Gaza can’t wait

It is like a movie that is repeated over and over again. In 2008-09, 2012, 2014 and May 2021, there were large-scale Israeli attacks on Gaza. More than 4,000 people lost their lives, 260 of them in May; a quarter of a million homes were damaged, of which 4,000 this year and the total damage is in the billions of euros.

The toll was enormous.

Ap infographic

It is also no small matter to subject some two million people in an area of ​​365 square kilometers to a land, sea and air blockade for years. In comparison: the municipality of Emmen in the province of Drenthe covers 346 square kilometers and has 20 times fewer inhabitants. And Emmen is of course not cut off from the rest of the world. The living conditions in Gaza are now inhumane, the humanitarian situation unacceptable. In fact a UN expert declared Gaza to have become unlivable “with an economy in free fall, 70 per cent youth unemployment, widely contaminated drinking water and a collapsed health care system”.

Why is it not possible to make an end to this disaster and to the vicious circle of violence? Rigorous Israeli policies have not resulted in a loss of power of Hamas, let alone the destruction of the Islamist movement, that has ruled Gaza since 2007. 

After the large-scale military confrontations in May, the border with Gaza is still not quiet. Despite the shaky ceasefire that ended the clashes in May, there are regular demonstrations at the border fence and “fire balloons” are released in protest against the Israeli blockage of construction materials and the throttling of humanitarian aid. Israel invariably “answers” to these actions with aerial bombardments. The parties seem to be heading for an inevitable fifth round of death and destruction.

New Israeli Prime Minister Naftali Bennett visited the White House in August and in a press conference with US media, Bennett talked about Iran, the friendship between Israel and the US and the fight against corona. But not about Gaza. When you hear Bennett talk, the Palestinians and Gaza don’t seem to exist.

Bennett is a hawk and does not want to make any political concessions to the Palestinians, he remains firmly against the two-state solution. But he does think that if Israel makes life a little more bearable for Palestinians, especially economically, then the peace process could be “parked”.

Swedish politician and diplomat Carl Bildt wrote an article after the May war in which he argued for four courageous steps to break the deadlock in Gaza.

What this view means for Gaza remains unclear for the time being.

Firstly, the blockade of Gaza must be lifted. The blockade has wrecked Gaza’s economy and made foreign trade practically impossible. Instead, the blockade has facilitated smuggling, which in turn is largely controlled by Hamas. In that regard, the blockade has strengthened rather than weakened Hamas.

Secondly, Israelis must be able to live in safety. No country accepts indiscriminate rocket fire. But Israel must also recognize that its current aggressive policy has failed.

Thirdly, Gaza must be returned to internationally recognized Palestinian rule. No aid for Gaza and no reconstruction funds without free and fair elections in Gaza and the West Bank, including East Jerusalem.

Finally, a long-term solution requires that the future state of Palestine be able to use Gaza for access to the Mediterranean and thus to the rest of the world. Gaza needs its own port and airport and a secure connection to the West Bank.

Palestinian journalist Daoud Kuttab recently pointed out that even if Bennett does not want political progress in the Israeli-Palestinian peace process, Israel is bound by the Oslo Accords. Those agreements include a secure connection between Gaza and the West Bank. According to the agreement signed by Israel and the PLO, Gaza and the West Bank are “one territorial unit”.

Three years ago, Dutch parliamentarians Sjoerd Sjoerdsma (D66) and Joel Voordewind (ChristenUnie) proposed organizing an international Gaza conference to discuss the plan for a secure connection between Gaza and the West Bank. A safe route to make medical care, family reunification and trade easier and to break the ‘spiral of violence’.

The plan, like so many attempts to break out of the Gaza stalemate, disappeared into a black hole. The Netanyahu-Trump duo had different views on Middle East peace. And the Netherlands and the EU did not have the political will or guts to really push for a solution in Gaza.

It will be clear that Carl Bildts four steps require foreign political pressure, especially from the EU and the US. The Palestinian Authority and Hamas must come to an agreement on elections and Naftali Bennett must be convinced that Israel also has other options than only the military option.

The four steps are inconceivable without Israel and the Palestinians sooner or later returning to the negotiating table, and that is exactly the last thing Bennett wants.

The chance that there will soon be a replay of the Gaza horror movie and a fifth ’round’ of rockets and bombings is therefore high. No one seems to be looking forward to yet again heartbreaking footage from Gaza, but none of the drama’s protagonists is in any rush to even begin working on a solution. Only the residents of Gaza: they cannot wait for their situation to improve. Not a day longer.

Dit artikel in het Nederlands: https://rightsforum.org/opinie/gaza-kan-niet-wachten/

Activist, journalist of gewoon ‘tuig van de richel’?

De ombudsman van dagblad Trouw brak zich onlangs het hoofd over de juiste benaming van Roman Protesevitsj, de man die de Wit-Russische autoriteiten zó graag wilden arresteren dat ze er een lijnvliegtuig voor dwongen een tussenlanding te maken in Minsk. Moet je hem nu een dissident noemen, een activist of journalist? Of alle drie?

Vast staat dat Protesevitsj actief was als nieuwsfotograaf en, belangrijker nog, hoofdredacteur van Nexta, een kanaal op berichtendienst Telegram en op YouTube. Via Nexta kwam een stroom belangrijke informatie naar buiten over de protestacties na de presidentsverkiezingen van augustus vorig jaar, die dictator Lukashenko valselijk claimde gewonnen te hebben.

Nexta werd in de woelige augustusdagen immens populair in Wit-Rusland. Terwijl de aan de regering gelieerde media het publiek nauwelijks of niet informeerden over wat er aan de hand was, doorbrak Nexta de nieuws blackout met een stroom aan berichten, onthullende foto’s en video’s. En ja inderdaad, Nexta gaf ook aanwijzingen aan actievoerders om een bepaalde straat te mijden omdat de mobiele brigade daar klaar stond, of publiceerde adressen van advocaten die konden helpen in het geval van arrestatie. Van de 9,5 miljoen Wit-Russen namen anderhalf miljoen mensen een abonnement op Nexta.

Deed Nexta aan journalistiek en kan Roman Protesevitsj dus met recht journalist worden genoemd, of gaat het hier om een vorm van activisme dat handig gebruik maakt van de mobiele telefoontechnologie? Werden de berichten wel grondig gecheckt? En hoe staat het met de onafhankelijkheid van Nexta? Was de organisatie niet te veel gelieerd aan de oppositiebeweging tegen Lukashenko?

Het zijn legitieme vragen en Trouw herinnert eraan dat “activist en journalist, een combinatie is die in Nederland snel wantrouwen zou opwekken”. “Een journalist voert geen actie”, stelt de krant vast, “dat gaat ten koste van de objectiviteit”. 

Maar, als Protesevitsj politiegeweld tegen burgers laat zien, dan is dat wel degelijk journalistiek, constateert de krant ook. Het is immers: laten zien wat er gebeurt? Blijft het feit dat Protesevitsj een “journalist met een agenda” is en daar kijken we in Nederland kritisch naar.

Uiteindelijk komt Trouw tot de conclusie dat Protesevitsj het beste “dissident en journalist” genoemd kan worden, in die volgorde. Eventueel is ook de term oppositieblogger bruikbaar maar het blijft, vindt de Trouw-ombudsman ook, onbevredigend. 

Is het echt zo, zoals Trouw stelt, dat activistische journalistiek in een democratisch land als Nederland wantrouwen verdient? Wellicht is het waar als we “activistisch” heel eng definiëren. Zoiets als: puur subjectief gedreven verslaggeving of journalistiek met een strikt (partij-)politieke agenda, met dedain voor waarheidsvinding. Dan klopt de stelling van Trouw. 

Maar ik denk dat ook in een democratie we niet al te wantrouwig moeten zijn naar de activistisch ingestelde journalist. Veel onderzoeksjournalistiek heeft uiteindelijk een flinke activistische inslag. De goed onderbouwde onthullingen van Volkskrant-verslaggevers Frank Hendrickx en Tom Kreling over de miljoenen van Siewert waren uiteraard journalistiek vakwerk, maar waren er nooit gekomen zonder die extra drive om de waarheid te achterhalen en onrecht aan de kaak te stellen.

Journalistiek is er in de eerste plaats om ons zo eerlijk, objectief en duidelijk mogelijk te informeren over wat er in de wereld gebeurt. Maar soms werkt journalistiek ook mee om de wereld (ietsje) te veranderen. Dat is haast altijd ongemakkelijk en vaak gevaarlijk. Daarom stoppen ze journalisten als Roman Protesevitsj in de gevangenis en worden brave collega’s in Nederland door populistische politici aangeduid als “tuig van de richel”. 

De Berlusconi’s van de Lage Landen

Lang geleden, in 1980, waren er 25 uitgevers actief op de Nederlandse krantenmarkt.

Vijf jaar geleden was dat aantal gekrompen tot acht uitgevers. 

En nu, in september 2020, zijn de dagbladen in Nederland praktisch allemaal in handen van twee grote consortia.  

Ook de noordelijke media: het Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad, tientallen lokale advertentiebladen en stadsblog Sikom zijn sinds kort eigendom van het Belgische Mediahuis. Mediahuis heeft hiermee het respectabele aantal van 25 dagbladtitels in zijn bezit.

De Nederlandse krantenmarkt is een duopolie: twee grote Belgische bedrijven hebben praktisch alle dagbladen in ons land in bezit.

Dezelfde Belgische persbaronnen controleren ook de krantenmarkt in Vlaanderen en zijn in opmars in Ierland, Luxemburg en elders in Europa.

We hebben het dus echt over dagbladreuzen: de Berlusconi’s van de Lage Landen.

Mediahuis bezit de Telegraaf, NRC-Handelsblad en regionale dagbladen in Noord- en Zuid-Holland en Limburg. En nu dus ook meer dan 80% van de media in Groningen, Friesland, Drenthe en Noord-Overijssel.

De andere Belgische mediareus is de Persgroep, eigenaar van het AD, Volkskrant, Trouw, het Parool en een hele rits regionale kranten.

Wat moeten we van dit duopolie denken?

Journalisten in vaste dienst bij de kranten in het noorden zullen waarschijnlijk opgelucht zijn. De eigenaars van de NDC-groep deden niet voor niets de kranten in de etalage. De financiële nood was hoog. Het bedrijf stond “onder water”: er werd met groot verlies gedraaid. De overname geeft voor de komende tijd lucht en biedt weer enig perspectief.

Dat geldt ook voor de journalisten van het Friesch Dagblad, de kleinste van de drie noordelijke dagbladen, met een dagelijkse oplage van minder dan 10.000. Ook zij kunnen voorlopig even vooruit. In een interviewverzekerde Mediahuis-baas Gert Ijserbaert dat de noordelijke drie kranten in hun huidige vorm kunnen blijven bestaan. De oplage van het Friesch Dagblad, lijfblad van een krimpende groep orthodox-protestanten in Friesland, moet echter niet verder zakken. “Als de oplage daalt, dan wordt het kritischer. Maar als de krant voldoende mensen kan overtuigen om ze te blijven lezen, zie ik geen reden waarom deze niet zou kunnen blijven bestaan.”

De redacties van de noordelijke kanten moeten, onder het regime van Mediahuis, wel meer gaan samenwerken. “Het is goed om dingen samen te doen, zoals het delen van kopij”, zegt Ijserbaert. “Dat lijkt me ook logisch, dat je kijkt wat je binnen een groep kunt doen. Zeker bij dingen die uiteindelijk toch voor iedereen hetzelfde zijn: die kun je misschien beter delen.”

Ijserbaert zegt het diplomatiek maar duidelijk: voor het Friesch Dagblad is het op den duur een onhoudbare luxe om er bijvoorbeeld een eigen buitenlandredactie op na te houden. Dit gold overigens al langer voor de Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden. Ook op andere deelterreinen zullen we binnenkort ongetwijfeld dezelfde kopij tegenkomen in de drie noordelijke kranten. 

Foto Koen Suyk, ANP

De persconcentratie leidt onherroepelijk tot redactionele verschraling: minder verschillende invalshoeken, minder pluriformiteit, minder diversiteit. Het is een proces dat al tientallen jaren gaande is maar de laatste jaren in een stroomversnelling terecht kwam. De advertentiemarkt is door de opkomst van internetgiganten als Google en Facebook ingestort. Mensen volgen het nieuws online, vaak via gratis websites van de publieke omroep. En dan is er de ontlezing: er wordt steeds minder gelezen. Minder boeken, tijdschriften en ook minder dagbladen. In onze media heerst steeds meer een beeldcultuur en weinigen kunnen de verleiding van de smartphone weerstaan.   

Betwijfeld mag worden of met die redactionele verschraling de redactionele onafhankelijkheid van de drie noordelijke kranten ook echt overeind kan blijven, zoals de heren van Mediahuis verzekeren. Waarschijnlijk wordt met de overname door Mediahuis het begin van het einde ingeluid voor de onafhankelijkheid van de Leeuwarder Courant, nota bene de oudste nog steeds verschijnende krant van Nederland. De Leeuwarder Courant dateert van 1752 en is wat dat betreft deel van het Fries en Nederlands cultureel erfgoed. 

De vraag is of er überhaupt een toekomst is voor papieren kranten. Sommige pessimisten geloven van niet. Derk Sauer, nota bene zelf een krantenuitgever in Rusland, denkt dat uiteindelijk de media over een paar jaar alleen nog uit nichepublicaties bestaat – zoals een yogasite of een site over voetbal of autosport – en uit wereldmerken – zoals The New York Times of de Guardian

Alles wat daartussen zit verdwijnt. Want aan advertenties valt niet genoeg meer te verdienen en het publiek is steeds minder bereid te betalen voor algemene media.

De Belgische persbaronnen geloven wel in de toekomst van de krant, maar dan vooral in de digitale krant. Uiteindelijk zal het publiek bereid zijn te betalen voor kwalitatief hoogstaande inhoud, voor content die ertoe doet, zo geloven zij.

Laten we hopen dat dat waar is. Het succes van de betaalmuur van NRC-Handelsblad is misschien bemoedigend, maar kranten als het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant hebben met hun premium artikelen nog lang niet genoeg betalende lezers weten binnen te hengelen. 

En dan is er nog iets. 

Bedrijven die ruwweg 90% van de dagbladenmarkt controleren hebben niet alleen veel economische macht, wat sneu is voor freelancejournalisten en fotografen die daarmee in een zwakke onderhandelingspositie verkeren om op te komen voor hun rechten. De bedrijven hebben in potentie ook veel politieke macht.

Bij Mediahuis en de Persgroep zitten nu misschien nette Vlaamse mijnheren die het beste voor hebben met onze kranten. Maar wat als de volgende generatie directieleden zich ontpopt tot de Berlusconi’s van de lage landen?