Maghreb

Ali Lmrabet: ‘Marokko begrijpt niet wat journalistiek inhoudt’

In 2024 kregen drie prominente Marokkaanse journalisten, na jarenlange gevangenschap, gratie van koning Mohammed VI. Het leek ietsje beter te gaan met de persvrijheid in Marokko. Het land steeg vorig jaar zowaar enkele punten op de persvrijheidsindex van Reporters Without Borders naar de 129e plaats. Dat betekent, op een ranglijst van 180 landen nog niet dat Marokko een oase van vrijheid van meningsuiting is, maar er leek hoop te gloren.

Ali Lmrabet (1959) haalt z’n schouders op. Hij ziet weinig reden tot optimisme over het politieke klimaat in Marokko. ‘Ja, die journalisten zijn nu hun cel uit. Maar ze kunnen nog steeds hun journalistieke werk niet doen. Dat zr nu op vrije voeten zijn is vooral te danken aan de Franse president Macron, die wilde dat de journalisten zouden worden vrijgelaten voordat hij Marokko zou bezoeken. ‘Mijn collega’s Toufic Bouachrine, Suleiman Raissouni en Omar Radi zijn veroordeeld tot stilte of ballingschap.’

Lmrabet weet het nodige van ballingschap. De iconische onderzoeksjournalist, die afgelopen week kort Nederland bezocht, woont en werkt zelf als balling tussen Barcelona en Parijs. Wat zou er gebeuren als hij teruggaat naar huis? ‘Ik zou direct gearresteerd worden bij de grens,’ verzekert hij. Zijn riad, traditioneel Andalusische herenhuis in de historische medina van Tetouan, verhuurt hij noodgedwongen aan toeristen.

Lmrabet die zijn carrière begon als Marokkaans diplomaat in Argentinië, is al jaren een journalistieke luis in de pels van het regime in Rabat. Boetes, gevangenisstraffen en een beroepsverbod hebben hem er niet van weerhouden feitelijk journalistiek verslag te blijven doen, en daarmee heilige huisjes omver te halen. Zo werd hij veroordeeld door de honderdduizenden vluchtelingen uit de Westelijke Sahara ‘vluchtelingen’ te noemen. Dat zijn ze volgens de definitie van de Verenigde Naties ook feitelijk, maar in het Marokkaanse officiële discours worden ze aangeduid als ‘ontvoerden naar Algerije’.

In de tijd dat de Palestijnse zaak een onaantastbaar geloofsartikel van het regime was reisde Lmrabet verschillende keren naar Israël en interviewde, als eerste Marokkaanse journalist, Benjamin Netanyahu. ‘Ik werd uitgemaakt voor een spion van de Mossad,’ verzucht Lmrabet, ‘helemaal toen ook nog werd ontdekt dat ik op een lagere school van de Cercle Israélite de Tétouan had gezeten. Ik ben moslim, tenminste qua cultuur en afkomst en niet joods. Maar wat maakt het uit? Christelijk, moslim of joods? Het punt is dat in Marokko niet wordt begrepen wat journalistiek inhoudt.’ Lmrabet lacht wrang. ‘Persoonlijk vind ik Netanyahu een hufter, maar dat betekent toch niet dat ik hem niet zou mogen interviewen…’

Nu de politieke wind is gedraaid en Marokko Israël heeft erkend is het in gevaarlijk om de normalisatie van de betrekkingen of Israëls oorlog in Gaza te bekritiseren. Ismail Ghazaoui, een activist die een pro-Palestijns protest in de haven van Tanger leidde, waar boten met wapens aan boord voor Israël aanmeerden, werd veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Een aantal ander pro-Palestina actievoerders werden veroordeeld tot een half jaar voorwaardelijk.

Lmrabet bericht voortdurend kritisch over de protesten in Marokko tegen de Gaza-oorlog en de Marokkaanse rol in het Midden-Oostenconflict. ‘De media in Marokko hoor je er niet over maar dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat het merendeel van de journalisten in dienst van de overheid is.’ Andere onderwerpen die worden gemeden door de officiële en officieuze Marokkaanse media, maar die Lmrabet wel aansnijdt in zijn populaire Youtube kanaal en sociale media, zijn de kwestie van de Westelijke Sahara, de verhouding met Algerije en de ‘lange arm’ van de Marokkaanse inlichtingendienst die zeer actief is in Spanje, Frankrijk, België en Nederland. ‘Ik werd uitgemaakt voor verrader toen ik een leider van het Front Polisario interviewde,’ zegt Lmrabet verontwaardigd. ‘Maar ik doe alleen maar mijn journalistieke werk.’

Het gebrek aan persvrijheid heeft ook zijn weerslag op het werk van bezoekende buitenlandse journalisten. ‘Mijn goede vriend en collega Francisco Carrión van de Spaanse krant El Independiente werd deze week nog op het vliegtuig teruggezet, toen hij de Westelijke Sahara wilde bezoeken. Marokko staat het niet toe dat buitenlandse journalisten en mensenrechtenwaarnemers het door Marokko bezette gebied bezoeken.’

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Villamedia 13 februari 2025

https://www.villamedia.nl/artikel/marokkaanse-onderzoeksjournalist-en-oud-diplomaat-ali-llamrabet-ik-werd-uitgemaakt-voor-een-spion-van-de-mossad

Marokko creëert “media black-out” in de Westelijke Sahara

Het proces tegen Nazha El Khalidi illustreert niet alleen het gebrek aan persvrijheid in Marokko maar ook het streven van de overheid om het langlopende conflict aan het oog en oor van de wereld te onttrekken.

Nazha el Khalidi

Ze riskeert een gevangenisstraf tot twee jaar. Plus een geldboete. Haar misdaad? Journaliste Nazha El Khalidi (27) filmde met haar mobiele telefoon op 4 december 2018 een demonstratie in Laayoune, de hoofdstad van de door Marokko bezette Westelijke Sahara.

De demonstratie van lokale Saharanen werd door El Khalidi live uitgezonden op Facebook. Gedurende vier minuten konden haar volgers demonstranten zien oproepen tot hervatting van de vredesbesprekingen in Genève tussen Marokko en het Front Polisario, de bevrijdingsbeweging van de Westelijke Sahara. Daarna maakte de Marokkaanse politie hardhandig een einde aan de demonstratie. El Khalidi werd gearresteerd en haar mobiel werd in beslag genomen. Later die dag werd ze vrij gelaten.

Na enkele maanden werd ze echter opnieuw ondervraagd door de autoriteiten. Ze kwamen met een nieuwe beschuldiging: El Khalidi gaf zich uit voor journalist, “zonder officieel het recht te hebben die professionele titel te voeren”. Het is een bekende troef van autoritaire regimes -in het Turkije van Erdogan hebben ze er ook een handje van- om kritische stemmen het zwijgen op te leggen: een verbod aan “niet geautoriseerde” (burger-) journalisten om hun werk te verrichten.

Dat Nazha El Khalidi een stem vertegenwoordigt die de Marokkaanse overheid niet bevalt is wel zeker. Ze komt er openlijk voor uit met het Front Polisario te sympathiseren, dat ijvert voor het zelfbeschikkingsrecht van de Saharaanse inwoners van de vroegere Spaanse kolonie. Ze werkt voor RASD-televisie, dat verbonden is met het Polisario en voor Equipe Media, een collectief van jonge journalisten en media-activisten in de Westelijke Sahara.

Het proces tegen Nazha El Khalidi, dat op maandag 24 juni begint, illustreert niet alleen het gebrek aan persvrijheid in Marokko maar ook het streven van de Marokkaanse overheid om het langlopende conflict aan het oog en oor van de wereld te onttrekken. Wat betreft die persvrijheid: Marokko staat op de 135e plaats (van 180 landen) in de World Press Freedom Index van Reporters without Borders. Met name verslag doen van de situatie in de Westelijke Sahara, opstanden in de noordelijke Rif-regio of berichten over het koningshuis wordt beantwoord met criminalisering en repressie.

In de Westelijke Sahara, waarvan het grootste deel (zo’n 80 percent) sinds eind jaren zeventig door Marokko bezet wordt gehouden, is het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en het ontbreken van lokale democratie schrijnend. Marokko’ s grootste angst lijkt het door de Verenigde Naties voorgestane referendum te zijn, waarin de autochtone Saharaanse bewoners zich moeten uitspreken voor aansluiting bij Marokko, autonomie of onafhankelijkheid.

Zelfs de term Westelijke Sahara is taboe in Marokko, dat officieel spreekt over de “zuidelijke provincies”. De Marokkaanse journaliste Soumia Dghougi werd in 2017 ontslagen door het Marokkaanse private tv-kanaal MedilTV toen ze de term Westelijke Sahara gebruikte in haar programma “Afrique Soir”.

De persvrijheidsorganisatie Reporters without Borders (RSF) noemde in een begin juni gepubliceerd rapport de Westelijke Sahara een “woestijn voor journalisten”. Het gebied en zijn bewoners worden getroffen door een jarenlange media black-out. Lokale journalisten worden vervolgd en hun werk wordt op alle manieren gedwarsboomd door de Marokkaanse autoriteiten. Volgens het RSF-rapport hebben de Saharaanse journalisten te maken met “martelingen, arrestaties, fysieke mishandeling, intimidatie, pesten, smaad, technologische sabotage en langdurige gevangenisstraffen”.

Ondanks deze repressie blijven jonge Saharaanse media-activisten grote risico’s nemen om te voorkomen dat de Westelijke Sahara “geheel begraven wordt onder het zand van de vergetelheid”. Mediacollectieven als Equipe Media en Smara News gebruiken de mobiele telefoon en sociale media om hun boodschappen te verspreiden.

In de Spaanse krant El Pais vertelde een van de collega’s van Nazha El Khalidi van Equipe Media welke risico’s de jonge Saharanen nemen om journalistiek te bedrijven: “Het minste wat ons kan overkomen is dat ze ons materiaal in beslag nemen, onze apparatuur vernielen, dat ze ons arresteren, ondervragen en er bij ons op aandringen onze collega’s te verraden. We hebben martelingen ondergaan; een pak slaag gekregen. Maar er zijn ook zachtere methodes van repressie: sommigen van ons kregen geen toestemming om (in Marokko of Spanje) te gaan studeren aan een universiteit.”

Op dit moment zitten drie leden van Equipe Media straffen uit van respectievelijk 6, 20 en 25 jaar in Marokkaanse gevangenissen. Let wel: dit zijn burgers uit een gebied dat, volgens het internationaal recht, bezet wordt gehouden, die geen geweld gebruikten, en waarvan de enige “misdaad” was dat ze de situatie in hun land aan de wereld wilden laten zien.

Ook buitenlandse correspondenten in Rabat en kritische Marokkaanse journalisten moeten voorzichtig zijn als ze over de Westelijke Sahara berichten. Het gevolg is zelfcensuur of -als ze wel kritisch zijn- het intrekken van de persaccreditatie of deportatie. De Nederlandse journalist Gerbert van der Aa werd in februari Marokko uitgezet toen hij bezig was met een -de autoriteiten kennelijk onwelgevallig-  verhaal over migranten in Noord-Marokko die proberen illegaal de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla te bereiken.

Niet alleen buitenlandse journalisten en persfotografen worden geweerd uit de Westelijke Sahara, ook juristen en mensenrechtenactivisten. In mei werden vijf Spaanse advocaten en twee Noorse waarnemers het land uitgezet en zondag werden drie Spaanse juristen, die het proces van Nazha El Khalidi wilden bijwonen, terug op het vliegtuig naar Spanje gezet toen ze aankwamen in Laayoune. Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International hebben het proces tegen Nazha El Khalidi veroordeeld en tot haar onmiddellijke vrijlating opgeroepen.

Het is waar dat het conflict om de Westelijke Sahara -de laatste kolonie in Afrika- al tientallen jaren doorzeurt. Een politieke oplossing lijkt vooralsnog niet in zicht. Er komt uit het gebied geen opwindend nieuws. Sterker nog: er komt nauwelijks nieuws vandaan. Weinigen liggen wakker over wat er in dat afgelegen gebied gebeurt.

Journalisten uit het gebied die de stilte willen doorbreken en verslag willen doen van de situatie in hun land -journalisten als Nazha El Khalidi en haar collega’s- horen niet in de rechtbank of de gevangenis. Hun meest fundamentele rechten, namelijk het recht op vrijheid van meningsuiting en zelfbeschikking, worden geschonden. En dat is wel iets om van wakker te liggen.

Eerder gepubliceerd op Joop.nl

24 juni 2019, https://joop.bnnvara.nl/opinies/marokko-creeert-media-black-out-in-de-westelijke-sahara