Jabalia wordt ‘etnisch schoongeveegd’

Je zult maar een stedenband hebben met Jabalia in het noorden van Gaza, een gebied dat al sinds begin oktober hermetisch van de buitenwereld is afgesloten en dat systematisch kapot wordt gebombardeerd. Sinds begin oktober werden in het gebied zo’n 1.300 Palestijnen gedood, de meerderheid vrouwen en kinderen. Ongeveer 100.000 mensen zijn de afgelopen weken, volgens cijfers van de Verenigde Naties, door het Israëlische leger verdreven naar het zuidelijke deel van de Gazastrook.

Groningen heeft een stedenband, zij het een informele, met Jabalia. Ooit was dit een van de dichtst bevolkte stedelijke gebieden in Gaza waar Groningen een jongerencentrum liet bouwen en Groningse en Palestijnse ambtenaren over en weer bezoeken aflegden. Nu is het een onleefbare woestenij van ruïnes en skeletten van huizenblokken. Jabalia is oorlogsgebied, toneel van ongelijke confrontaties tussen Israëlische gevechtsvliegtuigen, artillerie en robotdrones en Palestijnse strijders. Om de vijand te verslaan past Israël de tactiek van de verschroeide aarde toe. Het gebied wordt zo onleefbaar mogelijk gemaakt en het hongerwapen wordt zonder gêne ingezet: voedsel en andere hulpgoederen worden niet toegelaten. 

Van de ongeveer 400.000 mensen die bij het begin van de oorlog in het gebied woonden zijn er, volgens de VN, nog 95.000 over. De achterblijvers kunnen, durven of willen om verschillende redenen niet weg. De tocht te voet van noord naar zuid Gaza is gevaarlijk. Scherpschutters zijn actief en bij Israëlische controleposten worden burgers soms urenlang ondervraagd of gearresteerd. Maar de grootste angsten is dat, eenmaal vertrokken, de burgers nooit meer terug kunnen keren naar Jabalia.

Die angst is gegrond. Dinsdag gaf generaal Itzik Cohen een briefing aan de Israëlische en internationale pers waarbij hij aangaf dat de ‘complete evacuatie’ van Noord-Gaza nu in zicht is en dat de bewoners niet zal worden toegestaan naar huis terug te keren. Humanitaire hulp wordt, volgens de generaal, alleen aan het zuiden van Gaza geleverd. Niet aan het noorden ‘want daar zijn toch geen burgers meer’.

Het is voor het eerst dat een officiële legerwoordvoerder er openlijk voor uit komt dat het doel van het offensief is om het noorden van Gaza te ontvolken. De angst voor een etnische schoonmaak en definitieve bezetting van delen van of geheel Gaza bestaat al langer.  Verschillende ministers in de Israëlische regering pleitten voor het stichten van joodse nederzettingen in het gebied. De invloedrijke minister van Financiën Bezalel Smotrich is een van de meest uitgesproken pleitbezorgers voor het volledig annexeren van de Gazastrook, het ‘evacueren’ van de Palestijnse bevolking en het stichten van nederzettingen in het gebied.  Zonder Israëlische militairen en burgers in Gaza zou, volgens Smotrich, de oorlog voor niets zijn geweest. Door de Israëlische soevereiniteit over Gaza uit te roepen zou het signaal worden afgegeven dat de tweestatenoplossing definitief van de baan is. Palestijnen die toch nog vasthouden aan het ideaal van een eigen staat moeten, volgens de hardliners in de regeringscoalitie, definitief hun koffers pakken.

Volgens het internationaal humanitair recht zijn de gedwongen evacuatie en uithongering van de burgerbevolking oorlogsmisdaden. Mensenrechtenorganisaties in Israël verwijten het Israëlische leger delen van het zogenaamde ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren. Dit plan komt er in het kort op neer dat de bevolking in Noord-Gaza gedwongen wordt te vertrekken. Zij die weigeren hun biezen te pakken worden automatisch aangemerkt als terroristen en het is dan dus legitiem om hen te ‘elimineren’.

Israëlische legerwoordvoerders hebben ontkend het ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren en verdedigen hun strategie met het argument dat evacuatie van de bevolking noodzakelijk is om de terugkeer van Hamas te voorkomen.

De VN-organisatie voor kinderen UNICEF maakte bekend dat vorige week binnen het tijdsbestek van 48 uur in Jabalia vijftig kinderen bij luchtbombardementen waren gedood. Het is een kil maar veelzeggend cijfer in de stortvloed aan macabere statistieken die sinds meer dan een jaar uit Jabalia komen. Is dat nietsontziende geweld van het Israëlische leger echt nodig om Hamas te verslaan, of is er iets anders aan de hand?

Het dagblad Haaretz publiceerde onlangs een hoofdredactioneel commentaar met de veelzeggende titel: ‘Als het eruitziet als etnische schoonmaak, is het dat waarschijnlijk ook’. De dood van zoveel onschuldige bejaarden, kinderen, vrouwen en andere burgers, het ontmantelen van de ziekenhuizen en andere noodzakelijke infrastructuur om te overleven en het definitief verjagen van de bewoners, doet toch wel sterk aan etnische schoonmaak denken. De liberale krant, die maar door weinig Israëli’s wordt gelezen, noemt het schokkend dat extremistische leden van Netanyahu’s kabinet voorstander zijn van de morele en juridische misdaad van etnische zuivering.

Op sociale media en in het publieke debat in Israël pleitten sinds het begin van de oorlog talrijke extreme stemmen voor het ‘platgooien van Gaza’ en een ‘tweede Nakba’; de verdrijving in 1948 van honderdduizenden Palestijnen uit hun land. Het lijkt erop dat in het noorden van Gaza, inclusief in de Groninger zustergemeente Jabalya, dit zwartst denkbare scenario zich daadwerkelijk afspeelt.

Dit artikel werd ook geplaatst in het Dagblad van het Noorden op 14 november 2024: https://dvhn.nl/meningen/Opinie/Jabalya-wordt-etnisch-schoongeveegd-29275783.html

Groningen heeft band met Jabalya, maar Jabalya ligt in puin

Is ooit eerder een zusterstad van Groningen met de grond gelijk gemaakt?

De stedenband tussen Groningen en Jabalya in de Gazastrook is weliswaar nooit officieel bekrachtigd, maar de gemeente Groningen bouwde er een prachtig jeugdcentrum. Er was jarenlang contact tussen Groningse en Palestijnse ambtenaren, onder andere over het jongerenbeleid in Jabalya. Daarnaast onderhielden, zo goed en kwaad als dat ging, bestuursleden van de Stichting Groningen-Jabalya contacten met Palestijnse vrienden en kennissen en bezochten ze Jabalya verschillende malen.

De band met Jabalya voelt nu treuriger aan dan ooit. Jabalya ligt namelijk in puin.

Er waren twee dodelijke rondes.

Enkele weken na de Hamas-aanval in het zuiden van Israël op 7 oktober, waarbij 846 Israëlische burgers en meer dan 300 militairen werden gedood, viel het Israëlische leger Gaza binnen. Eerder al was de Israëlische luchtmacht begonnen het noorden van Gaza, inclusief Jabalya, op grote schaal te bombarderen. Wekenlang vonden in Jabalya zware gevechten plaats en pas eind december verklaarde het Israëlische leger Jabalya volledig onder controle te hebben. Israël zei dat Hamas in noord-Gaza verslagen was en dat er duizenden “terroristen” waren gedood.

Vier maanden later werd er echter opnieuw strijd geleverd in het noorden van Gaza. Op 12 mei kondigde het Israëlische leger aan terug te gaan naar Jabalya “om te voorkomen dat Palestijnse strijdgroepen zich er zouden hergroeperen”. Wekenlang werd er hevig gevochten en werd Jabalya genadeloos bestookt met artillerie en luchtbombardementen. De BBC citeerde een Israëlische officier die zei dat de gevechten in Jabalya “de heftigste” waren in zeven maanden Gaza-oorlog. Pas begin juni verklaarden de Israëli’s Jabalya en aanpalende dorpen in het noorden van Gaza weer onder controle te hebben. Waarschijnlijk zo lang als het duurt.

Intussen is Jabalya een rampgebied. Hele buurten zijn veranderd in puinhopen en onherkenbaar geworden, huizenblokken zijn veranderd in ruïnes, van flatgebouwen zijn alleen skeletten over. Het enige ziekenhuis van Jabalya, het al-Awda, is door de Israëli’s ontmanteld, net als alle andere medische faciliteiten in Noord-Gaza. Navi Pillay van de VN-onderzoekscommissie omschreef de ‘enormiteit’ van alle incidenten die als oorlogsmisdaden zouden kunnen worden omschreven als ‘niet eerder gezien in mijn leven’.

Beeld van de vernielingen in het Jabalya vluchtelingenkamp (WAFA)

Ja, er waren hevige gevechtsrondes tussen het Israëlische leger en Palestijnse strijders, maar Israël heeft daarbij willens en wetens voortdurend het internationaal humanitair recht overschreden. In het in juni verschenen explosieve rapport van de VN-onderzoekscommissie worden vier principes genoemd die het Israëlische leger met voeten heeft getreden:

  • Het principe van onderscheid tussen burgers en militairen/strijders en het onderscheid tussen militaire en niet-militaire objecten. Alles moet worden gedaan om vast te stellen of een persoon of een gebouw als een militair object kan worden beschouwd. In geval van twijfel mag het niet als een militair object worden beschouwd.
  • Het verbod van willekeurige aanvallen, dat zijn aanvallen die niet gericht zijn op een specifiek militair doel. Ook mogen er geen strijdmethodes of munitie worden gebruikt die niet gericht of geschikt zijn voor een specifiek militair doel.
  • Het principe van proportionaliteit. Aanvallen van de strijdende partijen moeten proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de schade aan burgers en hun eigendommen gerechtvaardigd kan worden met het militaire voordeel dat met de aanval wordt behaald.
  • Het principe van voorzorgsmaatregelen. Strijdende partijen moeten er bij het uitkiezen van wapens, tactieken, timing en doelen rekening houden met mogelijke doden of gewonden onder burgers. Het risico op burgerslachtoffers moet in ieder geval zo beperkt mogelijk worden gehouden.

Het ‘meest morele leger ter wereld’, zoals premier Netanyahu de Israëlische strijdkrachten omschrijft, heeft zich in Gaza geen barst aangetrokken van bovenstaande principes. De VN-onderzoekscommissie, die de toegang tot Gaza door Israël overigens werd geweigerd, verzamelde meer dan 7.000 incidenten in de eerste maanden van de oorlog waarbij het internationaal recht werd geschonden. De dossiers worden overgedragen aan het Internationaal Strafhof (ICC).

Het Israëlische leger lijkt zich in veel gevallen niet alleen niets aan te trekken van het oorlogsrecht, maar zich te laten leiden door wraak- en vernielzucht. Honger en dorst worden ingezet als oorlogswapens. De dehumanisering van Palestijnse burgers en maatschappij nam bij tijden hysterische trekken aan. De oorlog veranderde van een strijd tegen Hamas in een oorlog tegen kinderen met minstens 15.000 dode en 21.000 vermiste kinderen. Het werd een oorlog tegen Palestijnse onderwijsinstellingen, gezondheidszorg en tegen journalisten en intellectuelen. Het werd een oorlog tegen de burgerbevolking als geheel, die met miljoenen in een nachtmerrie werd gestort van ontheemding, ontbering en onveiligheid.

Het VN-onderzoeksrapport noemt een aantal voorvallen in Jabalya waarbij duidelijk sprake was van oorlogsmisdaden. Op 9 oktober, in het prille begin van de oorlog, vonden zware explosies plaats in Al Trance Straat in het Jabalya vluchtelingenkamp. De straat wordt gebruikt als markt en was op dat moment vol mensen die inkopen kwamen doen. Door het onaangekondigde luchtbombardement kwamen tenminste 42 mensen om het leven, waaronder veel vrouwen en kinderen. Latere berichten spraken van 60 doden. Twee hoge flatgebouwen werden met de grond gelijk gemaakt.

Op 31 oktober werd een woonwijk in het vluchtelingenkamp aangevallen waarbij een terrein van tenminste 2,500 vierkante meter totaal platgebombardeerd werd. Israël beweerde later een Hamas-commandant te hebben gedood, maar de tol aan burgerdoden -99 voornamelijk vrouwen en kinderen- en schade aan gebouwen was buitenproportioneel.

Het zijn maar twee gedocumenteerde gevallen van niets en niemand ontziend geweld in een eindeloze reeks.

Wat voor zin heeft het platgooien van Jabalya?

Het ontvolken?

Een groot deel van de bevolking is inderdaad gevlucht en bivakkeert nu in tenten in onveilige “veilige zones” in centraal Gaza. Maar hebben ze veel andere keus dan terugkeren naar hun kapotte huizen als de oorlog is afgelopen? Er bleven trouwens ook nog, tussen de ruïnes, tienduizenden mensen in Jabalya achter, die niet konden of wilden vluchten.

Uiterst-rechts in Israël droomt van een nieuwe nakba waarbij de Palestijnse vluchtelingen als sneeuw voor de zon verdwijnen. In Noord-Gaza zouden dan joodse nederzettingen moeten komen met villadorpen en vakantieresorts.

De tijd zal leren of de schuldigen van oorlogsmisdaden te zijner tijd verantwoording zullen afleggen en op welke manier. Met het platgooien van Jabalya is de nachtmerrie nog lang niet voorbij, zoveel is wel zeker.

Dit artikel werd geschreven voor de Nieuwsbrief van Groningen-Jabalya (juli 2023) en in verkorte vorm gepubliceerd door het Dagblad van het Noorden op 7 juli 2024.