transports Algerian gas through Moroccan territory to Spain, was closed.

The steps were taken after the Moroccan ambassador to the United Nations publicly expressed his support for “the right of self-determination for the heroic people of Kabylie” in July. Earlier, the Algerian authorities had accused Morocco of “sowing discord among the Algerian population” by supporting the MAK, the Mouvement pour l’autodétermination de la Kabylie.

Algiers was not amused (to say the least) when in July an international consortium of investigative journalists revealed in the Pegasus Papers that the Moroccan intelligence service, using Israel’s NSO software, had bugged thousands of Algerian politicians, activists, journalists, diplomats and army officers.

Issue of the Western Sahara is biggest bone of contention between Morocco and Algeria

The biggest bone of contention between Morocco and Algeria, however, is the issue of Western Sahara, an immense desert area the size of the United Kingdom. Morocco has controlled about 85% of the territory of this former Spanish colony since the late 1970s. The Saharawi liberation movement, the Front Polisario, controls the remainder east of the Berm, the 2,700-kilometer-long “defensive wall” Morocco has erected to keep out the Saharawi independence fighters.

Since 1991, when Morocco and the Polisario Front agreed to a United Nations plan to hold a referendum and a ceasefire came into effect, the conflict has been more or less dormant. But that changed at the end of 2020 when the ceasefire, which had lasted for almost thirty years, was broken by the Moroccan army. 

The referendum envisaged in the UN plan whereby the Saharawi could exercise their right to self-determination was never held and Morocco established more and more facts on the ground in its “southern provinces”.

The final blow to a diplomatic solution to the conflict was inflicted in December 2020 by US President Donald Trump. In a tweet, he announced that the United States recognized Moroccan sovereignty over Western Sahara. In return, Morocco normalized its diplomatic relations with Israel and awarded a massive $1 billion arms deal to the US. The Americans were going to supply drones and other high-quality military equipment to Morocco.

The Trump deal marked a major diplomatic victory for Morocco. No significant country had so far recognized Moroccan sovereignty over Western Sahara. After all, according to international law, the area still had to be decolonized and the local Saharawi population had to be given a chance to determine its own future.

That, much to Rabat’s anger, also remained the view of European countries and sparked a series of conflicts with Spain, Germany and the EU in 2021. The stance of Morocco’s European allies, who continued to look at the issue of Western Sahara through the prism of international law and did not align themselves with Trump’s recognition of the “Moroccan Sahara”, was seen in Rabat as an insult. “It was like a wedding where none of the friends and acquaintances showed up,” said an observer.

While Trump’s move was criticized by quite a few Democrats and Republicans alike, his recognition of the “Moroccan” Sahara was not reversed after he left the presidency. The Biden administration did not want to jeopardize its relations with either Israel or Morocco.

These relations were apparently more important than the letter of international law and the Saharawi’s right to self-determination. 

In addition, a withdrawal of the recognition of the Sahara as Moroccan could open the door to the cancellation of other questionable Trump decisions, such as his recognition of the Israeli sovereignty over the occupied Golan and East Jerusalem. 

The formal ties between Morocco and Israel forged by the Trump administration had a number of far-reaching implications, not least for relations between Morocco

and Algeria.

First, it strengthened Morocco’s international diplomatic position, which could now rely on the influential pro-Israel lobby, especially in the United States. The assertive, almost aggressive attitude towards Europe seems to have everything to do with the Moroccan self-awareness supported by the Israel lobby.

Second, and more importantly, the Trump deal launched Israel as a heavyweight player on the North African chessboard, both politically and militarily. The ever-closer cooperation between the Israeli and Moroccan intelligence services is also seen as threatening by Algeria. Israeli Foreign Minister Yair Lapid added fuel to the fire on his first official visit to Morocco this year by strongly criticizing Algeria. According to Lapid, Algeria is dangerously close to Israel’s nemesis Iran. For the Algerians, enough was enough: it was unheard of for an Israeli minister to criticize them from their Arab neighbor Morocco.

The Israeli factor has heightened distrust between Algeria and Morocco and disturbed the precarious status-quo in Algerian-Moroccan relations of recent decades. Those relations have been problematic since Algerian independence in 1962. The neighboring countries fought a short border war in 1963. Moroccan troops invaded Algeria during the “sand war” and attempted to capture parts of Algeria’s western provinces of Bechar and Tindouf.

In the end, the attempt to take a part of “historic Morocco” by force turned out to be a huge political and military blunder. Arab countries and Cuba came to the aid of Algeria and the Algerian population condemned the Moroccan aggression. Morocco’s traditional allies France and the United States also had little understanding for the expansionist adventure of the then young King Hassan II.

This military adventure of Morocco was ultimately based on the same irredentist delusion of Greater Morocco, which would lead to the conflict over the Spanish Sahara in the 1970s. Nationalist leaders such as Allal al-Fassi were not satisfied with the territory of the Kingdom of Morocco as it emerged in 1956 after independence from France. Fassi included the Spanish Sahara, parts of Algeria, Mauritania and Mali in his Greater Morocco.

According to independent historians, it is a myth that the Western Sahara was once part of the sultanate of Morocco. In 1975, the International Court of Justice found that while a number of tribes in the area had historical ties to Morocco, there were no ties of territorial sovereignty between Western Sahara and Morocco.

Mauritania gained independence in 1960, but it was only recognized by Morocco nine years later. Since then, there have been ups and downs in Moroccan Mauritanian relations, not least because Nouakchott recognizes the Sahrawi Arab Democratic Republic, proclaimed by the Front Polisario.

Almost sixty years after the ‘sand war’, it can be concluded that things have never really worked out between Morocco and Algeria. Although there were periods of relative relaxation and even a friendship treaty was signed in 1969, mutual mistrust persisted, and neighbor disputes continued to flare up. The Algerian-Moroccan border has been closed since 1994 and the government-controlled media of both countries never tire of taunting the regime on the other side of the border.

The tension in the North African region has meanwhile led to an increasingly intense arms race. In addition to the United States, Israel and France, Morocco has also placed large military orders in Turkey, including drones. Algeria is a major buyer of Russian, Chinese and German weaponry. It is expected that the strategic marriage of convenience between Morocco and Israel will prompt Algeria to further increase military cooperation with the Russian Federation.

If it really comes to war, it will mostly produce losers. War would further strain the perspectives of young people in the Maghreb and lead to further emigration and brain drain. Already, the geopolitical tension is a pretext to curtail civil liberties, including freedom of expression and press freedom. For example, it is a taboo in the Moroccan media to report critically about the Sahara issue or about the royal family.  In Algeria, the Hirak movement, which aims to democratize the Algerian political system, is under heavy pressure.

An armed conflict would be catastrophic for the peoples of the region. Wars have ravaged the economies of Libya, Syria, Iraq and Yemen over the past decade. Morocco and Algeria could then be added to that infamous list of Arab countries.

https://www.getrevue.co/profile/jan_keulen?via=twitter-profile-webview

Gaza can’t wait

It is like a movie that is repeated over and over again. In 2008-09, 2012, 2014 and May 2021, there were large-scale Israeli attacks on Gaza. More than 4,000 people lost their lives, 260 of them in May; a quarter of a million homes were damaged, of which 4,000 this year and the total damage is in the billions of euros.

The toll was enormous.

Ap infographic

It is also no small matter to subject some two million people in an area of ​​365 square kilometers to a land, sea and air blockade for years. In comparison: the municipality of Emmen in the province of Drenthe covers 346 square kilometers and has 20 times fewer inhabitants. And Emmen is of course not cut off from the rest of the world. The living conditions in Gaza are now inhumane, the humanitarian situation unacceptable. In fact a UN expert declared Gaza to have become unlivable “with an economy in free fall, 70 per cent youth unemployment, widely contaminated drinking water and a collapsed health care system”.

Why is it not possible to make an end to this disaster and to the vicious circle of violence? Rigorous Israeli policies have not resulted in a loss of power of Hamas, let alone the destruction of the Islamist movement, that has ruled Gaza since 2007. 

After the large-scale military confrontations in May, the border with Gaza is still not quiet. Despite the shaky ceasefire that ended the clashes in May, there are regular demonstrations at the border fence and “fire balloons” are released in protest against the Israeli blockage of construction materials and the throttling of humanitarian aid. Israel invariably “answers” to these actions with aerial bombardments. The parties seem to be heading for an inevitable fifth round of death and destruction.

New Israeli Prime Minister Naftali Bennett visited the White House in August and in a press conference with US media, Bennett talked about Iran, the friendship between Israel and the US and the fight against corona. But not about Gaza. When you hear Bennett talk, the Palestinians and Gaza don’t seem to exist.

Bennett is a hawk and does not want to make any political concessions to the Palestinians, he remains firmly against the two-state solution. But he does think that if Israel makes life a little more bearable for Palestinians, especially economically, then the peace process could be “parked”.

Swedish politician and diplomat Carl Bildt wrote an article after the May war in which he argued for four courageous steps to break the deadlock in Gaza.

What this view means for Gaza remains unclear for the time being.

Firstly, the blockade of Gaza must be lifted. The blockade has wrecked Gaza’s economy and made foreign trade practically impossible. Instead, the blockade has facilitated smuggling, which in turn is largely controlled by Hamas. In that regard, the blockade has strengthened rather than weakened Hamas.

Secondly, Israelis must be able to live in safety. No country accepts indiscriminate rocket fire. But Israel must also recognize that its current aggressive policy has failed.

Thirdly, Gaza must be returned to internationally recognized Palestinian rule. No aid for Gaza and no reconstruction funds without free and fair elections in Gaza and the West Bank, including East Jerusalem.

Finally, a long-term solution requires that the future state of Palestine be able to use Gaza for access to the Mediterranean and thus to the rest of the world. Gaza needs its own port and airport and a secure connection to the West Bank.

Palestinian journalist Daoud Kuttab recently pointed out that even if Bennett does not want political progress in the Israeli-Palestinian peace process, Israel is bound by the Oslo Accords. Those agreements include a secure connection between Gaza and the West Bank. According to the agreement signed by Israel and the PLO, Gaza and the West Bank are “one territorial unit”.

Three years ago, Dutch parliamentarians Sjoerd Sjoerdsma (D66) and Joel Voordewind (ChristenUnie) proposed organizing an international Gaza conference to discuss the plan for a secure connection between Gaza and the West Bank. A safe route to make medical care, family reunification and trade easier and to break the ‘spiral of violence’.

The plan, like so many attempts to break out of the Gaza stalemate, disappeared into a black hole. The Netanyahu-Trump duo had different views on Middle East peace. And the Netherlands and the EU did not have the political will or guts to really push for a solution in Gaza.

It will be clear that Carl Bildts four steps require foreign political pressure, especially from the EU and the US. The Palestinian Authority and Hamas must come to an agreement on elections and Naftali Bennett must be convinced that Israel also has other options than only the military option.

The four steps are inconceivable without Israel and the Palestinians sooner or later returning to the negotiating table, and that is exactly the last thing Bennett wants.

The chance that there will soon be a replay of the Gaza horror movie and a fifth ’round’ of rockets and bombings is therefore high. No one seems to be looking forward to yet again heartbreaking footage from Gaza, but none of the drama’s protagonists is in any rush to even begin working on a solution. Only the residents of Gaza: they cannot wait for their situation to improve. Not a day longer.

Dit artikel in het Nederlands: https://rightsforum.org/opinie/gaza-kan-niet-wachten/

Gaza en de schuivende scheidslijnen van Israël

Plotseling doen landsgrenzen er weer toe. De grens tussen Nederland en België werd tijdens de coronaperiode bijvoorbeeld wekenlang gesloten. Het biedt een goede aanleiding om over het concept ‘grens’ na te denken. De Europese droom was een continent zonder grenzen. Die droom werd door de pandemie wreed verstoord. Het vrije verkeer van mensen en goederen kwam stil te liggen. De min of meer afgeschafte grenzen werden plotseling weer meer dan denkbeeldige lijnen door het landschap.

Een groeiende aantal natiestaat-enthousiastelingen roept al jaren om herinvoering van grenscontroles en het sluiten van de grenzen voor mensen met een ongewenst geloof of kleurtje. Anderen dromen juist van een wereld zonder grenzen en discriminatie.

Een voorwaarde om een grens te sluiten of juist te openen is dat er wel consensus bestaat over waar hij ligt. In Europa is dat godzijdank het geval. Landen zonder duidelijke grenzen zijn onherroepelijk landen in conflict, zonder respect voor de soevereiniteit van hun buren. 

Schoolvoorbeeld daarvan is Israël dat sinds de oprichting van de staat in 1948 voortdurend schuivende scheidslijnen had met zijn buurlanden. Alleen met Egypte en Jordanië waarmee in respectievelijk 1978 en 1994 een vredesverdrag werd gesloten, heeft Israël internationaal erkende grenzen. Met Libanon en Syrië is Israël formeel nog in oorlog. De demarcatie met deze twee landen is in feite het product van wapenstilstandsafspraken. Israël schendt al jaren en onophoudelijk de soevereiniteit van Libanon en Syrië met overvluchten en militaire operaties.

Na de eerste Israëlisch-Arabische oorlog werd in 1949 een bestand gesloten tussen de strijdende partijen: de Westelijke Jordaanoever viel onder Jordaans en Gaza onder Egyptisch gezag. De bestandslijn of Groene Lijn ging een belangrijke rol spelen na de zesdaagse oorlog van 1967. De Groene Lijn scheidde namelijk het door de internationale gemeenschap erkende grondgebied van Israël van de bezette Westelijke Jordaanoever en Gaza. In de daaropvolgende decennia nam de VN-Veiligheidsraad een groot aantal resoluties aan waarbij de formule land voor vrede centraal stond. Kortgezegd: een vredesregeling tussen Israëli’s en Palestijnen moest gebaseerd zijn op de teruggave van het manu militari in 1967 bezette gebied in ruil voor vreedzame betrekkingen.

Fast forward naar 2020. 

Israël heeft in de loop van tientallen jaren bezettingspolitiek de Groene Lijn praktisch weggevaagd. Dat wil zeggen: voor zijn eigen burgersHet in 1967 bezette Oost-Jeruzalem is geannexeerd en er zijn op de Westoever 132 Israëlische nederzettingen gebouwd met haast 450.000 joods-Israëlische inwoners. Je kunt als Israëli ongestoord de snelweg nemen van Tel Aviv naar bijvoorbeeld de nederzetting Ma’ale Efraim in de bezette Jordaanvallei en je nog steeds in Israël wanen. In geen velden of wegen een Groene Lijn te bekennen.   

Voor de Palestijnen geldt een andere realiteit. Voor hen geen Groene Lijn maar een veelheid aan dwingende rode lijnen: de infame afsluitingsmuur natuurlijk die dwars door de Westoever loopt, maar ook 165 militaire checkpoints en honderden andere versperringen die vrij Palestijns verkeer verhinderen. Gaza is omsloten met prikkeldraad, elektronische “beveiligingsapparatuur” en constante surveillance met drones en vanuit oorlogsschepen.

Dat hier het internationaal recht actief wordt geschonden is evident, maar de Israëlische regering Netanyahu-Gantz heeft daar lak aan en aangekondigd op zo’n 30% van de Westoever de Israëlische soevereiniteit in te voeren. Dit is in lijn met het Trump-plan en luidt  de facto de doodsklok voor de tweestaten-oplossing en de mogelijkheid van een levensvatbare Palestijnse staat.

Wat betekent deze ontwikkeling voor de twee miljoen inwoners van Gaza? 

Het Trump-plan voorziet gouden bergen voor Gaza: een industriële zone in de aangrenzende Negev-woestijn, een ferme impuls voor de economie en vrij verkeer met de Westoever via een corridor. Te mooi om waar te zijn. Er hangt dan ook een prijskaartje aan: Hamas moet zich ontwapenen, het gebied wordt gedemilitariseerd en Gaza moet zich schikken naar het visioen van Trump en Netanyahu van een verbrokkelde Palestijnse “staat” zonder soevereiniteit en zonder Jeruzalem als hoofdstad.

Voor de 1,2-miljoen vluchtelingen in Gaza, 64% van de bevolking, komt daar dan nog bij dat het Trump-plan niet voorziet in een rechtvaardige oplossing voor hen.

De VS en Israël hebben uiteraard nooit serieus verwacht dat Hamas en andere groeperingen in Gaza de witte vlag buiten zouden hangen. 

Israël heeft met haar blokkade een situatie gecreëerd waarbij het Gaza volledig in de tang heeft. En dat zal voorlopig niet veranderen. Er staat een groot hek langs de Groene Lijn. Maar dit hek is geen echte grens. Gaza valt volledig binnen de Israëlische invloedsfeer. De afsluiting past in een patroon dat ook in Zuid-Afrika en andere apartheidsstaten werd toegepast: reservaten creëren voor bevolkingsgroepen die als minderwaardig en ongewenst worden beschouwd. 

De wekelijkse demonstraties van Gazanen bij het “grenshek” werden de afgelopen jaren met geweld beantwoord. Meer dan tweehonderd demonstranten werden doodgeschoten door Israëlische militairen. Een duidelijke boodschap: vergeet het recht op terugkeer en blijf in Gaza.

De dreigende formele annexatie van delen van de Westoever en de verdere isolering van de Palestijnse enclaves, waaronder Gaza, zijn twee kanten van dezelfde medaille: de grenzeloze Israëlische ambitie om het gehele land in bezit te nemen. De kolonisering van Palestina is in een nieuwe fase terecht gekomen die voor Gaza weinig goeds belooft.

Marokko legt kritische journalist Bouachrine zwijgen op

De Marokkaanse journalist Taoufik Bouachrine (1969), hoofdredacteur en medeoprichter van de onafhankelijke krant Akhbar al-Youm, is in een nachtmerrie beland. Kringen rond de Marokkaanse koning Mohammed VI en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zijn erin geslaagd deze journalistieke luis in de pels met een jarenlange gevangenisstraf het zwijgen op te leggen.

Taoufic Bouachrine met zijn echtgenote Asmae Mousaoui

Bouachrine botste de afgelopen jaren meermaals met de Marokkaanse justitie vanwege artikelen waarin politieke corruptie werd onderzocht en aan de kaak gesteld. Begin 2018 schreef hij een kritische column over een van de machtigste en rijkste mannen van Marokko: minister van Landbouw Aziz Akhannouch, die eigenaar is van het Akwa-conglomeraat (olie, gas, kunstmest, visserij, luchtvaartmaatschappij Afriquia) en voorzitter van de koningsgezinde regeringspartij RNI.

Bouachrine wees er herhaaldelijk op dat de zakelijke belangen van de puissant rijke Akhannouch – als ontvanger van miljoenensubsidies – en zijn politieke activiteiten tot een ongeoorloofde belangenverstrengeling hebben geleid. Akhannouch sleepte de journalist al in 2015 voor de rechter met de eis hem een beroepsverbod van tien jaar op te leggen. In december 2018 legde de rechter hem een boete op van 130.000 euro wegens belediging van de zakenman-politicus.

Bouachrine zat toen al haast een jaar in de gevangenis wegens ‘verkrachting, aanranding en mensensmokkel’. Hij werd veroordeeld tot twaalf jaar cel tijdens een oneerlijk proces, aldus onder meer de VN-Mensenrechtenraad en Amnesty International. Een aantal Marokkaanse oppositiepolitici en de journalistenvakbond vroegen de koning om clementie voor Bouachrine.

Het mocht allemaal niet baten en in hoger beroep, in oktober 2019, werd zijn gevangenisstraf verlengd tot vijftien jaar. Volgens zijn collega’s en zijn echtgenote Asmae Moussaoui was er sprake van een politiek schijnproces en is de vrijheid van meningsuiting in Marokko in het geding.

Moussaoui wijst er ook op dat haar man kritisch was over de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman. Bouachrine’s vriend en collega, de inmiddels vermoorde journalist Jamal Khashoggi, had hem gewaarschuwd niet naar Saoedi-Arabië te reizen ‘als je niet vermoord wil worden’. In het dossier van de VN-Mensenrechtenraad wordt ook gewag gemaakt van een officiële klacht van Saoedi-Arabië bij Marokko over het journalistieke werk van Bouachrine.

Ondanks de nu haast twee jaar durende gevangenschap van Bouachrine geeft Moussaoui de moed nog niet op. Ze wil binnenkort naar het Europees Parlement om de dramatische situatie van haar man en het gebrek aan persvrijheid in Marokko aan de kaak te stellen.

Dit artikel verscheen in de Groene Amsterdammer van 19 februari 2020

Loop naar de hel in Gaza: de ramp is al begonnen

Al in 2012 waarschuwde de Verenigde Naties voor de ramp die Gaza in 2020 zou overkomen als er niet snel op grote schaal meer hulp geboden zou worden. Gebrek aan water, elektriciteit, infrastructuur, middelen van bestaan, voldoende gezondheidszorg, en aan communicatie met de buitenwereld zouden het gebied onleefbaar maken. Die voorspelling is, op de drempel van 2020, inmiddels allang realiteit geworden. Gaza is -volgens de criteria van de VN en Wereld Gezondheid Organisatie (WHO)- al onleefbaar. Een waardig bestaan is er eigenlijk onmogelijk. 

Layan Abu Atan

Het Israëlische leger, dat sinds 13 jaar het gebied hermetisch afsluit, voert met de regelmaat van de klok militaire operaties uit met pseudo-poëtische namen als Regenboog, Actief Schild, Dagen van Boetedoening, Hof van de Koning, Herfstwind, Zomerregen, Zuidelijke Pijl, Hete Winter en Beschermende Rand. Op de drempel van het voorziene rampjaar 2020 werd in november opnieuw een operatie uitgevoerd, deze keer met de naam Zwarte Riem. Het is veilig om te voorspellen dat het niet de laatste Israëlische operatie zal zijn. 

In de in Israël massaal gebezigde propagandistische retoriek wordt Gaza ontdaan van elke menselijkheid. Het wordt geassocieerd met angstaanjagende terreurorganisaties en met bloeddorstige en wraakzuchtige hordes Arabieren, die elke vrijdag demonstreren bij het grenshek om, zodra ze kunnen, de grens over te steken en een slachtpartij aan te richten onder de joodse bevolking van Israël. 

Het gecultiveerde vijanddenken is de Hebreeuwse taal van Israël binnengeslopen. In plaats van de verwensing “loop naar de hel” (lekh leazazel) hoor je “loop naar Gaza” (lekh le’aza). Rabin verzuchtte in 1992 dat hij hoopte op een ochtend wakker te worden met het nieuws dat Gaza in de zee was weggezonken. In een Israëlisch radiodebat over de vraag “wat te doen met Gaza” stelde iemand voor het gebiedje volledig plat te gooien en er een groot parkeerterrein aan te leggen. De luchtmacht inzetten in Gaza wordt in Israëlische journalistieke en militaire kringen eufemistisch “het gras maaien” (mowing the lawn) genoemd.

In het heersende Israëlische discours zijn het de Palestijnen van Gaza en “Judea en Samaria” die Israël van de kaart willen vegen. In een recente column in The Jerusalem Post wordt gesproken over “de nooit eindigende oorlog van de Palestijnen tegen de Joodse staat”. Die oorlog wordt ingegeven -als men Israëlische media mag geloven- door Jodenhaat, de islam of propaganda uit Iran. De wortels van het conflict -onteigening, verdrijving en ontkenning van de fundamentele rechten van Palestijnen- worden verdrongen of ontkend. 

De Palestijnen en zeker de Palestijnen uit Gaza worden dusdanig van hun menselijkheid ontdaan dat zelfs het afschieten van demonstranten niet op breed verzet bij de Israëlische publieke opinie stuit. Sinds de protestmarsen op 30 maart 2018 begonnen tot eind 2019 documenteerde het Palestijnse Centrum voor Mensenrechten in Gaza 215 burgerdoden en 14,759 gewonden. Onder de slachtoffers waren een groot aantal kinderen, hulpverleners en journalisten. 

Ook van targeted killings waarbij veel onschuldige burgers worden getroffen als “nevenschade” ligt men niet meer wakker. Op 12 november voerde Israël een luchtaanval uit op het huis van Bahaa Abu al-Ata, leider van de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) in het noorden van de Gazastrook. Israël had al twee jaar geleden besloten dat Bahaa Abu al-Ata uit de weg geruimd moest worden, maar besloot pas nu om intern-politieke redenen tot actie over te gaan. 

Tegelijkertijd met de operatie in Gaza werd in Damascus het huis van een andere PIJ-leider getroffen door een luchtaanval. Het beoogde slachtoffer daarvan, Akram al-Ajouri, was niet thuis en ontsprong de dans. Zijn zoon en een buur werden wel gedood in de aanval. Het offensief tegen de, door Iran gesteunde, PIJ heeft alles te maken met de zich voortslepende kabinetsformatie in Israël. Doel lijkt te zijn de positie van de demissionaire en in staat van beschuldiging gestelde premier Netanyahu, die aanstuurt op een rechtser-dan-rechtse regering onder zijn leiding, te verstevigen.

De cynische politieke berekeningen bij het liquideren van “terroristenleiders” waren niet besteed aan Layan Abu al-Ata (11). Zij verloor haar beide ouders tijdens het bombardement op haar ouderlijk huis. Het gebeurde op de dag dat ze jarig was. “We zagen onze vader haast nooit”, vertelde Laylan de Palestine Chronicle. “Gewoonlijk slaapt hij niet thuis omdat de Israëli’s achter hem aan zitten. Ik wachtte het hele jaar op mijn verjaardag, want dan zou ik mijn vader zien. Mijn vader wilde me verrassen op m’n verjaardag.” 

Achteraf blijkt dat de Israëli’s hem al drie dagen intensief volgden. Hij was net thuis  gekomen en zijn slaapkamer binnengegaan toen de Israëlische luchtmacht toesloeg. Bij de aanval kwam ook zijn vrouw Asmaa om het leven en werden drie van zijn zonen en vijf buren gewond. De Palestijnse Islamitische Jihad reageerde op de aanslag met raketvuur richting Israël, waarop weer Israëlische luchtaanvallen op Gaza volgden waarbij 34 Palestijnse burgers werden gedood. 

De episode volgt het bekende patroon van aanvallen, beschuldigingen van terrorisme, tegenaanvallen staakt-het-vuren, beloftes van versoepeling van de blokkade van Gaza die dan ook weer worden ingetrokken en het verbreken van het staakt het vuren. Ondertussen zakt Gaza, met z’n twee miljoen verpauperde inwoners steeds verder in het moeras

Gaza is overbevolkt. De bevolkingsdichtheid in Gaza bedroeg in 2019 5,453 personen per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in Nederland wonen 411 personen per vierkante kilometer. Meer dan 60% van de inwoners is vluchteling uit het gebied dat nu Israël is. Maar het “recht van terugkeer”, in 1948 vastgelegd in VN-resolutie 194, blijft nog steeds dode letter. De dorpen en steden waar de vluchtelingen in Gaza en nakomelingen oorspronkelijk vandaan komen liggen soms maar op enkele kilometers afstand maar zijn onbereikbaar. Het overgrote deel van de bevolking kan Gaza niet uit. Zelfs niet voor familiebezoek, om te werken, te studeren of voor medische verzorging. 

Dat is wellicht ook de essentie van het drama in Gaza: de ontheemding en verjaging uit je eigen land. Het koloniale project van de staat Israël is zoveel mogelijk territorium van het historische mandaatgebied Palestina te controleren met zo weinig mogelijk Palestijnse bewoners. Ander element van dat beleid is het concentreren van een maximaal aantal Palestijnen op zo klein mogelijke, gefragmenteerde stukjes grond. Nog liever zien de Israëlische beleidsmakers de Palestijnen vertrekken naar het buitenland: Israël is pas af als Joodse staat als het af is van de oorspronkelijke Palestijnse bewoners. 

Op de Westelijke Jordaanoever worden deze doelen nagestreefd door een politiek van onteigening, het tegengaan van economische ontwikkeling en concentratie van de Palestijnse bevolking in zes, los van elkaar staande, stadseilanden: Hebron, Bethlehem, Ramallah, Nabloes, Tulkarm en Kalkilya. Oost-Jeruzalem is geannexeerd en wordt hoe langer hoe meer van zijn Palestijnse karakter en bewoners ontdaan. 

En Gaza? Gaza is een omheinde enclave met twee miljoen Palestijnen die het mogen uitzoeken zolang ze tenminste niet dromen van en strijden voor terugkeer. Dat is echter ijdele hoop. De “Grote Mars voor de Terugkeer” zal ook in 2020 worden voortgezet. Er is weinig te verliezen.

Zijn er oplossingen voor Gaza?

Behalve het doorbreken van de internationale onverschilligheid en het verlenen van humanitaire hulp als verlichting van de pijn op de korte termijn, zijn de oplossingen vooral politiek. Zo zou het opheffen van de illegale Israëlische blokkade van Gaza al een enorme stap in de goede richting zijn. Ook is nodig dat de Palestijnse organisaties Fatah en Hamas hun conflicten beëindigen. 

Gaza raakt het hart van de kwestie Israël-Palestina. Als er een oplossing komt voor de Palestijnse vluchtelingen, komt er letterlijk en figuurlijk ruimte voor een beter leven in Gaza. 

Eerder verschenen in de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya december 2019

Click to access Jabalya-nieuwsbrief-44-kleur.pdf

Een jaar na de moord op Khashoggi: ontluisterende straffeloosheid

Op 2 oktober was het precies een jaar geleden dat de journalist Jamal Khashoggi werd vermoord in het Saoedische consulaat in Istanbul. Kennelijk een uitgelezen moment voor de Saoedische kroonprins Mohammed Bin Salman, om in een interview met het Amerikaanse tv-programma 60 minuteste verklaren dat hij de “volledige verantwoordelijkheid” voor Khashoggi’s dood op zich neemt. 

Mohammed Bin Salman tijdens de G20 in Osaka (juni 2019)

Khashoggi was een prominent Saoedische journalist die veel kritiek had op de politiek van Mohammed Bin Salman; MBS in de wandelgangen. De kroonprins is de werkelijke machthebber van het koninkrijk en met name de oorlog die de Saoedi’s voeren in Jemen werd fel door Khashoggi sterk bekritiseerd. Sinds 2017 woonde Khashoggi, die naast Saoedisch ook Amerikaans staatsburger was, in de Verenigde Staten en werkte hij onder andere voor de Washington Post.

MBS waste deze week zijn handen in onschuld. Hij mocht dan verantwoordelijkheid dragen voor de “vreselijke misdaad” omdat de daders Saudische functionarissen waren en het slachtoffer een Saudisch burger, hij zei zelf niets van de moord geweten te hebben, had er niet om gevraagd en had er dus niets mee te maken… 

De verklaring kwam rijkelijk laat, nota bene haast een jaar na de gruwelijke moord in Istanbul en na een lange reeks tegenstrijdige lezingen van de gebeurtenis vanuit Riyad. MBS liep wereldwijd reputatieschade op nadat bekend was geworden hoe Khashoggi aan zijn eind was gekomen en zijn lijk in stukken was gesneden en daarna verdwenen. Het interview met CBS lijkt een wel erg doorzichtige en hypocriete poging om van alle blaam gezuiverd te worden. 

Deze whitewashoperatie van het Saoedische koningshuis in de Amerikaanse media dient om het respect voor het Saoedische koningshuis te herstellen, het Amerikaanse Congres gerust te stellen en het voor tal van Europese landen weer mogelijk te maken “normale” betrekkingen te onderhouden met de Saoedi’s. 

Het meest ontluisterend is dat MBS’ verklaringen in veel Westerse hoofdsteden eigenlijk wel goed uitkomen. Er staat namelijk veel op het spel: de relaties met Saoedi-Arabië zijn belangrijk vanwege onder andere de olie, wapenverkopen en de conflicten met Iran. De Amerikaanse president Trump weigerde vanaf het begin zijn uitstekende relatie met MBS te laten verstieren door de moord op Khashoggi, ondanks dat deze journalist Amerikaans staatsburger was en columnist voor een prominente Amerikaanse krant.  

Trump lapte ook de informatie van de CIA aan zijn laars die liet weten er tamelijk zekervan te zijn dat MBS opdracht gaf tot de moord. De Amerikaanse persvrijheidsorganisatie Committee for he Protection of Journalists (CPJ) deed tot dusver tevergeefs een beroep op de Freedom of Information Act(de Amerikaanse Wet Openbaarheid Bestuur) om informatie over de kwestie-Khashoggi boven water te krijgen. Met name wordt de vraag gesteldwaarom de CIA, die mogelijk voorkennis had van de moord, Khashoggi niet had gewaarschuwd. De CIA heeft een duty to warn-verplichting als een Amerikaans staatsburger imminent gevaar loopt.

Het gedrag van de Saoedische regeringsleiders na de moord in Istanbul was op z’n minst bizar: er werden tegenstrijdige verklaringen uitgegeven, er werd gedraaid, er werd ontkend en uiteindelijk werden elf verdachten gearresteerd. Maar een jaar later is nog altijd onduidelijk hoe het staat met een eventueel proces. Er zijn sterke geruchten dat sommige van de hoofdverdachten op vrije voeten zijn in Saoedi-Arabië.

Jamal Khashoggi (The Washington Post)

Duitsland, Finland en Denemarken schortten hun wapenverkopen aan Saoedi-Arabië op na de moord op Khashoggi. Maar alom lijkt toch de sfeer te heersen dat de kwestie op den duur wel zal overwaaien. Soms is die wens de vader van de gedachte. Illustratief is de reactie van premier Rutte op het tumult dat ontstond nadat koningin Maxima een ontmoeting had met MBS in de zijlijn van de G20-top in Osaka in juli. Volgens Ruttewas er geen vuiltje aan de lucht en zou hij Maxima “opnieuw adviseren dit gesprek (met MBS) te voeren als zij het zou vragen’’.

Het is deze houding die de Franse juriste en mensenrechtenexpert Agnes Callamard razend maakt. Ze vindt de houding van de wereldgemeenschap wel heel erg laks. Callamard, die de moord namens de Verenigde Naties gedurende zes maanden onderzocht, zegt in een interview in Die Zeit ervan overtuigd te zijn dat het doden van Khashoggi een “staatsmoord” was. “De verantwoordelijkheid voor deze misdaad ligt bij de leiders van Saudi-Arabië.”

Verantwoordelijkheid is een complex begrip. “Ik bedoel niet de verantwoordelijkheid van degene die uiteindelijk de opdracht tot de moord gaf. Het gaat veeleer om degenen aan de top die Khashoggi’s dood goedgekeurd, getolereerd of niet voorkomen hebben – terwijl ze dat wel hadden kunnen doen. Ik zeg niet dat Mohammed bin Salman de leiding had over de moordaanslag. Ik laat zien dat het bewijs sterk suggereert dat hij verantwoordelijk is voor de moord; wellicht omdat hij ertoe aanzette of in ieder geval omdat hij Khashoggi niet beschermde.” 

Over de “verantwoordelijkheid” die MBS nu  zegt te nemen is Callamard niet onder de indruk. Zijn eigen rol blijft immers buiten schot. Als hij serieus is dan zou het proces tegen de elf leden van het doodseskader die in Saoedi-Arabië gevangen worden gehouden in de openbaarheid moeten plaatsvinden. “Hij zou ook alles moeten doen om dergelijke misdaden in de toekomst te voorkomen, gevangen journalisten en mensenrechtenactivisten vrijlaten en op moeten houden dissidenten in het buitenland te intimideren. Zolang hij dat niet doet blijven het lege woorden”. 

Eerder gepubliceerd op Joop.nl op 1 oktober 2019