Jabalia wordt ‘etnisch schoongeveegd’

Je zult maar een stedenband hebben met Jabalia in het noorden van Gaza, een gebied dat al sinds begin oktober hermetisch van de buitenwereld is afgesloten en dat systematisch kapot wordt gebombardeerd. Sinds begin oktober werden in het gebied zo’n 1.300 Palestijnen gedood, de meerderheid vrouwen en kinderen. Ongeveer 100.000 mensen zijn de afgelopen weken, volgens cijfers van de Verenigde Naties, door het Israëlische leger verdreven naar het zuidelijke deel van de Gazastrook.

Groningen heeft een stedenband, zij het een informele, met Jabalia. Ooit was dit een van de dichtst bevolkte stedelijke gebieden in Gaza waar Groningen een jongerencentrum liet bouwen en Groningse en Palestijnse ambtenaren over en weer bezoeken aflegden. Nu is het een onleefbare woestenij van ruïnes en skeletten van huizenblokken. Jabalia is oorlogsgebied, toneel van ongelijke confrontaties tussen Israëlische gevechtsvliegtuigen, artillerie en robotdrones en Palestijnse strijders. Om de vijand te verslaan past Israël de tactiek van de verschroeide aarde toe. Het gebied wordt zo onleefbaar mogelijk gemaakt en het hongerwapen wordt zonder gêne ingezet: voedsel en andere hulpgoederen worden niet toegelaten. 

Van de ongeveer 400.000 mensen die bij het begin van de oorlog in het gebied woonden zijn er, volgens de VN, nog 95.000 over. De achterblijvers kunnen, durven of willen om verschillende redenen niet weg. De tocht te voet van noord naar zuid Gaza is gevaarlijk. Scherpschutters zijn actief en bij Israëlische controleposten worden burgers soms urenlang ondervraagd of gearresteerd. Maar de grootste angsten is dat, eenmaal vertrokken, de burgers nooit meer terug kunnen keren naar Jabalia.

Die angst is gegrond. Dinsdag gaf generaal Itzik Cohen een briefing aan de Israëlische en internationale pers waarbij hij aangaf dat de ‘complete evacuatie’ van Noord-Gaza nu in zicht is en dat de bewoners niet zal worden toegestaan naar huis terug te keren. Humanitaire hulp wordt, volgens de generaal, alleen aan het zuiden van Gaza geleverd. Niet aan het noorden ‘want daar zijn toch geen burgers meer’.

Het is voor het eerst dat een officiële legerwoordvoerder er openlijk voor uit komt dat het doel van het offensief is om het noorden van Gaza te ontvolken. De angst voor een etnische schoonmaak en definitieve bezetting van delen van of geheel Gaza bestaat al langer.  Verschillende ministers in de Israëlische regering pleitten voor het stichten van joodse nederzettingen in het gebied. De invloedrijke minister van Financiën Bezalel Smotrich is een van de meest uitgesproken pleitbezorgers voor het volledig annexeren van de Gazastrook, het ‘evacueren’ van de Palestijnse bevolking en het stichten van nederzettingen in het gebied.  Zonder Israëlische militairen en burgers in Gaza zou, volgens Smotrich, de oorlog voor niets zijn geweest. Door de Israëlische soevereiniteit over Gaza uit te roepen zou het signaal worden afgegeven dat de tweestatenoplossing definitief van de baan is. Palestijnen die toch nog vasthouden aan het ideaal van een eigen staat moeten, volgens de hardliners in de regeringscoalitie, definitief hun koffers pakken.

Volgens het internationaal humanitair recht zijn de gedwongen evacuatie en uithongering van de burgerbevolking oorlogsmisdaden. Mensenrechtenorganisaties in Israël verwijten het Israëlische leger delen van het zogenaamde ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren. Dit plan komt er in het kort op neer dat de bevolking in Noord-Gaza gedwongen wordt te vertrekken. Zij die weigeren hun biezen te pakken worden automatisch aangemerkt als terroristen en het is dan dus legitiem om hen te ‘elimineren’.

Israëlische legerwoordvoerders hebben ontkend het ‘Plan van de Generaals’ uit te voeren en verdedigen hun strategie met het argument dat evacuatie van de bevolking noodzakelijk is om de terugkeer van Hamas te voorkomen.

De VN-organisatie voor kinderen UNICEF maakte bekend dat vorige week binnen het tijdsbestek van 48 uur in Jabalia vijftig kinderen bij luchtbombardementen waren gedood. Het is een kil maar veelzeggend cijfer in de stortvloed aan macabere statistieken die sinds meer dan een jaar uit Jabalia komen. Is dat nietsontziende geweld van het Israëlische leger echt nodig om Hamas te verslaan, of is er iets anders aan de hand?

Het dagblad Haaretz publiceerde onlangs een hoofdredactioneel commentaar met de veelzeggende titel: ‘Als het eruitziet als etnische schoonmaak, is het dat waarschijnlijk ook’. De dood van zoveel onschuldige bejaarden, kinderen, vrouwen en andere burgers, het ontmantelen van de ziekenhuizen en andere noodzakelijke infrastructuur om te overleven en het definitief verjagen van de bewoners, doet toch wel sterk aan etnische schoonmaak denken. De liberale krant, die maar door weinig Israëli’s wordt gelezen, noemt het schokkend dat extremistische leden van Netanyahu’s kabinet voorstander zijn van de morele en juridische misdaad van etnische zuivering.

Op sociale media en in het publieke debat in Israël pleitten sinds het begin van de oorlog talrijke extreme stemmen voor het ‘platgooien van Gaza’ en een ‘tweede Nakba’; de verdrijving in 1948 van honderdduizenden Palestijnen uit hun land. Het lijkt erop dat in het noorden van Gaza, inclusief in de Groninger zustergemeente Jabalya, dit zwartst denkbare scenario zich daadwerkelijk afspeelt.

Dit artikel werd ook geplaatst in het Dagblad van het Noorden op 14 november 2024: https://dvhn.nl/meningen/Opinie/Jabalya-wordt-etnisch-schoongeveegd-29275783.html

Don’t leave me, please

English below

Het is inmiddels alweer anderhalve maand geleden dat ik de laatste update publiceerde over de familie van Mohammed Abu Afash. Net als alle 1,9-miljoen ontheemde Palestijnen leven Mohammed, zijn vrouw en drie dochtertjes, nog steeds in een provisorisch tentenkamp. De omstandigheden in het kamp in Mawasi Khan Younis blijven abominabel en gevaarlijk. Het einde van de nachtmerrie is helaas nog niet in zicht. Toch heeft Mohammed, met wie ik praktisch dagelijks contact heb via Whatsapp, de moed nog niet verloren dat hij uiteindelijk zal kunnen vertrekken naar Egypte. Sinds begin mei is de grens tussen Egypte en Gaza door Israel gesloten, maar Mohammed blijft hopen dat er ooit een staakt-het-vuren komt en het mogelijk zal zijn het tentenkamp te verlaten.

Hoe is het leven in het kamp? Een groot deel van de dag wordt besteed aan overleven: het ophalen van water, het zoeken naar eten op de markt, het opladen van de mobiele telefoon enzovoorts. Maar er is soms ook tijd voor plezier. Zo nam Mohammed zijn dochters onlangs mee op een klein uitje met een ezelwagen. Even de zinnen verzetten en even niet aan de oorlog en het geweld denken. We communiceren ook veel over geld. Mohammed, zijn familie en directe omgeving leven van het door ons ingezamelde geld en ik maak geregeld bedragen over. Maar soms duurt het lang voordat een transactie aankomt. Of soms wordt een transactie om onduidelijke reden teruggestort en moet ik het opnieuw proberen. Mijn communicatie met Mohammed gaat ook over de gebeurtenissen in Gaza, over gemeenschappelijke vrienden en Mohammed mag graag herinneringen ophalen over hoe het leven vroeger was, over zijn winkel, vrienden en familieleden. Onlangs vroeg ik of hij ook een boodschap had aan alle donoren die tot dusver deze crowdfunding hebben gesteund.

Dit is zijn boodschap: Dear donors, I thank you all, you have supported me since the beginning of the campaign, and you are still donating for me, my wife and my daughters, I am now still stuck in the places of displacement (Mawasi Khan Yunis) and I am moving from one place to another. I haven’t traveled yet because of the Rafah crossing, as Mr. Jan told you, and he tells you everything that happens to me all the time! I still need you, and I ask you to keep donating to me, my wife and my three daughters, the money Mr. Jan sends me, is the money I spend on my family, and I need more, don’t skimp on me and don’t leave me, please!

To support the crowdfunding: https://gofund.me/d440c5f2

Eiaa, Aliaa en Layan staan tin de rij voor de poliovaccinatie

It has been a month and a half since I last published an update on the family of Mohammed Abu Afash. Like all 1.9 million displaced Palestinians, Mohammed, his wife and three daughters are still living in a makeshift tent camp. The conditions in the camp in Mawasi Khan Younis remain abominable and dangerous. Unfortunately, the end of the nightmare is not yet in sight. However, Mohammed, with whom I have practically daily contact via WhatsApp, has not lost hope that he will eventually be able to leave for Egypt. The border between Egypt and Gaza has been closed by Israel since the beginning of May, but Mohammed continues to hope that there will one day be a ceasefire and it will be possible to leave the tent camp.

What is life like in the camp? A large part of the day is spent surviving: fetching water, looking for food at the market, charging the mobile phone and so on. But sometimes there is also time for fun. For example, Mohammed recently took his daughters on a little outing with a donkey cart. Just to clear my head and not think about the war and violence for a while. We also communicate a lot about money. Mohammed, his family and immediate environment live off the money we have collected, and I regularly transfer amounts. But sometimes it takes a long time for a transaction to arrive. Or sometimes a transaction is refunded for no apparent reason and I have to try again. My communication with Mohammed is also about the events in Gaza, about mutual friends and Mohammed likes to reminisce about how life used to be, about his shop, friends and family members. I recently asked him if he also had a message for all the donors who have supported this crowdfunding so far.

This is his message: Dear donors, I thank you all, you have supported me since the beginning of the campaign, and you are still donating for me, my wife and my daughters, I am now still stuck in the places of displacement (Mawasi Khan Yunis) and I am moving from one place to another. I haven’t traveled yet because of the Rafah crossing, as Mr. Jan told you, and he tells you everything that happens to me all the time! I still need you, and I ask you to keep donating to me, my wife and my three daughters, the money Mr. Jan sends me, is the money I spend on my family, and I need more, don’t skimp on me and don’t leave me, please!

Israël en Libanon: de overweldigende echo’s van 1982

Israëls oorlog is niet met jullie, maar met Hezbollah”, beweerde premier Benjamin Netanyahu in een korte videoboodschap gericht aan het Libanese volk. Hij sprak ruim een week geleden, aan de vooravond van het grootste Israëlische offensief in Libanon in decennia. Op Netanyahu’s boodschap werd in het land met een ongelovig schouderophalen gereageerd. Net als op de aankondiging dat Israëls grondoffensief zou bestaan uit ‘beperkte en gerichte acties’. Inmiddels zijn een miljoen Libanezen op de vlucht geslagen en worden honderden burgerdoden gemeld.

In 1982 kondigde de toenmalige Israëlische minister van Defensie Ariel Sharon een ‘beperkte actie’ in Zuid-Libanon aan, om de burgerbevolking in Noord-Israël te vrijwaren van terroristische, Palestijnse aanvallen. De militaire operatie zou niet langer dan 72 uur duren. In werkelijkheid trok het Israëlische leger op naar Beiroet, gevolgd door een maandenlange oorlog. De Israëlische bezetting van Zuid-Libanon eindigde pas in 2000, achttien jaar later.

Geschiedenis herhaalt zichzelf nooit maar er klinken wel akelig overweldigende echo’s.

Libanon en Israël, beide jonge staten die respectievelijk in 1943 en 1948 onafhankelijk werden, slaagden er nooit in goede buren te worden. Goed nabuurschap hoeft niet te steunen op liefde of vriendschap, maar wederzijds respect en begrip is wel nodig. In de geschiedenis van het Libanees-Israëlische nabuurschap stapelden misverstanden zich op.

Al voor de stichting van de staat Israël dachten zionistische leiders dat Libanon, waarin christenen de meerderheid vormden, een natuurlijke bondgenoot zou kunnen worden. Veel maronieten (oosterse katholieken) zagen zichzelf niet als Arabieren maar als afstammelingen van de Feniciërs. Joden en maronieten waren natuurlijke bondgenoten, bedreigde minderheden in een regio gedomineerd door Arabieren en moslims.

Israëlisch-maronitische alliantie

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw vonden discussies plaats tussen leiders van het Joods Agentschap en maronitische politici over de toekomst van Zuid-Libanon. De latere Israëlische president Ben Goerion toonde zich in 1937 voorstander van de incorporatie van het gebied in de toekomstige Israëlische staat. Hij zag het als onderdeel van Galilea, waar Israël om bijbelse redenen recht op zou hebben. Veel christelijke Libanese leiders steunden de zionistische claim, want ze waren het zuiden liever kwijt dan rijk: het zou de vorming van een kleine christelijke Libanese staat mogelijk maken, zonder de ballast van een grote sjiitische bevolkingsgroep. 

Het idee van een Israëlisch-maronitische alliantie bleef leven tot in de jaren tachtig. Tijdens de Libanese burgeroorlog leverde Israël politieke en militaire steun aan de maronitische Falangistische Partij. In de grensstrook werd in 1978 een bufferzone gecreëerd, waar de christelijke majoor Haddad en zijn manschappen, betaald en uitgerust door Israël, de scepter zwaaiden.

Als correspondent in Beiroet in de jaren tachtig herinner ik me de theatrale handreiking van de toenmalige Israëlische premier Menahem Begin aan de Libanese president Élias Sarkis om vrede te sluiten. Begin nodige Sarkis uit om, net als de Egyptische president Sadat eerder had gedaan, naar Jeruzalem te komen. Begin was eventueel ook bereid naar Beiroet te komen om met Sarkis een vredesverdrag te sluiten. Er waren immers geen problemen tussen Israël en Libanon? Israël had last van de Palestijnse strijdgroepen en van het Syrische leger, niet van de Libanezen.

Grootscheepse invasie

Begins retoriek klonk destijds net zo hol als die van Netanyahu nu. Natuurlijk waren er wél problemen voor de Libanese burgerbevolking. Met name in het zuiden van het land, hoofdzakelijk bewoond door sjiitische moslims, waren burgers het slachtoffer van militaire invallen. Vanaf de Israëlisch-Arabische oorlog in juni 1967, waar Libanon niet formeel bij betrokken was, hadden Palestijnse guerrillastrijders, Israëlische militairen en hun handlangers Zuid-Libanon tot hun strijdtoneel gemaakt. Ten koste van de plaatselijke bevolking.

In 1982 voerde Israël een grootscheepse invasie uit in Libanon. Het Israëlische leger trok op naar Beiroet waar, na een maandenlang beleg, het uiteindelijk erin slaagde de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) te verdrijven. De operatie onder de nu cynisch klinkende naam ‘Vrede voor Galilea’ had mede tot gevolg dat Israëls Libanese bondgenoot, de falangistische militieleider Bashir Gemayel, werd gekozen tot president. Bashir werd echter vermoord voordat hij met zijn presidentschap kon beginnen.

Ook zijn broer en opvolger Amin Gemayel wilde vrede met Israël sluiten. In mei 1983 werd een verdrag gesloten dat voorzag in militaire samenwerking tussen beide landen, gefaseerde terugtrekking van Israëlische troepen en een Libanese grensstrook die onder controle van Israël zou blijven. Het akkoord stuitte op fel verzet van de verschillende confessionele groepen in Libanon en van de Arabische buurlanden. Het bleef een dode letter.

Israël heeft nog steeds geen vrienden in Libanon, ook niet bij de talrijke vijanden van Hezbollah

Het is vanaf dat moment dat Israël geen politieke vrienden meer heeft in Libanon. De Libanese christenen bleken, vanuit Israëls optiek, onbetrouwbaar en geen vrede te kunnen leveren. Israël had met zijn rücksichtslose bezetting de andere Libanese gemeenschappen, met name de sjiitische moslims, volledig tegen zich in het harnas gejaagd.

Wreed déjà vu

De Nederlandse arabist en diplomaat Ferdinand Smit (1959-2000), ooit tolk bij Unifil, de VN-vredesmacht die al decennia in Zuid-Libanon gestationeerd is, beschrijft in zijn boek The Battle for South Lebanon gedetailleerd hoe de Libanese sjiieten tussen 1982 en 1985 radicaliseerden. De in de Bekaa-vallei gelegerde Iraanse Revolutionaire Gardisten speelden in die periode een rol. Maar de reactie op de Israëlische invasie en bezetting van Zuid-Libanon gaf de doorslag bij de formatie van Hezbollah. 80 procent van de dorpen in het zuiden werd zwaar beschadigd, er vielen 19.000 doden en de economie werd verwoest. De bevolking trok massaal uit het gebied weg en kwam terecht in Dahiyeh, de zuidelijke wijken van Beiroet, een gordel van ellende en een rijke voedingsbodem voor het radicaal-islamistische gedachtengoed van Hezbollah.

In de periode na de Israëlische invasie van 1982 versloeg ik intensief de Israëlische bezetting en het lokale verzet in Zuid-Libanon. Sommige sjiitische dorpshoofden en notabelen die eerder nog kritisch waren over de aanwezigheid van Palestijnse strijders in hun gebied en bereid waren met Israël samen te werken, hadden geen goed woord meer over voor de Israëlische bezetter. Israël had al zijn potentiële bondgenoten in Libanon verloren.

Fast forward naar 2024. Israël heeft nog steeds geen vrienden in Libanon, ook niet bij de talrijke vijanden van Hezbollah. De dood van Hezbollah-leider Hassan Nasrallah heeft niet tot euforie geleid bij de andere Libanese politieke en confessionele spelers. Er is eerder sprake van een enigszins angstige, afwachtende houding over wat een verzwakt Hezbollah en een nieuwe Israëlische inval betekenen voor de fragiele interne Libanese verhoudingen. Kan de Libanese staat zich eindelijk doen gelden, of beleven we de opmaat naar een nieuwe ronde van de burgeroorlog?

Het Hezbollah van de jaren tachtig ontwikkelde zich in de decennia daarna tot een gemilitariseerde staat in een staat, een machtige geopolitieke factor in Libanon en de regio. De faam van Hezbollah als gewapende macht die een eind maakte aan de Israëlische bezetting in 2000 is allang weggeëbd. De populariteit van Nasrallah piekte nog even in 2006, toen Israël en Hezbollah hun voorlaatste oorlog uitvochten, maar verbleekte sindsdien. Veel Libanezen vonden overigens dat Hezbollah in 2006 hen ongevraagd had meegesleurd in een militair avontuur.

In sommige opzichten ging Hezbollah een beetje op aartsvijand Israël lijken: de onderdrukte als reproductie van de onderdrukker. Voor Hezbollah draaide alles om machtspolitiek en militarisering. De organisatie ondersteunde met militaire middelen het dictatoriale Assad-regime in de Syrische burgeroorlog. In Libanon frustreerde Hezbollah jarenlang pogingen om democratische, non-sektarische hervormingen door te voeren.

De vraag is of goed nabuurschap, dat de veiligheid van Israëlische en Libanese burgers garandeert, met geweld kan worden afgedwongen. Het wrede déjà vu van eerdere Israëlische invallen stemt niet optimistisch.

Dit artikel verscheen in de NRC van 4 oktober 2024

Herfstregens in Gaza vergroten ellende van de ontheemde Palestijnen

English below

Door de buitensporige militaire actie van Israel in Libanon zou je haast vergeten dat de genocidale aanval in Gaza doorgaat. Nu al haast een jaar. Er gaat geen dag voorbij zonder dat er burgerslachtoffers vallen. Over een staakt-het-vuren wordt al niet meer gesproken. Voor de 1,9-miljoen ontheemde Palestijnen wordt het leven in de tentenkampen met de dag grimmiger en vooral meer uitzichtloos. Ook in Gaza is de herfst aangebroken en zware regens veroorzaakten nog meer ellende. De vaak aan elkaar genaaide meelzakken, lappen plastic en oude dekens zijn niet bestand tegen de zware herfstregens. Mohammed Abu Afash had uit voorzorg een geultje gegraven rond zijn tent en alle touwen nog eens stevig vastgebonden. Dit voorkwam deze week niet dat de tent vol water liep en de matrassen en kleren nat werden. De tenten zijn niet bestand tegen de regenbuien. “Wat er met ons gebeurt doe je zelfs een beest niet aan,’ schreef Mohammed mij. Hij en zijn vrienden zijn doodmoe en voelen zich hulpeloos. Zonder huis, werk, geld en perspectief.

Ik houd jullie nu al acht maanden op de hoogte van het wel en wee van de familie Abu Afash, die ik blijf steunen. Als je mee wilt helpen: graag! Mohammed op zijn beurt deelt het beetje geld -als hij er over kan beschikken- en eten met zijn buren, vrienden en bekenden in het kamp.

Support: https://gofund.me/afc1cc6e

Israel’s excessive military action in Lebanon makes you forget that the genocidal attack in Gaza continues. For almost a year now. Not a day goes by without civilian casualties. There is no more talk of a ceasefire. For the 1.9 million displaced Palestinians, life in the tent camps is becoming grimmer and more hopeless by the day. Autumn has arrived in Gaza and heavy rains have caused even more misery. The often sewn-together flour sacks, sheets of plastic and old blankets are no match for the heavy autumn rains. Mohammed Abu Afash had dug a small trench around his tent as a precaution and tied all the ropes firmly. This did not prevent the tent from filling up with water this week and the mattresses and clothes from getting wet. The tents are no match for the rain showers. “What is happening to us, you wouldn’t even do to an animal,” Mohammed wrote to me. He and his friends are exhausted and feel helpless. Without a home, work, money and perspective. I have been keeping you informed for eight months now about what happens to my friends in Khan Younis, whom I continue to support. If you want to share supporting them: please do! Mohammed in turn shares the little money (if he has it) and food with his neighbours, friends and acquaintances.

Abu Afash familie moet opnieuw evacueren

English below

Het was een dramatische week. Ondanks de onderhandelingen in Doha is het einde van de oorlog voor de inwoners van Gaza nog niet in zicht. Inmiddels zijn er sinds het begin van de oorlog meer dan 40.000 Palestijnse doden geteld, waarvan 70% vrouwen en kinderen. Gelukkig is de familie van Mohammed Abu Afash nog niet getroffen, maar we houden ons hart vast. Na al vele malen te hebben moeten vluchten kregen ze vrijdag opnieuw te horen te moeten evacueren. Vliegtuigen wierpen pamfletten uit boven Mawasi met de mededeling dat het gebied niet langer veilig is. ‘Ik weet niet waar mijn gezin en ik naar toe moeten,’ liet Mohammed mij via Whatsapp wanhopig weten. ‘Je moest eens weten hoe moe ik ben, hoe vreselijk moe.’

Een paar dagen eerder had de Israëlische luchtmacht ook al pamfletten afgeworpen. Aan die pamfletten zaten sigaretten vast met de tekst (vrij vertaald): wat heb je liever, een rokertje of jullie leiders? Naast de bombardementen en beschietingen vindt er dus ook de nodige psychologische oorlogsvoering plaats.

Pamfletten uitgeworpen door Israëlische vliegtuigen

In mijn praktisch dagelijkse Whatsapp contact met Mohammed gaat het veel over zijn drie dochters. ‘Het gaat goed met ze,’ liet hij me weten, ‘ik doe m’n uiterste best dat ze niet ziek worden’. ‘My daughters are my life, and despite the lack of capabilities, I try as much as I can. Pollution, garbage and diseases are spreading like crazy…’ Trots stuurde hij me een paar foto’s van het leven in de tent, met popcorn etende en spelende kinderen.

Vandaag denk ik aan Layan (4), Eliaa (8) en Aliaa (10). Hoe zouden zij de massale evacuatie beleven? Midden in al het geweld, bepakt en bezakt op weg naar weer een onbekende bestemming? De ‘humanitaire zones’, die een minimum maar geen garantie aan veiligheid bieden, worden met de week kleiner en beslaan nu nog maar 14% van het oppervlak van Gaza. De Israëlische evacuatiebevelen van deze week treffen 450.000 mensen in verschillende delen van Gaza. Het is onmenselijk en hoog, hoog tijd dat er een einde komt aan de oorlog.

Meer dan 500 gulle gevers hebben onze fundraising voor Mohammed en zijn familie gesteund. Ontzettend bedankt daarvoor en voor het meeleven. Het geld was onder andere bedoeld voor een evacuatie naar Egypte, die helaas niet heeft kunnen plaatsvinden omdat Israël de grens bij Rafah afsloot. Maar het binnengekomen geld en eventuele nieuwe giften worden goed besteed, voornamelijk voor het kopen van voedsel en medicijnen en voor vervoerskosten bij weer een nieuwe evacuatie. Niet alleen voor het gezin van Mohammed Abu Afash maar ook voor zijn buren en familieleden.

It has been a dramatic week. The end of the war is not yet in sight for the inhabitants of Gaza, inspite the negotiations in Doha. Since the beginning of the war, more than 40,000 Palestinians have been killed, 70% of whom are women and children. Fortunately, the family of Mohammed Abu Afash has not been affected yet, but we are worried. After having had to flee many times, they were told to evacuate again on Friday. Planes dropped leaflets over Khan Younis / Mawasi with the message that the area is no longer safe. ‘I don’t know where my family and I are going to go,’ Mohammed told me desperately via WhatsApp. ‘You should know how tired I am, how terribly tired.’

A few days earlier, the Israeli air force had also dropped leaflets. Cigarettes were attached to those leaflets with the text (loosely translated): what do you prefer, a smoke or your leaders? In addition to the bombings and shelling, there is also a fair amount of psychological warfare taking place.

In my practically daily WhatsApp contact with Mohammed, he often talks about his three daughters. ‘They are doing well,’ he told me, ‘I am doing my utmost to ensure that they do not get sick.’ ‘My daughters are my life, and despite the lack of capabilities, I try as much as I can. Pollution, garbage and diseases are spreading like crazy…’ He proudly sent me a few photos of life in the tent, with the children eating popcorn and playing.

Today I’m wondering how Layan (4), Eliaa (8) and Aliaa (10) are experiencing the mass evacuation. In the middle of all the violence, packed and ready to go to yet another unknown destination… The ‘humanitarian zones’, which offer a minimum but no guarantee of safety, are getting smaller by the week and now cover only 14% of Gaza’s surface. This week’s Israeli evacuation orders affect 450,000 people in various parts of Gaza. It is inhumane and high, high time that the war comes to an end.

More than 500 generous donors have supported our fundraising for Mohammed and his family. Thank you very much for that and for your sympathy. The money was intended for an evacuation to Egypt, which unfortunately could not take place because Israel closed the border at Rafah. But the money that has come in and any new donations are being put to good use, mainly for buying food and medicine and for transportation costs in the event of yet another evacuation. Not only for the family of Mohammed Abu Afash but also for his neighbors and relatives.

https://gofund.me/bd9787d8

Van Groningen naar Gaza: solidariteit

Beste mensen,

Er is mij een paar dagen geleden iets bijzonders overkomen.

Op de Grote Markt in Groningen was een herdenkingsprotest voor de kinderen van Gaza. 16.000 gedode kinderen werden herdacht met duizenden kinderschoenen. De schoentjes, sandaaltjes en laarsjes waren in lange rijen op het grote plein neergelegd. Vijf uur lang werden namen voorgelezen van kinderen die er niet meer zijn. Er waren een paar korte toespraken waarin werd opgeroepen tot een staakt-het-vuren in Gaza, maar verder waren het vooral de namen van de vermoorde kinderen uit Gaza die over de Grote Markt van Groningen schalden. Het was waardig en indrukwekkend.

Ik was een van de vrijwilligers die gedurende tien minuten namen voorlas. En het toeval wilde dat in mijn lijst de naam van Muhammad Albardaweel was, zoon van Hussein Albardaweel. Ik schrok toen ik de naam van Muhammad zag staan. Eerder had Hussein, die ik ken van het Gaza Center for Media Freedom, mij een foto van zijn in Rafah gedode zoontje opgestuurd.

Mohammad Albardaweel

Hussein, zijn vrouw Maysa en hun kinderen Hala, Mohanad en Jana hebben de afgelopen maanden, zoals zoveel Palestijnen in Gaza, verschillende keren moeten vluchten. Hun laatste verblijfplaats was in Khan Younis, maar ook die moesten ze een paar dagen geleden hals over kop verlaten toen het Israëlische leger daar een grootscheepse aanval inzette. Hun persoonlijke bezittingen zoals matrassen, kleren en eten konden ze niet meenemen op de vlucht. Ze mochten van geluk spreken dat ze nog in leven waren.

Een andere Palestijnse kennis die ook in Khan Younis verblijft stuurde mij een WhatsApp-bericht over de dramatische situatie daar. “Er zijn vannacht aan één stuk door beschietingen van de Israëlische artillerie geweest en bombardementen door de luchtmacht. Er zijn veel doden en gewonden. Het is vreselijk, onverdraaglijk..”

Een donatie aan de GoFundMe-campagne https://gofund.me/535f469b zal mijn vriend Hussein helpen weer wat spullen en eten te kopen voor zijn gezin in deze benarde omstandigheden.

Van harte aanbevolen,

Jan Keulen

A tent in Khan Younis

It is important to note that Mohammed does not just buy food for himself. He has started putting together food parcels for the people in his immediate environment. He is helped by family members, who also ensure that the food distribution is fair. For example, they buy a large quantity of vegetables and divide them among different tents.

Een tent in Khan Younis: 8e verblijfplaats van het gezin Abu Afash

Een tent in Khan Younis: 8e verblijfplaats van het gezin Abu Afash

English below

Veel mensen hebben mij gevraagd: hoe is het nu met Mohammed en zijn familie? Ik moet mij verontschuldigen dat ik meer dan een maand geen updates heb gestuurd. Misschien heeft het te maken met het feit dat er weinig opwekkends te melden valt. Het gezin heeft verschillende keren moeten vluchten sinds ze uit Rafah vertrokken. En in Rafah leefden ze ook al als vluchtelingen in een tent.

Op het ogenblik verblijven ze in een tent in Khan Yunis, 300 meter van het Mawasi kamp. Die tent heeft Mohammed moeten kopen van het met onze actie ingezamelde geld. Het is hun achtste verblijfplaats sinds hun huis verwoest werd in Gaza Stad.

Er is ook goed nieuws: het is sinds kort mogelijk om geld over te maken naar Mohammeds bankrekening in Gaza. Eerder tijdens de oorlog kon dat niet en kreeg ik het overgemaakte geld teruggestort op mijn rekening. Geregeld maak ik nu geld over van de door jullie geschonken donaties. Mohammed koopt daar eten mee: basisvoedsel als rijst en brood, maar ook groenten en soms vlees. Het eten is erg duur vertelt hij mij: een kilo tomaten voor 4 euro, een kilo komkommers 5 euro, een kilo aardappels 6 euro en een kilo uien 6 euro. Een kilo kip kost zo’n 20 euro. Maar er is toch voedselhulp? Nou nee, geen enkele vorm van hulp heeft het gezin van Mohammed tot dusver bereikt. De vluchtelingen in Khan Younis/Mawasi zijn op zichzelf aangewezen. Gelukkig maar dat Mohammed niet rookt want sigaretten zijn peperduur. Voor een enkele sigaret moet je wel 30 euro neertellen.

Het is belangrijk te vermelden dat Mohammed niet alleen eten voor zichzelf koopt. Hij is begonnen voedselpakketten samen te stellen voor de mensen in zijn naaste omgeving. Hij wordt daarbij geholpen door familieleden, die er ook op toezien dat de voedseluitdeling eerlijk verloopt. Ze kopen bijvoorbeeld een grote hoeveelheid groente in en verdelen die over verschillende tenten.

De hoop om Gaza via Rafah te verlaten om naar Egypte te reizen is nog niet geheel vervlogen. Mohammeds zuster in Cairo heeft geïnformeerd of we het geld terug kunnen krijgen dat betaald werd om de reis naar Egypte mogelijk te maken. Dat kan inderdaad. Maar de familie heeft nog geen verzoek tot terugbetaling ingediend. Er wordt nog steeds gehoopt op een staakt-het-vuren en heropening van de grens met Egypte. Misschien is het wel ijdele hoop maar hoop doet leven. In de tussentijd wordt het ingezamelde geld goed besteed aan eten en overleven in het vluchtelingenkamp, niet allen door het gezin van Mohammed maar ook door tientallen mensen om hem heen.

Many people have asked me: how are Mohammed and his family doing now? I have to apologize for not sending any updates in over a month. Perhaps it has to do with the fact that there is little exciting to report. The family has had to flee several times since leaving Rafah where they lived as refugees in a tent. They are currently staying in a tent in Khan Yunis, 300 meters from the Mawasi camp. Mohammed had to buy that tent with the money raised through our campaign. It is their eighth place of refuge since their home was destroyed in Gaza City.

There is also good news: it has recently become possible to transfer money to Mohammed’s bank account in Gaza. Earlier during the war, this was not possible and the money transferred was refunded to my account. I now regularly transfer money from the donations you have made. Mohammed buys food with it: basic food such as rice and bread, but also vegetables and sometimes meat. The food is very expensive, he tells me: a kilo of tomatoes costs 4 euros, a kilo of cucumbers 5 euros, a kilo of potatoes for 6 and a kilo of onions 6 euros. A kilo of chicken costs about 20 euros. But there is food aid, right? Well no, no form of help has reached Mohammed’s family so far. The refugees in Khan Younis/Mawasi are on their own. It’s a good thing Mohammed doesn’t smoke because cigarettes are extremely expensive. You have to pay 30 euros for a single cigarette.

It is important to note that Mohammed does not just buy food for himself. He has started putting together food parcels for the people in his immediate environment. He is helped by family members, who also ensure that the food distribution is fair. For example, they buy a large quantity of vegetables and divide them among different tents.

The hope of leaving Gaza via Rafah to travel to Egypt has not yet completely disappeared. Mohammed’s sister in Cairo has inquired whether we can get a refund of the money paid to make the trip to Egypt possible. That is indeed possible. But the family has not yet submitted a request for reimbursement. There are still hopes for a ceasefire and reopening of the border with Egypt. Perhaps it is a vain hope, but hope gives life. In the meantime, the money raised will be well spent on food and survival in the refugee camp, not only by Mohammed’s family but also by dozens of people around him.

You want to help? Please donate: https://gofund.me/d6e5f646

Kinderen van Mohammed Abu Afash maken huiswerk in de tent in Khan Younis

Groningen heeft band met Jabalya, maar Jabalya ligt in puin

Is ooit eerder een zusterstad van Groningen met de grond gelijk gemaakt?

De stedenband tussen Groningen en Jabalya in de Gazastrook is weliswaar nooit officieel bekrachtigd, maar de gemeente Groningen bouwde er een prachtig jeugdcentrum. Er was jarenlang contact tussen Groningse en Palestijnse ambtenaren, onder andere over het jongerenbeleid in Jabalya. Daarnaast onderhielden, zo goed en kwaad als dat ging, bestuursleden van de Stichting Groningen-Jabalya contacten met Palestijnse vrienden en kennissen en bezochten ze Jabalya verschillende malen.

De band met Jabalya voelt nu treuriger aan dan ooit. Jabalya ligt namelijk in puin.

Er waren twee dodelijke rondes.

Enkele weken na de Hamas-aanval in het zuiden van Israël op 7 oktober, waarbij 846 Israëlische burgers en meer dan 300 militairen werden gedood, viel het Israëlische leger Gaza binnen. Eerder al was de Israëlische luchtmacht begonnen het noorden van Gaza, inclusief Jabalya, op grote schaal te bombarderen. Wekenlang vonden in Jabalya zware gevechten plaats en pas eind december verklaarde het Israëlische leger Jabalya volledig onder controle te hebben. Israël zei dat Hamas in noord-Gaza verslagen was en dat er duizenden “terroristen” waren gedood.

Vier maanden later werd er echter opnieuw strijd geleverd in het noorden van Gaza. Op 12 mei kondigde het Israëlische leger aan terug te gaan naar Jabalya “om te voorkomen dat Palestijnse strijdgroepen zich er zouden hergroeperen”. Wekenlang werd er hevig gevochten en werd Jabalya genadeloos bestookt met artillerie en luchtbombardementen. De BBC citeerde een Israëlische officier die zei dat de gevechten in Jabalya “de heftigste” waren in zeven maanden Gaza-oorlog. Pas begin juni verklaarden de Israëli’s Jabalya en aanpalende dorpen in het noorden van Gaza weer onder controle te hebben. Waarschijnlijk zo lang als het duurt.

Intussen is Jabalya een rampgebied. Hele buurten zijn veranderd in puinhopen en onherkenbaar geworden, huizenblokken zijn veranderd in ruïnes, van flatgebouwen zijn alleen skeletten over. Het enige ziekenhuis van Jabalya, het al-Awda, is door de Israëli’s ontmanteld, net als alle andere medische faciliteiten in Noord-Gaza. Navi Pillay van de VN-onderzoekscommissie omschreef de ‘enormiteit’ van alle incidenten die als oorlogsmisdaden zouden kunnen worden omschreven als ‘niet eerder gezien in mijn leven’.

Beeld van de vernielingen in het Jabalya vluchtelingenkamp (WAFA)

Ja, er waren hevige gevechtsrondes tussen het Israëlische leger en Palestijnse strijders, maar Israël heeft daarbij willens en wetens voortdurend het internationaal humanitair recht overschreden. In het in juni verschenen explosieve rapport van de VN-onderzoekscommissie worden vier principes genoemd die het Israëlische leger met voeten heeft getreden:

  • Het principe van onderscheid tussen burgers en militairen/strijders en het onderscheid tussen militaire en niet-militaire objecten. Alles moet worden gedaan om vast te stellen of een persoon of een gebouw als een militair object kan worden beschouwd. In geval van twijfel mag het niet als een militair object worden beschouwd.
  • Het verbod van willekeurige aanvallen, dat zijn aanvallen die niet gericht zijn op een specifiek militair doel. Ook mogen er geen strijdmethodes of munitie worden gebruikt die niet gericht of geschikt zijn voor een specifiek militair doel.
  • Het principe van proportionaliteit. Aanvallen van de strijdende partijen moeten proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de schade aan burgers en hun eigendommen gerechtvaardigd kan worden met het militaire voordeel dat met de aanval wordt behaald.
  • Het principe van voorzorgsmaatregelen. Strijdende partijen moeten er bij het uitkiezen van wapens, tactieken, timing en doelen rekening houden met mogelijke doden of gewonden onder burgers. Het risico op burgerslachtoffers moet in ieder geval zo beperkt mogelijk worden gehouden.

Het ‘meest morele leger ter wereld’, zoals premier Netanyahu de Israëlische strijdkrachten omschrijft, heeft zich in Gaza geen barst aangetrokken van bovenstaande principes. De VN-onderzoekscommissie, die de toegang tot Gaza door Israël overigens werd geweigerd, verzamelde meer dan 7.000 incidenten in de eerste maanden van de oorlog waarbij het internationaal recht werd geschonden. De dossiers worden overgedragen aan het Internationaal Strafhof (ICC).

Het Israëlische leger lijkt zich in veel gevallen niet alleen niets aan te trekken van het oorlogsrecht, maar zich te laten leiden door wraak- en vernielzucht. Honger en dorst worden ingezet als oorlogswapens. De dehumanisering van Palestijnse burgers en maatschappij nam bij tijden hysterische trekken aan. De oorlog veranderde van een strijd tegen Hamas in een oorlog tegen kinderen met minstens 15.000 dode en 21.000 vermiste kinderen. Het werd een oorlog tegen Palestijnse onderwijsinstellingen, gezondheidszorg en tegen journalisten en intellectuelen. Het werd een oorlog tegen de burgerbevolking als geheel, die met miljoenen in een nachtmerrie werd gestort van ontheemding, ontbering en onveiligheid.

Het VN-onderzoeksrapport noemt een aantal voorvallen in Jabalya waarbij duidelijk sprake was van oorlogsmisdaden. Op 9 oktober, in het prille begin van de oorlog, vonden zware explosies plaats in Al Trance Straat in het Jabalya vluchtelingenkamp. De straat wordt gebruikt als markt en was op dat moment vol mensen die inkopen kwamen doen. Door het onaangekondigde luchtbombardement kwamen tenminste 42 mensen om het leven, waaronder veel vrouwen en kinderen. Latere berichten spraken van 60 doden. Twee hoge flatgebouwen werden met de grond gelijk gemaakt.

Op 31 oktober werd een woonwijk in het vluchtelingenkamp aangevallen waarbij een terrein van tenminste 2,500 vierkante meter totaal platgebombardeerd werd. Israël beweerde later een Hamas-commandant te hebben gedood, maar de tol aan burgerdoden -99 voornamelijk vrouwen en kinderen- en schade aan gebouwen was buitenproportioneel.

Het zijn maar twee gedocumenteerde gevallen van niets en niemand ontziend geweld in een eindeloze reeks.

Wat voor zin heeft het platgooien van Jabalya?

Het ontvolken?

Een groot deel van de bevolking is inderdaad gevlucht en bivakkeert nu in tenten in onveilige “veilige zones” in centraal Gaza. Maar hebben ze veel andere keus dan terugkeren naar hun kapotte huizen als de oorlog is afgelopen? Er bleven trouwens ook nog, tussen de ruïnes, tienduizenden mensen in Jabalya achter, die niet konden of wilden vluchten.

Uiterst-rechts in Israël droomt van een nieuwe nakba waarbij de Palestijnse vluchtelingen als sneeuw voor de zon verdwijnen. In Noord-Gaza zouden dan joodse nederzettingen moeten komen met villadorpen en vakantieresorts.

De tijd zal leren of de schuldigen van oorlogsmisdaden te zijner tijd verantwoording zullen afleggen en op welke manier. Met het platgooien van Jabalya is de nachtmerrie nog lang niet voorbij, zoveel is wel zeker.

Dit artikel werd geschreven voor de Nieuwsbrief van Groningen-Jabalya (juli 2023) en in verkorte vorm gepubliceerd door het Dagblad van het Noorden op 7 juli 2024.

Voor de zevende keer gevlucht

De familie is afgelopen weekend voor de zevende (!) keer gevlucht. Oorspronkelijk woonden ze in Gaza Stad waar Mohammed een winkeltje in schoolbenodigdheden en speelgoed had. Hun woning en winkel ligt, als gevolg van het oorlogsgeweld, al sinds maanden in puin en het gezin -vader, moeder en drie dochtertjes- zijn van hot naar her gevlucht. Telkens naar een ‘veilige plek’ die niet veilig bleek te zijn. Er zijn immers geen veilige plekken in Gaza. Tot voor kort bivakkeerde de familie in het oosten van Rafah maar sinds het Israëlische leger daar vorige week een militaire operatie begon zijn ze op de vlucht.

Mohammed stuurde me een paar foto’s van hun zevende ‘evacuatie’

Weer alles inpakken, weer verkassen…

Meenemen wat je nodig denkt te hebben…

De schamele bezittingen…

De familie heeft geen tent meer on te slapen. Ze slapen nu bij familie verderop in de Gazastrook: de vrouwen en kinderen bij elkaar en de mannen bij elkaar.

Of via deze link: https://gofund.me/208eb58f