Een ongemakkelijke waarheid

Turkije staat de afgelopen maanden hoog op de politieke agenda. Het land speelt een sleutelrol in verschillende koppijndossiers van de Europese Unie. Maar Turkije is meer dan een belangrijk schaakstuk in de vluchtelingencrisis en het Syrische conflict.

Het staat op vele manieren dichtbij ons. Als fantastisch vakantieland, als land van afkomst van veel van onze landgenoten, als belangrijke handelspartner en als mogelijk EU-lidstaat.

Alle reden om een goede band met Turkije en vooral met haar inwoners te koesteren.

En bij een goede band hoor je elkaar ook de waarheid te kunnen zeggen, ook al is die soms ongemakkelijk. De waarheid is dat Turkije langzaam dreigt toe te groeien naar een politiestaat, waarin journalisten, advocaten, minderheden en tegenstanders van het regime de eerste slachtoffers zijn.

zaman_261_366_c1

De rol van de pers is belangrijker dan het lot van een individuele verslaggever, die monddood wordt gemaakt vanwege kritiek op het regime. Met deze verslaggever dooft het licht op cruciale beslissingen van het Turkse regime voor de gehele Turkse natie. En helaas gaat het daarbij niet langer om een enkele kritische journalist, die door het Turkse regime steevast voor terrorist wordt uitgemaakt.

Met het insnoeren van de persvrijheid wordt niet alleen het Turkse publiek het recht op betrouwbare informatie ontzegd. Voor de internationale publieke opinie is vrije nieuwsgaring in Turkije door Turkse en internationale journalisten van cruciaal belang.

Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn basale, universele mensenrechten. Zonder deze rechten zijn andere mensenrechten – zoals het recht op leven – niet controleerbaar.

Journalisten die kritisch en onafhankelijk zijn en niet blindelings de regering steunen, worden bestempeld als landverrader, spion, crimineel of terrorist. Het monddood maken van journalisten en het niet toelaten van pluralisme en diversiteit in de media, is in strijd met alles waar Europa voor zegt te staan: mensenrechten, vrijheid en democratische waarden.

Rechtszaken tegen journalisten zijn aan de orde van de dag, waarbij levenslang een bijna gangbare eis is. Zeker 30 journalisten zitten achter de tralies, er zijn geregeld invallen bij redacties, Twitter en YouTube worden regelmatig op zwart gezet en er zijn regelmatige meldingen van geweld tegen (foto)journalisten. Ook buitenlandse journalisten blijven niet buiten schot. Nog geen 6 maanden geleden moest de Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink gedwongen het land verlaten na kritische berichtgeving. Deze maand moest ook een Noorse journaliste vertrekken.

De provocatie van afgelopen vrijdag, waarbij Zaman, de grootste oppositiekrant van Turkije onder dreiging van geweld bruutweg door het regime is overgenomen, is een nieuw dieptepunt. Met deze inval zijn de 1000 medewerkers van het krantenconcern in één klap monddood gemaakt. En met hen de miljoenen lezers, die in deze krant een kritische volger van het regime vonden.

Een dag na de machtsovername was er niets meer van over. De hoofdredacteur afgezet, de redactie gedwongen alle kritische stukken over het regime uit de krant te houden.

Je vraagt je af wat de volgende stap zal zijn?

Hoe lang kunnen Europa en Nederland dit Turkije als een serieuze gesprekspartner blijven behandelen, waarbij het onderwerp persvrijheid in een bijzin wordt afgedaan?

Persvrijheid moet bespreekbaar worden gemaakt in het overleg met Turkije. Dat doet niet alleen recht aan de erbarmelijke situatie voor journalisten in het land, het is de enige manier om weer te kunnen praten met Turkije als een democratische staat.

Anders is Europa met Timmermans voorop vooral bezig om zich dieper in een moeras te laten trekken, waarin fundamentele mensenrechten worden uitgeruild tegen korte termijnoplossingen.

Auteurs: Thomas Bruning, algemeen secretaris, Jan Keulen, bestuurslid Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)

  • Deze column verscheen ook in een extra editie van Zaman Vandaag en online bij Zamanvandaag.nl

De Turkse “opnieuw-verkiezingen” en het gebrek aan persvrijheid

Ragip Duran is de correspondent in Turkije van het Franse dagblad Liberation. Duran werkte onder andere voor de Turkse krant Cumhuriyet, de Turkse afdeling van de BBC en voor AFP.

Ragip Duran:

Ragip Duran: “We hebben een sterke journalistenvakbond nodig in Turkije”.

In zijn blog Apoletli Medya (Media met Epauletten) analyseert en bekritiseert hij de Turkse media. Dat ‘epauletten’ sloeg op de periode dat de Turkse militairen de mediavrijheid beknotten. De regerende AK-partij heeft, volgens Duran, ten opzichten van journalisten, dezelfde autoritaire “jacobijnse” mentaliteit als het leger. Ik trof Duran tijdens de internationale conferentie voor Persvrijheid georganiseerd door de TGC (Turkse Journalisten Vereniging), EFJ (Europese Federatie van Journalisten) en IFJ (Internationale Federatie van Journalisten) in Istanbul op 17 september 2015.

“Turkije heeft een grondwetsartikel nodig zoals het first amendment in de VS. In de Turkse wetgeving wordt wel gesproken over persvrijheid, maar er volgt altijd een maar. En dan komen er allerlei voorwaarden die neerkomen op rechtvaardiging van censuur en beperkingen van persvrijheid.”

“Als vrijheid van meningsuiting en persvrijheid in de Turkse grondwet zou worden gegarandeerd zou het onmogelijk zijn voor de president, de premier of zelf de provinciale gouverneurs om allerlei beperkingen op te leggen. Turkije is jammer genoeg geen rechtstaat. Tijdens de verkiezingsstrijd eerder dit jaar stelde de president van de republiek, die onpartijdig hoort te zijn, zich zeer partijdig op. De president hoort boven de partijen te staan maar Erdogan deed uitlatingen ten gunste van de AK en tegen de oppositiepartijen CHP en DHP.”

“De rechtspraak in Turkije is evenmin onafhankelijk. Voor de eerste keer in de Turkse geschiedenis zijn er nu twee rechters en drie openbare aanklagers tot gevangenisstraf veroordeeld omdat ze besluiten namen die de regering niet welgevallig waren. De rechterlijke macht is bang voor het paleis, bang voor Erdogan, bang om beslissingen te nemen waar de regering het niet mee eens is. De rechterlijke macht wordt gebruikt als repressiemiddel tegen de oppositie.”

“De Turkse regering begrijpt helaas niet wat de rol van journalisten is en waarom persvrijheid zo belangrijk is. Erdogan belde bijvoorbeeld met met de hoofdredacteur van de krant Milliyet om hem te vragen waarom hij journalisten in dienst had die hem bekritiseerden. Wat voor hoofdredacteur ben jij? Je moet die lui ontslaan, zei hij, waarom blijf je ze betalen? Erdogan heeft een erg Midden-Oosterse mentaliteit. Hij heeft de antidemocratische opvatting dat journalisten de regering horen te dienen of zelfs hem persoonlijk.”

De Turkse samenleving, de politiek en ook de media zijn erg gepolariseerd. Dit stelt Turkse journalisten voor dilemma’s… Is er iets tegen die polarisatie te doen?

“De polarisatie is helaas aanwezig op verschillende niveaus. Turken tegen Koerden. Secularisten tegen religieuze mensen. Soennieten tegen alevieten. Velen in Turkije hebben een erg zwart-witte manier van denken. Ze vergeten dat in het echte leven er ook andere tinten zijn. We kunnen de polarisatie in Turkije doorbreken als we iets doen tegen de mentaliteit van de pensee unique, als we het idee van diversiteit, van een veelkleurige maatschappij accepteren.”

“D’r is helaas ook een religieus aspect. De islam is een religie die niet alleen gaat over de verhouding tussen God en het individu maar een project heeft voor de hele maatschappij. Vooral de aanhangers van de politieke islam, de islamisten, hebben een erg eenzijdige, intolerante manier van denken.”

De Turkse journalist en schrijver Mustafa Akyol stelt dat islam wel degelijk te verenigen is met een tolerant mensbeeld, mensenrechten en persvrijheid.

“Ik heb z’n boek niet gelezen maar ik ken hem en z’n theorie. Ik denk dat de feiten zijn theorie weerspreken. Neem de regerende AK Partij in Turkije. Een parlementslid van die partij zei gisteren dat iedereen die op de oppositie, op de HDP gaat stemmen geen moslim is. Dit is toch ongelooflijk? In een democratie kun je zoiets toch niet zeggen? Dit soort islam en democratie zijn onverenigbaar. We zien hetzelfde in de Arabische landen. Politieke islam en democratie gaan niet samen.”

De afgelopen maanden is het conflict tussen het leger en de PKK weer opgelaaid, vooral in Oost-Turkije. Als journalist die hierover bericht speel je, of je wilt of niet, een rol in dit conflict. Is het mogelijk dat te doen op een manier die het conflict niet verder aanwakkert, die geen schade aanricht?

“In 1987-‘88 was ik hoofdredacteur van het eerste Koerdische dagblad dat in Istanbul in het Turks werd gepubliceerd. We probeerden vredesjournalistiek te bedrijven. We probeerden bijvoorbeeld de familie van een Koerdische guerrillastrijder samen te brengen met de familie van een omgekomen Turkse soldaat. Beide families woonden in Izmir. De zoon van de Koerdische familie was in de bergen met de PKK en gesneuveld.“

“We dachten dat het een goed idee was beide families, die immers beide een zoon hadden verloren, bij elkaar te brengen. We wilden geen politiek verhaal. We wilden het niet over het politieke conflict hebben, maar vooral naar de menselijke kant kijken. We wilden benadrukken dat er niets belangrijkers is dan vrede, dan het menselijk leven, zowel van Turken als van Koerden. Maar het werkte helaas niet.”

“Een van onze journalisten werkte drie maanden aan dit project. Ons idee was dat beide families begrip voor elkaar zouden krijgen en dat ze een oproep zouden doen het doden te stoppen: zowel van Turkse soldaten als van Koerdische militie. Het ging redelijk goed totdat de vader van de omgekomen soldaat, vlak voor de ontmoeting plaats zou vinden, het had over die honden van de PKK die zijn zoon hadden vermoord. Als de verantwoordelijke van de publicatie kon ik die uitdrukking PKK-honden niet toestaan. Net zomin als ik zou kunnen toestaan om Turkse soldaten honden te noemen. Honden is een vreselijk scheldwoord in Turkije, een zware belediging. Vooral aan Turkse kant is de polarisatie ver doorgevoerd. Koerden zijn over het algemeen toleranter.”

“Vandaag de dag zijn de tegenstellingen nog meer op de spits gedreven. Onze collega-journalisten die bij TV- of radiostations werken, of bij een krant, worden van samenwerking met terroristen beschuldigd als ze alleen al HDP-politici interviewen. De HDP is een partij die in het parlement zit. Die tachtig zetels heeft. Meer dan zes miljoen burgers van de 53-miljoen Turkse stemgerechtigden hebben op deze partij gestemd. De HDP heeft geen organisatorische band met de PKK en hamert erop dat de Koerdische kwestie niet kan worden opgelost met geweld, maar alleen door onderhandelingen. Net zoals er in Noord-Ierland onderhandelingen zijn geweest tussen de Britse regering en de IRA.

De Turks-nationalistische en anti-Koerdische gevoelen zijn zo sterk dat het lastig is voor een gewone journalist om een positieve rol te spelen en objectief nieuws te brengen. Als je tegen het geweld, tegen de oorlog bent word je automatisch beschuldigd een vriend of collaborator van de PKK te zijn.“

“Onze werk als journalisten is echt heel moeilijk in dit land. Of je hoofdredacteur durft je verhalen niet publiceren en dan ben je dus geneigd zelfcensuur toe te passen, of de openbare aanklager stelt een onderzoek in naar de krant of het medium waar je voor werkt.”

Na de verkiezingen in juni worden er nu opnieuw (op 1 november) parlementsverkiezingen gehouden omdat de resultaten van juni de AK-regering niet aanstonden.

“Het is voor de eerste keer in de Turkse politieke geschiedenis dat dit gebeurt, voor de eerste keer sinds de creatie van de Turkse republiek in 1923. In een democratie vormen de winnaars van de verkiezingen de regering. Dat is een elementair democratisch principe. En in het verleden hebben we in Turkije ook die democratische wisseling van de macht gezien. Maar de AK-partij en vooral Erdogan hechten overdreven groot belang aan wat zij de volkswil noemen. De AK had in juni 41% van de stemmen. Dat is niet genoeg om een regering te vormen. Het kan heel goed zijn dat straks op 1 november de verkiezingen ongeveer hetzelfde resultaat laten zien. Moeten we dan een derde keer naar de stembus? Hebben we verkiezingen net zolang totdat het resultaat de AK-partij naar de zin is?”

“Erdogan vond een term uit die in geen enkele politicologie leerboek te vinden is: opnieuw-verkiezingen. In het Turks hebben we de uitdrukking: de worstelaar die verliest wil altijd opnieuw beginnen met het gevecht.”

“De internationale gemeenschap speelt een steeds positievere rol. Bijvoorbeeld: Erdogan was woedend toen de Verenigde Staten hulp stuurde naar de strijders in Kobane. De PYD, de Koerdische militie in Kobane, wordt gezien als de zusterorganisatie van de PKK. Voor de Turkse regering is de PKK een terroristische organisatie en de PYD dus ook. Maar voor de Amerikanen is de PYD niet op hun list van terroristische organisaties.

Recentelijk toen het Turkse leger Cizre belegerde en gedurende negen dagen zelfs geheel van de buitenwereld afsloot was, deed de Europese Commissie een heel duidelijke uitspraak: antiterroristische strijd mag niet gericht zijn tegen burgers en de mensenrechten moeten worden gerespecteerd. Er werden in Gizre 17 burgers gedood door het Turkse leger. Twee dagen na die duidelijke uitspraak van de EC werd het beleg van Gizre opgeheven.”

Er zijn vijf journalisten organisaties. Is die verdeeldheid niet erg contraproductief?

“We hebben al een Platform ter Verdediging van Persvrijheid. Hier zijn zo’n tien organisaties en vakbonden bij aangesloten. Jammergenoeg zijn de afzonderlijke onderdelen van dit platform niet zo sterk en dus ook is het platform niet sterk. Het platform is aanwezig bij rechtszaken tegen journalisten en soms worden er demonstraties georganiseerd. Ik denk dat er geen alternatief is voor het versterken van de Turkse Journalistenbond. Een platform of samenwerkingsverband is ad-hoc. Ik geloof zelf dat de journalistenbond TGC een mooie toekomst heeft. Ze hebben nu een jong, dynamisch bestuur. Noemen zichzelf cool en trendy. (lacht) In minder dan twee jaar is het ledenaantal vervijfvoudigd.”

“Ik begon te werken als journalist in 1978 toen de vakbond erg sterk was. Als Turkse journalisten hebben we een geschiedenis, een traditie. Het gaat erom de bond te herbouwen. Het heeft ook te maken met het algemene politieke klimaat in Turkije. Als de AK-partij verslagen wordt in de verkiezingen en we een linksere regering krijgen zal er minder repressie zijn, minder beperkingen voor de pers.”