Documentaire Estado de Silencio belicht wereld van straffeloos geweld waarbinnen Mexicaanse journalisten werken

Hoe bedrijf je journalistiek in een gebied waar overheid, bedrijfsleven en misdaad volledig met elkaar vervlochten zijn en waar straffeloosheid heerst? Waar de rechtstaat nauwelijks of niet functioneert? Hoe blijf je als journalist integer in de Mexicaanse deelstaat Sinaloa, thuishaven van het beruchte Sinaloa Kartel?

In de documentaire State of Silence (Estado de Silencio) worden vier Mexicaanse journalisten gevolgd op hun gevaarlijke zoektocht naar de waarheid. Mexico is, na Gaza, de dodelijkste plek op aarde voor journalisten. Volgens cijfers van het Committee to Protect Journalists (CPJ) zijn, vanaf 2000, 166 journalisten in Mexico vermoord. De laatste moord vond plaats in maart van dit jaar. 32 journalisten worden vermist.

De Nederlandse Trouw-correspondent en CPJ-vertegenwoordiger in Mexico-Stad, Jan-Albert Hootsen, spreekt in de State of Silence over een ‘astronomisch hoge graad van straffeloosheid’. Hij registreert voor CPJ de treurige reeks van gewelddaden tegen journalisten en probeert bedreigde collega’s praktisch bij te staan. In de documentaire, die in 2024 uitkwam, wordt duidelijk hoe bloedlink het is voor Mexicaanse journalisten om de stilte te doorbreken en te berichten over mensenrechtenschendingen, illegale houtkap, de medeplichtigheid van de autoriteiten met narcocriminaliteit en andere misstanden.

In de film, die ik eind maart op het Movies that Matter-festival zag, zit een scene die me bij de keel grijpt. De onlangs afgetreden links-populistische president Andrés Manuel López Obrador suggereert dat journalisten de vijanden van het volk zijn. ‘De pers is tegen ons,’ klaagt de president ten overstaan van een groep aanhangers. ‘Wie geeft er om het leven van een journalist als de hoogste baas zegt dat we tuig zijn,’ vraagt journalist Marcos Vizcarra zich af. Journalisten als tuig: waar hebben we dat meer gehoord?

In de film worden vier onderzoeksjournalisten gevolgd. Journalist Jesús Medina haalt zich de toorn van lokale politici in de deelstaat Morelos op de hals door te berichten over illegale boomkap en goudzoekers. Nadat hij en zijn echtgenote met de dood zijn bedreigd moeten ze hun huis en woonplaats ontvluchten.

Ook het journalistenechtpaar Juan de Dios García en María de Jesús Peters, dat bericht over mensensmokkel in het grensgebied met Guatemala, wordt ernstig bedreigd. De dreigementen komen zowel van autoriteiten als criminelen, het onderscheid is soms moeilijk te trekken. Ze worden gedwongen naar de Verenigde Staten te vluchten. Leven in ballingschap en armoede is een hoge prijs die moet worden betaald om je vak uit te oefenen. Uiteindelijk besluit Maria, die doodongelukkig is in de VS, terug te keren naar Mexico met als uiterste consequentie dat ze de kans loopt te worden vermoord.

Journalist Marcos Vizcarra

‘Het was een vreselijke dag. Mijn stomste fout was dat ik probeerde verslag te doen over wat er gebeurde. Gewoon mijn werk doen was mijn ergste fout.’ Marcos Vizcarra filmde een schietpartij tussen politie, militairen en leden van een misdaadkartel. 29 mensen kwamen bij het incident om het leven. Vizcarra’s auto ging in vlammen op en hij werd bedreigd door met wapens zwaaiende jongens.

Een paar uur voor de vertoning van de film, waar hij een hoofdrol in speelt, ontmoet ik Vizcarra in de lobby van zijn hotel in Den Haag. Hij is geboren en getogen in Culiacán, hoofdstad van de noordwestelijke deelstaat Sinaloa. Het is een van de meest gewelddadige gebieden van Mexico waar de narco’s -drugsbendes- enorme invloed hebben. Vizcarra, die werkt voor de plaatselijke nieuwswebsite Espejo, bericht over mensenrechtenschendingen en de macht van de narco’s in Sinaloa.

‘Ze bedreigen me voortdurend, vaak via WhatsApp. Ze weten wat ik doe en waar ik woon. Vorig jaar publiceerde ik een artikel over de surveillancecamera’s van de kartels. Ik maakte een interview met een ambtenaar die verantwoordelijk is voor de gemeentelijke bewakingscamera’s. In een WhatsApp-groep verscheen daarna al mijn persoonlijke informatie: waar ik woon, wat ik doe, met wie ik ben getrouwd, de namen van mijn kinderen, mijn foto zoals die verschijnt op mijn rijbewijs. Er is duidelijk medeplichtigheid van mensen die werken voor overheidsinstanties en de misdadigers. De kartels hebben toegang tot allerlei officiële informatie, tot en met mijn belastinggegevens en mijn verkeersboetes.’

‘Meer dan negentig procent van de misdaden in Mexico wordt nooit opgelost. Door de vervlechting van overheid en misdaad heerst er een enorme straffeloosheid. Meer dan honderdduizend mensen in Mexico zijn verdwenen. De madres buscadores, moeders die hun verdwenen familieleden zoeken, worden gezien als lastige activisten.Gevallen van afpersing en ontvoering blijven praktisch altijd onopgelost en zeker niet bestraft.’

Hoe is de situatie in Sinaloa ontstaan? Vizcarra wijst op de geografische ligging: aan de Stille Oceaan en relatief dicht bij de grens met de Verenigde Staten. Sinaloa heeft een perfect klimaat om marihuana en papaver te verbouwen, waar je opium van kunt maken. In de jaren zestig werd Sinaloa een belangrijke exporteur van opium, waar vooral in de VS veel vraag naar was.

‘In 1967-‘68 begon ‘Operatie Condor’: een door de VS gesteunde campagne van het Mexicaanse leger om de opium- en marihuanateelt uit te roeien in de ‘gouden driehoek’. Duizenden boeren werden van hun land verjaagd. Er vonden moorden en ‘verdwijningen’ plaats, vrouwen werden verkracht.’

‘Die campagne maakte geen einde aan de drugshandel. Integendeel. Er lag een infrastructuur van handel met de VS. De Colombiaanse maffia maakte van het onherbergzame Sinaloa gebruik om drugs naar de VS te sturen. De spullen werden aangevoerd per boot of vliegtuig en vanuit Sinaloa over land naar de VS vervoerd. In deze periode werden tussenpersonen, die zich later zouden ontwikkelen als de capo’s van de drugshandel, steenrijk. Drugsbazen als Perez Gallardo, Caro Quintero, Lamberto Quintero werden in deze periode steeds machtiger.’

‘In 2013 werd de marihuana in een aantal staten van de VS gelegaliseerd. De verbouw en handel van marihuana werd minder aantrekkelijk en er werd geëxperimenteerd met nieuwe verdienmodellen, zoals de productie van amfetamine en de doorvoer van cocaïne uit Zuid-Amerika naar de VS.’

‘Het drugsgeld werd geïnvesteerd in illegale goudwinning, maar ook witgewassen in legale ijzer- en loodmijnen. Ismail Zambada, de hoogste leider van het Sinaloa Kartel (nu gevangen in de Verenigde Staten), is nog steeds eigenaar van een hele serie bedrijven, zowel in de landbouw en vastgoed als in andere sectoren. Hij is bijvoorbeeld eigenaar van een bekende melkfabriek. Melk van Santa Mónica is overal te koop in Sinaloa en andere delen van Mexico. Het park Cascabeles, een populaire plek met zwembaden in de hoofdstad Culiacán, is ook van de familie Zambada.’

Vizcarra wijst erop dat de drugsbazen behalve enorme economische ook veel politieke macht hebben. Ze slagen er in politici om te kopen. Er zijn familiebanden tussen plaatselijke politici en drugsbazen. De vervlechting van bedrijfsleven, lokale politiek en misdaad leidt tot een extreem gewelddadige situatie, waar de ruimte om professionele journalistiek te bedrijven niet groot is.

‘De kartels hebben de neiging te versplinteren. Zo bestaat het Kartel van Sinaloa nu uit drie organisaties. De fragmentatie leidt weer tot strijd. ‘Er wordt geweld gebruikt om bepaalde gebieden te controleren. Waar mag geproduceerd worden, wie mag wat exporteren? Het gaat niet alleen om drugshandel. Het gaat ook om het roven van brandstof, om afpersing, om het illegaal kappen van bossen, om de smokkel van menselijke organen enzovoorts. Er zijn uitgebreide gebieden in Mexico waar drugsbendes alle macht hebben. Daar heerst de pax narco, waar de kartels feitelijk de regering vormen.’

Wat betekent dit voor jouw werk als journalist? Kun je je vrij bewegen, kun je overal naar toe?

‘Er zijn veel plaatsen in Mexico waar ik niet naar toe kan. Dat geldt ook voor het gebied net buiten Culiacán, de hoofdstad van Sinaloa waar ik woon. Ik hielp laatst een vriend met zijn verhuizing. Ik weet heel goed welke wegen veilig zijn en welke wegen niet. Maar ik vergiste me. We kwamen langs vier controleposten met mannen in burgerkleding die bewapend waren met mitrailleurs en pistolen. Gelukkig gebeurde er niets. We reden in een oude bestelauto en werden vergezeld door onze zusters. Het zag er onschuldig uit. We hadden geluk. De bendeleden hadden duidelijk geen behoefte aan onze trage, rammelbak.’

‘Een paar jaar geleden ging ik, samen met een mensenrechtenactivist, geregeld naar een gebied in de bergen van Sinaloa. De narco’s gebruiken daar indianen in de mijnbouw, als een soort lijfeigenen. We gebruikten valse identiteiten als we daar heen gingen. Ik verzweeg uiteraard dat ik journalist was, dat was veel te gevaarlijk. Het verhaal dat ik later schreef stuurde ik naar het Nationaal Instituut voor Inheemse Volken in Mexico. We gaven een tip aan een andere journalist die er een artikel over schreef. Zo kwamen de misstanden daar toch naar buiten. Maar het kon het niet naar mij herleid worden. Dat is nu vijf jaar geleden, maar we kunnen nog steeds niet terug naar dat gebied gaan. Het is nog steeds te gevaarlijk.’

‘De drugsbendes hebben hun eigen inlichtingenapparaat. Bij het oprollen van de Chapitos in Culiacán, een van de bendes ontstaan vanuit het Sinaloa Kartel, bleek deze organisatie over een volledig uitgerust commandocentrum te beschikken. De autoriteiten namen beeldschermen, kabels, modems, routers, een laboratorium, auto’s en wapens in beslag. De Chapitos bleken overal in de stad camera’s te hebben opgehangen, die niet te onderscheiden zijn van de officiële CCTV van de politie. In een maand tijd zijn 1.300 van die kartel-camera’s ontmanteld. Ze hadden meer camera’s dan de Mexicaanse overheid.

De kartels beschikken ook over veel informanten. Vaak zijn het minderjarigen die op deze manier een centje bij verdienen.’

‘In de gevangenis van Culiacán hebben ze twee maanden geleden een grote hoeveelheid mobiele telefoons gevonden. Voortdurend zijn er berichten over verboden voorwerpen die naar binnen worden gesmokkeld, bijvoorbeeld een kopieermachine en zelfs wapens. Er is ongelooflijk veel corruptie. Cipiers zijn om te kopen met een handjevol fruit. Vanaf 2016 heeft de gevangenis zestig directeuren versleten. Telkens werd er weer een directeur ontslagen, beschuldigd van corruptie.’

Onlangs was het Mexicaanse narco-geweld even wereldnieuws. De gruwelijke vondsten op de Izaguirre Boerderij, waar het Jalisco Kartel een soort uitroeiingskamp had ingericht, met crematoria en al, schokten de wereld. Volgens Vizcarra gaat het om ‘de top van de ijsberg’. In verschillende delen van Mexico zijn soortgelijke kampen ingericht.

Journalisten in Mexico die over de misdaad, de verdwijningen en het machtsmisbruik berichten genieten weinig of geen bescherming. ‘Een nationale vakbond die opkomt voor onze rechten, onze veiligheid en voor de vrijheid van meningsuiting bestaat jammer genoeg niet. De Mexicaanse arbeidswetgeving maakt het heel moeilijk zo’n bond op te richten.’

Zal er ooit een Mexico bestaan zonder straffeloosheid?

Marcos Vizcarra laat een cynisch lachje horen. ‘Dat is een utopie. Er moet nog veel gebeuren voor het zover is. Maar ik blijf dromen over een beter Mexico. Al was het alleen maar voor mijn kinderen en kleinkinderen.’

Dit artikel verscheen op VillaMedia, 16 april 2025

https://www.villamedia.nl/artikel/documentaire-estado-de-silencio-belicht-wereld-van-straffeloos-geweld-waarbinnen-mexicaanse-journalisten-werken

De oorlog van gisteren

In De oorlog van gisteren neemt Jan Keulen ons mee naar de tijd dat hij correspondent was in Beiroet, tijdens de Libanese burgeroorlog. We leren een ongelovige priester kennen, een straatvechter die zich verhuurt aan verschillende strijdgroepen, politiek activisten die blijven volhouden, spionnen die worden ontmaskerd en ballingen die steeds opnieuw moeten vluchten. Na vijf jaar Beiroet vertrekt Keulen naar ­Caïro. In de jaren negentig verslaat hij vanuit Amman onder andere het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Al die tijd blijven de demonen van de Libanese burgeroorlog hem achtervolgen.

Jaren later krijgt Keulen in Qatar als directeur van het Doha Centre for ­Media Freedom te maken met een wankelmoedige lakei, een slimme sjeik en een dichter die gevangen wordt gezet. Na bijna drie jaar wordt hem een andere baan aangeboden; veel Qatari vinden het centrum en zijn ­directeur een pain in the ass. ‘Ik val stil, ben perplex en ik stamel dat ik geen ander werk in Qatar ambieer. Het enige wat mij interesseert is de journalistiek en persvrijheid in de Arabische wereld.’

Voor journalistiek die ertoe doet moet altijd een prijs worden betaald. Jan Keulen ervoer dat aan den lijve, vanaf het moment dat hij als beginnend journalist in 1979 door Spanje tot persona non grata werd ­verklaard. Collega-journalisten werden ontvoerd, ontslagen, gevangen­gezet, gemarteld en zelfs gedood. Zelf kampte Keulen met trauma’s en een burn-out, en hij werd beschuldigd van antisemitisme.

Jan Keulen (1950) woonde langdurig in de Arabische wereld. Hij was correspondent in Beiroet en werkte later als journalist in Caïro en Amman voor de Volkskrant, De Standaard en nieuwsrubrieken van de vara-radio, kro en nos. De afgelopen twintig jaar was Keulen vaak in het Midden-Oosten als docent journalistiek en werkzaam voor persvrijheidsorganisaties. Van 2011 tot en met 2014 woonde en werkte hij in Qatar.

‘Elke oorlog is weer anders, en toch lijken ze op elkaar. Er zijn vreselijke dagen die worden overtroffen door nog vreselijker dagen. Als ik de foto’s zie van de oorlogsvluchtelingen en de mannen, vrouwen en kinderen die in de donkere tunnels van Cartagena schuilden, moet ik aan de duizenden denken die in de metrostations van Kyiv en Charkov bivakkeren. En ik moet aan Beiroet in 1982 denken, toen ik zelf geregeld in een schuilkelder zat, diep onder een flatgebouw. Beelden komen terug van huilende kinderen in de grote kelder, met boven onze hoofden een straat die bezaaid lag met gruis, glas en brokstukken van kapotgeschoten huizen.

De afgelopen veertig jaar zocht ik nooit doelbewust een oorlog op. Het was eerder dat de oorlog mij opzocht.’

ISBN 9789083210889 | 379 pag.| € 26,95 | Uitgeverij Jurgen Maas

Een paar reacties op X, voorheen twitter

Mariana Yampolsky: denkend aan Mexico

Ik ben gisteren naar de tentoonstelling ‘Mariana Yampolsky. Fotograaf van Mexico in de 20e eeuw’ geweest. Het is, zoals het Universiteitsmuseum zelf zegt, een ‘kleine tentoonstelling’ die een overzicht beoogt te bieden van Yampolsky’s unieke werk en, volgens de organisatoren, als doel heeft ‘haar werk bekender te maken’.

Klein is de tentoonstelling zeker, zo niet weggestopt in een achterzaaltje. Ik heb even lopen zoeken. Je moet eerst langs de uitgestalde piemels van de tijdelijke exhibitie Phallus Norm en Vorm -waarschijnlijk bedoeld als publiekstrekker. Dan moet je de trap op langs de reguliere collectie van de universiteit om uit te komen bij het zaaltje met de Mexico-foto’s. Veel publiciteit genoten heeft de fototentoonstelling evenmin. Behalve een vermelding op de website van de Rijks Universiteit Groningen heb ik niets gezien.

Toch jammer, want de foto’s zijn bijzonder. Je wordt via de beelden het dagelijks leven binnengetrokken van de Mexicaanse indigena’s, van stoere vrouwen, kinderen op blote voeten, mysterieuze wijze mannen. De foto’s tonen veel meer dan de marginalisatie, armoede, honger en strijd om te overleven van de inheemse bevolking van Mexico. Ze tonen de trots, de kleurrijke eigenheid, de waardigheid en rijkdom van een cultuur die zich niet makkelijk laat onderwerpen.

Mariana wilde de inheemse wereld vastleggen voordat deze zou verdwijnen. Ze zag haar fotowerk als een race tegen de vergetelheid en tegen de culturele invloed van Mexico’s machtige noorderbuur. Het is niet voor niets dat haar boeken, vaak met teksten van haar vriendin en bekende Mexicaanse schrijfster Elena Poniatowska, titels dragen als The Edge of Time, Estancias del olvido en Image – Memory. Yampolsy’s collectie is vorig jaar opgenomen in UNESCO’s Memory of the World Programme.

Ik had ook nog een persoonlijk motief om de tentoonstelling te bezoeken. In de jaren negentig bezocht ik vaak Mariana en haar Nederlandse man Arjen van der Sluis in hun prachtige huis in Tlalpan, een nogal groene buurt aan de rand van Mexico-Stad. Hun woning ademde een door-en-door Mexicaanse sfeer met foto’s, schilderijen en honderden objecten Mexicaanse kunstnijverheid.

In het persbericht van de RUG wordt Mariana een ‘Amerikaanse fotografe’ genoemd. Ze zou dat vervelend gevonden hebben, denk ik. Ze had een Duitse moeder en Russische vader en was inderdaad in Chicago geboren. Maar ze kwam op jonge leeftijd naar Mexico en was tot Mexicaanse genaturaliseerd. Mariana identificeerde zich met hart en ziel met Mexico en nam er gepassioneerd deel aan het politieke en artistieke leven.

Ik leerde Mariana kennen via haar man Arjen van der Sluis, een landbouwkundig ingenieur van Friese afkomst. Arjen vereenzelvigde zich, net als Mariana, met Mexico en zou er zijn hele volwassen leven blijven. Hij zette zich jarenlang in voor onder andere Guatemalteekse vluchtelingen en was, voor mij als correspondent, een vraagbaak op het gebied van de complexe Mexicaanse politiek en maatschappij. Na Mariana’s overlijden in 2002 richtte Arjen met enkele andere bewonderaars de Fundación Cultural Mariana Yampolsky op, met als doel haar levenswerk zoveel mogelijk in ere te houden.

Mariana en Arjen (die in 2019 overleed) hadden een uitgebreide kennissenkring. Ik herinner me etentjes met Mexicaanse schrijvers, een uitgeefster, schilders en andere artistieke vrienden.

Maar bovenal herinner ik me Mariana’s moeder, Hedwig Urbach. Hedwig, afkomstig uit een vooraanstaande intellectuele joodse Duitse familie, was in de jaren twintig het opkomend nazisme van Europa ontvlucht. Ze was oud en ziek toen ik haar in het huis in Tlalpan leerde kennen, ze woonde bij haar dochter en schoonzoon in.

Hedwig wist dat ze niet lang meer te leven had. Maar ik had, tot vlak voor haar dood, lange gesprekken met haar over wat er in de wereld gebeurde, over Israël en het Midden-Oosten en over de rampzalige politiek van de Verenigde Staten in Latijns-Amerika en elders. Ze was uitstekend geïnformeerd, luisterde dagelijks naar het BBC-World radionieuws en had vlijmscherpe opvattingen.

Hedwig was links-radicaal en haatte het Israëlische geweld tegen de Palestijnen. Ze had, tot mijn fascinatie, de befaamde Litouwse anarcho-feminist Emma Goldman nog persoonlijk gekend, die net als zij haar vaderland had moeten verlaten op de vlucht voor dictatuur en totalitarisme. Ik moet aan Hedwig denken als ik langs de indringende foto’s schuifel van haar dochter Mariana Yampolsky in het schemerige bovenzaaltje van het Groningse Universiteitsmuseum.

De tentoonstelling is tot 30 september te bezoeken in de Oude Kijk in ‘t Jatstraat 7a
9712 EA Groningen
050-3635083

https://www.rug.nl/museum/exhibitions/2023/mariana-yampolsky-photographer-of-20th-century-mexico