Terug naar Gaza Stad

Na een vermoeiende voettocht van Khan Younis naar Gaza Stad vond Mohammed Abu Afash zijn huis grotendeels verwoest aan.

Sinds 19 januari is er een staakt-het-vuren in Gaza. Het schieten en de bombardementen zijn gestopt en de familie van Mohammed Abu Afash hoefde eindelijk niet meer bang te zijn voor explosies of rondvliegende granaatscherven. De nachtmerrie van de afgelopen 15 maanden is voorbij. Voorlopig tenminste. Het gezin heeft het overleefd. Maar het blijft onduidelijk wat de toekomst voor Mohammed, zijn vrouw Manar en dochtertjes Aliaa (10), Eliaa (8) en Layan (4) in petto heeft.

Mohammeds’ winkel en huis in Gaza-Stad liggen grotendeels in puin. Hij gelooft niet meer in een toekomst in Gaza. Maar zijn plan om naar Egypte te vertrekken en vandaar asiel aan te vragen voor verblijf in een veilig land, is voorlopig geparkeerd. Of het in de toekomst mogelijk is naar Egypte te reizen blijft onduidelijk. Sinds begin mei 2024 is de grensovergang bij Rafah gesloten. Deze week heropent de grensovergang tussen Gaza en Egypte, maar voorlopig alleen voor gewonden en zieken. Of Israël zal toestaan dat degenen die Gaza verlaten ook kunnen terugkeren blijft onduidelijk. Tot dusver zijn er geen ferme afspraken over gemaakt bij de onderhandelingen over het staakt-het-vuren.

Nadat Israël dinsdag de Rashid-weg openstelde voor Gazanen die terug wilden naar het noorden van de Gazastrook, ondernamen ook Mohammed, zijn vrouw en kinderen de lange, vermoeiende tocht. Ze liepen zo’n 25 kilometer, van het Mawasi-vluchtelingenkamp bij Khan Younis in het zuiden, naar Gazastad. Ieder gezinslid droeg een tas met zoveel mogelijk persoonlijke spullen. Thuisgekomen bleek dat de winkel, de huiskamer en de kinderkamers vernield waren maar, wonder boven wonder, bleek één slaapkamer gespaard. Daar bivakkeert het gezin nu in. Alles beter dan een tent, schrijft Mohammed me. Maar het gebrek aan water en elektriciteit maken het leven in de ruïne van hun huis niet gemakkelijk. “We hebben geleerd om te lijden en ik ben er zeker van dat we oplossingen zullen vinden,” schrijft Mohammed me.

De crowdfunding die ik in maart 2024 initieerde heeft tot dusver een enorm mooi resultaat opgeleverd. We ontvingen mee dan zeshonderd donaties. Hartelijk dank daarvoor. We gaan er nog even mee door om, als het zover is, het gezin van mijn vriend Mohammed een nieuwe start te garanderen. In Gaza of daar buiten.  

https://gofund.me/15bf945e

Wat doen we met Gaza?

De uitkomst van de oorlog in Gaza blijft onduidelijk. Wat gebeurt er na de genocide? Gaza is grotendeels verwoest en onleefbaar gemaakt. Wat is het lot van de twee miljoen Palestijnse ontheemden die nu in tentenkampen bivakkeren? Blijft Israël als bezettende macht voor altijd aanwezig in Gaza? Worden de plannen van joodse religieuze ultra’s gerealiseerd en verrijzen er straks nederzettingen op de ruïnes van Jabalya en Gaza Stad?

Jabalya

De bekende Palestijnse historicus Rachid Khalidi klaagde er onlangs in een interview over dat er na 7 oktober 2023 te weinig aandacht is voor de geschiedenis. Er is volgens de auteur van het standaardwerk ‘De honderdjarige oorlog tegen Palestina’ zelfs een zekere blindheid voor alles wat vooraf ging aan de Hamas-aanval op Zuid-Israël. Spoiler: de rode draad in die pijnlijke voorgeschiedenis is het Israëlische verlangen het gebied te annexeren en ‘verlost’ te worden van de Palestijnse bevolking daar.

Niet alleen maakte de massale aanwezigheid van Palestijnse bevolking het lastig Gaza te ‘verjoodsen’ en onderdeel van Israël te maken. Palestijns Gaza was ook een constante herinnering aan de Nakba: de verdrijving van 750.000 Palestijnen uit hun vaderland in 1947-‘48. Gaza was als het ware een levend monument voor de donkere koloniale ontstaansgeschiedenis van Israël zelf.

Het plan van premier Ben Gurion om de Gazastrook in te lijven, en te voegen bij het zuiden van de jonge staat Israël, stuitte in 1949 op verzet van Egypte. Ook de Verenigde Staten was tegen het Israëlische annexatieplan.

Van november 1956 tot maart 1957 lukte het Israël wel Gaza tijdelijk te bezetten en het Egyptische leger te verjagen. Tijdens de Suez-crisis trokken Groot-Brittannië, Frankrijk en Israël gezamenlijk op tegen Egypte. Doel was de nationalistische president Nasser ten val te brengen en de nationalisatie van het Suezkanaal ongedaan te maken. Israël bezette een deel van de Sinaïwoestijn en de Gazastrook.

In Gaza vocht Israël niet alleen tegen de Egyptische militairen die in het gebied waren gelegerd. Ook de Palestijnse bevolking werd de dupe van Israëlische oorlogshandelingen. Op 2 november 1956 werd Khan Younis door de Israëlische luchtmacht gebombardeerd. Veel burgers kwamen hierbij om het leven. De volgende dag trokken Israëlische tanks en troepen Khan Younis binnen. Mannen die ze ervan verdachten fedajien te zijn, Palestijnse vrijheidsstrijders, werden ter plekke geëxecuteerd. Let wel: dit was meer dan dertig jaar voordat Hamas werd opgericht. Alle mannen van vijftien jaar en ouder moesten zich melden en verzamelen zich op het centrale plein en in het vluchtelingenkamp van Khan Younis. Volgens de UNRWA maaiden die dag Israëlische militairen 275 Palestijnen met machinegeweren neer. Enkele dagen na de slachtpartij in Khan Younis vond in Rafah een bloedbad plaats waarbij, volgens de UNRWA, 111 Palestijnen door Israëlische militairen werden gedood.

De massale executies en arrestaties van Palestijnse vluchtelingen in Jabalya, Deir al Balach, Gaza-Stad, het Shati-kamp, Khan Younis en Rafah tijdens de kortstondige bezetting van 1956-’57 zijn een macaber voorspel van wat in de decennia daarna nog zou komen.

Uiteindelijk kwam Egypte in de Suezcrisis als overwinnaar uit de bus en was Israël gedwongen zich terug te trekken uit de Sinaï en de Gazastrook. Echt rustig werd het echter niet in Gaza en in de junioorlog van 1967 zou Israël de strook alsnog bezetten. Het zou het begin zijn van een onophoudelijke cyclus van geweld.

Wat doen we met Gaza en met de Palestijnse vluchtelingen die daar wonen, was de vraag die Israëlische politici elkaar stelden in de periode na 1967. Haaretz journalist Ofer Aderet verrichte archiefonderzoek naar de vergadernotulen van het Israëlische kabinet. Al een paar dagen na het begin van de bezetting in 1967 stelde minister van Defensie Moshe Dayan voor honderdduizenden Palestijnen Gaza uit te zetten. “Als we 300.000 vluchtelingen Gaza uit zetten, kunnen we Gaza zonder problemen annexeren,” aldus Dayan. Zijn collega minister van Binnenlandse Zaken Moshe Shapiro stelde voor 200.000 vluchtelingen naar El Arish in de Sinaiwoestijn te deporteren. Een ander kabinetslid, Eliyahu Sasson, suggereerde de Palestijnen naar de Oostelijke Jordaanoever, namelijk Jordanië, te sturen.

Ook minister Yigal Allon was voorstander de vluchtelingen naar de Sinaï te sturen. “De hele Sinaï, niet alleen Arish, is heel geschikt om de vluchtelingen op te nemen. We moeten niet wachten, laten we beginnen hen daar naar toe te sturen.” Later pleitte Allon voor emigratie van de Palestijnen naar Canada en Australië. Liefst zo ver mogelijk van Israël vandaan.

Premier Levi Eshkol, net als Dayan en Allon lid van de Arbeiderspartij, bleek zich bewust dat het misschien toch wat delicaat was om de vluchtelingen Gaza uit te zetten. Het zou slecht zijn voor Israëls imago in de wereld. Eshkol zei dat de ‘emigratie van de Arabieren’ rustig, kalm en discreet moest worden aangepakt. “We moeten een manier vinden dat ze uit zichzelf vertrekken.” Een van die manieren was om de Palestijnen niet genoeg water te geven. “Dan hebben ze geen keus. Hun boomgaarden zullen verpieteren. Of wie weet, misschien komt er wel weer een nieuwe oorlog en dan lost het probleem zich vanzelf op.”

Ook de eerste leiders van Israël, waaronder Golda Meir en David Ben Gurion, wilden van de Palestijnse vluchtelingen in Gaza af

n 1971 boog premier Golda Meir zich ook over de kwestie. Ze was voorstander van het ‘uitdunnen’ van de vluchtelingenkampen in Gaza. Het liefst zag ze ‘de Arabieren’vrijwillig vertrekken. Moshe Dayan hield haar voor dat sommige bewoners uit hun huis gezet konden worden als ze werden verdacht van terreurdaden. “We geven ze 48 uur om te vertrekken,” zei Dayan. “We bieden hen bijvoorbeeld aan naar Al Arish te brengen en hun meubilair op een vrachtwagen te laden Als de bewoners niet vrijwillig gaan zetten we een bulldozer in en slopen we het huis.” Golda Meir vond dat wel een goed plan en “helemaal niet wreed”. “Het is duidelijk dat we er niet in zullen slagen het Jabalya-kamp op vrijwillige basis uit te dunnen. Dat zou veel plezieriger zijn, maar er is geen alternatief.”

De uitlatingen van deze eerste, ‘linkse’ generatie politici van een halve eeuw geleden, lijken als twee druppels water op het discours van de religieus-zionistische extremisten van nu. Gaza staat symbool voor het onopgeloste vluchtelingenprobleem en voor Palestijnse nationalisme en zelfbewustzijn. Dat is de reden van Israëls genocidale campagne de afgelopen veertien maanden om Palestijns Gaza van de aardbodem weg te vagen; een militaire campagne die veel verder gaat dan een afstraffing van Hamas. Netanyahu en zijn uiterst-rechtse regering maken gebruik van een ‘kans’ waar eerdere Israelische politici alleen maar van droomden: namelijk zoveel mogelijk Palestijnen te verjagen uit Gaza.

Als de wereld Israël verder straffeloos zijn gang laat gaan zal de annexatie van (delen van) Gaza en de bouw van nieuwe joodse nederzettingen daar, gevolgd worden door een verdere kolonisering van de Westelijke Jordaanoever. Dat zal gepaard gaan met meer geweld. Een duister vooruitzicht voor 2025, maar er is weinig reden voor optimisme. 

Dit artikel is geschreven voor de Nieuwsbrief van Groningen – Jabalya, december 2024

Jabalia wordt ‘etnisch schoongeveegd’

Je zult maar een stedenband hebben met Jabalia in het noorden van Gaza, een gebied dat al sinds begin oktober hermetisch van de buitenwereld is afgesloten en dat systematisch kapot wordt gebombardeerd. Sinds begin oktober werden in het gebied zo’n 1.300 Palestijnen gedood, de meerderheid vrouwen en kinderen. Ongeveer 100.000 mensen zijn de afgelopen weken, volgens cijfers van de Verenigde Naties, door het Israëlische leger verdreven naar het zuidelijke deel van de Gazastrook.

Groningen heeft een stedenband, zij het een informele, met Jabalia. Ooit was dit een van de dichtst bevolkte stedelijke gebieden in Gaza waar Groningen een jongerencentrum liet bouwen en Groningse en Palestijnse ambtenaren over en weer bezoeken aflegden. Nu is het een onleefbare woestenij van ruïnes en skeletten van huizenblokken. Jabalia is oorlogsgebied, toneel van ongelijke confrontaties tussen Israëlische gevechtsvliegtuigen, artillerie en robotdrones en Palestijnse strijders. Om de vijand te verslaan past Israël de tactiek van de verschroeide aarde toe. Het gebied wordt zo onleefbaar mogelijk gemaakt en het hongerwapen wordt zonder gêne ingezet: voedsel en andere hulpgoederen worden niet toegelaten. 

Van de ongeveer 400.000 mensen die bij het begin van de oorlog in het gebied woonden zijn er, volgens de VN, nog 95.000 over. De achterblijvers kunnen, durven of willen om verschillende redenen niet weg. De tocht te voet van noord naar zuid Gaza is gevaarlijk. Scherpschutters zijn actief en bij Israëlische controleposten worden burgers soms urenlang ondervraagd of gearresteerd. Maar de grootste angsten is dat, eenmaal vertrokken, de burgers nooit meer terug kunnen keren naar Jabalia.

Die angst is gegrond. Dinsdag gaf generaal Itzik Cohen een briefing aan de Israëlische en internationale pers waarbij hij aangaf dat de ‘complete evacuatie’ van Noord-Gaza nu in zicht is en dat de bewoners niet zal worden toegestaan naar huis terug te keren. Humanitaire hulp wordt, volgens de generaal, alleen aan het zuiden van Gaza geleverd. Niet aan het noorden ‘want daar zijn toch geen burgers meer’.

Het is voor het eerst dat een officiële legerwoordvoerder er openlijk voor uit komt dat het doel van het offensief is om het noorden van Gaza te ontvolken. De angst voor een etnische schoonmaak en definitieve bezetting van delen van of geheel Gaza bestaat al langer.  Verschillende ministers in de Israëlische regering pleitten voor het stichten van joodse nederzettingen in het gebied. De invloedrijke minister van Financiën Bezalel Smotrich is een van de meest uitgesproken pleitbezorgers voor het volledig annexeren van de Gazastrook, het ‘evacueren’ van de Palestijnse bevolking en het stichten van nederzettingen in het gebied.  Zonder Israëlische militairen en burgers in Gaza zou, volgens Smotrich, de oorlog voor niets zijn geweest. Door de Israëlische soevereiniteit over Gaza uit te roepen zou het signaal worden afgegeven dat de tweestatenoplossing definitief van de baan is. Palestijnen die toch nog vasthouden aan het ideaal van een eigen staat moeten, volgens de hardliners in de regeringscoalitie, definitief hun koffers pakken.

Volgens het internationaal humanitair recht zijn de gedwongen evacuatie en uithongering van de burgerbevolking oorlogsmisdaden. Mensenrechtenorganisaties in Israël verwijten het Israëlische leger delen van het zogenaamde ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren. Dit plan komt er in het kort op neer dat de bevolking in Noord-Gaza gedwongen wordt te vertrekken. Zij die weigeren hun biezen te pakken worden automatisch aangemerkt als terroristen en het is dan dus legitiem om hen te ‘elimineren’.

Israëlische legerwoordvoerders hebben ontkend het ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren en verdedigen hun strategie met het argument dat evacuatie van de bevolking noodzakelijk is om de terugkeer van Hamas te voorkomen.

De VN-organisatie voor kinderen UNICEF maakte bekend dat vorige week binnen het tijdsbestek van 48 uur in Jabalia vijftig kinderen bij luchtbombardementen waren gedood. Het is een kil maar veelzeggend cijfer in de stortvloed aan macabere statistieken die sinds meer dan een jaar uit Jabalia komen. Is dat nietsontziende geweld van het Israëlische leger echt nodig om Hamas te verslaan, of is er iets anders aan de hand?

Het dagblad Haaretz publiceerde onlangs een hoofdredactioneel commentaar met de veelzeggende titel: ‘Als het eruitziet als etnische schoonmaak, is het dat waarschijnlijk ook’. De dood van zoveel onschuldige bejaarden, kinderen, vrouwen en andere burgers, het ontmantelen van de ziekenhuizen en andere noodzakelijke infrastructuur om te overleven en het definitief verjagen van de bewoners, doet toch wel sterk aan etnische schoonmaak denken. De liberale krant, die maar door weinig Israëli’s wordt gelezen, noemt het schokkend dat extremistische leden van Netanyahu’s kabinet voorstander zijn van de morele en juridische misdaad van etnische zuivering.

Op sociale media en in het publieke debat in Israël pleitten sinds het begin van de oorlog talrijke extreme stemmen voor het ‘platgooien van Gaza’ en een ‘tweede Nakba’; de verdrijving in 1948 van honderdduizenden Palestijnen uit hun land. Het lijkt erop dat in het noorden van Gaza, inclusief in de Groninger zustergemeente Jabalya, dit zwartst denkbare scenario zich daadwerkelijk afspeelt.

Dit artikel werd ook geplaatst in het Dagblad van het Noorden op 14 november 2024: https://dvhn.nl/meningen/Opinie/Jabalya-wordt-etnisch-schoongeveegd-29275783.html

Don’t leave me, please

English below

Het is inmiddels alweer anderhalve maand geleden dat ik de laatste update publiceerde over de familie van Mohammed Abu Afash. Net als alle 1,9-miljoen ontheemde Palestijnen leven Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes, nog steeds in een provisorisch tentenkamp. De omstandigheden in het kamp in Mawasi Khan Younis blijven abominabel en gevaarlijk. Het einde van de nachtmerrie is helaas nog niet in zicht. Toch heeft Mohammed, met wie ik praktisch dagelijks contact heb via Whatsapp, de moed nog niet verloren dat hij uiteindelijk zal kunnen vertrekken naar Egypte. Sinds begin mei is de grens tussen Egypte en Gaza door Israel gesloten, maar Mohammed blijft hopen dat er ooit een staakt-het-vuren komt en het mogelijk zal zijn het tentenkamp te verlaten.

Hoe is het leven in het kamp? Een groot deel van de dag wordt besteed aan overleven: het ophalen van water, het zoeken naar eten op de markt, het opladen van de mobiele telefoon enzovoorts. Maar er is soms ook tijd voor plezier. Zo nam Mohammed zijn dochters onlangs mee op een klein uitje met een ezelwagen. Even de zinnen verzetten en even niet aan de oorlog en het geweld denken. We communiceren ook veel over geld. Mohammed, zijn familie en directe omgeving leven van het door ons ingezamelde geld en ik maak geregeld bedragen over. Maar soms duurt het lang voordat een transactie aankomt. Of soms wordt een transactie om onduidelijke reden teruggestort en moet ik het opnieuw proberen. Mijn communicatie met Mohammed gaat ook over de gebeurtenissen in Gaza, over gemeenschappelijke vrienden en Mohammed mag graag herinneringen ophalen over hoe het leven vroeger was, over zijn winkel, vrienden en familieleden. Onlangs vroeg ik of hij ook een boodschap had aan alle donoren die tot dusver deze crowdfunding hebben gesteund.

Dit is zijn boodschap: Dear donors, I thank you all, you have supported me since the beginning of the campaign, and you are still donating for me, my wife and my daughters, I am now still stuck in the places of displacement (Mawasi Khan Yunis) and I am moving from one place to another. I haven’t traveled yet because of the Rafah crossing, as Mr. Jan told you, and he tells you everything that happens to me all the time! I still need you, and I ask you to keep donating to me, my wife and my three daughters, the money Mr. Jan sends me, is the money I spend on my family, and I need more, don’t skimp on me and don’t leave me, please!

To support the crowdfunding: https://gofund.me/d440c5f2

Eiaa, Aliaa en Layan staan tin de rij voor de poliovaccinatie

It has been a month and a half since I last published an update on the family of Mohammed Abu Afash. Like all 1.9 million displaced Palestinians, Mohammed, his wife and three daughters are still living in a makeshift tent camp. The conditions in the camp in Mawasi Khan Younis remain abominable and dangerous. Unfortunately, the end of the nightmare is not yet in sight. However, Mohammed, with whom I have practically daily contact via WhatsApp, has not lost hope that he will eventually be able to leave for Egypt. The border between Egypt and Gaza has been closed by Israel since the beginning of May, but Mohammed continues to hope that there will one day be a ceasefire and it will be possible to leave the tent camp.

What is life like in the camp? A large part of the day is spent surviving: fetching water, looking for food at the market, charging the mobile phone and so on. But sometimes there is also time for fun. For example, Mohammed recently took his daughters on a little outing with a donkey cart. Just to clear my head and not think about the war and violence for a while. We also communicate a lot about money. Mohammed, his family and immediate environment live off the money we have collected, and I regularly transfer amounts. But sometimes it takes a long time for a transaction to arrive. Or sometimes a transaction is refunded for no apparent reason and I have to try again. My communication with Mohammed is also about the events in Gaza, about mutual friends and Mohammed likes to reminisce about how life used to be, about his shop, friends and family members. I recently asked him if he also had a message for all the donors who have supported this crowdfunding so far.

This is his message: Dear donors, I thank you all, you have supported me since the beginning of the campaign, and you are still donating for me, my wife and my daughters, I am now still stuck in the places of displacement (Mawasi Khan Yunis) and I am moving from one place to another. I haven’t traveled yet because of the Rafah crossing, as Mr. Jan told you, and he tells you everything that happens to me all the time! I still need you, and I ask you to keep donating to me, my wife and my three daughters, the money Mr. Jan sends me, is the money I spend on my family, and I need more, don’t skimp on me and don’t leave me, please!

Van Groningen naar Gaza: solidariteit

Beste mensen,

Er is mij een paar dagen geleden iets bijzonders overkomen.

Op de Grote Markt in Groningen was een herdenkingsprotest voor de kinderen van Gaza. 16.000 gedode kinderen werden herdacht met duizenden kinderschoenen. De schoentjes, sandaaltjes en laarsjes waren in lange rijen op het grote plein neergelegd. Vijf uur lang werden namen voorgelezen van kinderen die er niet meer zijn. Er waren een paar korte toespraken waarin werd opgeroepen tot een staakt-het-vuren in Gaza, maar verder waren het vooral de namen van de vermoorde kinderen uit Gaza die over de Grote Markt van Groningen schalden. Het was waardig en indrukwekkend.

Ik was een van de vrijwilligers die gedurende tien minuten namen voorlas. En het toeval wilde dat in mijn lijst de naam van Muhammad Albardaweel was, zoon van Hussein Albardaweel. Ik schrok toen ik de naam van Muhammad zag staan. Eerder had Hussein, die ik ken van het Gaza Center for Media Freedom, mij een foto van zijn in Rafah gedode zoontje opgestuurd.

Mohammad Albardaweel

Hussein, zijn vrouw Maysa en hun kinderen Hala, Mohanad en Jana hebben de afgelopen maanden, zoals zoveel Palestijnen in Gaza, verschillende keren moeten vluchten. Hun laatste verblijfplaats was in Khan Younis, maar ook die moesten ze een paar dagen geleden hals over kop verlaten toen het Israëlische leger daar een grootscheepse aanval inzette. Hun persoonlijke bezittingen zoals matrassen, kleren en eten konden ze niet meenemen op de vlucht. Ze mochten van geluk spreken dat ze nog in leven waren.

Een andere Palestijnse kennis die ook in Khan Younis verblijft stuurde mij een WhatsApp-bericht over de dramatische situatie daar. “Er zijn vannacht aan één stuk door beschietingen van de Israëlische artillerie geweest en bombardementen door de luchtmacht. Er zijn veel doden en gewonden. Het is vreselijk, onverdraaglijk..”

Een donatie aan de GoFundMe-campagne https://gofund.me/535f469b zal mijn vriend Hussein helpen weer wat spullen en eten te kopen voor zijn gezin in deze benarde omstandigheden.

Van harte aanbevolen,

Jan Keulen

Cynisme en wraak: danse macabre tussen Israël en Hamas

Is Hamas een soort golem, dat legendarisch schepsel uit de joodse folklore, gemaakt van modder of klei? De golem wordt in de fabel heel slim en sterk en ontsnapt uiteindelijk aan zijn meester. Zo zou het ook met Hamas zijn gegaan: in het leven geroepen door de Israëlische veiligheidsdienst in Gaza, maar verworden tot een gevaarlijk monster.

Zeker is dat Israël vanaf het begin van de bezetting in 1967 meer op had met de vanouds in het gebied actieve, conservatieve Moslimbroederschap dan met de Palestijnen van Al Fatah of het linkse Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). De Broederschap was a-politiek en weigerde zich aan te sluiten bij de alliantie van nationalistische en linkse partijen die zich gewapenderhand verzette tegen de Israëlische bezetting.

Generaal Ariel Sharon sloeg in de periode 1967-’73 het Palestijnse verzet in Gaza met harde hand neer. Honderden mensen werden gedeporteerd naar Jordanië, meer dan 3,700 Palestijnen gearresteerd en duizenden werden dakloos. Israëlische legerbulldozers legden brede wegen door de vluchtelingenkampen aan, zodat Sharons’ militaire voertuigen er gemakkelijk doorheen konden.

Maar de Moslimbroeders werden niet geraakt door de repressie. Zij maakten zich drukker om hun verdorven communistische landgenoten, die whisky dronken en Che Guevara aanbaden, dan om de Israëlische bezetting. Voor de Moslimbroeders waren de Israëli’s in eerste instantie zo slecht nog niet vergeleken met het repressieve Egyptische regime van Gamal Abdel Nasser, dat vóór 1967 de dienst in Gaza had uitgemaakt.

Een populaire sjeik genaamd Ahmad Yassin, lid van de Moslimbroederschap, was ondertussen actief met het opbouwen van een sociaal netwerk, genaamd Al-Mujamma’ al-Islami (Islamitische Unie). De Mujamma bouwde klinieken, zorgde onder andere voor wezen en organiseerde liefdadigheidsactiviteiten. Er werden sportwedstrijden georganiseerd en collectieve trouwpartijen, die de kosten voor de jonge stelletjes drukten.

Sjeik Yassin, geboren in 1936 in de buurt van Asjkelon in het huidige Israël, was in de nakba van 1948 met zijn ouders naar Gaza gevlucht. Hij woonde in het vluchtelingenkamp Shatti. De sjeik viel op. Sinds zijn jeugd was hij gekluisterd aan een rolstoel. Hij had een ernstige rugblessure opgelopen bij het voetballen. Sjeik Yassin was charismatisch maar geen groot theoloog of prediker. Zijn kracht lag meer in het organiseren en met praktische acties opkomen voor de arme bevolking. Veel mensen stelden vertrouwden in hem.

In juni 1984 vond het Israëlische leger tientallen pistolen en machinegeweren in sjeik Yassins’ moskee. De wapens waren bedoeld om seculiere Palestijnen te intimideren, niet om verzet te plegen tegen de Israëli’s. Toch werd de sjeik door een Israëlische rechtbank veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit. Hij zat uiteindelijk minder dan een jaar vast, want hij werd vrijgelaten bij een gevangenenuitruil tussen Israël en een pro-Syrische Palestijnse organisatie.

Die gevangenisstraf was goed voor Yassins’ anti-Israëlische reputatie. In Gaza en de Westelijke Jordaanoever brak in 1987 een opstand uit tegen de bezetting; de eerste Intifada. Veel Moslimbroeders waren terughoudend mee te doen met de opstand en daarmee hun relatief geprivilegieerde positie op te geven. Maar sjeik Yassin, die een goede neus had voor wat er leefde onder de bevolking, besloot zich aan te sluiten bij de breed gedragen rebellie en richtte Hamas op, wat staat voor Harakat al-Muqawama al Islamiya, Islamitische Verzetsbeweging. Het Arabische woord Hamas klonk daarnaast niet alleen energiek en strijdvaardig maar ook spiritueel; het betekent zoiets als geestdrift, geestvervoering, ijver.

Sjeik Yassins’ keuze om de jihad aan te binden met Israël appelleerde aan de gevoelens van veel mensen in Gaza. Hij combineerde de door de islam gesanctioneerde strijd voor Palestina met wat werd gezien als morele puurheid, met doeltreffende sociale actie en de belofte van een hemelse beloning. In tegenstelling tot bij de PLO ging het niet alleen om de bevrijding van Palestina, door Hamas gezien als een moslimplicht; het ging niet alleen om politieke maar ook om persoonlijke bevrijding.

Wat wilde Hamas? In juni 1988 werd het handvest gepubliceerd waarin werd opgeroepen tot de vernietiging van Israël. Hamas propageerde de vestiging van een islamitische maatschappij in Palestina. Het handvest was, integenstelling tot de programma’s van andere Palestijnse organisaties, niet antizionistisch maar anti joods, volgens veel Israeli’s zelfs antisemitisch.

Een paar maanden eerder had een Hamas een voorstel aan de Israëlische minister van Defensie Yitzhak Rabin gedaan. Als Israël vrede wilde moest het zich terugtrekken uit de bezette gebieden en Palestijnse rechten herstellen, inclusief het recht van terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen naar het land dat ze in 1948 hadden moeten verlaten. Rabin verwaardigde zelfs niet te antwoorden. Met name de eis van terugkeer van Palestijnse vluchtelingen was een Israëlische no go.

Vanaf dat moment begint een proces van radicalisering, wraak en tegenwraak dat culmineert in de eerste zelfmoordacties van Hamas in 1993. In hetzelfde jaar sluiten Israël en de PLO de Oslo-akkoorden, die voorzien in Palestijns zelfbestuur in een deel van de bezette gebieden. Hamas keert zich tegen ‘Oslo’. Onderhandelingen met Israël zijn, volgens Hamas, niet legitiem en met een gewelddadige bommencampagne probeert de organisatie het vredesproces te ondermijnen.

Ironisch genoeg spelen de zelfmoordacties en andere gewelddaden van Hamas Israëlische hardliners in de kaart. Ook zij zijn fel tegen ‘Oslo’, wederzijdse erkenning en de graduele vestiging van een Palestijnse staat op de Jordaanoever en in Gaza. Er is Sharon en Netanyahu alles aan gelegen dat het proces van kolonisering van Oost-Jeruzalem en de Westoever, ongestoord door een lastig vredesproces, door kan gaan. Palestijnse en Israëlische maximalisten versterken, gewild of ongewild, elkaars positie.

Hamasleider Yahia Sinwar

In 2006 maakt Hamas een politieke draai. De organisatie besluit mee te doen aan de Palestijnse parlementsverkiezingen. Tot verbijstering van velen wint Hamas en moet, volgens de regels van het democratische spel, regeringsverantwoordelijkheid dragen. Hamasvoorman Ismail Haniyeh laat in een schriftelijke verklaring aan de wereld weten dat zijn organisatie “voor vrede is en een einde te wil maken aan het bloedvergieten”. “Van onze kant hebben we ons meer dan een jaar gehouden aan een unilateraal staakt-het-vuren (…). Onze boodschap aan de wereld is: praat niet meer met ons over Israëls’ bestaansrecht of dat wij moeten ophouden met gewapend verzet, totdat je van de Israëli’s de belofte krijgt dat ze zich terugtrekken uit ons land en onze rechten erkennen”. Haniyeh beloofde dat Hamas zich vreedzaam zal opstellen als de wereld “ons en de Israëli’s als gelijken behandelt”.

Dat gebeurde niet en de wereld, dat wil zeggen de Verenigde Staten en de westerse landen, steunen de afsluiting die Israël Gaza oplegt om te verhinderen dat Hamas zijn militaire macht kan uitbouwen. Ook het aanbod van Hamasleider Khaled Meshal in 2008 om een tienjarig bestand te sluiten in ruil voor een soevereine Palestijnse staat, wordt ogenblikkelijk van de hand gewezen. Hamas wordt gezien als een terroristische organisatie waar niet mee gepraat kan en mag worden.

Dit verandert niet nadat Hamas zijn oorspronkelijke handvest in 2017 vervangt door een nieuw politiek programma, waarbij niet langer wordt gesproken over de bevrijding van heel Palestina. Hamas streeft nu expliciet naar een Palestijnse staat in de in 1967 bezette gebieden. Nog voor de officiële publicatie van het nieuwe handvest verwijst Netanyahu het met een ‘wie denk je dat je voor de gek houdt’ naar de prullenmand.

Voor Israëlisch rechts was de danse macabre van de afgelopen jaren, waarbij Gaza afgesloten werd gehouden van de buitenwereld met zo nu en dan een gewapend treffen waarbij het ‘gras werd gemaaid’ met beschietingen en luchtbombardementen, een cynisch godsgeschenk. Immers deze situatie prolongeerde de interne Palestijnse verdeeldheid, met een geïsoleerd Hamas in Gaza en de officiële maar krachteloze Palestijnse Autoriteit van Machmoud Abbas in Ramallah. De daaruit voortvloeiende politieke stagnatie was essentieel om ongestoord en ongestraft verder te kunnen bouwen aan de nederzettingen in de bezette Westoever en Oost-Jeruzalem. De Palestijnse kwestie leek vergeten.

Het gaat te ver om Hamas als een golem te zien: Israël dat zijn eigen vijand creëert. Maar er was wel degelijk sprake van een opportunistische politiek van ‘favoriete vijand’. Met als dramatisch boemerangeffect het drama van 7 oktober en de daaropvolgende oorlog.

Ook verschenen in het VredesMagazine, jaargang 17, nummer 1, december 2023