Kamel Labidi, die op 17 januari op 76-jarige leeftijd overleed, was niet alleen een uitmuntend journalist, maar vooral een onvermoeibaar strijder voor persvrijheid en mensenrechten. Niet alleen in Tunesië heeft hij veel betekend, maar in de hele Arabische wereld, van Marokko tot Jemen. Ik ben dankbaar dat ik deze bijzondere, activistische collega mocht leren kennen.
Eigenlijk is het opkomen voor persvrijheid de plicht van elke journalist, overal ter wereld. Zonder vrijheid kun je immers je vak niet goed uitoefenen. Maar in het Tunesië van voor 2011, toen het land geleid werd door autocraten als Habib Bourguiba en Zine Abedine Ben Ali, was daar veel moed voor nodig. Kamel Labidi had die moed en kwam verschillende malen in botsing met de overheid, wat hem onder andere tot twee keer toe zijn journalistieke baan kostte.
Tijdens de ‘Arabische lente’, toen het Tunesische volk massaal de straat opging voor brood, waardigheid en vrijheid, werd ook de democratisering van de media geëist. De journalistiek moest niet langer dienen als spreekbuis van het regime, maar professioneel en onafhankelijk worden, ten dienste van de bevolking. Kamel Labidi kreeg de leiding van de INRIC, Instance Nationale pour la Rėforme de l’Information et de la Communication. Deze instantie, die tot taak had mediaregulering en -wetgeving in overeenstemming te brengen met de idealen van de revolutie, heeft slechts vijftien maanden bestaan. Maar de INRIC produceerde een indrukwekkende blauwdruk van wat er nodig is om het medialandschap van een autocratie naar democratie te laveren.
Helaas is de democratische transitie in Tunesië niet doorgezet en bleven, tot grote teleurstelling van Labidi, de door de INRIC voorgestelde hervormingen, grotendeels dode letter. Labidi startte een Tunesische organisatie Vigilance pour la Démocratie et l’Etat Civique om te blijven ijveren voor persvrijheid en andere burgerlijke vrijheden in Tunesië. Hij was ook actief in internationale organisaties zoals IFEX, Amnesty International en CPJ (Committee to Protect Journalists). Labidi maakte zich sterk voor persvrijheid in de Golfregio en voor de vrijlating van gevangen journalisten.
Ik bezocht hem verschillende keren in zijn kleine werkkamer in Tunis, vol met kranten en boeken en maakte hem mee op conferenties en werkbesprekingen. Voor mij was Kamel Labidi een rolmodel: hartelijk, bescheiden, analytisch en een heel aandachtig luisteraar. Een collega die veel heeft betekend voor de journalistiek en persvrijheid in de Arabische wereld.
Natuurlijk, de lotgevallen van Edgar in Groningen en Libanon, zijn interessant. Fascinerend, misschien wel. Edgar, vijftiger, kunsthandelaar en hoofdpersoon van ‘Naar Beiroet’ gaat op zoek naar originele kunst die nog verkoopbaar moet zijn ook. Het liefst in Abu Dhabi of Dubai, want daar zit het grote geld. Edgar is enigszins vastgelopen in Groningen. Zowel in zijn huwelijk als professioneel. Als een bevriende arabist hem aanraadt eens naar Libanon te reizen hoeft hij niet lang na te denken en volgt het advies op.
In Libanon vindt Edgar inderdaad de kunst die hij zoekt. Edgar en zijn Libanese collega Fatima, kunstkenner en fotografe op wie hij enigszins verliefd wordt, zijn sprakeloos als ze geconfronteerd worden met het werk van de jonge Balsam Aridi. “Wat apart, wat bijzonder! Edgar zag meteen dat dit werk was dat hij wilde hebben voor zijn galerie. Wonderlijke voorstellingen van menselijke en dierlijke wezens door elkaar. Omstrengeld in elkaar. Kleuren die alsof er ergens water op gelekt was door elkaar liepen. Luchtbellen. Geslachtsdelen. Open vulva’s. Bloedrood en zwart…”
Behalve met kunst wordt Edgar in Libanon ook geconfronteerd met de oorlog. In Gaza bombardeert Israël erop los. Edgar wordt het zo nu en dan te veel. “Waar zijn die Israëli’s mee bezig,” laat Gerrit Brand hem uitroepen. “Dit is puur een wraakactie. Israël heeft maar één doel, zegt Fatima, alle Palestijnen het land uitjagen. Ze leggen Gaza in puin, vernietigen huizen en gebouwen en vermoorden de mensen.”
In het Noord-Libanese Baalbek komt de strijd tussen Israël en Hezbollah heel dichtbij. Een Hezbollah-lid laat Edgar het resultaat zien van een Israëlisch bombardement. “Dit is dus wat Israëlische raketten aanrichten, zei hij. Er zijn hier eergisteren tien doden gevallen. Vader. Moeder, een grootvader, kinderen, een baby. Ze stonden voor de puinhopen. Er hing een vreemde geur boven de ravage.” De Israëli’s hadden vooraf geen waarschuwing gegeven voor het bombardement.
‘Naar Beiroet’ is een gelaagde roman. Als hoofdpersoon Edgar aankomt in Beiroet en zijn intrek neemt in het Riviėra Hotel, leest hij Das gelobte Land van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque. Aan de overeenkomsten tussen de joodse vluchtelingen die moesten vluchten voor het fascisme en de Palestijnse vluchtelingen die uit hun land worden verjaagd, valt niet te ontkomen.
Het thema ‘kantelingen’ komt verschillende keren terug; bij de beschrijving van een abstract schilderij met kantelende vlakken, maar ook als de omwenteling in het hoofd van Edgar. Hij neemt immers afstand van de geijkte Nederlandse vooroordelen over het bevriende Israël dat altijd gelijk heeft en van alle kanten belaagd wordt door Arabische terroristen. Libanon doet het leven en de opvattingen van Edgar kantelen.
Ik mocht op 13 november het eerste exemplaar van ‘Naar Beiroet’ in ontvangst nemen van de schrijver. Tussen ons in op de foto gespreksleider Anton Brand. De boekpresentatie vond plaats in Sociëteit De Harmonie in Groningen.
Er zijn boeken die je in een adem uitleest, maar dat lukte me bij het lezen van ‘Naar Beiroet’ niet. Daarvoor schuurde het verhaal te veel aan tegen de realiteit van mijn eigen geschiedenis, van mijn eigen -soms pijnlijke- Libanese herinneringen. Het waren niet zozeer de lotgevallen van de hoofdpersoon die indruk op mij maakten, diens buitenechtelijke uitstapjes en vlucht uit Groningse verveeldheid. Het was veeleer de Libanese topografie die wordt beschreven, mijn biotoop van weleer, die mij meevoerde langs een soort persoonlijke routekaart.
In ’Naar Beiroet’ wordt veel gereisd. In de eerste plaats van de Groningse Grote Markt naar de Libanese hoofdstad, natuurlijk. Maar eenmaal in Libanon worden Qana, Haris, Bazourieh, Tyrus, Damour, Aley, Abey, Baalbek en andere plaatsen aangedaan. In Beiroet worden onder andere de Avenue du Paris en Raouche genoemd, een wijk waar ik haast zes jaar woonde. Dit was ooit mijn leven, tijdens een oorlog die zijn schaduw nooit heeft afgeworpen. Zeker niet nu opnieuw Beiroet en andere steden worden gebombardeerd door het zuidelijke buurland Israël.
Uit alles blijkt dat Gerrit Brand, getrouwd met de Libanese fotografe Souhaila Sahmarani, het land goed kent. Voor in het boek staat de gebruikelijke disclaimer dat het om een fictief werk gaat en dat namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen ontsproten zijn aan de verbeelding van de auteur of fictief gebruikt worden. Dat moge zo zijn, het gaat hier wel om zeer herkenbare fictie.
Daar was Gerrit zich natuurlijk van bewust toen hij mij vroeg het eerste exemplaar van het boek op 13 november in ontvangst te nemen. Ik vond het eervol en spannend en in mijn dankwoord haalde ik een aantal herinneringen op aan Beiroet. Ik waarschuwde dat Beiroet een gevaarlijke stad is. “Je loopt namelijk het gevaar Beiroet, ondanks alles, in je hart te sluiten. Sterker nog: je loopt het gevaar van die stad te gaan houden. O Beiroet, een wereld zonder jou is niet onze wereld, dichtte Nizar Qabbani. En daar herken ik mij in.
Ik hertaalde voor de gelegenheid het gedicht over Beiroet van de grote Syrische schrijver Qabbani, die er lange tijd woonde. Luister naar Majida El Roumi voor de muzikale vertolking van Beirut Sett el Dounia (https://www.youtube.com/watch?v=xd3TlzDsEc4&t=24s)
O Beiroet,
O Heerseres van de Wereld
Wij bekennen voor de ene God,
Dat we jaloers op je waren
Jaloers op je schoonheid
Die ons pijn deed
Wij geven nu wel toe
Dat we je slecht behandelden
En verkeerd begrepen
We hadden geen genade met je
We toonden geen enkele spijt
We staken je met een dolk
In plaats dat we je bloemen gaven
Wij bekennen voor God
De rechtvaardige God
Dat we je pijn deden en uitputten
We staken je in brand
En maakten je aan het huilen
We verveelden je met onze opstanden
O Beiroet
Een wereld zonder jou is niet onze wereld
Wij beseffen nu dat je diep in ons geworteld bent
Wij weten nu wat we je hebben aangedaan
Sta op
Sta op
Sta op
Sta op van onder het puin
Zoals de amandelbloesem in april
Sta op
En schud het verdriet van je af
Sta op
De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet
Sta op van onder het puin
Sta op ter ere van de bossen
Sta op ter ere van de rivieren
Sta op ter ere van de rivieren en de valleien
Sta op ter ere van de mensheid
Sta op, Beiroet
Sta op
De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet
Alle Afrikaanse koloniën, sinds de 19e eeuw in handen van de Britten, Fransen, Portugezen en Spanjaarden, werden in de periode tussen 1960 en 1980 onafhankelijk. Eritrea, Namibië en Zuid-Soedan werden onafhankelijk door zich los te maken van respectievelijk Ethiopië (1993), Zuid-Afrika (1990) en Soedan (2011). Afrika telt nu 54 onafhankelijke staten. Het enige gebied in Afrika dat nog steeds in afwachting is van dekolonisering is de Westelijke Sahara.
Deze ‘laatste kolonie van Afrika’, tot 1975 de ‘53e provincie’ van Spanje, is in juristentaal een ‘niet-autonoom gebied’. Volgens tal van VN-resoluties heeft de bevolking van het gebied -de Sahrawi- recht op zelfbeschikking. Maar het grootste deel van de Westelijke Sahara wordt bezet door Marokko. De Sahrawi wachten al een halve eeuw op een referendum om over hun toekomst te beslissen. Marokko staat dit recht op zelfbeschikking van de Sahrawi niet toe en komt, met steun van de Verenigde Staten en van Frankrijk en Spanje, steeds dichter bij zijn ‘sacrale’ doel: de ‘Marokkaanse Sahara’ tot een onomkeerbare realiteit te maken.
Decennialang verziekte het conflict om de Sahara de verhoudingen in Noord-Afrika, met name tussen Marokko en buurland Algerije. Algerije vreest de Marokkaanse expansiedrift en steunt traditioneel de Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging Polisario. Verschillende malen kwam het de afgelopen halve eeuw bijna tot een grootscheepse oorlog in de regio.
Donald Trump, die zich erop laat voorstaan overal vredesdeals te sluiten, liet weten het oude conflict snel uit de wereld te zullen helpen. Op 31 oktober werd in de VN-Veiligheidsraad een door de Amerikanen voorgestelde resolutie over de Westelijke Sahara aangenomen. In deze resolutie 2797 wordt gewag gemaakt van ‘het Marokkaanse autonomie initiatief’ als referentiekader voor een vredesregeling. Hoewel niemand precies weet wat dit initiatief concreet inhoudt, het regime in Rabat zelf ook niet, werd het benoemen ervan algemeen opgevat als een erkenning van de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara.
De Marokkaanse koning Mohammed noemde resolutie 2797 een ‘keerpunt in de geschiedenis van het moderne Marokko’. Het Front Polisario en ook internationale juristen reageerden verontwaardigd. Door a priori uit te gaan van de Marokkaanse soevereiniteit over het gebied, wordt het zelfbeschikkingsrecht ontdaan van betekenis.
Voor de Amerikanen en Marokkanen moet resolutie 2797 de weg effenen voor een nieuw Trumpiaans vredesakkoord. Onderhandelaars Steve Witkoff en Jared Kushner kondigden al aan dat een deal over de Sahara een kwestie zal zijn van slechts een paar maanden. Bij de methode-Trump gaat het, aldus Kushner, ‘niet om waarden en principes, maar puur om belangen’.
Voor Europese landen, Frankrijk voorop, staan er bij het bondgenootschap met Marokko grote strategische en economische belangen (fosfaat, vis, infrastructuur, handel) op het spel. Marokko is verder een belangrijke bondgenoot bij het tegenhouden van illegale migranten uit Afrika. De Verenigde Staten kijken vooral naar het regionaal-strategische belang van Marokko. In 2020 erkende president Trump de Westelijke Sahara als deel van Marokko. Als tegenprestatie sloot Marokko zich aan bij de Abraham-akkoorden en erkende het formeel de staat Israël. Sindsdien zijn de banden tussen Marokko en Israël verder aangehaald. Er is innige militaire samenwerking, inclusief op het gebied van de inlichtingendiensten. Israëlische drones en ander wapentuig worden volop ingezet in de strijd tegen het Front Polisario in de Westelijke Sahara.
Trump en zijn dealmakers voegen graag een nieuwe trofee toe aan de Amerikaanse prijzenkast met halfbakken vredesakkoorden. Tant pis dat daarmee het Saharaanse zelfbeschikkingsrecht onder het tapijt wordt geveegd. De uitverkoop van het internationaal recht belooft weinig goeds voor het bereiken van echte vrede in Noord-Afrika.
Gepubliceerd in Vredesmagazine, december 2025, jaargang 19, nummer 1
Wekenlang was Mohammed bezig het huis te repareren. Hij begon met het herstel van de riolering. Daarna maakte hij de waterput schoon. Zonder water zou het huis onbewoonbaar blijven. Hij kocht buizen, waterpijpen en ander materiaal en charterde een paar vaklui om hem te helpen. ‘In m’n eentje zou het me nooit gelukt zijn.’ Mohammed repareerde ook deuren en ramen, die met plastic werden afgedekt.
Het eigen appartement van het gezin was te ernstig beschadigd om snel opgeknapt te worden, maar een ander appartement in hetzelfde gebouw was gemakkelijker bewoonbaar te maken. Het is de woning van zijn broer Ali, mijn vriend die in 2014 bij een explosie in Gaza om het leven kwam. Ali’s vrouw en twee kinderen wonen sinds het begin van de oorlog als vluchtelingen in Cairo.
Ondertussen was Mohammeds familie nog steeds in een tent in het ontheemdenkamp Al-Zawaida. Op zondag 2 november ging Mohammed hen opzoeken. De familie begon met het inpakken van de spullen; kleren, keukengerei enzovoorts. Een paar dagen later was het zover: terug naar huis. Mohammed regelde een busje om de spullen en zijn familie naar Gaza-Stad te brengen. ‘Hopelijk is dit de laatste keer dat we moeten verkassen,’ schrijft Mohammed me. De familie moest in de afgelopen twee jaar acht keer vluchten. Het wachten is nu op het openen van de grens, want Mohammed hoopt nog steeds vurig om Gaza te kunnen verlaten.
De terugkeer naar Gaza-Stad was net op tijd, voordat het de afgelopen dagen begon te regenen. Al-Zawaida en andere tentenkampen kwamen blank te staan. Maar ook in de beschadigde gebouwen heeft men last van de regen en koude: het lekt en er dreigt instortingsgevaar. Ondanks de moeilijkje omstandigheden zijn Mohammeds’ drie dochters blij weer ‘thuis’ te zijn. Naar school gaan ze echter nog niet. De meeste schoolgebouwen zijn bezet met vluchtelingen.
Het Jeugdjournaal interviewde oudste dochter Aliaa. Ze beantwoordt vragen van Nederlandse kinderen:
De video is ontroerend en spreekt voor zichzelf.
Nu er wat meer hulp en commerciële goederen Gaza binnengelaten worden, is het voor de familie gemakkelijker om eten te vinden, met name groente. Vlees en kip zijn nog ‘onbetaalbaar, dus dat slaan we maar even over, haha’.
Het wachten is nu tot de tweede fase van Trumps’ vredesplan ingaat. De situatie in Gaza is nog erg onveilig, met voortdurend bestandsschendingen door Israël. Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging werden meer dan tweehonderd Palestijnen in Gaza gedood. Velen omdat ze de onzichtbare ‘gele lijn’ overstaken. Israël laat nog steeds essentiële hulpgoederen Gaza niet binnen. De winter staat voor de deur en de meer dan twee miljoen inwoners van Gaza verkeren in grote onzekerheid over wat de nabije toekomst zal brengen.
Maandag 13 oktober was een dag van grootse beloftes. De retoriek herinnerde mij aan die gedenkwaardige septembermaand in 1993, toen president Clinton, PLO-leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Rabin elkaar de hand drukten op het gazon bij het Witte Huis. Alles zou anders worden in het Midden-Oosten. Toekomstige generaties zouden in vrede en harmonie opgroeien.
Van links naar rechts premier Rabin, president Clinton en PLO-leider Yasser Arafat
President Trump hield maandag een bombastische, deels geïmproviseerde toespraak in de Knesset in West-Jeruzalem. Hij feliciteerde ‘Bibi’ Netanyahu, maar vooral zichzelf met de ‘overwinning’ in Gaza, de geweldige vredesdeal en de vrijlating van de Israëlische gijzelaars.
‘Dat was heel efficiënt,’ complimenteerde hij de ordedienst van de Knesset, toen twee kritische parlementsleden onder gejuich de zaal werden uitgezet. Hun wandaad: ze hielden bordjes omhoog met het opschrift ‘Recognize Palestine’ en riepen ‘genocide’.
Recht doen aan de oorlogsmisdaden van de afgelopen twee jaar en aan Palestijnse aspiraties was op deze ‘historische dag’ vloeken in de kerk. Een valse noot in de unisono lofzang op het uitbreken van eeuwige vrede in het Heilige Land; op ‘het gouden tijdperk voor Israël en het Midden-Oosten’.
Ik zit met gemengde gevoelens naar de speciale tv-uitzending te kijken. Er is veel emotie op de buis. Uitbundige blijdschap zowel in Tel Aviv als in Gaza. Natuurlijk. Er is een staakt-het-vuren en families zijn herenigd. Ook ik voel opluchting. Vrienden in Gaza, met wie ik de afgelopen twee jaar intensief heb meegeleefd en contact onderhouden, overleefden de oorlog. Hun huis is vernield, maar ze hoeven niet langer bang te zijn voor bommen en granaten. Tenminste voorlopig even niet…
Op Al Jazeera wordt de vredesactivist Maoz Inon geïnterviewd. Hij verloor zijn bejaarde ouders op 7 oktober 2023 toen Hamas de moshav Netiv HaAsara aanviel, vlak bij de grens met Gaza. Inon werd bekend door zijn onophoudelijk pleiten voor verzoening, co-existentie en gelijkwaardigheid van Israëli’s en Palestijnen. Ook nu roept hij op tot een ‘partnerschap voor vrede’. Volgens Inon is met de genocide in Gaza ‘de bodem bereikt’. Vanaf nu kan het alleen maar beter worden. Uiteindelijk hebben Israëli’s en Palestijnen elkaar nodig om een betere toekomst ‘tussen de zee en de rivier’ te bereiken.
Ik hoop dat Inon gelijk heeft, maar twijfel. Is met de oorlog in Gaza werkelijk de bodem bereikt? Er is eerder gedacht dat een dieptepunt bereikt was. Dat Israël het Palestijnse volk geen groter leed kon berokkenen, geen groter onrecht kon aandoen, dan de Naqba van 1948. 750.000 Palestijnen werden destijds verdreven uit hun vaderland en meer dan 500 Palestijnse dorpen van de aardbodem weggevaagd. De Gaza-generatie moest toen nog worden geboren.
Was de bodem niet bereikt tijdens de oorlog in Libanon in de jaren tachtig, toen duizenden Palestijnen werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Chatila bij Beiroet? Was er nog niet genoeg leed aangericht door miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen in Libanon, Jordanië en Syrië te beletten ooit naar hun thuisland te kunnen terugkeren?
Er zijn sinds het begin van de twintigste eeuw zoveel dieptepunten in het Midden-Oosten geweest. Zou nu echt de trend omgebogen kunnen worden?
Van Inons’ optimisme over het wederkerig belang om samen te werken voor vrede, was op 13 oktober nog weinig te merken. ‘De Israëlische gijzelaars keren terug naar huis, hoera! De Palestijnse gijzelaars die naar huis terugkeren hebben geen huis meer, schreef dichteres Lieke Marsman op X. Ze heeft gelijk. In Gaza is 92% van de woningen en gebouwen beschadigd of vernield. ‘Domicide’ wordt dat in een VN-rapport genoemd. Gaza is onleefbaar gemaakt. Haast twee miljoen mensen zijn gedwongen in tenten te wonen of bivakkeren op straat. Domicide en genocide gingen de afgelopen twee jaar crescendo hand in hand.
Er was nog een opvallend verschil. De Israëlische gijzelaars keerden terug naar hun land. Dat gold niet voor 154 van de vrijgelaten Palestijnse gevangenen die, tot consternatie van hun familie en geliefden, in ballingschap werden gestuurd. Ze moeten de rest van hun leven slijten in een ander land, zoals in Algerije of Turkije. De gevangenen die wel naar huis mochten in Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever of Gaza, komen terug in een land dat bezet is. Hen wachten apartheid en allerlei (reis-) beperkingen binnen hun eigen land. De vrijheid om te gaan en te staan waar je wilt, het recht op een veilige woonplek en het recht op gelijke behandeling zijn elementaire mensenrechten die aan de Palestijnse bevolking worden ontzegd.
De Israëlische politici in de Knesset en de wereldleiders in Sharm el-Sheikh hadden het daar niet over. Dat maakte van de grote Trump-show een vervreemdende voorstelling. Wel met de nodige spanning en sensatie. Maar het leek alsof een ruimteschip van een andere planeet was geland, verdwaald in een woestijn in het Midden-Oosten.
Zoals vaker zat er aan het Trump-optreden ook een obsceen maffiarandje. Hoewel het geen geheim is dat de Verenigde Staten Israël door dik en dun steunt, schokten zijn schaamteloze liefdesverklaringen aan Israëls genocidale oorlogsvoering in Gaza mij toch nog. ‘Bibi Netanyahu belde me vaak op om me wapens te vragen. Van sommige van die wapens had ik nog nooit gehoord. Maar we kregen ze hier, is het niet’. Trump grijnsde samenzweerderig richting Netanyahu. ‘En je maakte er goed gebruik van.’
Ik vraag me af of ‘vredespresident’ Trump – I love Israel. I’m with you all the way- ooit de foto’s uit Gaza heeft bekeken. Dan had hij de gruwelijke effecten van dat ‘goede gebruik’ van Amerikaanse wapens kunnen zien.
De niet te missen boodschap van 13 oktober was: de Gaza-oorlog is afgelopen. Maar is de vrede echt begonnen? De Franse historicus Jean Pierre Filiu, die een standaardwerk schreef over de geschiedenis van de Gazastrook, telde sinds 1948 vijftien Israëlische oorlogen tegen Gaza. Inclusief de huidige. Al die oorlogen werden militair gewonnen door Israël, maar in politiek opzicht leverden ze meestal geen winst op. Dat geldt ook voor de oorlog van de afgelopen twee jaar. Israël is meer geïsoleerd dan ooit en de Palestijnse zaak is wereldwijd op de kaart gezet. Ook in Nederland is de sympathie voor de Palestijnen toegenomen.
Het optimisme van vredesactivist Maoz Inon lijkt misschien naief, maar er is geen alternatief dan te blijven werken voor recht voor allen tussen de rivier en de zee. Ook de buitenwereld heeft een belangrijke rol om het historische onrecht, dat de Palestijnen is aangedaan, te herstellen. Laten we eraan werken dat het dieptepunt van de afgelopen twee jaar niet gevolgd zal worden door nieuwe dieptepunten. Het is genoeg geweest.
De hulp die Israël binnenlaat in Gaza is als een druppel op een gloeiende plaat. Er wordt nog steeds op grote schaal honger geleden. Dat geldt ook voor de familie van Mohammed Abu Afash. Er is een gebrek aan basisvoedsel, zoals meel en rijst. “En als we wel iets vinden op de markt is het onbetaalbaar duur”, schrijft mijn vriend me via WhatsApp. De communicatie met hem verloopt trouwens met horten en stoten, want vaak is er geen internet. En Mohammed heeft niet altijd zin om te communiceren. Hij voelt zich vaak down. De situatie is uitzichtloos. “Ik voel me zo vreselijk moe. De situatie is zo vernederend. We hebben geen leven meer. Het enige wat we te eten hebben is wat brood en linzen. Soms drinken we thee om de honger te verdrijven.”
Mohammeds drie dochters Aliaa, Eliaa en Layan (zie foto) gaan al haast twee jaar niet meer naar school. Begin juli stuurde hij hen naar een ‘educatief centrum’, een instelling vlak bij hun zwaar beschadigde huis waar ze tenminste nog wat konden leren, andere kinderen ontmoeten en de oorlog even vergeten. Maar dat is er nu niet meer bij. “De kinderen zijn alles voor me. Het is zo onveilig in Gaza-stad. Er zijn voortdurend bombardementen. Ik houd ze het liefst dicht bij me en verlies ze geen moment uit het oog.”
Mohammed wil het liefst met z’n gezin vertrekken. Hij is ervan overtuigd dat er geen toekomst meer in Gaza is voor zijn kinderen. Zou er een mogelijkheid zijn dat ergens ter wereld een land bestaat dat hem zou willen opnemen? Hij stuurde mij zijn medisch dossier. Twee maanden geleden werd Mohammed gewond bij een Israelisch bombardement. De gezondheidszorg in Gaza is ingestort. Mohammed moet eigenlijk worden geopereerd, maar op het ogenblik is dat in Gaza onmogelijk. Veel ziekenhuizen zijn zwaar beschadigd en werken maar op halve kracht. Ook pijnstillers zijn niet altijd verkrijgbaar.
Ik stuurde zijn dossier door naar een arts van de World Health Organisation (WHO). Voorlopig ziet het er niet goed uit voor Mohammed. De WHO registreerde meer dan 10.000 zieken en gewonden die medische zorg in het buitenland nodig hebben. Maar de grenzen zitten potdicht. Gaza is een death trap.
We blijven de familie dus nog steunen. In afwachting van een staakt-het-vuren of -nog beter- een einde van de oorlog. En in afwachting dat de grenzen werkelijk open gaan.
Toen ik in maart 2024 de crowdfunding begon voor de familie van mijn vriend Mohammed Abu Afash in Gaza had ik niet verwacht dat een jaar later de inzamelingsactie nog steeds gaande en nodig zou zijn. De berichten uit Gaza zijn, nog steeds en wederom, zeer verontrustend. Israël weigert de afspraken van het wapenstilstandsakkoord na te komen en te onderhandelen over de tweede fase. Om Hamas onder druk te zetten gijzelt Israël de burgerbevolking van Gaza. Sinds zondag 2 maart komt er geen voedsel en humanitaire hulp de Gazastrook meer binnen. Israël gebruikt opnieuw het ook al eerder tijdens deze oorlog ingezette hongerwapen: een illegale en wrede manier van collectieve afstraffing waarvan de gehele bevolking het slachtoffer is.
Mohammed is bezorgd, zo laat hij weten. ‘Natuurlijk ben ik bang dat het slecht zal aflopen. Er is geen reden voor optimisme. Het sluiten van de grensovergangen is een oorlogstactiek waarvan wij, de burgers, zoals altijd de prijs moeten betalen’. De anders zo geliefde ramadan maand, die zaterdag begon, is dit jaar een sombere aangelegenheid, nu een mogelijke oplaaiing van de oorlog als een donkere wolk boven Gaza hangt.
Mohammed en zijn familie zien geen toekomst meer in Gaza maar vertrekken is op dit moment onmogelijk en geen serieuze optie. Daarom besteedt hij zijn tijd aan het provisorisch bewoonbaar maken van zijn zwaar beschadigde woning. De afgelopen dagen was hij bezig een kamer voor zijn drie dochtertjes af te schermen met op elkaar gestapelde stenen (cement is schaars en peperduur) en tentdoek.
Met het door ons ingezamelde geld helpt Mohammed ook andere mensen. Hij liet vorige week twee vrachtwagens met drinkwater komen, onder andere naar de wijk Jabalia – Tel al Zaatar. De waterleiding in Gaza en de meeste waterputten zijn vernield tijdens de oorlog. Net als voedsel wordt water ingezet als oorlogswapen. Zonder drinkwater is immers geen leven mogelijk: water is een mensenrecht.
Sinds 19 januari is er een staakt-het-vuren in Gaza. Het schieten en de bombardementen zijn gestopt en de familie van Mohammed Abu Afash hoefde eindelijk niet meer bang te zijn voor explosies of rondvliegende granaatscherven. De nachtmerrie van de afgelopen 15 maanden is voorbij. Voorlopig tenminste. Het gezin heeft het overleefd. Maar het blijft onduidelijk wat de toekomst voor Mohammed, zijn vrouw Manar en dochtertjes Aliaa (10), Eliaa (8) en Layan (4) in petto heeft.
Mohammeds’ winkel en huis in Gaza-Stad liggen grotendeels in puin. Hij gelooft niet meer in een toekomst in Gaza. Maar zijn plan om naar Egypte te vertrekken en vandaar asiel aan te vragen voor verblijf in een veilig land, is voorlopig geparkeerd. Of het in de toekomst mogelijk is naar Egypte te reizen blijft onduidelijk. Sinds begin mei 2024 is de grensovergang bij Rafah gesloten. Deze week heropent de grensovergang tussen Gaza en Egypte, maar voorlopig alleen voor gewonden en zieken. Of Israël zal toestaan dat degenen die Gaza verlaten ook kunnen terugkeren blijft onduidelijk. Tot dusver zijn er geen ferme afspraken over gemaakt bij de onderhandelingen over het staakt-het-vuren.
Nadat Israël dinsdag de Rashid-weg openstelde voor Gazanen die terug wilden naar het noorden van de Gazastrook, ondernamen ook Mohammed, zijn vrouw en kinderen de lange, vermoeiende tocht. Ze liepen zo’n 25 kilometer, van het Mawasi-vluchtelingenkamp bij Khan Younis in het zuiden, naar Gazastad. Ieder gezinslid droeg een tas met zoveel mogelijk persoonlijke spullen. Thuisgekomen bleek dat de winkel, de huiskamer en de kinderkamers vernield waren maar, wonder boven wonder, bleek één slaapkamer gespaard. Daar bivakkeert het gezin nu in. Alles beter dan een tent, schrijft Mohammed me. Maar het gebrek aan water en elektriciteit maken het leven in de ruïne van hun huis niet gemakkelijk. “We hebben geleerd om te lijden en ik ben er zeker van dat we oplossingen zullen vinden,” schrijft Mohammed me.
De crowdfunding die ik in maart 2024 initieerde heeft tot dusver een enorm mooi resultaat opgeleverd. We ontvingen mee dan zeshonderd donaties. Hartelijk dank daarvoor. We gaan er nog even mee door om, als het zover is, het gezin van mijn vriend Mohammed een nieuwe start te garanderen. In Gaza of daar buiten.
Voor Mohammed Abu Afash kan zondag niet snel genoeg komen. Zondag 19 januari zal in principe het akkoord tussen Israël en Hamas in werking treden. De Israëlische aanvallen zouden dan in principe moeten stoppen, de eerste gijzelaars vrijkomen en de Rafah-grensovergang tussen Egypte en Gaza heropenen. Dat betekent dat de eerste zieken en zwaargewonden, die urgent medische hulp nodig hebben, Gaza kunnen verlaten en dat er meer humanitaire hulp Gaza binnengelaten kan worden.
‘Beste Jan, ondanks alle pijn en verwoestingen ben ik erg blij,’ schrijft Mohammed me vrijdagochtend. Dit is het staakt-het-vuren waar de bevolking in Gaza al zo lang naar uitkeek. Mohammed verloor zijn huis en zijn winkel tijdens de oorlog. Zijn drie dochtertjes Eiaa, Aliaa en Layan konden niet naar school. De familie moest verschillende keren vluchten en leefde de afgelopen maanden in Mawasi, een tentenkamp in het zuiden van Gaza voor ontheemde Palestijnen. Het kamp was door Israël aangewezen als ‘veilige zone’, maar echt veilig was het er niet. Verschillende keren waren er luchtaanvallen op het kamp, in sommige gevallen gevaarlijk dicht bij de tent van de familie Abu Afash. Daags voor kerst was er nog een aanval waarbij granaatsplinters hun tent beschadigde. Gelukkig kwam het gezin met de schrik vrij, maar enkele meters verderop vonden zeven Palestijnen de dood in brandende tenten.
Sinds maart loopt onze crowdfunding voor de familie van Mohammed. Als zijn telefoon bereik had hield hij me, via Whatsapp, op de hoogte van het leven in het vluchtelingenkamp: van de ontberingen, de kou, de vermoeidheid, de onzekerheid en het geweld. Een paar weken geleden liet Mohammed een tankwater met drinkwater komen voor zijn sectie van het kamp (zie de foto’s). Het ingezamelde geld was niet alleen voor hem en zijn gezin, maar ook voor de mensen om hem heen.
Hoe het nu verder gaat is onduidelijk. Al in april hebben we, met de opbrengst van deze crowdfunding, “coördinatiegeld” betaald in Cairo zodat de familie kan uitreizen naar Egypte. Of en wanneer het vertrek naar Egypte alsnog zal plaatsvinden moet in de komende tijd duidelijk worden. Voorlopig blijft de familie in Mawasi en is het gevaar nog niet geweken. In de uren na de bekendmaking van het akkoord voerde Israël nog aanvallen uit waarbij 73 Palestijnse doden vielen. Het akkoord is nog niet van kracht en er zijn nog een aantal losse eindjes, waarbij beide partijen elkaar beschuldigen van kwade trouw.
Op verzoek van Mohammed gaan we door met de crowdfunding. Het ingezamelde geld blijft hij gebruiken voor de aankoop van voedsel, water, dekens enzovoorts, voor zijn gezin en naaste omgeving. En hopelijk blijft er geld over om straks, in een nieuwe, onzekere fase als de wapens eindelijk zwijgen, een nieuw leven op te bouwen.
For Mohammed Abu Afash, Sunday can’t come soon enough. In principle, the agreement between Israel and Hamas will come into effect on Sunday, January 19. The Israeli attacks should then stop, the first hostages should be released and the Rafah border crossing between Egypt and Gaza should reopen. This means that the first sick and seriously injured people who urgently need medical care can leave Gaza and that more humanitarian aid can be allowed into Gaza.
‘Dear Jan, despite all the pain and destruction, I am very happy,’ Mohammed wrote to me on Friday morning. This is the ceasefire that the people of Gaza have been looking forward to for so long. Mohammed lost his home and his shop during the war. His three daughters Eiaa, Aliaa and Layan could not go to school. The family had to flee several times and in recent months they lived in Mawasi, a tent camp in the south of Gaza for displaced Palestinians. The camp had been designated by Israel as a ‘safe zone’, but it was not really safe there. There were several air raids on the camp, in some cases dangerously close to the Abu Afash family’s tent. The day before Christmas there was another attack in which shrapnel damaged their tent. Fortunately, the family escaped unscathed, but a few meters further on seven Palestinians were killed in burning tents.
Our crowdfunding for Mohammed’s family has been running since March. When his phone had reception, he kept me informed, via WhatsApp, about life in the refugee camp: about the hardships, the cold, the fatigue, the uncertainty and the violence. A few weeks ago Mohammed had a tank of drinking water delivered to his section of the camp (see the photos). The money raised was not only for him and his family, but also for the people around him. It is unclear what will happen next. In April, we already paid “coordination money” in Cairo with the proceeds from this crowdfunding so that the family can travel to Egypt. Whether and when the departure to Egypt will still take place will have to become clear in the coming period. For the time being, the family will remain in Mawasi and the danger has not yet passed. In the hours after the announcement of the agreement, Israel carried out further attacks that killed 73 Palestinians. The agreement has not yet entered into force and there are still a number of loose ends, with both parties accusing each other of bad faith. At Mohammed’s request, we will continue with the crowdfunding. He will continue to use the money raised to buy food, water, blankets, etc. for his family and immediate surroundings. And hopefully there will be money left over to build a new life in a new, uncertain phase when the guns finally fall silent.
Het is koud en nat in Mawasi in het zuiden van de Gazastrook waar honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen in tenten bivakkeren, die vaak niet goed bestand zijn tegen het gure winterweer. Mawasi is een 16 kilometer lange, zanderige “evacuatiezone” langs de kust. Er zijn geen voorzieningen. Mawasi is al een concentratiekamp genoemd want de mensen, afkomstig uit verschillende delen van de Gazastrook, kunnen geen kant op. Echt veilig is het ook niet want van tijd tot tijd vindt er een Israëlische aanval plaats. Afgelopen dagen overleden drie babies als gevolg van de kou. Veel mensen zijn verzwakt door gebrek aan goed voedsel. Infectieziektes doen de ronde. Een paar keer per week ben ik in contact met Mohammed Abu Afash. Hij en zijn familie zijn al meer dan een jaar op de vlucht en verblijven sinds mei in Mawasi. Mohammed houdt me trouw op de hoogte over zijn leven daar. De afgelopen tijd waren er verschillende keren Israelische aanvallen, gevaarlijk dicht bij de tent van de familie Abu Afash.
Hij schrijft: “Kort daarna was er een grote explosie in de buurt van ons kamp en scherven raakten onze tenten meerdere keren. Door de genade van God raakte niemand in ons gezin fysiek gewond, maar het was angstaanjagend en diende als een nieuwe herinnering aan hoe precair onze omstandigheden zijn.”
“Ondertussen blijven de kosten van voedsel en groenten stijgen en is meel vaak schaars – we zijn de afgelopen drie maanden meerdere keren bijna door ons meel heen. Zelfs het bereiden van eenvoudige maaltijden is een voortdurende uitdaging geworden.”
“Ondanks alles blijven we vasthouden aan de hoop om onze kinderen een betere toekomst te geven. We vragen respectvol om uw steun en vrijgevigheid om ons te helpen deze omstandigheden te doorstaan totdat de Rafah-overgang naar Egypte weer opengaat, zodat we eindelijk veiligheid kunnen zoeken buiten Gaza. Jullie donaties maken een wereld van verschil – ze bieden niet alleen essentiële zaken zoals voedsel en onderdak, maar ook de belofte van een normaal leven waarin mijn kinderen onderwijs, waardigheid en de eenvoudige vrijheden kunnen nastreven die andere kinderen over de hele wereld genieten. Ik hoop dat jullie blijven delen en doneren, zodat we ons doel zo snel mogelijk kunnen bereiken. Ik zal jullie regelmati op de hoogte stellen van onze reis. Bedankt dat jullie mijn familie steunen.”
Op 1 januari 2025 stuurde Mohammed mij een aantal foto’s van de wateroverlast in Mawasi. Hij schreef me: Dear Jan, yesterday was a terrifying night, bitter cold, heavy rain, the tent was flooded due to broken poles, today I tried as much as I could to fix it and bought a new awning to protect us from the rain, I don’t know how long this will last!
It is cold and wet in Mawasi in the south of the Gaza Strip where hundreds of thousands of Palestinian refugees are living in tents, which are often not well-equipped to withstand the harsh winter weather. Mawasi is a 16-kilometre-long, sandy “evacuation zone” along the coast. There are no facilities. Mawasi has already been called a concentration camp because the people, who come from different parts of the Gaza Strip, have nowhere to go. It is also not really safe because from time to time an Israeli attack takes place. In the past few days, three babies have died as a result of the cold. Many people are weakened by a lack of good food. Infectious diseases are doing the rounds. A few times a week I am in touch with Mohammed Abu Afash. He and his family have been on the run for more than a year and have been living in Mawasi since May. Mohammed keeps me faithfully informed about his life there. There have been several Israeli attacks recently, dangerously close to the Abu Afash family’s tent.
“There was a large explosion near our camp, and shrapnel struck our tents multiple times’” he writes. “By the grace of God, no one in our family was physically hurt, but it was terrifying and served as another reminder of how precarious our circumstances are.”
“Meanwhile, the cost of food and vegetables keeps rising, and flour has often been scarce—we’ve nearly run out multiple times over the last three months. Even preparing basic meals has become an ongoing challenge.”
“Despite everything, we continue to hold onto the hope of giving our children a better future. We respectfully ask for your support and generosity to help us endure these conditions until the Rafah Crossing reopens, so we can finally seek safety beyond Gaza. Your donations and shares make a world of difference—providing not only essentials like food and shelter, but also the promise of a normal life where my children can pursue an education, dignity, and the simple freedoms other children enjoy around the world. Hope you keep sharing and donating so that we can achieve our goal as soon as possible. From now on I will try to update you often, so you keep informed about our journey. Thank you for standing with us and supporting my family. Love and Appreciation. …. Mohammed and his family”