De Marokkaanse journalist Taoufik Bouachrine (1969), hoofdredacteur en medeoprichter van de onafhankelijke krant Akhbar al-Youm, is in een nachtmerrie beland. Kringen rond de Marokkaanse koning Mohammed VI en de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zijn erin geslaagd deze journalistieke luis in de pels met een jarenlange gevangenisstraf het zwijgen op te leggen.
Taoufic Bouachrine met zijn echtgenote Asmae Mousaoui
Bouachrine botste de afgelopen jaren meermaals met de Marokkaanse justitie vanwege artikelen waarin politieke corruptie werd onderzocht en aan de kaak gesteld. Begin 2018 schreef hij een kritische column over een van de machtigste en rijkste mannen van Marokko: minister van Landbouw Aziz Akhannouch, die eigenaar is van het Akwa-conglomeraat (olie, gas, kunstmest, visserij, luchtvaartmaatschappij Afriquia) en voorzitter van de koningsgezinde regeringspartij RNI.
Bouachrine wees er herhaaldelijk op dat de zakelijke belangen van de puissant rijke Akhannouch – als ontvanger van miljoenensubsidies – en zijn politieke activiteiten tot een ongeoorloofde belangenverstrengeling hebben geleid. Akhannouch sleepte de journalist al in 2015 voor de rechter met de eis hem een beroepsverbod van tien jaar op te leggen. In december 2018 legde de rechter hem een boete op van 130.000 euro wegens belediging van de zakenman-politicus.
Bouachrine zat toen al haast een jaar in de gevangenis wegens ‘verkrachting, aanranding en mensensmokkel’. Hij werd veroordeeld tot twaalf jaar cel tijdens een oneerlijk proces, aldus onder meer de VN-Mensenrechtenraad en Amnesty International. Een aantal Marokkaanse oppositiepolitici en de journalistenvakbond vroegen de koning om clementie voor Bouachrine.
Het mocht allemaal niet baten en in hoger beroep, in oktober 2019, werd zijn gevangenisstraf verlengd tot vijftien jaar. Volgens zijn collega’s en zijn echtgenote Asmae Moussaoui was er sprake van een politiek schijnproces en is de vrijheid van meningsuiting in Marokko in het geding.
Moussaoui wijst er ook op dat haar man kritisch was over de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman. Bouachrine’s vriend en collega, de inmiddels vermoorde journalist Jamal Khashoggi, had hem gewaarschuwd niet naar Saoedi-Arabië te reizen ‘als je niet vermoord wil worden’. In het dossier van de VN-Mensenrechtenraad wordt ook gewag gemaakt van een officiële klacht van Saoedi-Arabië bij Marokko over het journalistieke werk van Bouachrine.
Ondanks de nu haast twee jaar durende gevangenschap van Bouachrine geeft Moussaoui de moed nog niet op. Ze wil binnenkort naar het Europees Parlement om de dramatische situatie van haar man en het gebrek aan persvrijheid in Marokko aan de kaak te stellen.
Dit artikel verscheen in de Groene Amsterdammer van 19 februari 2020
Haar zaak deed veel stof opwaaien. De Speciale VN-Rapporteur voor Vrijheid van Meningsuiting David Kaye en organisaties als Amnesty International, Human Rights Watch en Reporters without Borders kwamen op voor haar recht vrijelijk journalistiek te bedrijven. Haar misdaad? Ze had in december 2018 met haar mobiele telefoon een demonstratie gefilmd in Laayoune, de hoofdstad van de door Marokko bezette Westelijke Sahara.
Op 8 juli werd de
28-jarige Nazha el Khalidi door een Marokkaanse rechtbank in Laayoune veroordeeld
tot een boete van 400 euro. Het had veel erger gekund. Ze riskeerde zelfs twee
jaar gevangenisstraf omdat ze artikel 381 van het Marokkaanse Wetboek van
Strafrecht had overtreden, dat bepaalt dat een beroep alleen kan worden
uitgeoefend als “aan wettelijke
professionele eisen is voldaan”. Volgens Human
Rights Watch wordt deze wet ten onrechte toegepast bij (burger-)
journalisten die proberen misstanden aan de kaak te stellen.
Waarschijnlijk
heeft de internationale aandacht voor de zaak van Nazha el Khalidi tot gevolg
gehad dat haar straf relatief laag uitvalt. Het is duidelijk dat de Marokkaanse
autoriteiten van haar geen martelaar voor het vrije woord willen maken. Voorkomen
moet immers worden dat de schijnwerpers worden gericht op de situatie in de vroegere
Spaanse kolonie die, sinds het einde van de jaren zeventig, voor een groot deel
in handen is van Marokko.
De
wereldgemeenschap, inclusief Nederland, heeft de Marokkaanse soevereiniteit
over de Westelijke Sahara nooit erkend. Volgens de Verenigde Naties zouden de
oorspronkelijke Saharaanse bewoners van het gebied, waarvan er 175.000 in
vluchtelingenkampen in Algerije wonen, zich in een referendum moeten uitspreken
over aansluiting bij Marokko, autonomie of onafhankelijkheid. Dit recht op zelfbeschikking hebben de
Saharanen tot dusver nooit kunnen uitoefenen.
In een in juni
uitgekomen rapport
van Reporters without Borders (RSF)
wordt het gebied een “woestijn voor
journalisten” genoemd. Niet omdat er
nooit iets zou gebeuren, maar omdat uit de Westelijke Sahara pottenkijkers systematisch
worden geweerd. Het gebied is een ware no-go
zone voor journalisten, correspondenten en kritische buitenlandse
waarnemers.
Zo werden op 19
mei vijf Spaanse en twee Noorse juristen, die het proces in Laayoune tegen
Nazha el Khalidi wilden bijwonen, het land uitgezet. Op 23 juni herhaalde dit
scenario zich met drie Spaanse advocaten, die ervan werden beschuldigd “vijandige bedoelingen ten opzichte van Marokko” te hebben.
Volgens RSF is de
Westelijke Sahara is een soort zwart gat, een news black hole, waar alleen journalisten van Marokkaanse media die
het regeringsverhaal reproduceren, zo nu en dan welkom zijn. “Marokko voert een politiek waarbij systematisch
buitenlandse journalisten uit de Westelijke Sahara worden geweerd. Lokale
burgerjournalisten, die een niet-officiële versie van het nieuws naar buiten proberen te brengen, onder andere via
sociale media, worden zwaar vervolgd en gestraft.
Volgens het
RSF-rapport hebben lokale Saharaanse journalisten te maken met “martelingen, arrestaties, fysieke mishandeling,
intimidatie, pesten, smaad, technologische sabotage en langdurige
gevangenisstraffen”. Drie Saharaanse
journalisten/activisten zitten op dit moment straffen uit van respectievelijk
6, 20 en 25 jaar in Marokkaanse gevangenissen.
De tweeledige
blokkade -geen buitenlandse media en geen lokale stemmen toelaten- heeft ervoor
gezorgd dat er nauwelijks nieuws naar buiten komt.
Het moedige werk
van Nazha el Khalidi en van haar collega’s bij het Saharaanse mediacollectief Equipe Média
is daarom des te opmerkelijker. Uitdrukkelijk doel van de jonge media-activisten,
is de informatieblokkade te doorbreken met teksten, foto’s, video’s en uitingen op sociale media die een alternatief verhaal vertellen. In de
Spaanse krant La
Vanguardia zegt Nazha el Khalidi ondanks de veroordeling en ondanks
alle risico’s door te willen gaan
met haar journalistieke werk.
Marokko scoort dit
jaar met een 135e plaats (van 180 landen) laag op de World Press Freedom Index van
Reporters without Borders. Niet alleen verslag doen van de situatie in de
Westelijke Sahara, van de demonstraties in de noordelijke Rif-regio of
berichten over het koningshuis wordt beantwoord met criminalisering en
repressie. Ook van onafhankelijke onderzoeksjournalistiek zijn de Marokkaanse
autoriteiten niet gediend.
Het Committee to
Protect Journalists (CPJ) publiceerde op 1 juli een rapport
over het klimaat “van voortdurende
surveillance, intimidatie en plagerijen” waar Marokkaanse onderzoeksjournalisten mee te maken hebben. De
autoriteiten installeren geavanceerde spyware op de laptops of mobiele
telefoons van kritische journalisten en correspondenten.
De Marokkaanse
journalist Ali Lmarabet reist veel op en neer tussen zijn woonplaats Barcelona
en Marokko. Hij schrijft veel over “delicate” onderwerpen, zoals de
situatie in de Rif en de Westelijke Sahara. In 2003 werd hij tot 3 jaar
gevangenisstraf veroordeeld omdat hij de koning zou hebben beledigd. In 2004
kreeg hij amnestie en werd uit de gevangenis ontslagen, maar kreeg wel een
Marokkaans beroepsverbod opgelegd vanwege zijn artikelen over de Westelijke
Sahara. Lmarabet vertelt CPJ dat hij voortdurend wordt geconfronteerd met
malware op zijn laptop, elke keer als hij in Marokko is geweest.
Een van de meest effectieve middelen die de autoriteiten hebben om de journalistiek te controleren is de (niet-) verstrekking van perskaarten. Zonder persaccreditatie mag je het journalistieke beroep in Marokko niet uitoefenen en kun je als freelancer ook geen artikelen verkopen aan Marokkaanse media. Deze praktijk druist uiteraard in tegen de elementaire rechten van persvrijheid en vrije meningsuiting. Onder andere Nazha el Khalidi werd er het slachtoffer van. Maar ze is niet van plan zich de mond te laten snoeren.
Dit artikel werd eerder gepubliceerd door VillaMedia op 9 juli 2019