Woensdag 22 april werd journalist Amal Khalil, 42, gedood toen ze verslag deed van een eerdere Israëlische aanval in het Zuid-Libanese dorp al-Tayri. Een eerste aanval trof een voertuig dat voor Khalil en freelance fotograaf Zeinab Faraj reed., Het duo zocht daarna hun toevlucht zocht in een nabijgelegen huis. Volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid werd het huis vervolgens getroffen door een tweede aanval. Reddingswerkers haalden Faraj, die een hoofdwond had opgelopen, uit het huis, maar werden beschoten voordat ze Khalil konden bereiken.
Uren later vonden ze Amal Khalil dood onder het puin.
De Libanese premier Nawaf Salam omschreef de moord als een oorlogsmisdaad en zei dat Libanon alles in het werk zou stellen om de daders internationaal te vervolgen.
De gerichte aanval op de journalisten in Libanon en Gaza vertoont een patroon. Eerder in april werden drie journalisten in Zuid-Libanon gedood door het Israëlische leger. Journalisten zijn burgers. Ze mogen nooit doelwit worden. Amal Khalil was eerder, via Whatsapp, door Israël met de dood bedreigd.
8 april gaat in Beiroet de geschiedenis in als ‘Zwarte Woensdag’. Binnen korte tijd voerde Israël een golf aanvallen uit, die aan haast vierhonderd Libanezen het leven kostte. Meer dan 1.200 mensen raakten gewond. De meeste slachtoffers waren burgers. Israël gaf de massale aanval de naam mee van een van de tien Bijbelse plagen: ‘Operatie Eeuwige Duisternis’.
Net als eerder in Gaza ging het brute Israëlische geweld gepaard met aanvallen op de media. Drie Libanese journalisten werden gedood in een Israëlische drone aanval in Zuid-Libanon: Fatima Ftouni en haar broer Mohammed die voor Al Mayadeen werkten en Ali Shuaib van het aan Hezbollah gelieerde Tv-station Al Manar. In Tyrus kwam radiopresentator Ghada Dayek om het leven bij een bombardement op haar huis. Journalist en Tv-presentatrice Suzanne al-Khalil werd thuis gedood in het bergdorp Kayfoun, in het centrum van Libanon.
Het Israëlische leger maakte er geen geheim van dat het om gerichte aanvallen ging. Een van de journalisten zou een ‘inlichtingenofficier’ van Hezbollah zijn. Anderen zouden Hezbollah-propagandisten zijn. Net als in Gaza, waar sinds oktober 2024 meer dan 260 journalisten, cameramensen en media-medewerkers zijn gedood, werden de beschuldigingen niet met feiten gestaafd.
In Libanon werd de aanval op de journalisten breed veroordeeld. De Libanese president Joseph Aoun -voorwaar geen politieke vriend van Hezbollah- noemde het een ‘schaamteloze misdaad’. ‘Israël trekt zich niets aan van internationale normen en verdragen waarbij journalisten bescherming genieten’. ‘Wat men ook vindt van de redactionele lijn of de rol van media die gelieerd zijn aan of nauw verbonden zijn met Hezbollah, een journalist mag, ongeacht zijn of haar mening of de omstandigheden, nooit een doelwit worden,’ schreef de liberale krant l’Orient le Jour. ‘Het voortbestaan van de persvrijheid hangt ervan af.’
Libanon kent een decennialange, pijnlijke geschiedenis van journalisten die vanwege hun politieke opvattingen werden vermoord. Tientallen dodelijke aanslagen op prominente journalisten werden in het verleden bijvoorbeeld toegeschreven aan de Syrische inlichtingendienst. Maar de afgelopen jaren is het juist Israël dat ongestraft de jacht op journalisten heeft geopend. Vanaf oktober 2023 werden minstens 21 Libanese journalisten door Israël gedood; de meeste van hen in gerichte aanslagen.
Op zich is het internationaal recht kristalhelder als het gaat over de status van media in oorlogen. Artikel 79 van het in 1979 toegevoegde Protocol van de Geneefse Conventies zegt dat ‘journalisten op gevaarlijke missies tijdens gewapend conflict moeten worden behandeld als burgers’. Met andere woorden: journalisten zijn nooit een legitiem doelwit. Nu staat Israël niet bekend zich uitermate te bekommeren om welke burgers dan ook. Zie de grote aantallen burgerslachtoffers in Gaza en Libanon. Maar in het geval van mediawerkers is nog iets anders aan de hand: ze worden doelbewust geëlimineerd in de slaapkamer van hun woning of in hun met de letters PRESS gemarkeerde auto, onderweg naar een journalistieke klus.
De ongeëvenaarde ‘oorlog tegen de journalistiek’ in Palestina en Libanon staat niet op zichzelf. Tijdens de genocide in Gaza, maar ook eerder al, werd duidelijk dat Israël er alles aan doet de Palestijnse samenleving zo hard mogelijk te treffen. In Gaza werd de onderwijssector grotendeels verwoest. Honderden academici, leraren en onderwijzers werden gedood door het Israëlische leger. Studenten en leerlingen kregen geen toegang meer tot boeken en leermiddelen. Academische uitwisseling werd onmogelijk gemaakt. De Verenigde Naties spreekt van scholasticide in Gaza: de systematische en doelbewuste vernietiging van het onderwijssysteem, bibliotheken en kennisinfrastructuur.
De Israëlische strategie lijkt erop gericht de toevoer van cruciale intellectuele en culturele zuurstof voor Palestijnen en Libanezen -zeker van de grote sjiitische bevolkingsgroep in Libanon- zoveel mogelijk af te sluiten. Met militaire en politieke overheersing komt onvermijdelijk ook de culturele dominantie en de Israëlische gedachtenpolitie. Vandaar de sluiting van UNRWA, verantwoordelijk voor het onderwijs in Palestijnse vluchtelingenkampen. Vandaar de sluiting of tegenwerking van mensenrechtenorganisaties. Vandaar het, soms letterlijk, tot zwijgen brengen van Palestijnse cineasten, dichters en schrijvers.
Dat de media in Palestina en Libanon extra hard worden getroffen in deze culturele genocide heeft nog een andere reden. Door Gaza hermetisch af te sluiten voor buitenlandse journalisten en andere waarnemers werden Palestijnse verslaggevers, vloggers, cameramensen en fotografen de enigen die informatie konden verzamelen, verifiëren en naar buiten brengen over Israëlische oorlogsmisdaden.
In de door Al Jazeera uitgezonden documentaire Starving Gaza, over de door de Israëlische blokkade veroorzaakte hongersnood, werden Palestijnse journalisten de ogen en de oren van de wereld. Voor de documentaire werden opnames gemaakt van bleke, hologige, hongerige Palestijnse kinderen in het Kamal Adwan Ziekenhuis in het noorden van Gaza. Maar degene die de camera vasthield riskeerde ook zijn eigen leven.
Shawan Jabarin, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq, wijst erop dat Israël journalisten in diskrediet brengt, de-humaniseert (‘het zijn terroristen’), in hun werk belemmert en zelfs vermoordt, om te voorkomen dat ooit verantwoording voor oorlogsmisdaden kan worden afgelegd. Al Haq documenteert het conflict door informatie te verzamelen via satellietbeelden en getuigenissen, maar het materiaal van de journalisten ter plaatse is onontbeerlijk. Ook Jabarin begrijpt de gerichte liquidatie van journalisten als onderdeel van de genocide: ‘het doel is niet alleen de mensen te vernietigen maar ook hun verhaal, hun narratief’.
Bij de Israëlische agressie in Libanon speelt dezelfde perverse logica een rol: het gaat niet alleen om het elimineren van lastige journalistieke pottenkijkers, maar ook om het tot zwijgen brengen van onwelgevallige stemmen. Zuid-Libanon moet worden herschapen naar Gaza’s evenbeeld: gecontroleerd door Israël, in ruïne, ontdaan van een groot deel van zijn ‘lastige’ bevolking. Zijn authentieke maar onwelgevallige geluid moet tot zwijgen worden gebracht. De naam ‘Operatie Eeuwige Duisternis’ is misschien toch niet zo slecht gekozen.
Dit artikel is geschreven voor de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya, april 2026

Voor hulp aan de interne vluchtelingen in Libanon, die voorlopig niet kunnen terugkeren naar hun woningen in het zuiden, steun het werk van Alpha. De organisatie wordt gerund door vrienden van ons in Libanon.
Via de crowdfunding (met credit card)
https://chuffed.org/project/177811-noodhulp-voor-libanon
Of rechtstreeks naar: Stichting Friends of Alpha te Diemen, rekeningnummer:NL33INGB0006976151.
















