Moord op journalisten in Gaza en Libanon onderdeel van culturele genocide

Woensdag 22 april werd journalist Amal Khalil, 42, gedood toen ze verslag deed van een eerdere Israëlische aanval in het Zuid-Libanese dorp al-Tayri. Een eerste aanval trof een voertuig dat voor Khalil en freelance fotograaf Zeinab Faraj reed. Het duo zocht daarna zijn toevlucht in een nabijgelegen huis. Volgens het Libanese ministerie van Volksgezondheid werd het huis vervolgens getroffen door een tweede aanval. Reddingswerkers haalden Faraj, die een ernstige hoofdwond had opgelopen, uit het huis, maar werden beschoten voordat ze Khalil konden bereiken.

Uren later vonden ze Amal Khalil dood onder het puin.

De Libanese premier Nawaf Salam omschreef de moord als een oorlogsmisdaad en zei dat Libanon alles in het werk zou stellen om de daders internationaal te vervolgen.

De gerichte aanval op de journalisten in Libanon en Gaza vertoont een patroon. Eerder in april werden drie journalisten in Zuid-Libanon gedood door het Israëlische leger. Journalisten zijn burgers. Ze mogen nooit doelwit worden. Amal Khalil was eerder, via Whatsapp, door Israël met de dood bedreigd.

8 april gaat in Beiroet de geschiedenis in als ‘Zwarte Woensdag’. Binnen korte tijd voerde Israël een golf aanvallen uit, die aan haast vierhonderd Libanezen het leven kostte. Meer dan 1.200 mensen raakten gewond. De meeste slachtoffers waren burgers. Israël gaf de massale aanval de naam mee van een van de tien Bijbelse plagen: ‘Operatie Eeuwige Duisternis’.

Net als eerder in Gaza ging het brute Israëlische geweld gepaard met aanvallen op de media. Drie Libanese journalisten werden gedood in een Israëlische drone aanval in Zuid-Libanon: Fatima Ftouni en haar broer Mohammed die voor Al Mayadeen werkten en Ali Shuaib van het aan Hezbollah gelieerde Tv-station Al Manar. In Tyrus kwam radiopresentator Ghada Dayek om het leven bij een bombardement op haar huis. Journalist en Tv-presentatrice Suzanne al-Khalil werd thuis gedood in het bergdorp Kayfoun, in het centrum van Libanon.

Het Israëlische leger maakte er geen geheim van dat het om gerichte aanvallen ging. Een van de journalisten zou een ‘inlichtingenofficier’ van Hezbollah zijn. Anderen zouden Hezbollah-propagandisten zijn. Net als in Gaza, waar sinds oktober 2024 meer dan 260 journalisten, cameramensen en media-medewerkers zijn gedood, werden de beschuldigingen niet met feiten gestaafd.

In Libanon werd de aanval op de journalisten breed veroordeeld. De Libanese president Joseph Aoun -voorwaar geen politieke vriend van Hezbollah- noemde het een ‘schaamteloze misdaad’. ‘Israël trekt zich niets aan van internationale normen en verdragen waarbij journalisten bescherming genieten’.   ‘Wat men ook vindt van de redactionele lijn of de rol van media die gelieerd zijn aan of nauw verbonden zijn met Hezbollah, een journalist mag, ongeacht zijn of haar mening of de omstandigheden, nooit een doelwit worden,’ schreef de liberale krant l’Orient le Jour. ‘Het voortbestaan ​​van de persvrijheid hangt ervan af.’

Libanon kent een decennialange, pijnlijke geschiedenis van journalisten die vanwege hun politieke opvattingen werden vermoord. Tientallen dodelijke aanslagen op prominente journalisten werden in het verleden bijvoorbeeld toegeschreven aan de Syrische inlichtingendienst. Maar de afgelopen jaren is het juist Israël dat ongestraft de jacht op journalisten heeft geopend. Vanaf oktober 2023 werden minstens 21 Libanese journalisten door Israël gedood; de meeste van hen in gerichte aanslagen.

Op zich is het internationaal recht kristalhelder als het gaat over de status van media in oorlogen. Artikel 79 van het in 1979 toegevoegde Protocol van de Geneefse Conventies zegt dat ‘journalisten op gevaarlijke missies tijdens gewapend conflict moeten worden behandeld als burgers’. Met andere woorden: journalisten zijn nooit een legitiem doelwit. Nu staat Israël niet bekend zich uitermate te bekommeren om welke burgers dan ook. Zie de grote aantallen burgerslachtoffers in Gaza en Libanon. Maar in het geval van mediawerkers is nog iets anders aan de hand: ze worden doelbewust geëlimineerd in de slaapkamer van hun woning of in hun met de letters PRESS gemarkeerde auto, onderweg naar een journalistieke klus.

De ongeëvenaarde ‘oorlog tegen de journalistiek’ in Palestina en Libanon staat niet op zichzelf. Tijdens de genocide in Gaza, maar ook eerder al, werd duidelijk dat Israël er alles aan doet de Palestijnse samenleving zo hard mogelijk te treffen. In Gaza werd de onderwijssector grotendeels verwoest. Honderden academici, leraren en onderwijzers werden gedood door het Israëlische leger. Studenten en leerlingen kregen geen toegang meer tot boeken en leermiddelen. Academische uitwisseling werd onmogelijk gemaakt. De Verenigde Naties spreekt van scholasticide in Gaza: de systematische en doelbewuste vernietiging van het onderwijssysteem, bibliotheken en kennisinfrastructuur.

De Israëlische strategie lijkt erop gericht de toevoer van cruciale intellectuele en culturele zuurstof voor Palestijnen en Libanezen -zeker van de grote sjiitische bevolkingsgroep in Libanon- zoveel mogelijk af te sluiten. Met militaire en politieke overheersing komt onvermijdelijk ook de culturele dominantie en de Israëlische gedachtenpolitie. Vandaar de sluiting van UNRWA, verantwoordelijk voor het onderwijs in Palestijnse vluchtelingenkampen. Vandaar de sluiting of tegenwerking van mensenrechtenorganisaties. Vandaar het, soms letterlijk, tot zwijgen brengen van Palestijnse cineasten, dichters en schrijvers.

Dat de media in Palestina en Libanon extra hard worden getroffen in deze culturele genocide heeft nog een andere reden. Door Gaza hermetisch af te sluiten voor buitenlandse journalisten en andere waarnemers werden Palestijnse verslaggevers, vloggers, cameramensen en fotografen de enigen die informatie konden verzamelen, verifiëren en naar buiten brengen over Israëlische oorlogsmisdaden.

In de door Al Jazeera uitgezonden documentaire Starving Gaza, over de door de Israëlische blokkade veroorzaakte hongersnood, werden Palestijnse journalisten de ogen en de oren van de wereld. Voor de documentaire werden opnames gemaakt van bleke, hologige, hongerige Palestijnse kinderen in het Kamal Adwan Ziekenhuis in het noorden van Gaza. Maar degene die de camera vasthield riskeerde ook zijn eigen leven.

Shawan Jabarin, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al Haq, wijst erop dat Israël journalisten in diskrediet brengt, de-humaniseert (‘het zijn terroristen’), in hun werk belemmert en zelfs vermoordt, om te voorkomen dat ooit verantwoording voor oorlogsmisdaden kan worden afgelegd. Al Haq documenteert het conflict door informatie te verzamelen via satellietbeelden en getuigenissen, maar het materiaal van de journalisten ter plaatse is onontbeerlijk. Ook Jabarin begrijpt de gerichte liquidatie van journalisten als onderdeel van de genocide: ‘het doel is niet alleen de mensen te vernietigen maar ook hun verhaal, hun narratief’.

Bij de Israëlische agressie in Libanon speelt dezelfde perverse logica een rol: het gaat niet alleen om het elimineren van lastige journalistieke pottenkijkers, maar ook om het tot zwijgen brengen van onwelgevallige stemmen. Zuid-Libanon moet worden herschapen naar Gaza’s evenbeeld: gecontroleerd door Israël, in ruïne, ontdaan van een groot deel van zijn ‘lastige’ bevolking. Zijn authentieke maar onwelgevallige geluid moet tot zwijgen worden gebracht. De naam ‘Operatie Eeuwige Duisternis’ is misschien toch niet zo slecht gekozen.

Dit artikel is geschreven voor de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya, april 2026

Voor hulp aan de interne vluchtelingen in Libanon, die voorlopig niet kunnen terugkeren naar hun woningen in het zuiden, steun het werk van Alpha. De organisatie wordt gerund door vrienden van ons in Libanon.

Via de crowdfunding (met credit card)

https://chuffed.org/project/177811-noodhulp-voor-libanon

Of rechtstreeks naar: Stichting Friends of Alpha te Diemen,  rekeningnummer:NL33INGB0006976151.

De oorlog in het Midden-Oosten en de teen van Hussien

Nu het hele Midden-Oosten geteisterd wordt door oorlogsgeweld en de ogen vooral gericht zijn op Iran, Israël, Libanon en de Golf, lijkt Gaza te worden vergeten. Maar de situatie in Gaza blijft dramatisch. Israël heeft Gaza, met als voorwendsel het conflict met Iran, volledig van de buitenwereld afgesloten. Alle grensposten zijn voor onbepaalde tijd afgesloten en er komt geen voedsel meer binnen.

Direct gevolg is dat de prijzen voor eerste levensbehoeftes in Gaza omhoog zijn geschoten en dat er tekorten zijn ontstaan. De Palestijnen die geen geld te makken hebben en aangewezen zijn op noodhulp -en dat is de meerderheid- leven met angst. Hoe lang gaat deze oorlog duren en hoe lang blijven de grenzen gesloten voor noodhulp?  Experts vrezen voor een nieuwe hongersnood in Gaza.

Mijn gedachten zijn bij mijn vrienden in Gaza. Het is ramadan: in normale tijden voor moslims de meest bijzondere maand van het jaar. Maar ramadan dit jaar in Gaza is triest. Het is er onveilig, want de genocide is nooit opgehouden en er vallen nog dagelijks doden en gewonden. Er heerst angst. Zal er morgen nog genoeg te eten zijn? Angst voor een toekomst die onzekerder lijkt dan ooit, niettegenstaande de megalomane plannen van Trump met het gebied.

Hussien, Maysa en hun drie kinderen wonen al meer dan twee jaar in een tent. Een vierde kind, hun zoon Mohammad, kwam om het leven bij een Israëlisch bombardement. Ik ken Hussien van mijn werk bij het DCMF. Zo nu en dan stuurt hij me berichtjes via Messenger. Soms zijn de nieuwtjes geruststellend: Jan, je moet de groeten hebben van mijn ouders, het gaat goed met hen, ze leven nog. Dat is Gaza geworden: alles is ok als je weet te overleven.

Maar vaak zijn de berichten verontrustend. Bijvoorbeeld dat de familie absoluut geld nodig heeft om eten te kopen en kleding om warm te blijven. Zondag meldde Hussien me dat hij geld nodig heeft omdat zijn voet gangreen heeft en ze een teen moeten amputeren. De amputatie is niet gratis. ‘De hoge prijzen en de woekerprijzen van handelaren zijn het gevolg van de oorlog met Iran.’

Steun de familie Albardaweel: https://gofund.me/54e6249e4

Trieste Ramadan in Gaza: waar is het staakt-het-vuren?

Het gaat slecht in Gaza. Het staakt-het-vuren is een wassen neus. Er gaat geen dag voorbij zonder dat we berichten horen over nieuwe bombardementen en nieuwe doden en gewonden.Sinds oktober vorig jaar, toen het bestand van kracht werd, zijn meer dan 600 Palestijnen in Gaza gedood, waarvan meer dan 100 kinderen. 1.600 Palestijnen raakten gewond. Israël trok van 37 buitenlandse NGO’s de vergunning in om te werken in Gaza. Belangrijke organisaties als MSF (Dokters Zonder Grenzen) en OXFAM-Novib moeten hun broodnodige activiteiten nu staken. Het wordt ook steeds moeilijker geld naar Gaza over te maken om families te helpen overleven.

De grens met Egypte (Rafah) is formeel open maar Palestijnen worden maar druppelsgewijs doorgelaten. De familie van Mohammed Abu Afash is nog steeds niet in staat Gaza te verlaten. Ze moeten zien te overleven in een uiterst precaire en gevaarlijke situatie. Het goede nieuws is dat vader, moeder en drie dochters Abu Afash de oorlog hebben overleefd, maar daar is ook alles mee gezegd.

Later deze week begint in Gaza de ramadan, in betere tijden de heiligste, gezelligste en meest feestelijke maand van het jaar. Dit jaar is het een sombere aangelegenheid. Velen rouwen om overleden familieleden. En er knaagt de onzekerheid over de toekomst. De oorlog is nog niet afgelopen maar gaat door, zij het op een lager pitje. Er is geen reden voor feestvreugde in Gaza. Ik ontving het volgende bericht van Mohammed:

“Beste Jan,

Ik hoop dat het goed gaat met jou en je familie.

Om eerlijk te zijn blijft de situatie in Gaza erg moeilijk en tragisch. Elke dag zijn er beschietingen, en explosies. Elke dag gaat de vernietiging door, zowel binnen als buiten de “Gele Lijn.” Israël voelt geen enkele verplichting zich aan de overeenkomsten te houden; het is simpelweg onbeschrijfelijke waanzin van Israël.

Elke dag hoor ik nieuws over de grensovergang bij Rafah. De grens kan opengaan, beginnend voor zieken en gewonden. Later komt er misschien een tijd voor gezinnen en individuen om te reizen. We zijn erg bezorgd over deze kwestie, maar ik denk niet dat het snel zal gebeuren, omdat Israël zijn voorwaarden oplegt. Hoe dan ook, we wachten, en we weten niet wat de komende dagen voor ons in petto hebben.

Wat betreft mijn drie dochters, zoals ik je al vertelde, heb ik ze ingeschreven bij een school waar ze zes dagen per week vier kernvakken (Arabisch, Engels, Wiskunde en Natuurwetenschappen) volgen, met vrijdag als feestdag. Het kost veel: schriften, boeken en schoolspullen—alles is exorbitant duur, of het nu gaat om schoolgeld of voor diensten. Bovendien zijn de kosten daar niet toe beperkt. Deze omvatten nu elektriciteit, water, kleding en huisreparaties die nodig zijn vanwege de huidige regenval.

Er is al een tijd een probleem met het overboeken van geld naar Palestina en dan vooral naar Gaza. Misschien is de reden dat Israël deze overboekingen verhindert. Ik weet geen veilige manier om nieuwe overboekingen te ontvangen; sterker nog, ik heb nog heel weinig geld over. Je weet hoeveel ik en mijn familie hebben betaald in de afgelopen tweeënhalf jaar voor de mensen om ons heen. Ik heb ook diensten geleverd aan de kampen, zoals drinkwater, voedsel en hulp, allemaal gefinancierd door het geld van de donoren. En dan te bedenken dat de oorlog nog niet is afgelopen—in tegenstelling tot wat mensen buiten Gaza misschien denken.

Eerlijk gezegd is de dagelijkse routine hartverscheurend. Ik kan geen werk vinden. Ik verloor mijn kantoor (het was volledig verwoest, zoals je weet), een verlies van meer dan $30.000. Het huis is oké ondanks alle omliggende verwoestingen, en het blijft beter dan in tenten wonen. Het gaat niet alleen om eten en drinken, zoals sommigen misschien denken. Er is nu veel beschikbaar—vlees, kip, groenten, fruit en schoonmaakmiddelen. Maar het is exorbitant duur en je moet natuurlijk wel het geld hebben om het te kopen.

We eten alleen om te overleven, en we leven elke dag zoals die komt. We denken niet meer aan morgen. We zijn doodsbang bij elke hartslag—angst, onrust en spanning. We zijn mentaal uitgeput.

Ik wil je niet nog meer belasten. Ik hoop dat je mijn woorden aan de vrienden overbrengt; Misschien kunnen ze iets voor mij, mijn vrouw en mijn drie dochters doen. We zitten echt in een zeer moeilijke en ellendige situatie.”

Mohammed Abu Afash met een van zijn dochters. Om de inzameling te steunen: https://gofund.me/2a785f0c0

Het regent, het waait en het is koud in Gaza

De beelden uit Gaza zijn troosteloos. Ingestorte tenten, kinderen die op blote voeten door het water ploeteren, nat beddengoed, vrouwen die met potten en pannen het regenwater weg proberen te scheppen. Harde wind, zware regenbuien en lage temperaturen hebben de situatie in Gaza de afgelopen dagen nog ondragelijker gemaakt.

‘De situatie is moeilijk te beschrijven, het is angstaanjagend,’ schrijft Mohammed Abu Afash me. De familie verblijft in het appartement van het familiegebouw dat het minst beschadigd is, op de bovenste verdieping. ‘Maar het lekt van alle kanten door de scheuren in het plafond en de muren. Ik ben bezig met reparaties, maar er is geen beginnen aan. Ik voel me uitgeput.’

‘Voor de mensen in de tenten is de situatie nog dramatischer. Het is een puinhoop.’ Ondanks het staakt-het-vuren akkoord, waarin staat dat humanitaire hulp ongehinderd Gaza moet worden binnengelaten, laat Israël geen mobiele woningen en dekens binnen. In de afgelopen stortten zo’n honderd huizen, die al zwaar beschadigd waren door het oorlogsgeweld, gedeeltelijk of helemaal in als gevolg van de storm en regens. Daarbij vielen een aantal doden en gewonden.

Behalve over de veiligheid van zijn gezin en andere familieleden is Mohammed vooral bezorgd over de toekomst. Zou het ooit lukken Gaza te verlaten? Niemand weet wat er na de huidige eerste fase van het staakt-het-vuren komt. De vrede die Trump met veel bombarie aankondigde wordt door Mohammed gezien als een leugen: er vallen immers nog elke dag Palestijnse doden.

Photo by Hamza Z. H. Qraiqea, Anadolu Ajansi

Voor het kerstnummer van de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya en Joop (14-12-2025) schreef ik het volgende artikel:

Open de grenzen, geef mijn gezin toekomst’

Mijn vriend Mohammed Abu Afash, voor de oorlog eigenaar van een boekwinkel in de wijk Rimal, heeft één vurige wens: Gaza verlaten. De genocide heeft elk perspectief op een toekomstbestendig en veilig leven onmogelijk gemaakt. Hebben hij, zijn vrouw en drie dochters, van elf, negen en vijf jaar, geen recht op een leven? Onlangs stuurde hij me een urgente oproep’, met het verzoek deze zoveel mogelijk te verspreiden. Bij deze:


Ik doe een beroep op iedereen die beslissingen kan nemen over het openen van de grenzen van Gaza. Ik vraag alle internationale humanitaire en mensenrechtenorganisaties naar mij te luisteren: alsjeblieft, kom onmiddellijk in actie, grijp in om de grenzen te openen zodat mijn familie en ik Gaza kunnen verlaten. Ik ben een vader van drie dochters en het enige wat ik wil is mijn gezin redden. Er is geen veiligheid in Gaza, geen stabiliteit, geen toekomst. Ons leven wordt bedreigd, we zijn uitgeput. Het enige wat we vragen is om veilig te kunnen vertrekken. Alsjeblieft. Open de grenzen zodat er een einde komt aan onze nachtmerrie. Alsjeblieft, luister naar een wanhopige vader…


Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging zijn de grenzen van Gaza gesloten gebleven. Israël controleert de Rafah-grensovergang naar Egypte die, volgens het Trump-plan, in beide richtingen geopend zou moeten worden. Humanitaire hulp zou ongehinderd Gaza binnen moeten kunnen komen. Beide is niet gebeurd. Israël hield zich niet aan de overeenkomst en kondigde aan Rafah alleen te willen openen voor Palestijnen die Gaza willen verlaten. Voor Egypte, de Palestijnse Autoriteit en de andere Arabische landen is dat onaanvaardbaar. Het zou immers betekenen dat meegewerkt wordt aan de ‘omvolking’ van Palestina: Palestijnen eruit, joodse Israëli’s erin. De nakba van 1948 revisited.


Israëlische politici en generaals maakten er de afgelopen twee jaar geen geheim van dat een van de belangrijkste doelen van de oorlog -misschien wel het belangrijkste- het vertrek van de Palestijnse bevolking uit Gaza is. Door enorme verwoestingen aan te richten, de economie te ontmantelen en een permanente situatie van onveiligheid te creëren, is Gaza voor de Palestijnen grotendeels onleefbaar gemaakt. Deze tactiek heeft gewerkt. Volgens een recent opinieonderzoek van het Palestinian Center for Policy and Survey Research (PCPSR) wil 49% van de Palestijnen in Gaza het gebied verlaten om zich elders te vestigen.


Door de voorwaarden die Israël stelt aan de heropening van Rafah, eisen die in strijd zijn met het internationaal recht en de staakt-het-vuren-overeenkomst, is de paradoxale situatie ontstaan dat zelfs Palestijnen die een visum hebben voor een derde land -bijvoorbeeld Australië- Gaza niet kunnen verlaten. Dat de blokkade en afsluiting van Gaza in strijd is met de mensenrechten spreekt voor zich. Artikel 13 van de Universele Verklaring van de Mensenrechten uit 1948 is duidelijk: Ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat. Eenieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.


Israël heeft, vanaf het oprichten van de staat in 1948, verhinderd dat de 750.000 Palestijnen die uit hun vaderland werden verjaagd, zouden kunnen terugkeren. VN-resolutie 194 uit 1948, die bepaalt dat vluchtelingen die in vrede willen leven naar hun huizen zouden moeten kunnen terugkeren of worden gecompenseerd, bleef al die jaren dode letter. Hetzelfde geldt voor latere VN-resoluties die nogmaals dit ‘recht op terugkeer’ benadrukten.


Het is ironisch dat Israël, door te verhinderen dat het vluchtelingenprobleem werd opgelost, in feite een unieke, bizarre en onleefbare situatie in Gaza creëerde. Op de slechts 365 vierkante kilometer van het laatste snippertje Palestina aan de Middellandse Zee dat in 1948 niet werd ingenomen door de staat Israël, werden honderdduizenden Palestijnen opeengepakt in overvolle vluchtelingenkampen. Gaza bleef een schrijnend litteken; een herinnering aan de etnische zuivering waarmee de geboorte van de joodse staat gepaard was gegaan. Ook haast tachtig jaar na dato was deze misdaad niet vergeten.


In de huidige eerste fase van het Trump-plan wordt Gaza verdeeld door een ‘gele lijn’. Ten westen ligt de zone waar het grootste deel van de meer dan tweemiljoen Palestijnen bijeengedreven zijn. Dit gebied beslaat 155 vierkante kilometer, dat is kleiner dan het oppervlak van de gemeente Groningen (198 vierkante kilometer). Het grootste gedeelte, het oosten, noorden en zuiden van Gaza, wordt gecontroleerd door het Israëlische leger. Palestijnen die de -vaak onzichtbare- demarcatielijn oversteken of te dicht naderen worden zonder pardon neergeschoten. Israël doodde sinds het ingaan van het ‘bestand’ meer dan 360 Palestijnen, velen daarvan bij die gele lijn. Legerleider Eyal Zamir liet intussen al weten de demarcatielijn te beschouwen als de nieuwe Israëlische grens.


Het inperken van freedom of movement, het fragmenteren van het Palestijnse territorium en het scheppen van gettoachtige gebieden, zijn klassieke middelen van Israël om de Palestijnse bevolking te controleren en uiteindelijk het leven onmogelijk te maken. Palestijnen kunnen niet vrijelijk naar het buitenland reizen en terug, niet van de Westoever naar Israël, niet binnen de Westoever van de ene stad naar de andere stad, naar Oost-Jeruzalem of Gaza en terug. Voor alles moet ‘coördinatie’ met de Israëlische autoriteiten worden aangevraagd. Vaak wordt simpelweg toestemming geweigerd.


Deze politiek heeft zijn genocidale climax bereikt in Gaza, waar met Trumps’ initiatief er een leugenachtig ‘vredesplan-sausje’ over is gegoten. Honderdduizenden Palestijnse burgers, zoals mijn vriend Mohammed Abu Afash, kunnen geen kant op. In feite wordt niet alleen hun leven verwoest, maar ook het perspectief op een betere toekomst. Maar ook meer dan 16.000 ernstig zieken, die urgent medische hulp nodig hebben, waaronder veel kinderen, mogen het gebied niet uit.


De Israëlische krant Haaretz riep onlangs de autoriteiten tevergeefs op om toestemming te geven aan Palestijnse ziekenhuizen in Oost-Jeruzalem en de bezette Westoever om patiënten uit Gaza op te nemen. De ziekenhuizen zijn slechts een uurtje rijden verwijderd van Gaza. In het verleden was het Palestijnse zorgstelsel integraal beschikbaar voor -bijvoorbeeld- kankerpatiënten uit Gaza. Met de vernietiging van de gespecialiseerde medische hulp in Gaza, zijn die ziekenhuizen meer dan ooit nodig. Ze beschikken over genoeg bedden en financiering, maar Israël geeft geen toestemming.
Zo nu en dan wordt wel mondjesmaat toestemming gegeven voor een enkele ziekenhuisopname in Jordanië, Egypte, Europa of de VS. Maar die ‘humanitaire gebaren’ zijn meestal politiek gemotiveerd om de steun van bondgenoten niet te verliezen. Het zijn druppels op een gloeiende plaat.


Mohammed heeft gelijk om zijn humanitaire oproep te richten aan de buitenwereld. Van Israël valt niets te verwachten, behalve het systematisch inperken van de Palestijnse Lebensraum. Hopelijk is die buitenwereld niet te Gaza-moe en zijn er nog tegenkrachten die zich artikel 13 herinneren: elk mens heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen, zijn land te verlaten en daarnaar terug te keren.

Gaza: ‘Er is hier niks goeds meer’

Wekenlang was Mohammed bezig het huis te repareren. Hij begon met het herstel van de riolering. Daarna maakte hij de waterput schoon. Zonder water zou het huis onbewoonbaar blijven. Hij kocht buizen, waterpijpen en ander materiaal en charterde een paar vaklui om hem te helpen. ‘In m’n eentje zou het me nooit gelukt zijn.’ Mohammed repareerde ook deuren en ramen, die met plastic werden afgedekt.

Het eigen appartement van het gezin was te ernstig beschadigd om snel opgeknapt te worden, maar een ander appartement in hetzelfde gebouw was gemakkelijker bewoonbaar te maken. Het is de woning van zijn broer Ali, mijn vriend die in 2014 bij een explosie in Gaza om het leven kwam. Ali’s vrouw en twee kinderen wonen sinds het begin van de oorlog als vluchtelingen in Cairo.  

Ondertussen was Mohammeds familie nog steeds in een tent in het ontheemdenkamp Al-Zawaida. Op zondag 2 november ging Mohammed hen opzoeken. De familie begon met het inpakken van de spullen; kleren, keukengerei enzovoorts. Een paar dagen later was het zover: terug naar huis. Mohammed regelde een busje om de spullen en zijn familie naar Gaza-Stad te brengen. ‘Hopelijk is dit de laatste keer dat we moeten verkassen,’ schrijft Mohammed me. De familie moest in de afgelopen twee jaar acht keer vluchten. Het wachten is nu op het openen van de grens, want Mohammed hoopt nog steeds vurig om Gaza te kunnen verlaten.

De terugkeer naar Gaza-Stad was net op tijd, voordat het de afgelopen dagen begon te regenen. Al-Zawaida en andere tentenkampen kwamen blank te staan. Maar ook in de beschadigde gebouwen heeft men last van de regen en koude: het lekt en er dreigt instortingsgevaar. Ondanks de moeilijkje omstandigheden zijn Mohammeds’ drie dochters blij weer ‘thuis’ te zijn. Naar school gaan ze echter nog niet. De meeste schoolgebouwen zijn bezet met vluchtelingen.

Het Jeugdjournaal interviewde oudste dochter Aliaa. Ze beantwoordt vragen van Nederlandse kinderen:

De video is ontroerend en spreekt voor zichzelf.

Nu er wat meer hulp en commerciële goederen Gaza binnengelaten worden, is het voor de familie gemakkelijker om eten te vinden, met name groente. Vlees en kip zijn nog ‘onbetaalbaar, dus dat slaan we maar even over, haha’.   

Het wachten is nu tot de tweede fase van Trumps’ vredesplan ingaat. De situatie in Gaza is nog erg onveilig, met voortdurend bestandsschendingen door Israël. Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging werden meer dan tweehonderd Palestijnen in Gaza gedood. Velen omdat ze de onzichtbare ‘gele lijn’ overstaken. Israël laat nog steeds essentiële hulpgoederen Gaza niet binnen. De winter staat voor de deur en de meer dan twee miljoen inwoners van Gaza verkeren in grote onzekerheid over wat de nabije toekomst zal brengen.

https://gofund.me/c09f11459

Gaza: genocide nog geen verleden tijd

Hussien Albardaweel

    Ja, er heerst nu een staakt-het-vuren in Gaza. Maar er vallen nog steeds doden en gewonden en de leefomstandigheden van de bevolking zijn erbarmelijk. De genocide is nog geen verleden tijd. Vluchtelingenkampen en hele woonwijken zijn onbewoonbaar gemaakt of zelfs platgewalst. Voorzieningen ontbreken want zijn kapot geschoten of gebombardeerd. De meeste mensen hebben geen woning meer om naar terug te keren en bivakkeren in tenten of op straat.

    Dat geldt ook voor Hussien Albardaweel en zijn familie. Hussien is een vroegere collega van mij bij het Gaza Center for Media Freedom. Op 28 september schreef hij mij dat zijn situatie dramatisch was. De hele familie, bestaande uit hemzelf, zijn vrouw Maysa, drie kinderen en zijn ouders, hadden Gaza-Stad halsoverkop moeten ontvluchten toen Israël met haar offensief begon om de stad in te nemen.

    ‘We konden niets meenemen. Geen tent, geen kleren, niets. We hebben hier in het zuiden geen vaste plek. Ik hoop dat je ons kunt helpen. Dan kunnen we misschien een tent kopen of ergens een plekje huren.’

    Op 14 oktober kreeg ik opnieuw een bericht van Hussien. Inmiddels was het staakt-het-vuren ingegaan maar de familie is nog steeds in het zuidelijke ontheemdenkamp op het strand. ‘We zijn nog niet terug naar Gaza-Stad want we hebben geen geld voor het transport. We willen graag naar het noorden en een tent opzetten waar ons huis stond. Maar het ontbreekt ons aan de middelen.’

    Hussien schrijft me dat hij en zijn familie gedwongen zijn in de buitenlucht te overleven. Ze slapen en eten buiten, er is geen toilet, geen privacy. ‘De situatie hier is ondragelijk: al het opstuivende zand, de zee, de koude nachten… Overdag de brandende zon…’

    Als je de familie van mijn vriend Hussien wilt steunen kun je doneren via:

    https://gofund.me/d8e71a012

    Mohammed Abu Afash

    God zij dank, het gebouw staat er nog. Maar de schade is enorm.’ Na het afkondigen van het staakt-het-vuren ging Mohammed Abu Afash te voet terug naar Gaza-Stad. Hij liet zijn gezin achter in een tent in het vluchtelingenkamp Al-Zawaida en vertrok, net als duizenden andere Palestijnen, lopend naar huis, niet wetend wat hij daar zou aantreffen.

    ‘Mohammed is blij en droevig tegelijk. Blij dat het gebouw waar zijn winkel en flat waren in ieder geval niet veranderd is in louter puin, zoals zoveel andere gebouwen. Maar bedroefd door de enorme schade. ‘Al het glas ligt eruit, de deuren zijn kapot, waterleiding en riolering zijn helemaal vernield, binnenmuren weggeslagen en delen van de buitenmuren zwaar beschadigd.’

    Mohammed kocht ijzeren buizen zodat ‘we tenminste water kunnen hebben zodra het gebouw weer op de waterleiding wordt aangesloten’. De meeste gebouwen in Gaza hadden watertanks, meestal op het dak, om water op te sparen voor de uren en dagen dat er geen water uit de kraan komt. Maar er zijn geen bruikbare watertanks meer te krijgen in Gaza. ‘De meeste werden vernield door Israëlische granaatscherven en explosieve robots’.

    Water en elektriciteit ontbreken en Mohammed kan zijn familie nog niet over laten komen naar huis. Vijf dagen lang probeerde hij reparaties uit te voeren en puin te ruimen. Herinneringen aan gelukkiger tijden kwamen terug. Dat was pijnlijk. Zijn broers en andere familieleden, die de andere appartementen van het gebouw bewoonden, zijn nu allemaal dakloos. Gevlucht.

    ‘Het leek alsof het huis zich verzette om weer de oude te worden. Ik deed mijn uiterste best om het een en ander te herstellen, maar de vernielingen zijn overweldigend. Alles is kapot. Alsof het gebouw weigert te genezen. Alsof de wonden te diep zijn. Elke hoek van mijn huis roept herinneringen op aan verdriet, elke steen aan stille pijn.’  

    Toch geeft Mohammed de moed niet op. ‘Ik blijf, ondanks alle vernietiging en oorlogsverschrikkingen, hopen op een beter leven voor mijn drie dochters.’ Maar hij is ook bang. ‘Het staakt-het-vuren is niet erg stabiel, de situatie blijft angstaanjagend, je hebt de berichten gezien.’ Het nieuws uit Gaza stemt inderdaad tot somberheid. De grens met Egypte blijft voorlopig gesloten, de hoeveelheid hulp die binnenkomt is niet genoeg en Israël dreigt voortdurend de oorlog te hervatten.

    Ik bewonder het doorzettingsvermogen van mijn vrienden in Gaza en zet daarom de inzamelingsactie nog even door. Om hun toekomst gaat het: de spannende komende dagen en weken en op langere termijn.

    Voor steun aan de familie van Mohammed Abu Afash:

    https://gofund.me/d0cd07d26

    De dochters van de familie Abu Afash, nog steeds gedwongen om in een tent te wonen

      .

    Is met Gaza eindelijk de bodem bereikt?

    Maandag 13 oktober was een dag van grootse beloftes. De retoriek herinnerde mij aan die gedenkwaardige septembermaand in 1993, toen president Clinton, PLO-leider Yasser Arafat en de Israëlische premier Rabin elkaar de hand drukten op het gazon bij het Witte Huis. Alles zou anders worden in het Midden-Oosten. Toekomstige generaties zouden in vrede en harmonie opgroeien.

     

    Van links naar rechts premier Rabin, president Clinton en PLO-leider Yasser Arafat

    President Trump hield maandag een bombastische, deels geïmproviseerde toespraak in de Knesset in West-Jeruzalem. Hij feliciteerde ‘Bibi’ Netanyahu, maar vooral zichzelf met de ‘overwinning’ in Gaza, de geweldige vredesdeal en de vrijlating van de Israëlische gijzelaars.

    ‘Dat was heel efficiënt,’ complimenteerde hij de ordedienst van de Knesset, toen twee kritische parlementsleden onder gejuich de zaal werden uitgezet. Hun wandaad: ze hielden bordjes omhoog met het opschrift ‘Recognize Palestine’ en riepen ‘genocide’.

    Recht doen aan de oorlogsmisdaden van de afgelopen twee jaar en aan Palestijnse aspiraties was op deze ‘historische dag’ vloeken in de kerk. Een valse noot in de unisono lofzang op het uitbreken van eeuwige vrede in het Heilige Land; op ‘het gouden tijdperk voor Israël en het Midden-Oosten’.

     Ik zit met gemengde gevoelens naar de speciale tv-uitzending te kijken. Er is veel emotie op de buis. Uitbundige blijdschap zowel in Tel Aviv als in Gaza. Natuurlijk. Er is een staakt-het-vuren en families zijn herenigd. Ook ik voel opluchting. Vrienden in Gaza, met wie ik de afgelopen twee jaar intensief heb meegeleefd en contact onderhouden, overleefden de oorlog. Hun huis is vernield, maar ze hoeven niet langer bang te zijn voor bommen en granaten. Tenminste voorlopig even niet…

    Op Al Jazeera wordt de  vredesactivist Maoz Inon geïnterviewd. Hij verloor zijn bejaarde ouders op 7 oktober 2023 toen Hamas de moshav Netiv HaAsara aanviel, vlak bij de grens met Gaza. Inon werd bekend door zijn onophoudelijk pleiten voor verzoening, co-existentie en gelijkwaardigheid van Israëli’s en Palestijnen. Ook nu roept hij op tot een ‘partnerschap voor vrede’. Volgens Inon is met de genocide in Gaza ‘de bodem bereikt’. Vanaf nu kan het alleen maar beter worden. Uiteindelijk hebben Israëli’s en Palestijnen elkaar nodig om een betere toekomst ‘tussen de zee en de rivier’ te bereiken.

    Ik hoop dat Inon gelijk heeft, maar twijfel. Is met de oorlog in Gaza werkelijk de bodem bereikt? Er is eerder gedacht dat een dieptepunt bereikt was. Dat Israël het Palestijnse volk geen groter leed kon berokkenen, geen groter onrecht kon aandoen, dan de Naqba van 1948. 750.000 Palestijnen werden destijds verdreven uit hun vaderland en meer dan 500 Palestijnse dorpen van de aardbodem weggevaagd. De Gaza-generatie moest toen nog worden geboren.

    Was de bodem niet bereikt tijdens de oorlog in Libanon in de jaren tachtig, toen duizenden Palestijnen werden afgeslacht in de vluchtelingenkampen Sabra en Chatila bij Beiroet? Was er nog niet genoeg leed aangericht door miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen in Libanon, Jordanië en Syrië te beletten ooit naar hun thuisland te kunnen terugkeren?

    Er zijn sinds het begin van de twintigste eeuw zoveel dieptepunten in het Midden-Oosten geweest. Zou nu echt de trend omgebogen kunnen worden?

    Van Inons’ optimisme over het wederkerig belang om samen te werken voor vrede, was op 13 oktober nog weinig te merken. ‘De Israëlische gijzelaars keren terug naar huis, hoera! De Palestijnse gijzelaars die naar huis terugkeren hebben geen huis meer, schreef dichteres Lieke Marsman op X. Ze heeft gelijk. In Gaza is 92% van de woningen en gebouwen beschadigd of vernield. ‘Domicide’ wordt dat in een VN-rapport genoemd. Gaza is onleefbaar gemaakt. Haast twee miljoen mensen zijn gedwongen in tenten te wonen of bivakkeren op straat. Domicide en genocide gingen de afgelopen twee jaar crescendo hand in hand.

    Er was nog een opvallend verschil. De Israëlische gijzelaars keerden terug naar hun land. Dat gold niet voor 154 van de vrijgelaten Palestijnse gevangenen die, tot consternatie van hun familie en geliefden, in ballingschap werden gestuurd. Ze moeten de rest van hun leven slijten in een ander land, zoals in Algerije of Turkije. De gevangenen die wel naar huis mochten in Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever of Gaza, komen terug in een land dat bezet is. Hen wachten apartheid en allerlei (reis-) beperkingen binnen hun eigen land. De vrijheid om te gaan en te staan waar je wilt, het recht op een veilige woonplek en het recht op gelijke behandeling zijn elementaire mensenrechten die aan de Palestijnse bevolking worden ontzegd.

    De Israëlische politici in de Knesset en de wereldleiders in Sharm el-Sheikh hadden het daar niet over. Dat maakte van de grote Trump-show een vervreemdende voorstelling. Wel met de nodige spanning en sensatie. Maar het leek alsof een ruimteschip van een andere planeet was geland, verdwaald in een woestijn in het Midden-Oosten. 

    Zoals vaker zat er aan het Trump-optreden ook een obsceen maffiarandje. Hoewel het geen geheim is dat de Verenigde Staten Israël door dik en dun steunt, schokten zijn schaamteloze liefdesverklaringen aan Israëls genocidale oorlogsvoering in Gaza mij toch nog. ‘Bibi Netanyahu belde me vaak op om me wapens te vragen. Van sommige van die wapens had ik nog nooit gehoord. Maar we kregen ze hier, is het niet’. Trump grijnsde samenzweerderig richting Netanyahu. ‘En je maakte er goed gebruik van.’

    Ik vraag me af of ‘vredespresident’ Trump – I love Israel. I’m with you all the way- ooit de foto’s uit Gaza heeft bekeken. Dan had hij de gruwelijke effecten van dat ‘goede gebruik’ van Amerikaanse wapens kunnen zien.

    De niet te missen boodschap van 13 oktober was: de Gaza-oorlog is afgelopen. Maar is de vrede echt begonnen? De Franse historicus Jean Pierre Filiu, die een standaardwerk schreef over de geschiedenis van de Gazastrook, telde sinds 1948 vijftien Israëlische oorlogen tegen Gaza. Inclusief de huidige. Al die oorlogen werden militair gewonnen door Israël, maar in politiek opzicht leverden ze meestal geen winst op. Dat geldt ook voor de oorlog van de afgelopen twee jaar. Israël is meer geïsoleerd dan ooit en de Palestijnse zaak is wereldwijd op de kaart gezet. Ook in Nederland is de sympathie voor de Palestijnen toegenomen.

    Het optimisme van vredesactivist Maoz Inon lijkt misschien naief, maar er is geen alternatief dan te blijven werken voor recht voor allen tussen de rivier en de zee. Ook de buitenwereld heeft een belangrijke rol om het historische onrecht, dat de Palestijnen is aangedaan, te herstellen. Laten we eraan werken dat het dieptepunt van de afgelopen twee jaar niet gevolgd zal worden door nieuwe dieptepunten. Het is genoeg geweest.

    Dit artikel werd geschreven voor het oktober nummer van de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya https://www.groningen-jabalya.com/wp-content/uploads/2025/10/Jabalya-nieuwsbrief-58.pdf

    eook gepubliceerd door Joop, op 14-10-2025 (https://www.bnnvara.nl/joop/artikelen/is-met-gaza-eindelijk-de-bodem-bereikt)

    Uittocht uit Gaza-Stad

    Het Israëlische leger heeft deze week in volle hevigheid z’n offensief in Gaza-Stad voortgezet. Hele wijken worden systematisch gesloopt, hoge flats opgeblazen en honderdduizenden inwoners worden gesommeerd te “evacueren”. Het is een grootscheepse, brute en gewelddadige etnische schoonmaak van een stad met een miljoen inwoners.

    Een paar dagen hoorde ik niets van de familie Abu Afash. Ik was natuurlijk ontzettend bezorgd, maar wist ook dat het internet eruit lag in Gaza. Israël had, met het kapot bombarderen van communicatiemasten, delen van Gaza-Stad afgesloten van de buitenwereld. Misschien wel om zonder pottenkijkers z’n gang te gaan met een rigoureuze militaire campagne, die er schaamteloos op is gericht om de burgerbevolking te verjagen. Om wellicht nooit terug te keren.

    Godzijdank kwam er donderdagavond bericht. Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes waren er in geslaagd veilig Gaza-Stad uit te komen. Ze waren weer bij elkaar in Al-Zawaida, ten zuiden van Gaza-Stad. Vorige week al had Mohammed mij  geschreven dat hij een plekje had gevonden in Al-Zawaida. Hier bouwde hij met lappen plastic en afvalmateriaal een provisorische tent, die als onderdak zou moeten dienen de komende maanden. Voor dat plekje om een tent op te zetten moest trouwens dik worden betaald.

    Het probleem was, schreef hij me vorige week, dat hij geen transport kon vinden voor zijn vrouw, kinderen en een minimum aan huisraad. Behalve dat er exorbitant hoge bedragen werden gevraagd voor een rit met een bestelbusje, waren ze gewoon ook niet beschikbaar voor iedereen. De familie bleef dus tot woensdag in Gaza-Stad. Totdat het te gevaarlijk werd, de bombardementen te dichtbij kwamen, en Mohammed zijn vrouw en kinderen smeekte om toch maar te vertrekken. Lopend sloten ze zich woensdagochtend aan bij de grote stoet vluchtelingen, Gaza-Stad achterlatend, zuidwaarts naar een ongewisse toekomst.

    Mohammed bleef In Gaza-Stad om te kijken of hij toch nog vervoer kon vinden voor de spullen die nodig zijn om de komende maanden door te komen in een tent. De ingepakte huisraad stond al weken klaar, want Mohammed wist dat het Israëlische bevel om te vertrekken elk moment kon komen. Het probleem was alleen: hoe krijgen we die spullen ter plaatse, waar we gedwongen worden de komende tijd als vluchtelingen te overleven?

    Uiteindelijk kwam in de loop van woensdag de chauffeur die met Mohammed had afgesproken z’n spullen naar Al-Zawaida te brengen. Terwijl ze aan het inladen waren begon plotseling een beschieting door Israëlische tanks en drones. Mohammed gaf de chauffeur het adres en vroeg hem zo snel mogelijk te vertrekken. Voor hemzelf was geen plaats meer in de auto. Om half acht ‘s avonds vertrok Mohammed te voet naar Al-Zawaida waar hij –“het was een ongelooflijk zware tocht”- midden in de nacht aankwam. Het gezin was uitgeput maar dankbaar weer verenigd te zijn.

    De afgelopen anderhalf jaar heb ik Mohammed als een leeuw zien vechten voor het overleven van zijn gezin. Hij deelde privé zo nu en dan zijn depressie en angsten met mij, maar altijd was daar weer de drijfveer om de toekomst van zijn drie dochtertjes veilig te stellen. Ik heb daar enorm veel bewondering voor. Het is één gezin dat de nachtmerrie van Gaza probeert te overleven, te midden van duizenden andere gezinnen. Ik blijf hen steunen met deze campagne, want alleen bidden helpt niet.

    Mohammed zond me gisteren deze oproep die ik graag deel:

    “Dear friends, the harsh conditions and displacement have exhausted me and depleted all my energy. I am striving to protect my family, so I ask you to support the donation campaign. Your giving gives us hope and makes a real difference in our lives. May God reward you.”

    https://gofund.me/4616e539a

    Gaza-Stad ligt onder vuur

    Israël heeft de aanvallen op Gaza-Stad de afgelopen dagen opgevoerd. “We kunnen ‘s nachts niet slapen vanwege de bombardementen die nonstop doorgaan, de gebouwen die worden opgeblazen, de explosies veroorzaakt door op afstand bestuurde robots,” schrijft Mohammed Abu Afash. Delen van Gaza-Stad zijn inmiddels al systematisch gesloopt door het Israelische leger. De wijk Rimal, waar het gezin Abu Afash in hun zwaar beschadigde huis woont, is nog niet ingenomen, maar er vinden dagelijks aanvallen plaats vanuit de lucht en met artillerie.

    Het gezin heeft overwogen te vluchten naar het zuiden van Gaza, maar ook daar is het niet veilig. En het is er overbevolkt, met tenten van Palestijnen die eerder uit het noorden van Gaza zijn gevlucht. Ze blijven dus thuis, maar de bagage staat klaar. Als het moet kunnen ze onmiddellijk de vlucht nemen. De Israelische oproep om te ‘evacueren’ kan immers elk moment komen. Gaza-Stad, waar in normale tijden meer dan een miljoen mensen wonen, wordt etnisch gezuiverd en met de grond gelijk gemaakt. Het gezin van Mohammed leeft in het hart van de storm en probeert er het beste van te maken. Wachtend op de dingen die komen gaan.

    Dochter Aliaa (11) was onlangs te zien in het Jeugdjournaal. Ook het 8 uur Journaal liet beelden zien van de familie Abu Afash. Met het ingezamelde geld van onze campagne kopen ze eten en medicijnen. Maar een vertrek naar veiliger oorden is niet te koop. “Wat er met ons gebeurt is catastrofaal en onrechtvaardig,” schrijft Mohammed. “Het is beschamend dat de wereld zwijgt.”

    “Waarom wordt de grens niet geopend met Egypte zodat we, in ieder geval voor dit moment, een veilig heenkomen kunnen zoeken?”

    “Voor mij is de veiligheid van mijn vrouw en drie dochters het allerbelangrijkste.’s Nachts lig ik wakker hoe ik ervoor kan zorgen dat zij veilig blijven.”

    Steun de crowdfunding: https://gofund.me/05d32d70

    Zijn we tot de dood veroordeeld?

    ‘Ik doe een beroep op internationale organisaties, menslievende landen en alle barmhartige mensen: help mij, mijn vrouw en m’n drie dochtertjes om Gaza te verlaten. We verdienen om in waardigheid te leven. Mijn drie dochters verdienen het om in veiligheid en vrede op te groeien, zodat ze naar school kunnen gaan.’

    Dit schrijft mijn vriend Mohammed Abu Afash nadat bekend werd dat premier Netanyahu besloten heeft het Israelische leger Gaza-Stad in te laten nemen. Mohammed en zijn familie bivakeren sinds het staakt-het-vuren van januari in hun zwaar beschadigde huis in Gaza-Stad. Eerder trok het gezin van vluchtelingenkamp naar vluchtelingenkamp. Mohammed is bang dat dit scenario zich binnenkort zal herhalen.

    Hij schrijft me ‘deze hel niet langer te verdragen’. ‘Israels dreigement Gaza-Stad op grote schaal binnen te trekken betekent dat we tot de dood zijn veroordeeld. Mijn familieleden en ik zijn in groot gevaar. Is er dan niemand die ons kan beschermen? Kan de Verenigde Naties er niet voor zorgen dat mijn gezin en ik veilig Gaza kunnen verlaten? We kunnen hier niet meer verder met ons leven.’ 

    Mohammed is pessimistisch. ‘Ik heb niets meer. Geen werk, geen bron van inkomen en geen toekomstperspectief. We zijn toch mensen, geen beesten. Weet jij wat de oplossing is?’

    Ik weet het ook niet en probeer voorzichtig het argument dat Netanyahu misschien op andere gedachten kan worden gebracht door buitenlandse druk. Maar Mohammed is er van overtuigd dat Netanyahu de druk van buiten zal weerstaan en dat hij zijn helse militaire plannen zal doorzetten. Er is geen enkele reden om optimistisch te zijn.

    Hoewel er nu wat voedsel Gaza binnenkomt is dit, volgens Mohammed, vooral in het voordeel van de handelaren die actief zijn op de zwarte markt. ‘De noodhulp was bedoeld om gratis aan de bevolking verstrekt te worden, maar dit gebeurt niet. Het wordt gestolen door criminelen. De Israelische bezetters laten de dieven op klaarlichte dag hun gang gaan. Veel mensen hebben nog steeds honger en hebben geen geld om eten te kunnen kopen.’

    ‘Gisteren zijn er weer een paar vrachtwagens met hulpgoederen binnengekomen en ook een paar trucks met koopwaar. Ik heb een stukje feta kaas gekocht voor de kinderen. Dat hadden we in geen drie maanden gegeten.’

    ‘Ik probeer de moed erin te houden maar ik ben nerveus, bang en gespannen vanwege het nieuws dat Israël Gaza-Stad zal innemen. Er komt maar geen einde aan de genocide en ik zie geen uitweg. En de buitenwereld laat Israël z’n gang gaan.’

    Familie in Gaza steunen? https://www.gofundme.com/f/help-abu-afash-family-leave-gaza?utm_campaign=fp_sharesheet&utm_medium=customer&utm_source=copy_link&lang=nl_NL&attribution_id=sl%3A9a17297c-34bd-4e2f-a52d-cb3b9a85db54&ts=1755108156

    Dit artikel werd op 13 augustus 2025 gepubliceerd door het Dagblad van het Noorden