Het regent, het waait en het is koud in Gaza

De beelden uit Gaza zijn troosteloos. Ingestorte tenten, kinderen die op blote voeten door het water ploeteren, nat beddengoed, vrouwen die met potten en pannen het regenwater weg proberen te scheppen. Harde wind, zware regenbuien en lage temperaturen hebben de situatie in Gaza de afgelopen dagen nog ondragelijker gemaakt.

‘De situatie is moeilijk te beschrijven, het is angstaanjagend,’ schrijft Mohammed Abu Afash me. De familie verblijft in het appartement van het familiegebouw dat het minst beschadigd is, op de bovenste verdieping. ‘Maar het lekt van alle kanten door de scheuren in het plafond en de muren. Ik ben bezig met reparaties, maar er is geen beginnen aan. Ik voel me uitgeput.’

‘Voor de mensen in de tenten is de situatie nog dramatischer. Het is een puinhoop.’ Ondanks het staakt-het-vuren akkoord, waarin staat dat humanitaire hulp ongehinderd Gaza moet worden binnengelaten, laat Israël geen mobiele woningen en dekens binnen. In de afgelopen stortten zo’n honderd huizen, die al zwaar beschadigd waren door het oorlogsgeweld, gedeeltelijk of helemaal in als gevolg van de storm en regens. Daarbij vielen een aantal doden en gewonden.

Behalve over de veiligheid van zijn gezin en andere familieleden is Mohammed vooral bezorgd over de toekomst. Zou het ooit lukken Gaza te verlaten? Niemand weet wat er na de huidige eerste fase van het staakt-het-vuren komt. De vrede die Trump met veel bombarie aankondigde wordt door Mohammed gezien als een leugen: er vallen immers nog elke dag Palestijnse doden.

Photo by Hamza Z. H. Qraiqea, Anadolu Ajansi

Voor het kerstnummer van de Nieuwsbrief Groningen-Jabalya en Joop (14-12-2025) schreef ik het volgende artikel:

Open de grenzen, geef mijn gezin toekomst’

Mijn vriend Mohammed Abu Afash, voor de oorlog eigenaar van een boekwinkel in de wijk Rimal, heeft één vurige wens: Gaza verlaten. De genocide heeft elk perspectief op een toekomstbestendig en veilig leven onmogelijk gemaakt. Hebben hij, zijn vrouw en drie dochters, van elf, negen en vijf jaar, geen recht op een leven? Onlangs stuurde hij me een urgente oproep’, met het verzoek deze zoveel mogelijk te verspreiden. Bij deze:


Ik doe een beroep op iedereen die beslissingen kan nemen over het openen van de grenzen van Gaza. Ik vraag alle internationale humanitaire en mensenrechtenorganisaties naar mij te luisteren: alsjeblieft, kom onmiddellijk in actie, grijp in om de grenzen te openen zodat mijn familie en ik Gaza kunnen verlaten. Ik ben een vader van drie dochters en het enige wat ik wil is mijn gezin redden. Er is geen veiligheid in Gaza, geen stabiliteit, geen toekomst. Ons leven wordt bedreigd, we zijn uitgeput. Het enige wat we vragen is om veilig te kunnen vertrekken. Alsjeblieft. Open de grenzen zodat er een einde komt aan onze nachtmerrie. Alsjeblieft, luister naar een wanhopige vader…


Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging zijn de grenzen van Gaza gesloten gebleven. Israël controleert de Rafah-grensovergang naar Egypte die, volgens het Trump-plan, in beide richtingen geopend zou moeten worden. Humanitaire hulp zou ongehinderd Gaza binnen moeten kunnen komen. Beide is niet gebeurd. Israël hield zich niet aan de overeenkomst en kondigde aan Rafah alleen te willen openen voor Palestijnen die Gaza willen verlaten. Voor Egypte, de Palestijnse Autoriteit en de andere Arabische landen is dat onaanvaardbaar. Het zou immers betekenen dat meegewerkt wordt aan de ‘omvolking’ van Palestina: Palestijnen eruit, joodse Israëli’s erin. De nakba van 1948 revisited.


Israëlische politici en generaals maakten er de afgelopen twee jaar geen geheim van dat een van de belangrijkste doelen van de oorlog -misschien wel het belangrijkste- het vertrek van de Palestijnse bevolking uit Gaza is. Door enorme verwoestingen aan te richten, de economie te ontmantelen en een permanente situatie van onveiligheid te creëren, is Gaza voor de Palestijnen grotendeels onleefbaar gemaakt. Deze tactiek heeft gewerkt. Volgens een recent opinieonderzoek van het Palestinian Center for Policy and Survey Research (PCPSR) wil 49% van de Palestijnen in Gaza het gebied verlaten om zich elders te vestigen.


Door de voorwaarden die Israël stelt aan de heropening van Rafah, eisen die in strijd zijn met het internationaal recht en de staakt-het-vuren-overeenkomst, is de paradoxale situatie ontstaan dat zelfs Palestijnen die een visum hebben voor een derde land -bijvoorbeeld Australië- Gaza niet kunnen verlaten. Dat de blokkade en afsluiting van Gaza in strijd is met de mensenrechten spreekt voor zich. Artikel 13 van de Universele Verklaring van de Mensenrechten uit 1948 is duidelijk: Ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat. Eenieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.


Israël heeft, vanaf het oprichten van de staat in 1948, verhinderd dat de 750.000 Palestijnen die uit hun vaderland werden verjaagd, zouden kunnen terugkeren. VN-resolutie 194 uit 1948, die bepaalt dat vluchtelingen die in vrede willen leven naar hun huizen zouden moeten kunnen terugkeren of worden gecompenseerd, bleef al die jaren dode letter. Hetzelfde geldt voor latere VN-resoluties die nogmaals dit ‘recht op terugkeer’ benadrukten.


Het is ironisch dat Israël, door te verhinderen dat het vluchtelingenprobleem werd opgelost, in feite een unieke, bizarre en onleefbare situatie in Gaza creëerde. Op de slechts 365 vierkante kilometer van het laatste snippertje Palestina aan de Middellandse Zee dat in 1948 niet werd ingenomen door de staat Israël, werden honderdduizenden Palestijnen opeengepakt in overvolle vluchtelingenkampen. Gaza bleef een schrijnend litteken; een herinnering aan de etnische zuivering waarmee de geboorte van de joodse staat gepaard was gegaan. Ook haast tachtig jaar na dato was deze misdaad niet vergeten.


In de huidige eerste fase van het Trump-plan wordt Gaza verdeeld door een ‘gele lijn’. Ten westen ligt de zone waar het grootste deel van de meer dan tweemiljoen Palestijnen bijeengedreven zijn. Dit gebied beslaat 155 vierkante kilometer, dat is kleiner dan het oppervlak van de gemeente Groningen (198 vierkante kilometer). Het grootste gedeelte, het oosten, noorden en zuiden van Gaza, wordt gecontroleerd door het Israëlische leger. Palestijnen die de -vaak onzichtbare- demarcatielijn oversteken of te dicht naderen worden zonder pardon neergeschoten. Israël doodde sinds het ingaan van het ‘bestand’ meer dan 360 Palestijnen, velen daarvan bij die gele lijn. Legerleider Eyal Zamir liet intussen al weten de demarcatielijn te beschouwen als de nieuwe Israëlische grens.


Het inperken van freedom of movement, het fragmenteren van het Palestijnse territorium en het scheppen van gettoachtige gebieden, zijn klassieke middelen van Israël om de Palestijnse bevolking te controleren en uiteindelijk het leven onmogelijk te maken. Palestijnen kunnen niet vrijelijk naar het buitenland reizen en terug, niet van de Westoever naar Israël, niet binnen de Westoever van de ene stad naar de andere stad, naar Oost-Jeruzalem of Gaza en terug. Voor alles moet ‘coördinatie’ met de Israëlische autoriteiten worden aangevraagd. Vaak wordt simpelweg toestemming geweigerd.


Deze politiek heeft zijn genocidale climax bereikt in Gaza, waar met Trumps’ initiatief er een leugenachtig ‘vredesplan-sausje’ over is gegoten. Honderdduizenden Palestijnse burgers, zoals mijn vriend Mohammed Abu Afash, kunnen geen kant op. In feite wordt niet alleen hun leven verwoest, maar ook het perspectief op een betere toekomst. Maar ook meer dan 16.000 ernstig zieken, die urgent medische hulp nodig hebben, waaronder veel kinderen, mogen het gebied niet uit.


De Israëlische krant Haaretz riep onlangs de autoriteiten tevergeefs op om toestemming te geven aan Palestijnse ziekenhuizen in Oost-Jeruzalem en de bezette Westoever om patiënten uit Gaza op te nemen. De ziekenhuizen zijn slechts een uurtje rijden verwijderd van Gaza. In het verleden was het Palestijnse zorgstelsel integraal beschikbaar voor -bijvoorbeeld- kankerpatiënten uit Gaza. Met de vernietiging van de gespecialiseerde medische hulp in Gaza, zijn die ziekenhuizen meer dan ooit nodig. Ze beschikken over genoeg bedden en financiering, maar Israël geeft geen toestemming.
Zo nu en dan wordt wel mondjesmaat toestemming gegeven voor een enkele ziekenhuisopname in Jordanië, Egypte, Europa of de VS. Maar die ‘humanitaire gebaren’ zijn meestal politiek gemotiveerd om de steun van bondgenoten niet te verliezen. Het zijn druppels op een gloeiende plaat.


Mohammed heeft gelijk om zijn humanitaire oproep te richten aan de buitenwereld. Van Israël valt niets te verwachten, behalve het systematisch inperken van de Palestijnse Lebensraum. Hopelijk is die buitenwereld niet te Gaza-moe en zijn er nog tegenkrachten die zich artikel 13 herinneren: elk mens heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen, zijn land te verlaten en daarnaar terug te keren.

R.I.P. Fennie Stavast

Afgelopen zondagochtend 14 december is plotseling, in haar slaap, Fennie Stavast overleden. Ze werd 77 jaar. Ik kende Fennie vanaf het begin van de jaren zeventig. Ze was een trouwe gast in het Politiek Café aan de Gelkingestraat in. Groningen, actief in verschillende werkgroepen. Fennie was een scherpe denker en debater. Maar het bleef nooit bij woorden alleen: ze wilde iets doen, daadwerkelijk bijdragen aan rechtvaardigheid en vrede.

Het was in deze periode dat haar buitengewone belangstelling ontstond voor de strijd van het volk van de Westelijke Sahara voor zelfbeschikking en onafhankelijkheid. We ontvingen in Groningen Kariem Abdallah, vertegenwoordiger van het Front Polisario in Brussel. We verspreidden informatie en organiseerden bijeenkomsten, waaronder een lezing van Abdallah in Huize Maas. Later waren we beiden betrokken bij het Nederlandse Polisario Komité. Fennie bezocht de Saharaanse vluchtelingenkampen bij Tindoef. Ze ontmoette daar onder andere Mohamed Abdelaziz (1947-2016), de secretaris-generaal van het Front Polisario en president van de RASD. Ze vertelde me later dat ze gelogeerd had in de tent van Abdelaziz en zijn familie. Tot het laatst toe bleef Fennie betrokken bij de strijd van de Sahrawi. Enkele weken geleden nog correspondeerden we per email over de laatste politieke ontwikkelingen in het gebied.

Internationale solidariteit was alles voor Fennie, maar dat betekende niet dat ze voorbijging aan de politieke en sociale realiteit van Groningen en Nederland. Integendeel. Ze was actief in onder andere Groen Links en zat voor die partij van 2007-2011 in de Provinciale Staten van Groningen. Later raakte zij gedesillusioneerd in de partij. Ze vond scholing en het ideologisch debat erg belangrijk en verweet Groen Links daar te laks in te zijn. Ook was ze kritisch op de samenwerking met de Partij van de Arbeid.

Na een jarenlang verblijf in het buitenland kwam ik Fennie opnieuw tegen in 1998. Ze was toen betrokken bij de Stichting Groningen-Jabalya, de organisatie die zich sterk maakt voor een stedenband tussen Groningen en Jabalya-al Nazlah in Gaza. In mei 2005 bezocht Fennie, samen met Bert Giskes, Pieter van Niekerken en Dick Smit, het vluchtelingenkamp Jabalya. Na het formele gedeelte van de reis, met gesprekken met het gemeentebestuur en plaatselijke organisaties, bleef Fennie nog twee weken bij een bevriende familie in Beit Hanoun, in het noorden van Gaza.

Als bestuursleden van de stichting organiseerden we tal van informatiebijeenkomsten en andere activiteiten in Groningen. Fennie was strijdbaar en onvermoeibaar. Behalve bij de stichting was ze ook in de weekenden actief bij Mensen in Het Zwart. In 2017 verhuisde Fennie van Groningen naar Nijmegen en nam ze afscheid van Groningen-Jabalya. Maar ook in Nijmegen zette ze haar werk voor een vrij Palestina door. Ook daar was ze te vinden bij Mensen in het Zwart en Nijmegen4Palestine. De laatste keer dat ik haar zag was bij een lawaaiprotest bij het station van Nijmegen.

Fennie met de toenmalige burgemeester Samara van Jabalya in 2005

Naar Beiroet

‘Zeina’ van de Libanese artiest Balsam Abo Zour

Natuurlijk, de lotgevallen van Edgar in Groningen en Libanon, zijn interessant. Fascinerend, misschien wel. Edgar, vijftiger, kunsthandelaar en hoofdpersoon van ‘Naar Beiroet’ gaat op zoek naar originele kunst die nog verkoopbaar moet zijn ook. Het liefst in Abu Dhabi of Dubai, want daar zit het grote geld. Edgar is enigszins vastgelopen in Groningen. Zowel in zijn huwelijk als professioneel. Als een bevriende arabist hem aanraadt eens naar Libanon te reizen hoeft hij niet lang na te denken en volgt het advies op.

In Libanon vindt Edgar inderdaad de kunst die hij zoekt. Edgar en zijn Libanese collega Fatima, kunstkenner en fotografe op wie hij enigszins verliefd wordt, zijn sprakeloos als ze geconfronteerd worden met het werk van de jonge Balsam Aridi. “Wat apart, wat bijzonder! Edgar zag meteen dat dit werk was dat hij wilde hebben voor zijn galerie. Wonderlijke voorstellingen van menselijke en dierlijke wezens door elkaar. Omstrengeld in elkaar. Kleuren die alsof er ergens water op gelekt was door elkaar liepen. Luchtbellen. Geslachtsdelen. Open vulva’s. Bloedrood en zwart…”

Behalve met kunst wordt Edgar in Libanon ook geconfronteerd met de oorlog. In Gaza bombardeert Israël erop los. Edgar wordt het zo nu en dan te veel. “Waar zijn die Israëli’s mee bezig,” laat Gerrit Brand hem uitroepen. “Dit is puur een wraakactie. Israël heeft maar één doel, zegt Fatima, alle Palestijnen het land uitjagen. Ze leggen Gaza in puin, vernietigen huizen en gebouwen en vermoorden de mensen.”

In het Noord-Libanese Baalbek komt de strijd tussen Israël en Hezbollah heel dichtbij. Een Hezbollah-lid laat Edgar het resultaat zien van een Israëlisch bombardement. “Dit is dus wat Israëlische raketten aanrichten, zei hij. Er zijn hier eergisteren tien doden gevallen. Vader. Moeder, een grootvader, kinderen, een baby. Ze stonden voor de puinhopen. Er hing een vreemde geur boven de ravage.” De Israëli’s hadden vooraf geen waarschuwing gegeven voor het bombardement.

‘Naar Beiroet’ is een gelaagde roman. Als hoofdpersoon Edgar aankomt in Beiroet en zijn intrek neemt in het Riviėra Hotel, leest hij Das gelobte Land van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque. Aan de overeenkomsten tussen de joodse vluchtelingen die moesten vluchten voor het fascisme en de Palestijnse vluchtelingen die uit hun land worden verjaagd, valt niet te ontkomen.

Het thema ‘kantelingen’ komt verschillende keren terug; bij de beschrijving van een abstract schilderij met kantelende vlakken, maar ook als de omwenteling in het hoofd van Edgar. Hij neemt immers afstand van de geijkte Nederlandse vooroordelen over het bevriende Israël dat altijd gelijk heeft en van alle kanten belaagd wordt door Arabische terroristen. Libanon doet het leven en de opvattingen van Edgar kantelen.

Ik mocht op 13 november het eerste exemplaar van ‘Naar Beiroet’ in ontvangst nemen van de schrijver. Tussen ons in op de foto gespreksleider Anton Brand. De boekpresentatie vond plaats in Sociëteit De Harmonie in Groningen.

Er zijn boeken die je in een adem uitleest, maar dat lukte me bij het lezen van ‘Naar Beiroet’ niet. Daarvoor schuurde het verhaal te veel aan tegen de realiteit van mijn eigen geschiedenis, van mijn eigen -soms pijnlijke- Libanese herinneringen. Het waren niet zozeer de lotgevallen van de hoofdpersoon die indruk op mij maakten, diens buitenechtelijke uitstapjes en vlucht uit Groningse verveeldheid. Het was veeleer de Libanese topografie die wordt beschreven, mijn biotoop van weleer, die mij meevoerde langs een soort persoonlijke routekaart.

In ’Naar Beiroet’ wordt veel gereisd. In de eerste plaats van de Groningse Grote Markt naar de Libanese hoofdstad, natuurlijk. Maar eenmaal in Libanon worden Qana, Haris, Bazourieh, Tyrus, Damour, Aley, Abey, Baalbek en andere plaatsen aangedaan. In Beiroet worden onder andere de Avenue du Paris en Raouche genoemd, een wijk waar ik haast zes jaar woonde. Dit was ooit mijn leven, tijdens een oorlog die zijn schaduw nooit heeft afgeworpen. Zeker niet nu opnieuw Beiroet en andere steden worden gebombardeerd door het zuidelijke buurland Israël.

Uit alles blijkt dat Gerrit Brand, getrouwd met de Libanese fotografe Souhaila Sahmarani, het land goed kent. Voor in het boek staat de gebruikelijke disclaimer dat het om een fictief werk gaat en dat namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen ontsproten zijn aan de verbeelding van de auteur of fictief gebruikt worden. Dat moge zo zijn, het gaat hier wel om zeer herkenbare fictie.

Daar was Gerrit zich natuurlijk van bewust toen hij mij vroeg het eerste exemplaar van het boek op 13 november in ontvangst te nemen. Ik vond het eervol en spannend en in mijn dankwoord haalde ik een aantal herinneringen op aan Beiroet. Ik waarschuwde dat Beiroet een gevaarlijke stad is. “Je loopt namelijk het gevaar Beiroet, ondanks alles, in je hart te sluiten. Sterker nog: je loopt het gevaar van die stad te gaan houden. O Beiroet, een wereld zonder jou is niet onze wereld, dichtte Nizar Qabbani. En daar herken ik mij in.

Ik hertaalde voor de gelegenheid het gedicht over Beiroet van de grote Syrische schrijver Qabbani, die er lange tijd woonde. Luister naar Majida El Roumi voor de muzikale vertolking van Beirut Sett el Dounia (https://www.youtube.com/watch?v=xd3TlzDsEc4&t=24s)

O Beiroet,

O Heerseres van de Wereld

Wij bekennen voor de ene God,

Dat we jaloers op je waren

Jaloers op je schoonheid

Die ons pijn deed

Wij geven nu wel toe

Dat we je slecht behandelden

En verkeerd begrepen

We hadden geen genade met je

We toonden geen enkele spijt

We staken je met een dolk

In plaats dat we je bloemen gaven

Wij bekennen voor God

De rechtvaardige God

Dat we je pijn deden en uitputten

We staken je in brand

En maakten je aan het huilen

We verveelden je met onze opstanden

O Beiroet

Een wereld zonder jou is niet onze wereld

Wij beseffen nu dat je diep in ons geworteld bent

Wij weten nu wat we je hebben aangedaan

Sta op

Sta op

Sta op

Sta op van onder het puin

Zoals de amandelbloesem in april

Sta op

En schud het verdriet van je af

Sta op

De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet

Sta op van onder het puin

Sta op ter ere van de bossen

Sta op ter ere van de rivieren

Sta op ter ere van de rivieren en de valleien

Sta op ter ere van de mensheid

Sta op, Beiroet

Sta op

De revolutie wordt geboren in de schoot van verdriet

O, Beiroet

O, Beiroet

Gaza: ‘Er is hier niks goeds meer’

Wekenlang was Mohammed bezig het huis te repareren. Hij begon met het herstel van de riolering. Daarna maakte hij de waterput schoon. Zonder water zou het huis onbewoonbaar blijven. Hij kocht buizen, waterpijpen en ander materiaal en charterde een paar vaklui om hem te helpen. ‘In m’n eentje zou het me nooit gelukt zijn.’ Mohammed repareerde ook deuren en ramen, die met plastic werden afgedekt.

Het eigen appartement van het gezin was te ernstig beschadigd om snel opgeknapt te worden, maar een ander appartement in hetzelfde gebouw was gemakkelijker bewoonbaar te maken. Het is de woning van zijn broer Ali, mijn vriend die in 2014 bij een explosie in Gaza om het leven kwam. Ali’s vrouw en twee kinderen wonen sinds het begin van de oorlog als vluchtelingen in Cairo.  

Ondertussen was Mohammeds familie nog steeds in een tent in het ontheemdenkamp Al-Zawaida. Op zondag 2 november ging Mohammed hen opzoeken. De familie begon met het inpakken van de spullen; kleren, keukengerei enzovoorts. Een paar dagen later was het zover: terug naar huis. Mohammed regelde een busje om de spullen en zijn familie naar Gaza-Stad te brengen. ‘Hopelijk is dit de laatste keer dat we moeten verkassen,’ schrijft Mohammed me. De familie moest in de afgelopen twee jaar acht keer vluchten. Het wachten is nu op het openen van de grens, want Mohammed hoopt nog steeds vurig om Gaza te kunnen verlaten.

De terugkeer naar Gaza-Stad was net op tijd, voordat het de afgelopen dagen begon te regenen. Al-Zawaida en andere tentenkampen kwamen blank te staan. Maar ook in de beschadigde gebouwen heeft men last van de regen en koude: het lekt en er dreigt instortingsgevaar. Ondanks de moeilijkje omstandigheden zijn Mohammeds’ drie dochters blij weer ‘thuis’ te zijn. Naar school gaan ze echter nog niet. De meeste schoolgebouwen zijn bezet met vluchtelingen.

Het Jeugdjournaal interviewde oudste dochter Aliaa. Ze beantwoordt vragen van Nederlandse kinderen:

De video is ontroerend en spreekt voor zichzelf.

Nu er wat meer hulp en commerciële goederen Gaza binnengelaten worden, is het voor de familie gemakkelijker om eten te vinden, met name groente. Vlees en kip zijn nog ‘onbetaalbaar, dus dat slaan we maar even over, haha’.   

Het wachten is nu tot de tweede fase van Trumps’ vredesplan ingaat. De situatie in Gaza is nog erg onveilig, met voortdurend bestandsschendingen door Israël. Sinds op 10 oktober het staakt-het-vuren inging werden meer dan tweehonderd Palestijnen in Gaza gedood. Velen omdat ze de onzichtbare ‘gele lijn’ overstaken. Israël laat nog steeds essentiële hulpgoederen Gaza niet binnen. De winter staat voor de deur en de meer dan twee miljoen inwoners van Gaza verkeren in grote onzekerheid over wat de nabije toekomst zal brengen.

https://gofund.me/c09f11459

Gaza: genocide nog geen verleden tijd

Hussien Albardaweel

    Ja, er heerst nu een staakt-het-vuren in Gaza. Maar er vallen nog steeds doden en gewonden en de leefomstandigheden van de bevolking zijn erbarmelijk. De genocide is nog geen verleden tijd. Vluchtelingenkampen en hele woonwijken zijn onbewoonbaar gemaakt of zelfs platgewalst. Voorzieningen ontbreken want zijn kapot geschoten of gebombardeerd. De meeste mensen hebben geen woning meer om naar terug te keren en bivakkeren in tenten of op straat.

    Dat geldt ook voor Hussien Albardaweel en zijn familie. Hussien is een vroegere collega van mij bij het Gaza Center for Media Freedom. Op 28 september schreef hij mij dat zijn situatie dramatisch was. De hele familie, bestaande uit hemzelf, zijn vrouw Maysa, drie kinderen en zijn ouders, hadden Gaza-Stad halsoverkop moeten ontvluchten toen Israël met haar offensief begon om de stad in te nemen.

    ‘We konden niets meenemen. Geen tent, geen kleren, niets. We hebben hier in het zuiden geen vaste plek. Ik hoop dat je ons kunt helpen. Dan kunnen we misschien een tent kopen of ergens een plekje huren.’

    Op 14 oktober kreeg ik opnieuw een bericht van Hussien. Inmiddels was het staakt-het-vuren ingegaan maar de familie is nog steeds in het zuidelijke ontheemdenkamp op het strand. ‘We zijn nog niet terug naar Gaza-Stad want we hebben geen geld voor het transport. We willen graag naar het noorden en een tent opzetten waar ons huis stond. Maar het ontbreekt ons aan de middelen.’

    Hussien schrijft me dat hij en zijn familie gedwongen zijn in de buitenlucht te overleven. Ze slapen en eten buiten, er is geen toilet, geen privacy. ‘De situatie hier is ondragelijk: al het opstuivende zand, de zee, de koude nachten… Overdag de brandende zon…’

    Als je de familie van mijn vriend Hussien wilt steunen kun je doneren via:

    https://gofund.me/d8e71a012

    Mohammed Abu Afash

    God zij dank, het gebouw staat er nog. Maar de schade is enorm.’ Na het afkondigen van het staakt-het-vuren ging Mohammed Abu Afash te voet terug naar Gaza-Stad. Hij liet zijn gezin achter in een tent in het vluchtelingenkamp Al-Zawaida en vertrok, net als duizenden andere Palestijnen, lopend naar huis, niet wetend wat hij daar zou aantreffen.

    ‘Mohammed is blij en droevig tegelijk. Blij dat het gebouw waar zijn winkel en flat waren in ieder geval niet veranderd is in louter puin, zoals zoveel andere gebouwen. Maar bedroefd door de enorme schade. ‘Al het glas ligt eruit, de deuren zijn kapot, waterleiding en riolering zijn helemaal vernield, binnenmuren weggeslagen en delen van de buitenmuren zwaar beschadigd.’

    Mohammed kocht ijzeren buizen zodat ‘we tenminste water kunnen hebben zodra het gebouw weer op de waterleiding wordt aangesloten’. De meeste gebouwen in Gaza hadden watertanks, meestal op het dak, om water op te sparen voor de uren en dagen dat er geen water uit de kraan komt. Maar er zijn geen bruikbare watertanks meer te krijgen in Gaza. ‘De meeste werden vernield door Israëlische granaatscherven en explosieve robots’.

    Water en elektriciteit ontbreken en Mohammed kan zijn familie nog niet over laten komen naar huis. Vijf dagen lang probeerde hij reparaties uit te voeren en puin te ruimen. Herinneringen aan gelukkiger tijden kwamen terug. Dat was pijnlijk. Zijn broers en andere familieleden, die de andere appartementen van het gebouw bewoonden, zijn nu allemaal dakloos. Gevlucht.

    ‘Het leek alsof het huis zich verzette om weer de oude te worden. Ik deed mijn uiterste best om het een en ander te herstellen, maar de vernielingen zijn overweldigend. Alles is kapot. Alsof het gebouw weigert te genezen. Alsof de wonden te diep zijn. Elke hoek van mijn huis roept herinneringen op aan verdriet, elke steen aan stille pijn.’  

    Toch geeft Mohammed de moed niet op. ‘Ik blijf, ondanks alle vernietiging en oorlogsverschrikkingen, hopen op een beter leven voor mijn drie dochters.’ Maar hij is ook bang. ‘Het staakt-het-vuren is niet erg stabiel, de situatie blijft angstaanjagend, je hebt de berichten gezien.’ Het nieuws uit Gaza stemt inderdaad tot somberheid. De grens met Egypte blijft voorlopig gesloten, de hoeveelheid hulp die binnenkomt is niet genoeg en Israël dreigt voortdurend de oorlog te hervatten.

    Ik bewonder het doorzettingsvermogen van mijn vrienden in Gaza en zet daarom de inzamelingsactie nog even door. Om hun toekomst gaat het: de spannende komende dagen en weken en op langere termijn.

    Voor steun aan de familie van Mohammed Abu Afash:

    https://gofund.me/d0cd07d26

    De dochters van de familie Abu Afash, nog steeds gedwongen om in een tent te wonen

      .

    Uittocht uit Gaza-Stad

    Het Israëlische leger heeft deze week in volle hevigheid z’n offensief in Gaza-Stad voortgezet. Hele wijken worden systematisch gesloopt, hoge flats opgeblazen en honderdduizenden inwoners worden gesommeerd te “evacueren”. Het is een grootscheepse, brute en gewelddadige etnische schoonmaak van een stad met een miljoen inwoners.

    Een paar dagen hoorde ik niets van de familie Abu Afash. Ik was natuurlijk ontzettend bezorgd, maar wist ook dat het internet eruit lag in Gaza. Israël had, met het kapot bombarderen van communicatiemasten, delen van Gaza-Stad afgesloten van de buitenwereld. Misschien wel om zonder pottenkijkers z’n gang te gaan met een rigoureuze militaire campagne, die er schaamteloos op is gericht om de burgerbevolking te verjagen. Om wellicht nooit terug te keren.

    Godzijdank kwam er donderdagavond bericht. Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes waren er in geslaagd veilig Gaza-Stad uit te komen. Ze waren weer bij elkaar in Al-Zawaida, ten zuiden van Gaza-Stad. Vorige week al had Mohammed mij  geschreven dat hij een plekje had gevonden in Al-Zawaida. Hier bouwde hij met lappen plastic en afvalmateriaal een provisorische tent, die als onderdak zou moeten dienen de komende maanden. Voor dat plekje om een tent op te zetten moest trouwens dik worden betaald.

    Het probleem was, schreef hij me vorige week, dat hij geen transport kon vinden voor zijn vrouw, kinderen en een minimum aan huisraad. Behalve dat er exorbitant hoge bedragen werden gevraagd voor een rit met een bestelbusje, waren ze gewoon ook niet beschikbaar voor iedereen. De familie bleef dus tot woensdag in Gaza-Stad. Totdat het te gevaarlijk werd, de bombardementen te dichtbij kwamen, en Mohammed zijn vrouw en kinderen smeekte om toch maar te vertrekken. Lopend sloten ze zich woensdagochtend aan bij de grote stoet vluchtelingen, Gaza-Stad achterlatend, zuidwaarts naar een ongewisse toekomst.

    Mohammed bleef In Gaza-Stad om te kijken of hij toch nog vervoer kon vinden voor de spullen die nodig zijn om de komende maanden door te komen in een tent. De ingepakte huisraad stond al weken klaar, want Mohammed wist dat het Israëlische bevel om te vertrekken elk moment kon komen. Het probleem was alleen: hoe krijgen we die spullen ter plaatse, waar we gedwongen worden de komende tijd als vluchtelingen te overleven?

    Uiteindelijk kwam in de loop van woensdag de chauffeur die met Mohammed had afgesproken z’n spullen naar Al-Zawaida te brengen. Terwijl ze aan het inladen waren begon plotseling een beschieting door Israëlische tanks en drones. Mohammed gaf de chauffeur het adres en vroeg hem zo snel mogelijk te vertrekken. Voor hemzelf was geen plaats meer in de auto. Om half acht ‘s avonds vertrok Mohammed te voet naar Al-Zawaida waar hij –“het was een ongelooflijk zware tocht”- midden in de nacht aankwam. Het gezin was uitgeput maar dankbaar weer verenigd te zijn.

    De afgelopen anderhalf jaar heb ik Mohammed als een leeuw zien vechten voor het overleven van zijn gezin. Hij deelde privé zo nu en dan zijn depressie en angsten met mij, maar altijd was daar weer de drijfveer om de toekomst van zijn drie dochtertjes veilig te stellen. Ik heb daar enorm veel bewondering voor. Het is één gezin dat de nachtmerrie van Gaza probeert te overleven, te midden van duizenden andere gezinnen. Ik blijf hen steunen met deze campagne, want alleen bidden helpt niet.

    Mohammed zond me gisteren deze oproep die ik graag deel:

    “Dear friends, the harsh conditions and displacement have exhausted me and depleted all my energy. I am striving to protect my family, so I ask you to support the donation campaign. Your giving gives us hope and makes a real difference in our lives. May God reward you.”

    https://gofund.me/4616e539a

    Zijn we tot de dood veroordeeld?

    ‘Ik doe een beroep op internationale organisaties, menslievende landen en alle barmhartige mensen: help mij, mijn vrouw en m’n drie dochtertjes om Gaza te verlaten. We verdienen om in waardigheid te leven. Mijn drie dochters verdienen het om in veiligheid en vrede op te groeien, zodat ze naar school kunnen gaan.’

    Dit schrijft mijn vriend Mohammed Abu Afash nadat bekend werd dat premier Netanyahu besloten heeft het Israelische leger Gaza-Stad in te laten nemen. Mohammed en zijn familie bivakeren sinds het staakt-het-vuren van januari in hun zwaar beschadigde huis in Gaza-Stad. Eerder trok het gezin van vluchtelingenkamp naar vluchtelingenkamp. Mohammed is bang dat dit scenario zich binnenkort zal herhalen.

    Hij schrijft me ‘deze hel niet langer te verdragen’. ‘Israels dreigement Gaza-Stad op grote schaal binnen te trekken betekent dat we tot de dood zijn veroordeeld. Mijn familieleden en ik zijn in groot gevaar. Is er dan niemand die ons kan beschermen? Kan de Verenigde Naties er niet voor zorgen dat mijn gezin en ik veilig Gaza kunnen verlaten? We kunnen hier niet meer verder met ons leven.’ 

    Mohammed is pessimistisch. ‘Ik heb niets meer. Geen werk, geen bron van inkomen en geen toekomstperspectief. We zijn toch mensen, geen beesten. Weet jij wat de oplossing is?’

    Ik weet het ook niet en probeer voorzichtig het argument dat Netanyahu misschien op andere gedachten kan worden gebracht door buitenlandse druk. Maar Mohammed is er van overtuigd dat Netanyahu de druk van buiten zal weerstaan en dat hij zijn helse militaire plannen zal doorzetten. Er is geen enkele reden om optimistisch te zijn.

    Hoewel er nu wat voedsel Gaza binnenkomt is dit, volgens Mohammed, vooral in het voordeel van de handelaren die actief zijn op de zwarte markt. ‘De noodhulp was bedoeld om gratis aan de bevolking verstrekt te worden, maar dit gebeurt niet. Het wordt gestolen door criminelen. De Israelische bezetters laten de dieven op klaarlichte dag hun gang gaan. Veel mensen hebben nog steeds honger en hebben geen geld om eten te kunnen kopen.’

    ‘Gisteren zijn er weer een paar vrachtwagens met hulpgoederen binnengekomen en ook een paar trucks met koopwaar. Ik heb een stukje feta kaas gekocht voor de kinderen. Dat hadden we in geen drie maanden gegeten.’

    ‘Ik probeer de moed erin te houden maar ik ben nerveus, bang en gespannen vanwege het nieuws dat Israël Gaza-Stad zal innemen. Er komt maar geen einde aan de genocide en ik zie geen uitweg. En de buitenwereld laat Israël z’n gang gaan.’

    Familie in Gaza steunen? https://www.gofundme.com/f/help-abu-afash-family-leave-gaza?utm_campaign=fp_sharesheet&utm_medium=customer&utm_source=copy_link&lang=nl_NL&attribution_id=sl%3A9a17297c-34bd-4e2f-a52d-cb3b9a85db54&ts=1755108156

    Dit artikel werd op 13 augustus 2025 gepubliceerd door het Dagblad van het Noorden

    Israël, Syrië en de taal van het geweld

    Stel dat Nederland, in korte tijd, Brussel en Berlijn bombardeerde, en er ook nog eens een schepje bovenop deed met bombardementen op Rome en Warschau?  En dat daarbij honderden doden zouden vallen, en grote verwoestingen aangericht?

    Toch is dit de bizarre realiteit van het Midden-Oosten. Het kleine maar militair oppermachtige Israël, qua oppervlakte en inwonersaantal ongeveer de helft van wat Nederland voorstelt, voerde sinds oktober 2023 bombardementen uit op Beiroet, Damascus, Teheran en Sana’a. 

    In Gaza is het Israelische leger sinds oktober 2023 bezig met een totale vernietigingsoorlog en genocide. Op de bezette Westelijke Jordaanoever voert het een agressieve kolonisatiepolitiek, met als verklaard einddoel annexatie en het voorkomen dat een Palestijnse staat ooit het licht zal zien.

    Waar is Israël mee bezig?

    Premier Netanyahu heeft het ontelbare keren gezegd: we gaan het Midden-Oosten drastisch veranderen. We’re changing the face of the Middle East. Netanyahu spreekt over de ‘wedergeboorte van Israël’. Udi Tenne, adviseur van de Israelische regering, zei in The Guardian: ‘Ben Gurion (de eerste premier van Israël) zorgde voor Israëls onafhankelijkheid, Netanyahu voor Israëls toekomst’.

    De ongekende militaire escalatie, met een beroep op ‘het recht van zelfverdediging’, werd in gang gezet met de Hamas-aanval in Zuid-Israël op 7 oktober 2023. Maar het argument van zelfverdediging is de afgelopen twee jaar steeds ongeloofwaardiger geworden. Zo is in Gaza Hamas aanzienlijk verzwakt en zijn leiderschap grotendeels geëlimineerd. Maar de genocide gaat door. 

    De aanval op Iran van 13 juni vond plaats terwijl er nota bene onderhandelingen plaatsvonden tussen Iran en de Verenigde Staten over het nucleaire dossier. Geen mens kan volhouden dat Israël op het punt stond aangevallen te worden door Iran en dat alle diplomatieke en juridische middelen waren uitgeput om de geschillen tussen beide landen op te lossen. Nee, Netanyahu handelde, zoals de Britse journalist David Hearst het omschreef, als maffiabaas, als een Al Capone: eerst schieten en na ons de zondvloed. Israël lijkt  geen andere taal te kennen dan die van het militaire offensief. En telkens komt het land ermee weg, ook als het internationale recht bij voortduring wordt geschonden.

    Damascus met de nieuwe Syrische vlag, foto AFP

    Nergens is dit meer zichtbaar dan in buurland Syrië. Israëls vijanden in Syrië werden in de loop van 2024 uitgeschakeld of sterk verzwakt. Het regime van president Bashar al-Assad, lang gezien als cruciaal onderdeel van ‘de as van het verzet’ tegen Israël, viel op 16 december 2024. Aan de eerder ook in Syrie actieve Libanese organisatie Hezbollah werden zware slagen toegebracht, onder andere door de moord op haar charismatische leider Sjeik Nasrallah. 

    Toch begon Israël, direct na de val van Assad, met een ongekend militair offensief tegen het noordelijke buurland. Tussen december 2024 en het midden van 2025 voerde Israël welgeteld 987 luchtaanvallen en artilleriebeschietingen uit in Syrië. Vooral in het zuiden werden bases van het Syrische leger, wapenopslagplaatsen en luchtafweergeschut uitgeschakeld. Bij de bombardementen kwamen honderden burgers om het leven. Israël bezette de gedemilitariseerde zone langs de door haar bezette Golan en verbrak daarmee de facto de Syrisch-Israelische overeenkomst van 1974, waarbij een VN-observatiemacht toeziet op de destijds gesloten wapenstilstand. Bij de verlaten observatieposten van de Verenigde Naties wapperen nu, heel symbolisch voor de anti-VN houding van Israël en de instorting van het internationale rechtssysteem, de blauw-witte vlaggen met de Davidster. Het Israëlische leger richtte negen militaire posten in en begon dagelijks operaties uit te voeren in het gebied ten zuiden van Damascus.  

    Israël rechtvaardigt haar militaire aanwezigheid in Syrië met de vrees voor een jihadistische dreiging. Ook zegt het religieuze en etnische minderheden in Syrië te willen beschermen. De regering wordt immers geleid door Ahmed al-Sharaa, een man die tot december 2024 internationaal beschouwd werd als terrorist en een Amerikaanse losprijs van tien miljoen dollar op zijn hoofd had staan. Al-Sharaa is de hoogste leider van Hay’at Tahrir al-Sham (HTS), een partij die voortgekomen is uit al-Qaida en het Al-Nusra Front.

    Voor Israël is en blijft president al-Sharaa een terrorist. Op sociale media wordt hij door de daar massaal aanwezige pro-Israelische trolls en apologeten steevast aangeduid met zijn vroegere jihadistische nom de guerre, Mohammad al-Jolani. De boodschap is duidelijk: deze bebaarde figuur is niet veranderd en niet te vertrouwen, zelfs al draagt hij nu een maatpak en een stropdas. De Israelische minister voor Diaspora, Amichai Chikli, noemde op sociale media al-Sharaa een ‘barbaarse moordenaar’ te noemen en de Syrische regering is, volgens hem, ‘een islamistisch-Nazi terreurregime.

    De perverse ironie van de Israelische verbale, propagandistische, politieke en militaire agressie jegens de nieuwe machthebbers in Damascus, is dat deze nog geen schot hebben gelost tegen Israël. Vanuit het nieuwe Syrië, bevrijd na 54 jaar Assad-dictatuur, zijn geen drones of raketten afgeschoten richting Israël of verzetsgroepen zoals Hezbollah meer actief.

    De zelfgekroonde interim-president al-Sharaa heeft, als nieuwe bewoner van het regeringspaleis in Damascus, een gematigde, verzoenende toon aangeslagen. Hij wordt omschreven als een pragmaticus en politieke kameleon. Niemand weet precies wie de echte al-Sharaa is en hoe het toekomstige Syrië dat hij voor ogen heeft eruit ziet. Zeker is dat hij zich opstelt als een verbindende leider en zijn gesprekspartners voor zich weet in te nemen: van president Trump, tot Europese diplomaten, vroegere jihadistische kameraden en rijke zakenlieden uit de Golf. Zeker is ook dat hij een helsmoeilijke taak heeft bij de opbouw van het Syrië van na de Assad-dictatuur. De overheid heeft niet de volledige controle over de veertien gouvernementen (provincies) van het land. In het noordoosten is de door de Verenigde Staten gesteunde SDF-militie oppermachtig en over het vraagstuk van Koerdische autonomie is nog geen overeenstemming bereikt.

    Al-Sharaa kampt verder met het probleem dat zijn nationale leger, samengesteld uit een samenraapsel van vroegere milities, nog lang geen gedisciplineerde eenheid is. Bij sektarische onlusten, in maart aan Syrië’s westkust en in juli in de zuidelijke provincie Sweida, werden door regeringstroepen ernstige mensenrechtenschendingen en misdaden begaan tegen respectievelijk de Alawitische en  Druzische minderheden. 

    De onrust in de zuidelijke provincie Sweida gaf Israël het voorwendsel militair in te grijpen, zogenaamd om de Druzische minderheid te beschermen. Druzen en Soennitische bedoeïenenstammen waren slaags geraakt na een op zich onbetekenend incident: een overval door bedoeïenen op een druzische groenteboer. Maar de gevechten lieten zien dat oude intracommunautaire spanningen, vaak aangewakkerd door Assad-getrouwe activisten, nooit ver onder de oppervlakte smeulen. Bij een gebrek aan een sterke overheid, die de veiligheid van minderheden garandeert en vertrouwd wordt door de hele bevolking, blijft het gevaar van etnisch of sektarisch geweld groot.

    Wat dat betreft was de Israelische interventie -waarschijnlijk opzettelijk- contraproductief. Deze verzwakte immers de Syrische centrale regering. 

    Regeringsgebouwen in Damascus werden gebombardeerd, waaronder het ministerie van Defensie en een locatie vlak bij het presidentieel paleis. De Israelische boodschap was duidelijk: er zijn rode lijnen voor het Syrische leger en wij schieten onze lokale bondgenoten, in dit geval aanhangers van de Druzische sjeik Hikmat al-Hajari, met grof geweld te hulp. De interventie maakte duidelijk dat Israël het liefst een gefragmenteerd, zwak Syrië aan zijn noordgrens ziet.

    De meerderheid van de ongeveer 700.000 Syrische Druzen staat niet te wachten op Israelische bescherming, laat staan ‘vriendschap’. Historisch is de meerderheid van de Druzen in Syrië en Libanon het Arabisch nationalisme toegedaan. In 1925 was het een Druzische leider, Sultan al-Atrash, die de strijd tegen het Franse kolonialisme in Syrië leidde. 

    Behalve Israël’s evidente pogingen de regering in Damascus te ondermijnen, speelt ook het aloude verlangen een rol om de kaart van de regio opnieuw te tekenen. Israël zou Libanon en Syrië het liefst opdelen in confessionele ministaten: een christelijk Libanon, een eigen staat voor de Druzen, voor de Alawieten etcetera. Israel als joodse staat zou in zo’n mozaïek van confessionele minilandjes een toonaangevende, leidende rol spelen. Verdeel en heers!

    In 1983 werd in het Libanese Choufgebergte hard gevochten tussen christelijke milities enerzijds en Druzen en Palestijnen anderzijds. Israël kwam destijds zijn christelijke bondgenoten te hulp en vocht juist tegen de Libanese Druzen. Toen de burgeroorlog in Libanon afliep had Israël al zijn lokale bondgenoten en ‘vrienden’ verloren. Het anti-Israelisch sentiment onder alle bevolkingsgroepen in Libanon was sterk toegenomen en is tot op de dag van vandaag prevalent.

    Het ongebreidelde militaire geweld heeft de afgelopen twee jaar Israël tal van overwinningen bezorgd. Het verreweg sterkste leger in de regio, gesteund door de Verenigde Staten, kon ongestraft zijn gang gaan. Onder Trump is de internationale orde danig verzwakt en Israël maakte daar gebruik van met zijn ongelimiteerde agressie tegen zijn buren in de regio. 

    Het is twijfelachtig of op de lange termijn de door Israël behaalde militaire voordelen duurzaam en houdbaar zijn. Israeli’s, Syriërs, Libanezen en Palestijnen moeten in de toekomst verder met elkaar, als buren en als partners in hetzelfde, relatief kleine, geografische gebied. Als alleen de taal van dominantie en  geweld wordt gebruikt, ziet de toekomst er somber uit. 

    Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Joop, 8 augustus 2025

    Zelfs voor beesten is dit geen leven

    Israël zet op dit moment het meest wrede en misdadige oorlogswapen in tegen de bevolking van Gaza: honger. De schappen in de winkels zijn leeg, de humanitaire organisaties hebben geen voedsel meer om uit te delen, de bakkerijen zijn gesloten. Er zijn inmiddels een aantal doden gevallen wegens ondervoeding. Experts verwachten dat de toekomstige lichamelijke en psychologische effecten van de voedseltekorten groot zullen zijn, vooral bij kinderen.

    Het genocidale geweld tegen de bevolking heeft overduidelijk tot doel de Palestijnen uit Gaza te verjagen. De zuidelijke stad Rafah wordt systematisch verwoest en de bevolking wordt in een steeds kleiner gebied bijeen gedreven.

    Een paar keer per week heb ik contact met ‘mijn’ familie in Gaza-Stad.

    Gisteren (7 mei) was een extreem gewelddadige dag: er vielen zo’n honderd dodelijke slachtoffers bij drone aanvallen en luchtbombardementen. De dodelijkste aanval vond plaats in de wijk Rimal, waar Mohammed Abu Afash, zijn vrouw en kinderen wonen. Er vielen 32 doden en 86 gewonden toen een restaurant, dat gebruikt werd als gaarkeuken, en een markt werden aangevallen. Mohammed appt me: It was very terrifying and many martyrs and wounded but thank God we are all fine!

    Elke keer dat ik een bericht van hem krijg ben ik opgelucht: gelukkig hij leeft nog. De correspondentie met een vriend in het belegerde Gaza leidt tot bizarre dilemma’s. Hij stuurt me berichten over de vreselijke situatie in Gaza, maar ik ben blij dat ik van hem hoor. Ik schaam me om over ons eigen leventje in Nederland te schrijven. Over de leuke verjaardag, het lekkere etentje, de vakantie waar we naar uitkijken. De schaamte is misschien irreëel, maar het verschil tussen onze levens is pijnlijk. Ik wil hem niet kwetsen. Mohammed en zijn familie kunnen geen kant op, eten maar een keer per etmaal, hebben alle zicht op een waardige toekomst verloren.  

    ‘Hoe gaat het met je dochters,’ vraag ik. Aliaa (10) en Eliaa (8) zijn, op één dag na tijdens het staakt-het-vuren, al meer dan een jaar niet naar school geweest. De 4-jarige Layan was ingeschreven bij een kleuterschool, maar de meeste scholen zijn bezet door vluchtelingen of verwoest. Vanwege het altijd dreigende oorlogsgeweld houdt Mohammed zijn kinderen ook het liefste thuis.

    Toch wordt er wel schoolwerk gedaan. ‘De onderwijzer van de UNRWA-school stuurt opdrachten via internet. We helpen onze dochters met het huiswerk. Als het klaar is zenden ze het terug en krijgen commentaar van de meester. Gewoon naar school gaan zou natuurlijk beter zijn maar er is geen alternatief. Mijn dochters kunnen nergens spelen of vriendinnen ontmoeten. De drie zijn voortdurend thuis en doen spelletjes met elkaar, tekenen, helpen hun moeder.’

    Begrijpen de kinderen waarom het oorlog is? ‘Ja, ze snappen de situatie. Maar ze zijn voortdurend angstig. Ze weten dat er in Gaza geen toekomst en geen leven is.’

    Ondanks alles blijft Mohammed hopen op betere tijden, op het openen van de grens zodat hij en zijn familie kunnen reizen en de nachtmerrie van Gaza achter zich kunnen laten. Hoe realistisch dat is? ‘We blijven hopen voor onze kinderen. Elke seconde brengt angst, terreur, bommen, verwoesting, chaos en onveiligheid. Zelfs voor beesten is dit geen leven, laat staan voor ons.’

    Actie voor de familie van Mohammed Abu Afash: https://gofund.me/d669f8fd

    Aliaa, Eliaa en Layan

    De dood van journalisten: blijf praten over Gaza

    Journalist Hossam Shabat werd vermoord door het Israëlische leger

    Israël vermoordde in Gaza een record aantal journalisten. Maar de poging alle Palestijnse verslaggevers – buitenlandse journalisten worden door Israël weggehouden – het zwijgen op te leggen is tot dusver mislukt.

    Als jullie dit lezen ben ik gedood. Hoogstwaarschijnlijk in een gerichte aanval door de Israëlische bezettingsmacht. Toen dit allemaal begon was ik nog maar éénentwintig. Ik was student en had dromen, zoals iedereen. In de afgelopen anderhalf jaar heb ik elk moment van mijn leven gewijd aan mijn volk. Ik documenteerde van minuut tot minuut de verschrikkingen in het noorden van Gaza, vastbesloten om de wereld de waarheid te laten zien.

    Journalist Hossam Shabat wist dat hij grote kans maakte de oorlog niet te overleven. Hij werd openlijk bedreigd door het Israëlische leger en wist dat hij met zijn werk voor Al-Jazeera Mubasher groot gevaar liep. Op 24 maart, een week nadat Israël het staakt-het-vuren eenzijdig had doorbroken, was het zover. Hossams’ auto, beschilderd met een logo van Al-Jazeera en met de levensgrote letters TV, werd in Bayt Lahiya getroffen door een projectiel, afgeschoten vanuit een Israëlische drone.

    Vrienden van Hossam zetten zijn korte verklaring op sociale media. Het is een soort journalistiek testament waar je koude rillingen van krijgt.

    Ik sliep op straat, in scholen, in tenten… waar ik maar kon. Elke dag was een strijd om te overleven. Ik leed maandenlang honger… Maar, bij God, ik heb mijn plicht als journalist gedaan.

    Fatima Hassouna: ‘luidruchtige dood’

    Nog geen maand later, op 16 april, een dag na haar 25e verjaardag, was het de beurt aan Fatima Hassouna om de hoogste prijs te betalen voor haar journalistieke werk. Een luchtaanval op haar huis in Gaza-Stad maakte niet alleen een einde aan haar leven, maar ook aan dat van tien familieleden, waaronder haar zwangere zus.

    Fatima’s video’s en foto’s hebben haar in de hele wereld bekendheid opgeleverd. Haar camera legde de verschrikkingen vast van de oorlog, de gedwongen deportaties, de burgerslachtoffers en de verwoestingen, maar ook het doorzettingsvermogen van de bevolking, spelende kinderen te midden van de ruïnes, het leven dat doorgaat. Voor Fatima mocht dat niet zo zijn. Haar dood kwam een paar dagen voordat ze zou trouwen en één dag voordat een documentaire over haar leven vertoond zou worden op een filmfestival in de Franse stad Cannes.

    Net als Hossam wist Fatima dat de dood elk moment op de loer lag. En ook zij had van tevoren nagedacht over haar boodschap als het zou gebeuren. ‘Als ik sterf, wil ik een luidruchtige dood’, schreef ze op Facebook, waar ze tienduizenden volgers had.

    Ik wil geen breaking news zijn, of een nummer in een groep. Ik wil een dood waar de wereld van opkijkt, ik wil impact die blijvend is, een tijdloos beeld dat niet begraven kan worden, nooit niet, nergens niet…

    Fatima’s fotografisch werk en haar documentaire Put Your Soul on Your Hand and Walk zetten de genocide blijvend op de kaart. Ze laten daarnaast vooral de menselijkheid zien van de Gazanen, de veerkracht van de vrouwen, de kinderen die kinderen blijven. Hossam Shabat riep in zijn ‘testament’ de wereld op om te blijven praten over Gaza. Fatima doet met haar werk hetzelfde. En haar gewelddadige dood ging inderdaad niet onopgemerkt voorbij. Over de hele wereld, ook in Nederland, werd bericht over haar ‘luidruchtige’ dood.

    Als jongerenactiviste deed ze mee aan het She leads-programma van de organisatie Plan International en het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Plan International greep Fatima’s dood aan om op te roepen tot een ‘permanente, onmiddellijke en onvoorwaardelijke wapenstilstand in Gaza, ongehinderde toegang voor hulpverleners en hulpgoederen en verantwoording voor alle schendingen van het internationaal recht’.

    Het is een oproep die tot dusver aan dovemansoren gericht is.

    Links Fatima Hassouna, rechts Bilal Rajab van Al Quds Al Youm TV die op 1 november 2024 werd gedood

    Kabinet: geen rode lijnen

    Ook Nederland houdt zich doof en blind en erkent geen rode lijnen. De Nederlandse regering houdt zich, behoudens wat gemompel over zorgen die stilletjes worden overgebracht aan de Israëlische vrienden, angstvallig gedeisd. Zelfs de dood van een groot aantal journalisten in Gaza heeft Nederland, traditioneel verdediger van het vrije woord, niet kunnen bewegen ook maar een kik te geven. Volgens het Committee to Protect Journalists (CPJ) is er in Gaza sprake van ‘systematische aanvallen’ op journalisten en mediaorganisaties. Sinds midden maart zijn er, gemiddeld, wekelijks twee à drie journalisten om het leven gekomen. Een macabere statistiek.

    Velen werden gedood bij gerichte aanvallen. Zo werd in de nacht van zondag 6 op maandag 7 april een tent met slapende journalisten in Khan Younis gebombardeerd. Doel van de aanval was, zo liet het Israëlische leger weten, om journalist Hassan Islayh gevangen te nemen. Dat klinkt onwaarachtig omdat het door een drone afgeschoten projectiel gericht was op de mobiel van Islayh. Als de journalist zijn telefoon dichter bij zijn lichaam had gehouden en hij niet even een luchtje buiten de tent had geschept, had hij het zeker niet overleefd. Nu werd hij ernstig gewond aan zijn rechterhand en hoofd, maar is buiten levensgevaar.

    Hassan Islayh is een bekende mediapersoonlijkheid in Gaza. Hij heeft honderdduizenden volgers op Instagram en YouTube en werkt voor het nieuwsagentschap Falastin al-Youm (Palestina Vandaag). Israël beschuldigde Islayh ervan lid van Hamas te zijn. Hij zou de ‘plunderingen, brandstichting en moordpartijen’ op 7 oktober 2023 hebben gefilmd. Palestijnse bronnen ontkennen dat hij lid is van Hamas en zeggen dat hij juist een belangrijke rol speelt bij het documenteren van de oorlog en van de zware omstandigheden waar de bevolking in Gaza al anderhalf jaar onder te lijden heeft.

    Journalisten nooit legitiem doelwit

    Hoe het zij, zelfs al zou zijn journalistieke werk kunnen worden opgevat als Hamaspropaganda of antipropaganda voor Israël, maakt dat van hem een legitiem doelwit? Het is een terugkerende vraag tijdens conflicten: kunnen er omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat journalisten worden getroffen?

    De NAVO vond van wel toen zij op 23 april 1999 het hoofdkwartier van het Servische tv-station RTS in Belgrado bombardeerde. Zestien RTS-werknemers kwamen om het leven. Volgens de NAVO zond RTS Servische propaganda uit. Maar Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties spraken van een oorlogsmisdaad. Journalisten en andere mediawerkers zijn burgers en zijn nooit legitieme doelwitten.

    Enkele uren na de aanval kwam RTS weer in de lucht en werd de programmering hervat. Het was dus niet gelukt de zender het zwijgen op te leggen. Later verklaarden NAVO-woordvoerders aan Amnesty dat het doel van het bombardement was het moreel van de Servische bevolking en strijdkrachten te ondermijnen.

    In de oorlog in Oekraïne werd Rusland er verschillende keren van beschuldigd hotels te bombarderen waarvan bekend was dat er buitenlandse journalisten verbleven. Doel zou zijn journalisten te intimideren en te ontmoedigen te berichten over het conflict. In augustus werd een hotel in de Oekraïense stad Kramatorsk aangevallen waar een ploeg van persbureau Reuters verbleef. Hierbij vielen één dode en twee gewonden onder het Reuters-personeel.

    Geen oorlog of gewapend conflict zonder journalisten als dodelijke slachtoffers: de prijs om de buitenwereld te informeren is vaak angstaanjagend hoog. Maar Gaza slaat alles. Volgens een rapport van de Amerikaanse Brown-universiteit zijn er in Gaza meer journalisten gedood sinds 7 oktober 2023 dan in de twee wereldoorlogen, de oorlogen in Zuidoost-Azië (Korea, Vietnam, Cambodia), Joegoslavië en eerder oorlogen in het Midden-Oosten bij elkaar.

    World Press Photo

    Israël laat geen buitenlandse journalisten toe tot Gaza en al het nieuws uit de belegerde enclave wordt verzorgd door lokale Palestijnse journalisten. Ook de beelden die de NOS, BBC en CNN laten zien worden gefilmd door lokale cameralieden. De berichtgeving door Palestijnse (burger-)journalisten staat vaak haaks op de officiële versie van het Israëlische leger. Zo ontkrachtten videobeelden van het incident waarbij vijftien hulpverleners om het leven kwamen, het officiële verhaal dat de hulpverleners niet als zodanig herkend konden worden. Ook reden ze niet met gedoofde lichten maar hadden ze juist zwaailichten aan en vormden ze geen enkel gevaar voor de Israëlische militairen.

    Dat journalisten worden geïntimideerd en zelfs gedood om het ‘narratief’ te beïnvloeden is bij tal van conflicten een misdadig maar tragisch gegeven. In het geval van Gaza is het Israël echter niet gelukt de wereldopinie gunstig te stemmen, zeker niet nu de oorlog eindeloos wordt voortgezet.

    De winnende World Press Photo van Samar Abu Elouf

    Het toekennen van de World Press Photo of the Year aan de Palestijnse fotografe Samar Abu Elouf symboliseert in zekere zin de globale verontwaardiging over een onrechtmatige oorlog, een genocide waar zoveel kinderen het slachtoffer van zijn geworden. Haar portret van een negenjarige Palestijnse jongen die beide armen verloor bij een Israëlisch bombardement, is eigenlijk een ultieme anti-oorlogsfoto, een aangrijpende aanklacht tegen de absurde vernietigingsoorlog in Gaza.

    Israëls buitenproportionele geweld tegen Palestijnse journalisten, cineasten, verhalenvertellers en dichters heeft er niet toe geleid dat de ‘Palestijnse stem’ het zwijgen is opgelegd. Misschien wel in tegendeel. Israël slaagde er niet in de wereldopinie naar zijn hand te zetten en zijn versie van het conflict te laten prevaleren.

    ‘Zijn wij geen mensen net als jullie?’

    Achter de extreme Israëlische verniel- en moordzucht lijkt vooral woede en frustratie schuil te gaan over een ontwikkeld Palestijns maatschappelijk middenveld: de scholen en universiteiten, het zorgstelsel, de ziekenhuizen, moskeeën, kerken, de hulpverlening en de media. Die Palestijnse maatschappij wordt door delen van de Israëlische publieke opinie als een existentieel gevaar gezien. In een artikel in de Guardian, vorig jaar, stelde Fatima Hassouna de vraag ‘aan mensen in het Westen en in Israël: zijn wij geen mensen net als jullie?’ ‘En het antwoord? Wel, er is geen antwoord’, stelde zij bitter vast.

    Als je journalisten als potentiële vijanden ziet, als waarschijnlijke terroristen, deins je er niet voor terug een tent te bombarderen waar ze liggen te slapen. Dat gebeurde zoals gezegd midden in de nacht van 6 op 7 april in een tentenkamp waar lokale journalisten al sinds het begin van de oorlog gebruik van maken. De tenten staan naast het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis en zijn duidelijk gemarkeerd als plek waar zich journalisten bevinden. Maar in Gaza biedt het opschrift Press, evenmin als de scherfvesten, veiligheid.

    Journalist Hassan Islayh, volgens Israël het doelwit van de aanslag, raakte ‘slechts’ ernstig gewond. Collega’s van hem hadden minder geluk. Journalist Hilmi Faqaawi verbrandde levend en was niet meer te redden. Journalist Ahmed Mansour bezweek later aan zijn brandwonden. Een aantal andere journalisten, waaronder medewerkers van de BBC en Russia Today, raakten gewond door rondvliegende scherven. De dood van de journalisten is vastgelegd op video. ‘Ahmed brandde voor de ogen van de hele wereld. De wereld keek toe en kon niets doen’, zei z’n weduwe Nida Mansour later.

    Ahmeds’ theatrale, pijnlijke levenseinde in de vlammen, de ‘luidruchtige dood’ van Fatima en het ontroerende maar schokkende testament van Hossam: het zijn dringende oproepen om Gaza niet te vergeten. Oproepen die niemand mag en kan negeren.

    Dit artikel werd eerder gepubliceerd door The Rights Forum, 22 april 2025